zaterdag 26 mei 2018

Weekgreep #18-11: voodooboek met horrorhumor, De Tunnels van Dave Eggers en Naar de rand van de wereld van Dirk Weber

1. Jeff Strand Geen beste dag voor voodoo
Tyler Churchill wil, aangezet door zijn een tikkeltje psychotische boezemvriend Adam, wraak nemen op hun geschiedenisleraar. Adam regelt een voodoopop. Die werkt iets beter dan verwacht. Hoe vertel ik niet, want dan is de grap eraf. Ik pakte dit boek op in de categorie Meer Meters Maken Met Lezen en vanwege het strak vormgegeven omslag, maar dit boek is meer dan een lekkere weglezer. Aanstekelijk grappig, moeilijk weg te leggen.

2. Dave Eggers De Tunnels
Een kinderboek schrijft men door de zinnen kort te houden en de hoofdpersoon bijna elke zin bij naam te noemen. Dat lijkt bestsellerauteur Dave Eggers tenminste te denken in zijn teleurstellende kinderboekendebuut. Gran Bloempjes is tegen zijn zin verhuisd en ontdekt in zijn nieuwe dorp samen met zijn nieuwe vriendin een ondergronds netwerk vol mysterieuze en gevaarlijke wereld. Ze gaan het dorp redden. De kortademige, irritatie oproepende vertaling valt de auteur niet te verwijten, de voorspelbaarheid van het verhaal zeker wel.

3. Dirk Weber Naar de rand van de wereld
Het is vier jaar geleden dat het met een Zilveren Griffel bekroonde De goochelaar, de geit en ik verscheen. Auteur Dirk Weber probeert elke keer wat anders en neemt daar ook de tijd voor. Hij beheerst het vak van literair tot thriller en van historisch toekomstroman. Na de Crisis leven mensen in dorpen, zonder techniek. Kennis is verboden. Wie er toch wat mee doet, wordt vreselijk gestraft. Pijnlijk: een tikfout op het, overigens prachtige, omslag. Oh oh Querido.

zaterdag 7 april 2018

Weekgreep #18-10: Feestboek van Vos en Haas, twee boeken over wetenschappers (Stephen Hawking en 50 invloedrijke vrouwen) en Veertien van Tamara Bach

1. Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing Feestboek
De nieuwe Vos en Haas zal sociale mediahaters aanspreken, want dit prentenboek geeft hen groot gelijk. Het is feest, maar Iek doet niet mee. Zijn smartfoon is veel interessanter. Al snel staat iedereen om hem heen. Uil baalt ervan. Maar dan komt hij op een idee om zijn eigen Feestboek met selfies te maken. Vos en Haas bestaan twintig jaar. Knap geschreven met bijna alleen maar eenlettergrepige woorden, wat vrijwel niemand kan maar Sylvia Vanden Heede wel. Verslavend geïllustreerd door Thé Tjong-Khing.

2a. Martijn van Calmthout en Govert Schilling: Stephen Hawking, abc van een genie
Snelle, goed voorbereide actie van wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout en sterrenkundejournalist Govert Schilling. Stephen Hawking overleed op 14 maart en nu is er al een aanstekelijk geschreven, toegankelijk boekje over hem voor kinderen en jongeren en kom: ook volwassenen die van ruimtekrommingen geen bal begrijpen. Vol wetenswaardigheden over de man die werd geboren op de 300e sterfdag van Galileo Galilei en stierf op de 139e geboortedag van Albert Einstein. Mannen met wie hij zich kon meten en zijn sterrenstatus deelde.

2b. Rachel Ignotofsky Meisjes en wetenschap
Van Hypatia, de eerste wiskundige, via de onvermijdelijke Marie Curie naar de vorig jaar overleden Iraanse Maryam Mirzakhani: de vijftig meest invloedrijke vrouwelijke pioniers staan in dit door de New Yorkse Rachel Ignotofsky geschreven en geïllustreerde boek. Wel erg donker en kriebelig beletterd en hier en daar wat al te Vlaams vertaald voor de Nederlandse markt, jammer genoeg.

3. Tamara Bach Veertien
Aanstaande dinsdag verschijnt dit interessante Nederlandse debuut van de Duitse Tamara Bach, in eigen land met zeven titels en bijna het dubbele aantal bekroningen al een beroemdheid aan het worden. Bé komt na twee maanden afwezigheid weer op school en merkt dat er veel veranderd is. Haar vriendinnen doen geheimzinnig over iets dat ze hebben meegemaakt en zelf is ze voor het eerst gekust. Ook gaan haar ouders scheiden. De gebruikelijke ingrediënten voor pubergepruttel, maar dan heb je Bachs indringende stijl nog niet gelezen. Ze richt zich, net als Gideon Samson dat wel eens doen, rechtstreeks tot de lezer. De stijl is kort, snel, dan weer afwezig, dan weer heel erg in het moment. Hallucinerend, alsof je erbij bent, inclusief de verwarring. Veertien was genomineerd voor de prestigieuze Jugendliteraturpreis vorig jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net of bijna en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 1 april 2018

Weekgreep #18-9: Fienieg en Meinderts Liebermann, Akveld en Dematons Van wie is die sok, Emilia Dziubak Twaalf maanden in het bos

1. Annette Fienieg & Koos Meinderts De zee van meneer Max
Altijd weer genieten, als Annette Fienieg en Koos Meinderts samen een prentenboek maken. De vuurtoren blijf ik hun beste werk vinden; probeer die maar eens met droge ogen voor te lezen. Een nieuw hoogtepunt in de samenwerking is De zee van meneer Max, waarin Fienieg een prachtige mix weet te vinden tussen schilderen en schetsen, haar eigen stijl en die van Liebermann. Opzet van het verhaal ook goed: aandacht ligt meer op Martha, het weesmeisje dat model is van Max Liebermann, dan op de kunstenaar. Haar ontroerende eerste reis naar zee en een theetuin onderweg maakt de keus van behandelde kunstwerken eenvoudig en logisch. Mooi ook in beeld gebracht de verschillen tussen jongens (bloot aan het zwemmen) en meisjes (met opgetilde jurk en onderrok pootjebaaien, mutsje nog op) en zo zijn er allerlei verhalen in te ontdekken voor wie in kunst en geschiedenis geïnteresseerd is.

2. Joukje Akveld & Charlotte Dematons Van wie is die sok?
Charlotte Dematons is in de basis een verteller. Zomaar wat tekenen, zonder verhaal, is niets voor haar. Het concept 'van wie is die...', bedacht door Joukje Akveld en eerder al geïllustreerd door Thé Tjong-Khing, pas haar bijzonder goed. Ze deelt het talent met Mance Post uit haar Madelief-tijd om echte mensen en in het bijzonder kinderen te tekenen met al hun hebbelijkheden. Het boze kleutertje is echt geweldig. Steeds mogen we kiezen uit vier figuren van wie het missende kledingstuk is - dat het voor de hand ligt, maakt het juist grappig - en daarna krijgen we in een grote tekening te zien hoe het kledingstuk vermist is geraakt. De verschillende vermissingen hebben met elkaar te maken. Je blijft kijken.

3. Emilia Dziubak Twaalf maanden in het bos
Een oude traditie: een verzameling van alle maanden in twaalf prenten waarin je de seizoenen ziet verglijden. Helemaal mooi: dat met één landschap doen. Zoek de verschillen. Rotraut Susanne Berner maakte zo een hele serie met terugkomende personages, de Poolse illustrator Emilia Dziubak doet alle seizoenen in één boek. Fascinerend geheel. Van haar hand verscheen maar een eerder boek in Nederland. Doe maar meer.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 31 maart 2018

Weekgreep #18-8: Pulletje van Marco Kunst en Henriette Boerendans, Het ei van Britta Teckentrup en Ei! Ei! van Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

1. Marco Kunst en Henriette Boerendans Pulletje
Houtsnedekunstenares Henriette Boerendans maakt een sfeervol prentenboek bij de tekst van Marco Kunst over Pulletje, die eerst niet meer in haar ei past en als ze er eenmaal uit is droomt over nog groter worden. Zo groot dat ze bijna haar veertjes brandt aan de zon. Zo'n boek dat niet alleen fijn voorleest, maar ook een feest is om naar te kijken.

2. Britta Teckentrup Het ei
Alles over het ei. Vorm. Kracht. Volmaaktheid. Het grootste ei. Het kleinste ei. Schutkleuren. Verzamelaars. Oölogen. Bizarre broedplaatsen. Wat er in een ei gebeurt. Het verschil tussen vogel-, reptielen- en insecten-eieren. Het Fabergé-ei. Het gouden ei. Eierverhalen. Eieren versieren. Al trek? Prachtig geïllustreerd en vormgegeven. Hoewel misschien meer de smaak van volwassenen: een hebbeboek.

3. Harriët van Reek, Geerten Ten Bosch Ei! Ei! De wonderlijke Reis van Twee Eieren en een Poppenkast
Penseelwinnaars Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch maakten samen Ei! Ei!, over twee wandelende eieren die samen met een wandelende poppenkast op avontuur gaan. Zoals te verwachten valt bij in elk geval Van Reek wordt het een associatieve chaos en moet je het verhaal er zelf bij bedenken. Liefdesproject van de Groningse uitgever Philip Elchers. Mij te gekunsteld, maar er zijn liefhebbers voor.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 25 maart 2018

Weekgreep #18-7: Gerda De Preter, Zoek de Streep, Dank je wel van Stefan Boonen en Jan Van Lierde, Eiland van Mark Janssen, Alice in Wiskunde Wonderland

1. Gerda De Preter: Toen Alfie verdween
Gerda De Preter is een van die stug overkomende Vlaamse auteurs bij een Nederlandse uitgeverij, die in praktijk toch vooral de Vlaamse markt bedient. Spookpijn (2005) vond ik knap en aanstekelijk. Ze maakt ook spannende boeken, zoals Op de rug van de duivel (2010) over treinsurfen. Deze lerares Nederlands en Engels uit Haagt schrijft net iets te weinig om voet aan de grond te krijgen, maar het is de moeite waard om in de gaten te houden. Toen Alfie verdween gaat over een boos meisje van gescheiden ouders dat een broertje of zusje krijgt en de astmatische Alfie, die uit het buitenland komt en woordenlijsten maakt. Ook dit keer is het verhaal vrolijker en luchtiger dan het klinkt... en het omslag oogt.

2. Andy Mansfield: Zoek de streep
Net zo geweldig als Een boek van Hervé Tullet, belooft de uitgever in de begeleidende brief. Dat is nogal een belofte. Papieringenieur Andy Mansfield verstopt in elke illustratie een streep, die je kunt vinden, of samenstellen uit losse onderdelen, door flapjes om te klappen. Iedere volgende pagina is moeilijker, tot er op de laatste een heel kasteel uit het boek omhoog komt, waarin je diverse strepen kunt ontdekken door op de juiste manier door de drie-dimensionale tekening heen te kijken. Toch heeft het boek niet veel diepte. Elke keer die saaie streep vinden, na een paar keer proberen weet je het wel. Ook laat het prutsen sporen achter, waardoor tweede en derde pogingen minder moeilijk worden, je ziet waar je moet vouwen. Aardig boek dat zeker wel een minuut of tien vermaakt, maar wint het niet van dat van Tullet, dat dit na tien keer bekijken nog steeds doet.

3. Stefan Boonen en Jan Van Lierde: Dank je wel
Nog zo'n actief boek vandaag, waarin je het verhaal volgt van flatbewoners, die in een wild avontuur van alles met elkaar te maken krijgen. Dat illustrator Jan Van Lierde ook animator is zie je af aan de tekeningen die je bijna uit de pagina lijkt te kunnen pakken. Tegelijkertijd verscheen van beide heren ook het aanstekelijke Verliefd, waar je zowel bij kunt zwijmelen als stoer gniffelen. En da's niet altijd zo bij boeken over de liefde, die jongens meestal aan zich voorbij laten gaan.

4. Mark Janssen: Eiland
Mark Janssen, die vorig jaar wist te vermaken met het geestige en opvallend kleurrijke Dino's bestaan niet, komt nu met een sprakeloos prentenboek. Janssen kan zijn fantasie heerlijk laten ontsporen en is in Eiland het best te zien als een uitbundige mix van de rijke realistische en humoristische wereld van Charlotte Dematons en de kronkelige golf associatieve beelden van Marije Tolman. Waarbij hij, wat toegankelijkheid betreft, meer aan de kant van Dematons blijft. Een vader en een dochter lijden schipbreuk en gaan op een eiland wonen. Blijkt de rug van een schildpad te zijn. Boven water ontvouwt zich een ander avontuur dan onder water. Het meisje verbindt op de valreep, als ze gered worden door een groot schip, de twee werelden. We kunnen weer reuzenposters gaan drukken!

5. Carlo Frabetti en Wendy Panders: Alice in Wiskunde Wonderland
Interessant project van de in Spanje wonende en werkende Italiaanse wiskundige Carlo Frabetti en de Nederlandse illustrator Wendy Panders, die de illustraties van de oorspronkelijke Spaanse uitgave vervangt. Alle grote wiskundige problemen en hun bedenkers/oplossers komen de elfjarige Alice tegen die natuurlijk eerst niet en later wel van wiskunde houdt.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 3 maart 2018

Weekgreep #18-6: Björn, Ministerie van Oplossingen, de tweede van Ellen van Velzen, een Gouden Boekje van Paulien Cornelisse en een geestig prentenboek van Jon Klassen

Soms zit het een weekje niet mee. Griep en zo. Daarom deze week, waarin ook de derde Julius Zebra verscheen en Het slijmerigste slijmboek een bestseller bleek, een paar extra.

1. Delphine Perret: Björn, zes berenverhalen
Franse vertalingen, die zien we niet vaak. Er lijkt een harde scheidslijn te lopen tussen de doorgaans vrije en vrolijk anti-autoritaire Noord-Europese jeugdliteratuur en de meestal wat opvoedkundige en volgzame Zuid-Europese en die grens ligt zo'n beetje halverwege België al. Dat betekent niet dat er geen te gekke dingen gebeuren daar. Schrijver en illustrator Delphine Perret is er eentje om in de gaten te houden. In het strak vormgegeven Björn zes humoristische en filosofische berenverhalen met grappige pentekeningen. Het geheel heeft in de verte iets weg van Arnold Lobel (Uil) en Syvlia Vanden Heede / Thé Tjong-Khing (Vos en haas). Het is niet eens haar eerste boek, vorig jaar verscheen ook bij Davidsfonds Infodok Maurice de krokodil en Arsène de alligator. Op haar website is meer veelbelovend werk te vinden. Leuk om voor te lezen (vanaf 6 jaar), even leuk om zelf te lezen (vanaf 8 jaar).

2. Sanne Rooseboom: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Tweede deel in de serie van het Ministerie van Oplossingen. Mag wel wat meer aandacht hebben deze serie, al was het maar omdat de boeken - in tegenstelling tot veel ander werk in dit genre - zo verzorgd zijn uitgegeven en lekker geïllustreerd door Mark Janssen, vooral de krachtige kleuromslagen. Natuurlijk, in de verhalen vind je het standaardclubje met het enthousiaste leidermeisje, het te fantasievolle vriendje en de nerd die liever over robots leest dan raft. Maar dan heb je geen rekening gehouden met de 89-jarige blinde buurvrouw Vis die ook in het team zit! Meters maken met lezen doe je zo.

3. Ellen van Velzen: Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Haar debuut Jonge Vlieger (2013), over een dorp dat zich tegen een onbekend gevaar beschermt door dag en nacht vliegers in de lucht te houden, vond ik erg interessant. We hebben erg lang moeten wachten op een nieuw boek van de evolutiebioloog, die tegenwoordig in Potsdam wiskundige modellen maakt van planktondynamica. Dus die heeft overdag wel wat anders aan haar hoofd. De kinderen van de Eindeloze Vlakte gaat over Sen, de zoon van een stamhoofd, die wordt gevangengenomen door zijn aartsvijanden en daar ontdekt dat die een bijzondere rol voor hem in gedachten hebben. Dat belooft wat. Vanaf 12 jaar.

4. Paulien Cornelisse en Emanuel Wiemans: Het mooiste geluid ter wereld
Dit boekje had precies zo in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, de tijd waarin de beroemde Gouden Boekjes voor het eerst verschenen. Maar toen was Paulien Cornelisse echt nog niet geboren en illustrator Emanuel Wiemans ook niet. Erg goed gelukte, aanstekelijke pastiche met gegarandeerd voorleesplezier. Iedere muzikant vindt zijn of haar eigen instrument verantwoordelijk voor het mooiste geluid ter wereld. Ping! Vomp! Zwie zwie zwie! Boem! Wat zouden al die lawaaimakers nu eens moeten doen? Drie keer raden. Vanaf 5 jaar.

5. Jon Klassen en Mac Barnett: De wolf, de eend & de muis
Jon Klassen maakt echt fantastische platen, maar waarom mag geestig werk er niet gewoon geestig uitzien? Dat vraag ik me bij al zijn boeken af maar zeker bij deze. Muis wordt opgegeten door vos en ontdekt in diens buik een eend die daar al een tijd woont. Zou echt een voorleeshit kunnen zijn, maar een hoop lezers zullen dit prentenboek niet oppakken, domweg vanwege de grijsbruine sombere uitstraling. Jammer! Vanaf 5 jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 18 februari 2018

Weekgreep #18-5: Mark Lowery Charlie en ik, Lenneke Westera De muizen en een mooi evolutieprentenboek van Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck

De week waarin Pipi Langkous definitief zonder n-woord is (volgens de aanbiedingsfolder van de uitgever), de Waanzinnige boomhut alweer 91 verdiepingen blijkt te hebben en de verfilming van Leven van een loser ook weer tot een boek leidt: Leven van een loser, niet te filmen.

1. Mark Lowery: Charlie en ik ver van huis
Charlie, het drie jaar jongere broertje van Martin, is veel te vroeg geboren en heeft dat maar net overleefd. Hij is vaak ziek maar beschikt over een grote fantasie, ziet nergens gevaar in en is zijn grote broers beste maatje. Ze gaan samen, stiekem, op reis naar het zuidelijkste puntje van het land om een dolfijn te zien. Charlie en ik is Lowery's debuut in Nederland, maar de vijfde titel in eigen land. Hoewel ook dit boek erg humoristisch is, is het wat serieuzer van ondertoon dan de vorige vier, die titels hebben als The Chicken Nugget Ambush. Vanaf 10 jaar.

2. Lenneke Westera De muizen
Fien wordt van achter de klikobak door 160 kraaloogjes aangestaard. 'Peru' zeggen de muizen, en 'San Francisco'. Een ander zou aan de pillen gaan, maar Fien gaat op reis. Met heel veel muizen, je kan er maar beter niet bang van zijn, door illustrator Marc Suvaal. Lenneke Westera (1962) is een laat- en langzaambloeier. Na een werkzaam leven in de gezondheidszorg debuteerde ze in 2004 met het bijzonder aardige, filosofische vriendschapsboek Schaap en geit. Heel wat later volgde Vergeten. Ze is nu terug met De muizen. Vanaf 8 jaar, voorlezen.

3. Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck Het hele soepzooitje
Erg leuk evolutieprentenboek van wetenschapsjournalist Floor Bal en de Vlaamse illustrator Sebastiaan Van Doninck. Het boek dat nog ontbrak naast Het raadsel van alles dat leeft van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, en er wat illustraties betreft de concurrentie zeker mee aan kan. Het hele verhaal, maar dan razendsimpel en razendsnel. Van Doninck weet een mooi midden te vinden tussen geestig en kleurrijk modern en de statige sfeer van oude schoolplaten, waarin je tijdens de les kunt wegdromen. Vanaf 6 jaar.