dinsdag 13 november 2018

Weekgreep #18-21: twee keer heel veel vrouwen voor het slapengaan, De wonderlijke werkplaats van oom Tobi, verrassing: een serieuze Oliver Jeffers; lang verwacht: Lepelsnijder van Marjolijn Hof

1. Francesca Cavallo en Elena Favilli Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 2
Er is nogal een hype gaande met boeken vol voorbeeldvrouwen. Waarin vrouwen die verhalen schrijven gewoon schrijver heten. Kracht van dit soort boeken is het enorme aantal voorbeelden: honderd maar liefst. Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 1 heeft het vorig jaar kennelijk goed gedaan: ligt in veertig talen op drie miljoen nachtkastjes. Dit jaar al een tweede deel. Krachtig vormgegeven met links het verhaal en rechts een illustratie.

2. Katherine Halligan en Sarah Walsh Wereldvrouwen
Nog zo'n boek, zelfde opzet, maar grafisch heel wat minder geslaagd. Bruin, fluoriserend oranje en goud: hoe kom je erop? Vreselijke nepblokletter ook en een rommelige opzet met elke pagina anders, plaatje-praatje. Ook het aantal, vijftig vrouwen na de inmiddels tweehonderd van Cavallo en Favilli, valt een beetje tegen. Wel goed: iedere spread eindigt met 'zo maakte zij het verschil'. Beide boeken hebben natuurlijk een sterk moralistische ondertoon en niet iedereen houdt daarvan. Maar het is kennelijk nodig om die verhalen te vertellen. Het valt te hopen dat dit soort boeken zich snel overbodig maakt.

3. Lissa Evans De wonderlijke werkplaats van oom Tobi
Lekker eigenwijs vormgegeven avonturenverhaal over de tienjarige Kevin die op zoek gaat naar de verborgen werkplaats van zijn oom, die illusionist was. Hiervoor moet hij een hele reeks puzzels oplossen. En dat moet snel, want hij is niet in zijn eentje op zoek. Het kleine formaat met de iets grotere letter maakt er een fijne stevige pocket van, die lekker in de hand ligt. Jenny de Jonge deed het vertaalwerk. Da's ook goed nieuws.

4. Oliver Jeffers Samen hier
Verrassing: Oliver Jeffers kan ook serieus doen. We kennen hem van het razend grappige en bovendien bijzonder originele prentenboek over krijtjes die in opstand komen en gaan staken, omdat ze het bijvoorbeeld zat zijn om knalrode brandweerauto's en eindeloos kerstmannen te tekenen. Die eland is van mij vertelt subtiel en ironisch het tegenovergestelde verhaal over een jongen en 'zijn' eland. Dit boek lijkt bedoeld te zijn voor jonge ouders en laat in prachtige platen met veel diepte zien hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit. Gelukkig zijn er overal mensen die je vragen kunnen beantwoorden. Het boek is een ode aan zijn vader, die elke dag voor respect en tolerantie pleit. Ik geloof dat ik Jeffers liever als humorist zie.

5. Marjolijn Hof Lepelsnijder
Het is best lang stil geweest rond Marjolijn Hof, die al een tijdje eerste leesboekjes maakte toen ze ineens op de voorgrond sprong met Een kleine kans en daar gelijk ook maar een Gouden Griffel mee won. Haar eerste grote boek sinds De regels van drie uit 2013 is net uit: Lepelsnijder, geïllustreerd door Annette Fienieg. Janis gaat op zoek naar Frid, de lepelsnijder, die naar de markt in het dal is gegaan en niet terug is gekomen. Met hond Luki en ezel Kiezel gaat hij op zoek. Het achterflap belooft, net als deze samenvatting, een klassiek avonturenverhaal. Het eerdere werk van Hof kennende, hoeft het niet per se spannend te worden.

dinsdag 6 november 2018

Weekgreep #18-20: Winterhuis Hotel, bedreigde dieren op postzegels, de Gorgels zijn terug, Yvonne Jagtenberg eert Jacques Tati en Jan Paul Schutten over niks

Ben Guterson Winterhuis Hotel
Weesmeisje Elizabeth wordt in de kerstvakantie, met een briefje dat op de gesloten voordeur is geplakt, naar een hotel gestuurd. Daarvoor moet ze eerst een nacht met de trein om in het verre noorden te komen. Het Winterhuis Hotel, dat in het omslag 'echte' raampjes heeft, blijkt alleszins mee te vallen. Maar er rust een vloek op. Vertrouwd recept voor lekker lang lezen bij de radiator. Vertaald door Imme Dros, met een aanbeveling van Tonke Dragt. Toe maar.

Martin Jenkins en Tom Frost Bedreigde dieren
Dertig dieren elk op een postzegel van een land waar ze dreigen uit te sterven. De groottandzaagvis. De Amsterdamse Albatros. De paling. De orka. Het overduidelijke idealisme van de makers en de uitgever staat de hoge kwaliteit van dit boek niet in de weg. Elke illustratie is indrukwekkend genoeg in zichzelf om aan de muur te hangen als reuzenposter. Heel fijn voor in de klas of op het kastje in de gang. Onbedoelde ironie: de postzegel is misschien wel harder aan het uitsterven dan die dieren.

Jochem Myjer en Rik de Haas De Gorgels en het geheim van de gletsjer
Cabaretiers die kinderboeken schrijven: het niet per se een gelukkige combinatie, maar Jochem Myjer heeft het wél begrepen. Hij is geen grote vernieuwer met zijn Waakgorgels die alleen Melle en zijn zusje Limoni kunnen zien, werken doet het wel. De Gorgels, even grappig als knus, lezen heerlijk voor en dat is zeker ook te danken aan de feestelijke en meeslepende illustraties van Rick de Haas. In dit tweede deel gaan ze op vakantie naar de bergen.

Yvonne Jagtenberg Mijn wonderlijke oom
Yvonne Jagtenberg heeft dat zeldzame talent om illustraties met een hoog artistiek gehalte te maken en tegelijkertijd toch kinderen te kunnen boeien. Echte kinderkunst dus. Haar Balotje-serie is interessant én grappig. Zestig jaar na het verschijnen van de film Mon oncle van Jacques Tati eert ze deze grote Franse komiek. En haar eigen vader, die Tati graag imiteerde. Je hoeft de film overigens niet te kennen om van dit boek te kunnen genieten. Eerder een aanleiding om 'm weer eens op te snorren. Hij is wat traag maar kan, door de zeer moderne vormgeving en kneuterige zomerse accordeon-sfeer, nog goed mee.

Jan Paul Schutten en Floor Rieder Het mysterie van niks en oneindig veel snot
De uitgever noemt het een trilogie en dat mag het heten. Jan Paul Schutten maakte in 2013, geholpen door de toen net beginnende illustrator Floor Rieder, grote indruk met Het raadsel van alles wat leeft, deed dat in 2015 nog eens dunnetjes over met Het wonder van jou en half november verschijnt het veelbelovende Mysterie van niks en oneindig veel snot over het heelal. We kunnen ons weer schrap zetten voor heel veel feitjes, geestig opgediend, briljant van illustraties voorzien. In het informatieve genre de absolute top. Om nu alvast een centimeter of drie, vier voor vrij te maken in de boekenkast.

maandag 29 oktober 2018

Weekgreep #18-19: kindergedichten van Robbert-Jan Henkes, sprookjes van Janneke Schotveld, De goudvisjongen, De spooktoren, Klaas kan alles, Het grote bomenboek

Robbert-Jan Henkes Wit als een wat
Robbert-Jan Henkes is vooral bekend als vertaler, samen met Erik Bindervoet vertaalt hij Beatles, Dylan, Joyce. Voor kinderen maakte hij in 2016 een prachtige selectie Russische kindergedichten op swingende wijze toegankelijk in Bij mij op de maan. Zo swingend, dat meteen duidelijk was: voor dit soort taal heeft hij die Russen helemaal niet nodig. Overigens een kwaliteit die alle vertalers zouden moeten hebben. Vorig jaar debuteerde hij inderdaad als kinderdichter: Jij met mij en afgelopen zomer kwam Wit als een wat uit. Klassieke kindergedichten waarbij je een kamerjas, een leunstoel en een pijp vermoedt. De barokke trekjes van zijn geliefde Russen zijn er ook zeker nog in te vinden. Beetje slap en zwart-wit uitgegeven, als een voorlichtingsbrochure uit de jaren tachtig, da's wel jammer. Maakt de gedichten niet minder onderhoudend.

Janneke Schotveld De kikkerbilletjes van de koning
Superjuffieschrijfster Janneke Schotveld (lees hier mijn interview met haar) geeft al langer aan dat ze wel eens wat anders wil dan Superjuffie. Haar kinderboekenweekgeschenk Kattensoep slaat nog geen nieuwe weg in, maar De kikkerbilletjes van de koning wel. Kloeke uitgave met de crème de la crème van de Nederlandse kinderboekenillustratoren en meteen al in de titel die stoute Schotveld-knipoog, die kinderen haar boeken op doet pakken. Zeker geen sprookjesboek dat in de kast zal blijven staan.

Keir Graff De spooktoren
Heel prettig vertaald avonturenverhaal over een Amerikaanse tweeling Mal en Colm, die van Dallas naar Chicago verhuist. In de torenflat naast die van hen is iets vreemds aan de hand. Staat die toren er wel echt? En zijn de bewoners wel van deze tijd? Mal en Colm, die liever niet verhuisd waren, raken steeds meer in de ban van hun nieuwe woonomgeving. Niet vreselijk origineel maar lekkere weglezer, goed uitgeven met dikke kaft en een heel wat beter omslag dan de mierzoete Amerikaanse versie.

Yannick Fritschy en Marleen Hoebe Klaas kan alles. Jij ook?
Voor wie maar niet genoeg kon krijgen van de televisieserie: nu het boek. Met extra wetenschappelijke weetjes over de achtergronden van de gekke en gewaagde experimenten die voormalige Checkpoint-presentator Klaas van Kruistum op televisie doet. Spoiler-alert van zoonlief: eerst de afleveringen kijken, anders weet je door het boek de uitkomst al.

Piotr Socha en Wojciech Grajkowski Het grote bomenboek
Hoezeer je ook van bomen houdt, het is makkelijker er boeken van te maken dan over. Saai! Niet in Het grote bomenboek en dat is vooral te danken aan de verbluffende illustraties van de Pool Piotr Socha. Ze bewandelen niet het geijkte pad. Bizarre bomen hebben hun eigen pagina. Wilde wortels een andere. Prehistorische bomen. Boom-eters. De hoogste bomen. Houten kerken en tempels. Houten voertuigen. En voor de liefhebbers: de enten van Tolkien staan er ook in. Blijft het suf klinken? Ga dan vooral zelf kijken.

maandag 22 oktober 2018

Weekgreep #18-18: Meneer de Uil is terug, Ieber en Knoert, broerdebuut Hank Green, Jef Aerts slaat de vleugels uit met Martijn van der Linden, gaaf flapjesboek Wie eet wat?

1. Patrick Bremmers Hallo, Meneer de Uil
Deze liefdesbetuiging aan de bekendste Nederlandse kindertelevisieserie ooit, is te veel een hagiografie geworden. Hoewel de auteur, fan van het eerste uur Patrick Bremmers, in zijn voorwoord meteen aandoenlijk toegeeft dat bij het herbekijken van alle afleveringen het bijna omvallen van decorstukken of het iets te vaak voorlezen uit de krant van gisteren hem wel begon op te vallen, weerhoudt dat hem niet om verder een grote lofzang op de serie te houden. Eindigend met een wat tenenkrommend interview met uitgever Maurits Rubinstein, die aan de wieg stond van een nieuw seizoen Meneer de Uil, nu in 3D. Rubinstein is uitgever van dit boek. Hij gelooft heel erg in, de comeback van Meneer de Uil. Da's niet zo heel verassend, meneer Rubinstein. Neemt niet weg dat het fijn nostalgisch bladeren is in Hallo, meneer de uil voor wie de serie als kind zag.

Sanne te Loo Ieber en Knoert
Mooie kleine geschiedenis van twee vrienden of broers of zussen of een ouder en een kind - wie zal het zeggen? Ieber vindt een vogel en Knoert laat hem weer vrij. Ieber besluit dat de cactus van Knoert dan ook maar vrij moet worden gelaten. Knoert is erg van de kaart als zijn cactus vermist blijft. Tot blijkt dat vogel én plant het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Bijzonder vriendschapsverhaal, waarin Sanne te Loo wat strakkere lijnen en wat meer kleurcontrast laat zien dan anders. Lekker fris.

Hank Green Een zeer opmerkelijk verschijnsel
Wie zich ook maar enigszins verdiept heeft in de succesvolle jongerenauteur John Green weet dat die een minstens even getalenteerde jongere broer heeft. Hank en John Green hadden jarenlang een succesvolle vlog, toen dit genre nog jong was en ze delen een volgerschare van tienduizenden Nerdfighters. Hank maakt muziek en debuteert nu met Een zeer opmerkelijk verschijnsel, over een grafisch ontwerper die een vreemd beeld vindt op straat en als ze daarover vlogt, ineens wereldberoemd is. Ze weet niet zeker of ze dat nu heel geweldig vindt. Net zo goed als Green? We gaan het zien!

Jef Aerts De blauwe vleugels
Wat verschijnen er dit jaar toch mooi vormgegeven boeken! Elke keer denk ik de mooiste van het jaar in handen te hebben en dan ligt er weer een uitdager in mijn postbus. Martijn van der Linden maakte niet alleen prachtige illustraties voor de nieuwste van Jef Aerts, de manier waarop deze illustraties in het boek verwerkt zijn en Herman Houbrechts de vormgeving verzorgde is zeer geslaagd. Het verhaal doet denken aan de gebroeders Leeuwenhart, die tot het uiterste gaan om voor elkaar te zorgen. Josh en Jadran vinden een gewonde kraanvogel en leren hem vliegen. Josh valt van de brandladder die ze voor de vlieglessen gebruiken. Jadran, die het ongeluk veroorzaakte, dreigt opgesloten te worden. Samen besluiten ze op zoek te gaan naar de kraanvogel.

Babin & Kiko Wie eet wat?
Dit knalgele schuifjesboek is goed voor uren speel- en voorleesplezier. Links zien we de dieren eten, rechts mogen we raden wie ook weer bij welk eten hoort. De kracht van dit verder eenvoudige boek is het strakke ontwerp en het fijne, oerdegelijke dikke karton waarmee het gemaakt is. Klein minpuntje: als je het boek scheef houdt gaan alle schuifjes weer open. Vergt enige handigheid om dit zonder gedoe voor te lezen. Iets oudere kinderen zouden wijsneuzig kunnen protesteren dat dieren veel meer eten dan dat ene product. Echt voor beginners dus.

dinsdag 16 oktober 2018

Weekgreep #18-17: nóg meer sprookjes van Thé Tjong-Khing, Witte Piet... waarom niet?, Mijn Clementine, Annet Schaap maakt nog meer zeemeerminnen, heruitgave Rijmsoep van Roald Dahl

1. Thé Tjong-Khing Sprookjes van overal
Wat is die man toch griezelig productief en word er maar eens níet blij van: Thé Tjong-Khing schreef en illustreerde nóg maar een sprookjesboek, dit keer met verhalen van over de hele wereld. Zoals het prachtige openingsverhaal uit Zweden over Olle, die zo graag zout op de staart van een ekster wil doen opdat hij vele rijkdommen kan wensen. Voor de ekster dat toestaat, moet hij eerst allerlei wensen van de ekster vervullen. Het duurt even voor hij doorheeft waarom.

2. Gerda Dendooven Piet en Sint en het slimme kind
In samenwerking met twee culturele instellingen maakte de Vlaamse illustratrice Gerda Dendooven een boek over Sinterklaas, die na een regenbui totaal doorweekt bij Loulou op bezoek komt. Piet was al vlekkerig van het roet, maar is nu helemaal schoongespoeld. Zo kan hij niet naar buiten, als Witte Piet. Waarom eigenlijk niet, vraagt het slimme kind. Als je maar cadeautjes brengt! Slim? Of had daar moeten staan: al te doorzichtig? Ik weet het wel.

3. Amy Novesky & Roberto Innocenti Mijn Clementine
Schitterend beeldverhaal over het leven van een schip van de de Italiaanse illustrator Roberto Innocenti en de Amerikaanse auteur Amy Novesky. De bijdrage van de filmische illustraties is dusdanig dat de bezorger van de tekst niet eens op het omslag staat. Innocenti deed veel klassiekers als Pinocchio en De notenkraker maar dit hedendaagse ligt hem wel erg goed.

4. Sabine Wisman & Annet Schaap Ik ben een zeemeermin (maar dat is geheim)
Sabine Wisman was die malle hype om met aan elkaar ge-elastiekte benen het zwembad onveilig te maken ruim voor toen ze in 2004 kwam met het geestige en originele Ik ben een zeemeermin (maar dat is geheim). Toenmalige illustrator Annet Schaap heeft in de tussentijd ook haar liefde aan de zeemeermin verklaard. Misschien was dat ook de aanleiding om na al die jaren dit boek een tweede, opgefriste druk te geven. Logisch.

5. Roald Dahl & Quentin Blake Rijmsoep
Deze vertaling van Rhyme stew verscheen voor het eerst in 1990 en wordt sindsdien af en toe opnieuw uitgebracht. Werd niet zo'n succes als de Gruwelijke rijmen, waarin Dahl sprookjes anders af laat lopen, doorgaans in het voordeel van de slachtoffers. Rijmsoep is dan ook wel van een andere orde. Een preutse oude vrijster staat bij de grabbelton en vindt de grabbelende hand van de dominee onder haar rok. De gymjuf leert Karel een heel ander soort gym. 'Gevaarlijk leesvoer', vermeldt de omslagillustratie. Dahl van zijn pikante en balorige kant.





zaterdag 6 oktober 2018

Weekgreep #18-16: Bart Moeyaert zegt sorry, Prutje, vrolijk doodgaan met Jacques Vriens, Majoor Rosalie, een dierenboek dat groot en klein tegelijk is

1. Bart Moeyaert Tegenwoordig heet iedereen Sorry
Dat Bart Moeyaert vaak óver jongeren schrijft, is een feit. Maar schrijft hij vóór jongeren? Daar heb ik al vaak openlijk aan getwijfeld. Veel van wat aantrekkelijk is aan Bart Moeyaert, is aantrekkelijk voor volwassen. Uitgevers. Recensenten. Zuchtende dames in de zaal. Toch debuteerde hij ooit met een lekkere jeugdroman, Duet met valse noten. Misschien bewijst hij eindelijk mijn ongelijk in Tegenwoordig heet iedereen sorry. De titel schreeuwt in elk geval om lezen.

2. Pieter Koolwijk Prutje
Ik begrijp niet goed hoe dit omslag van Linde Faas het ooit tot de drukkerij heeft geschopt, maar de inhoud van dit boek is veelbelovend. Arbeiderszoon Hens werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in een fabriek en is verantwoordelijkvoor zijn broertje Walm, die niet goed mee kan komen. Na een zoveelste aanvaring met de fabrieksopzichters, gaan op zoek naar een betere wereld.

3. Jacques Vriens Code Kattenkruid
Onze vriendelijkste verteller, zelf al een tijd grootvader, over een gewaagd onderwerp. De opa van Stijn is niet van plan te wachten tot hij doodgaat. Als hij hoort dat hij niet lang meer heeft, gaat de geplande driedaagse fietstocht gewoon door. Misschien dat het vanzelf ergens ophoudt, misschien dat hij kiest voor euthanasie. Eerder wist Vriens te raken met het verfilmde Achtste groepers huilen niet over een klasgenoot met kanker. Openhartig schreef hij voor volwassenen over de moeilijke relatie met zijn moeder in Moeders knie. Alleen die titel en dat omslag: onbegrijpelijk, gauw wat aan doen, want deze auteur en dit onderwerp verdienen beter.

4. Timothée de Fombelle en Isabelle Arsenault Majoor Rosalie
Schitterend uitgegeven en geïllustreerd verhaal van de Franse schrijver Timothée de Fombelle. Zijn boeken over Toby Lolness, een piepklein mannetje dat in de groeven van de bast van een boom woont, trokken aandacht maar werden geen heel groot succes in Nederland. Ook de barokke opvolger Vango bleek geen blijver. Majoor Rosalie gaat over een meisje in de Eerste Wereldoorlog. Haar meester leest voor uit de krant, haar moeder uit de brieven van haar vader aan het front. Ze vermoedt dat ze niet de hele waarheid hoort. Maar ze kan nog niet lezen. Daar vindt ze wat op.

5. Christina Banti en Cristina Peraboni en Fracesca Cosanti Het grote grotedierenboek en Het kleine kleinedierenboek
De allergrootste dieren in Het grote grotedierenboek, de allerkleinste in Het kleine kleinedierenboek. Dat kleine boek is verstopt in de kaft van het grote. Gewoon geestig. Boem. Niets meer aan doen. We verzuipen in de dierenboeken, maar het blijft mogelijk om er een originele draai aan te geven. Van het Itialiaanse trio met de moeilijk te onthouden namen verscheen niet eerder iets in Nederland.



zaterdag 30 juni 2018

Weekgreep #18-15: seksende dieren, cijfers in de natuur, beer of geen beer (de eigenlijke boodschap: ga naar buiten!)

1. Katharina von der Gathen en Anke Kuhl Bij de beesten af
Hè hè, eindelijk een goed seksboek over dieren. Daar stellen kinderen veel vragen over, merkte de Duitse schrijfster Katharina von der Gathen, auteur van Dus jij en mama hebben het gedaan!? (2015), een voorlichtingsboek dat in geestigheid kan concurreren met onze Dokter Corrie. Bij de beesten af verdient lof om de openheid, de humor, de vele interessante details en het prettige illustratiewerk van Anke Kuhl. In alle opzichten geslaagd. Zo'n boek om lekker te laten slingeren. Vanaf tien jaar.

2. Bella Gomez 5 Cijfers in de natuur
Boeken over tellen, potgebruik en de tweede wereldoorlog vormen de genres waar de doorgewinterde jeugdrecensent het eerst genoeg van krijgt. Kunnen uitgevers wel tellen, ga je je afvragen. Maar deze, van de Britse illustrator en ontwerper Bella Gomez, is wel erg geslaagd. Aan de cijfers zitten is aantrekkelijk én functioneel: door met het kartonnen muntje te schuiven leer je de vorm van het cijfer maken. Zal wel iets intelligents met motoriek en spiergeheugen achter zitten, maar het geniale schuilt in de onweerstaanbaarheid. Blijf er maar vanaf. Vanaf 2 jaar.

3. Karl Newson en Anuska Allepuz Beer of geen beer (we gaan het zien)
"'Wat ben ik ook weer?' / zei de beer op een keer. / Hij wist het niet meer." Heerlijke ironie waar driejarigen vanaf bladzij één tegenin kunnen brullen. En dan duurt het nog lekker lang voor hij er zelf achter is. Eerst maar eens proberen of hij kan vliegen, of hij gras lust en of hij kan sluipen als een vos. Tweede boek in Nederland van de Spaanse, in Engeland belande illustrator Anuska Allepuz. Vanaf 3 jaar.