dinsdag 4 december 2018

Weekgreep #18-24: Moon debuteert met Merel, Ulf Stark over liefde die niet laf is, de recensent haalt wat liggenblijvers uit de kast: Als de tijd voorbij gaat, Vosje, Slapen vissen?

Net uit

1. Sarah Moon Merel
Het blijft een eindeloos genre, jongerenromans die beginnen in een ziekenhuisbed en draaien om gesprekken met therapeuten. Kennelijk is de behoefte daaraan groot. De volgens haar moeder altijd vrolijke Merel is van het dak van haar school gehaald en beweert dat ze daar geen zelfmoordpoging ondernam. Ze houdt van de Pixies, dus met Merel kan onmogelijk iets mis zijn. Ze gaat zelf ook het muzikale pad op. Mooi omslag.

Ulf Stark & Ida Björs Liefde is niet voor lafaards
De vorig jaar overleden, Zweedse grootheid Ulf Stark, schittert nog één keer in Liefde is niet voor lafaards met een Scandinavisch oorlogsverhaal vol sneeuw en streken. Klassiek krasserig geïllustreerd door Ida Björs, die voor het eerst in Nederland verschijnt en blijkens haar portfolio veel bonter kan dan dit. Eerder dit jaar verscheen nog het prachtige boekje voor beginnende lezers Hoe ik een detective werd.

Liggenblijvers die dat niet verdienen

Isabel Minhós Martins & Madalena Matoso Als de tijd voorbij gaat
Indrukwekkend tweede boek van de Portugese illustrator Madalena Matoso, die filosofische thema's in strakke illustraties vervat. In dit geval tijd. Wat is dat eigenlijk? Voorbeelden te over, als je begint na te denken. Zoals uien die glazig worden en handen rimpelig. En lange broeken veranderen in korte broeken. Daar willen we wel meer van zien. Meer over deze illustrator op dit leuke blog.

Edward van de Vendel & Marije Tolman Vosje
Prachtig eerbetoon aan het Nederlandse duinlandschap van Marije Tolman, die na een aantal wel erg artistieke galerieprentenboeken eindelijk weer eens iets verhalends maakt. Foto's en tekeningen zijn geïntegreerd. Vosje valt bewusteloos op de grond en droomt over zijn jeugd. De droom wordt steeds spannender. Een jongetje ontfermt zich over hem, zowel in de droom als in de werkelijkheid. Het stamelende en huppelende poëzieproza van Edward van de Vendel heeft nog het meeste weg van 'Marc groet 's morgens de dingen.' Fijn boek voor liefhebbers.

Jens Raschke, Ingrid & Dieter Schubert Slapen vissen?
Ook al interessant en atypisch werk van Ingrid en Dieter Schubert, die al meer dan dertig jaar samenwerken in een zeer herkenbare stijl. Op het omslag valt het niet zo op, maar in het binnenwerk des te meer. Het verhaal is van de Duitse schrijver Jens Raschke en gaat over Jette die net tien is geworden en maar blijft nadenken over zijn broer Emiel, die nooit ouder zal worden dan zes. Jette stelt veel filosofische vragen, zoals die van de titel.

dinsdag 27 november 2018

Weekgreep #18-23: Gestrikt door Milja Praagman, Droomopa van Dolf Verroen en Charlotte Dematons, Het meisje met de vlechtjes van Wilma Geldof, Van liefde & verlangen van Imme Dros en een prachtprentenboek over de Oceaan

1. Milja Praagman Gestrikt
Knap hoe Milja Praagman van zoiets oersaais als veters strikken, dit geestige, tegendraadse en spannende verhaal weet te maken. Toetje oefent en oefent en strikt de schoenen van haar ouders, de meester, de directeur, de burgemeester en de koning. Ook strikt ze een boef. Het verhaal begint al aan de binnenkant van het omslag en eindigt daar ook pas weer. Aan de buitenkant kan de lezer oefenen om ook zo'n held te worden als Toetje.

2. Dolf Verroen en Charlotte Dematons Droomopa
Tranentrekkend mooi boekje over de opa van Thomas, die onverwacht overlijdt tijdens een logeerpartij. Opa kon zo meeslepend over zijn dromen vertellen. Nu droomt hij niet meer. En Thomas: zal die zijn opa wel kunnen onthouden? Verroen, zelf net negentig geworden, lijkt ondertussen onverwoestbaar met kleine, breekbare verhalen. Dematons levert fris nieuw werk af, met een voor haar ongebruikelijke techniek, waarin de droomwereld (in kleur) en de realiteit (in grijstinten) elkaar afwisselen en aan het eind subtiel met elkaar te maken krijgen.

Wilma Geldof Het meisje met de vlechtjes
Het jongste meisje in het verzet. Ik vond de keus van Wilma Geldof, die prettige jongerenliteratuur maakt over pittige onderwerpen, voor een leerling van een Nederlandse Hitlerschool in Elke dag een druppel gif (2014) spannender. Maar ook nu weet ze een verhaal te vinden met plekjes en randjes die schuren. In Het meisje met de vlechtjes vertelt ze het waargebeurde, maar geromantiseerde oorlogsverhaal van de in september overleden Freddie Oversteegen, die als tienermeisje Duitse soldaten het bos in lokt om ze te vermoorden. Denk je eens in wat dat met je doet, nadat je je weer met een kop thee loopt op te winden over die irritante jongens in je klas.

Imme Dros Van liefde & verlangen
Nog eentje die maar niet van ophouden weet, meesterherverteller Imme Dros. Bekend van haar Griekse en Romeinse verhalen, regelmatig nog metrisch en op rijm ook. Verrukte ze kort geleden nog met Sheherazade, nu heeft ze een mooie prozaselectie gemaakt van liefdesverhalen. Verrassend is de aanwezigheid van de minder voor de hand liggende Noorse jokkenbrok Peer Gynt en de in Nederland niet vaak bezongen neus van Cyrano de Bergerac. Als vanouds visueel ondersteund door haar man Harrie Geelen, die dat graag met de computer doet.

Hélène Druvert en Emmanuelle Grundmann Oceaan
De mooist ontworpen boeken komen niet zelden uit Frankrijk. Wie van de oceaan houdt of dat net van plan was te gaan doen, zal zich enorm verwend voelen met dit boek. Aan het binnenwerk is erg veel zorg en aandacht besteed, de golven van het schutblad zijn uitgesneden en een millimeter breed. Er zit letterlijk diepte in dit boek.

dinsdag 20 november 2018

Weekgreep #18-22: Koos eert Vos, wat doe je als verdriet op bezoek komt, Rindert Kromhout verder met Klaus Mann, De jongen onder water (Adam Baron) en taalverhalen van Arend van Dam

1. Koos Meinderts De schelmenstreken van Reinaert de Vos
Waarom een boek van één auteur laten versieren met op elke bladzijde een andere top-illustrator? Was het dan niet veel leuker geweest om elk hoofdstuk door een andere top-auteur te laten schrijven? Reintje de Vos, een van de populairste helden uit de Nederlandse literatuur, verdient het om zo van vele kanten bekeken, besproken en geëerd te worden en het past zo bij het veelstemmige verhaal van verontwaardiging en bedrog. Dat gezegd hebbende, natuurlijk is elke pagina een feest in dit boek en wat maakte Meinderts er een lekker verhaal van. Ook al ken je het al uit je hoofd, je legt dit moeilijk weg. En wat ook fijn is, de vele seksuele toespelingen zijn gewoon blijven staan. Voorleesfeest. Als je durft.

2. Eva Eland Als verdriet op bezoek komt
Verdriet komt in de vorm van een lichtblauwe Barbapapa aan je deur en gaat niet meer weg. Wat nu? Luisteren natuurlijk. En leuke dingen mee gaan doen. Op een dag is Verdriet weer weg. Net als ik wil vertellen dat dit werk zo typisch Angelsaksisch vind - mooi gemaakt maar met zo'n iets te lief, iets te therapeutisch, iets te spiritueel ondertoontje - ontdek ik dat het om een Nederlandse auteur gaat die vanuit Engeland en in het Engels werkt. Heeft zich goed aangepast dan. Debuut in Nederland, volgens mij. Haar portfolio ziet er veelbelovend uit.

3. Rindert Kromhout En ik was zijn held
De nazi's zijn aan de macht gekomen en Klaus Mann vertrekt naar Parijs om van daaruit het antifacistische magazine Die Sammlung uit te geven. Kromhout, die ook goede zaken met kinderen doet als hij vertelt over nare tweelingen en griezelige billenbijters, is al een tijd bezig met biografisch-literair werk. Zo maakte hij een prachtig drieluik over de artistieke entourage van Virgina Woolf. Dit deel van zijn oeuvre is zeker ook voor volwassenen interessant, maar kiest slim voor het perspectief van jonge personages. Wat dit werk voor pubers die graag lezen - ze bestaan! - zo aantrekkelijk maakt is dat auteurs die je op de middelbare school nog wel eens door de strot gedouwd worden zonder ooit tot leven te komen, op deze manier zich van hun menselijke en avontuurlijke kant laten zien en de klassiekers zelf ook beter te begrijpen worden. Mooie projecten.

4. Adam Baron De jongen onder water
Voor Nederlandse jongeren helemaal onbegrijpelijk: Timon Titus heeft nog nooit gezwommen. Met een handleiding van internet, een duikbrilletje en een oude zwembroek gaat hij aan de slag. Dat blijkt geen goed idee. Tot een groot familiegeheim aan toe. Eerste jeugdboek van docent creatief schrijven, die tot nu toe vier boeken voor volwassenen publiceerde. Lekkere weglezer van de week.


5. Arend van Dam De bromvliegzwaan
Wat is er toch aan de hand met Arend van Dam? Jarenlang publiceert hij gedisciplineerd toegankelijke boekjes over geschiedenis, dit jaar komt hij ineens met een ontroerend en interessant in elkaar gestoken verhaal over het Nederlands slavernijverleden en komt hij nu met een uitbundig geïllustreerd (door Anne Stalinski) en vormgegeven boek over taal waar het enthousiasme vanaf spat. Daar worden we blij van. Heel benieuwd wat hij de komende tijd nog meer gaat maken.

dinsdag 13 november 2018

Weekgreep #18-21: twee keer heel veel vrouwen voor het slapengaan, De wonderlijke werkplaats van oom Tobi, verrassing: een serieuze Oliver Jeffers; lang verwacht: Lepelsnijder van Marjolijn Hof

1. Francesca Cavallo en Elena Favilli Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 2
Er is nogal een hype gaande met boeken vol voorbeeldvrouwen. Waarin vrouwen die verhalen schrijven gewoon schrijver heten. Kracht van dit soort boeken is het enorme aantal voorbeelden: honderd maar liefst. Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 1 heeft het vorig jaar kennelijk goed gedaan: ligt in veertig talen op drie miljoen nachtkastjes. Dit jaar al een tweede deel. Krachtig vormgegeven met links het verhaal en rechts een illustratie.

2. Katherine Halligan en Sarah Walsh Wereldvrouwen
Nog zo'n boek, zelfde opzet, maar grafisch heel wat minder geslaagd. Bruin, fluoriserend oranje en goud: hoe kom je erop? Vreselijke nepblokletter ook en een rommelige opzet met elke pagina anders, plaatje-praatje. Ook het aantal, vijftig vrouwen na de inmiddels tweehonderd van Cavallo en Favilli, valt een beetje tegen. Wel goed: iedere spread eindigt met 'zo maakte zij het verschil'. Beide boeken hebben natuurlijk een sterk moralistische ondertoon en niet iedereen houdt daarvan. Maar het is kennelijk nodig om die verhalen te vertellen. Het valt te hopen dat dit soort boeken zich snel overbodig maakt.

3. Lissa Evans De wonderlijke werkplaats van oom Tobi
Lekker eigenwijs vormgegeven avonturenverhaal over de tienjarige Kevin die op zoek gaat naar de verborgen werkplaats van zijn oom, die illusionist was. Hiervoor moet hij een hele reeks puzzels oplossen. En dat moet snel, want hij is niet in zijn eentje op zoek. Het kleine formaat met de iets grotere letter maakt er een fijne stevige pocket van, die lekker in de hand ligt. Jenny de Jonge deed het vertaalwerk. Da's ook goed nieuws.

4. Oliver Jeffers Samen hier
Verrassing: Oliver Jeffers kan ook serieus doen. We kennen hem van het razend grappige en bovendien bijzonder originele prentenboek over krijtjes die in opstand komen en gaan staken, omdat ze het bijvoorbeeld zat zijn om knalrode brandweerauto's en eindeloos kerstmannen te tekenen. Die eland is van mij vertelt subtiel en ironisch het tegenovergestelde verhaal over een jongen en 'zijn' eland. Dit boek lijkt bedoeld te zijn voor jonge ouders en laat in prachtige platen met veel diepte zien hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit. Gelukkig zijn er overal mensen die je vragen kunnen beantwoorden. Het boek is een ode aan zijn vader, die elke dag voor respect en tolerantie pleit. Ik geloof dat ik Jeffers liever als humorist zie.

5. Marjolijn Hof Lepelsnijder
Het is best lang stil geweest rond Marjolijn Hof, die al een tijdje eerste leesboekjes maakte toen ze ineens op de voorgrond sprong met Een kleine kans en daar gelijk ook maar een Gouden Griffel mee won. Haar eerste grote boek sinds De regels van drie uit 2013 is net uit: Lepelsnijder, geïllustreerd door Annette Fienieg. Janis gaat op zoek naar Frid, de lepelsnijder, die naar de markt in het dal is gegaan en niet terug is gekomen. Met hond Luki en ezel Kiezel gaat hij op zoek. Het achterflap belooft, net als deze samenvatting, een klassiek avonturenverhaal. Het eerdere werk van Hof kennende, hoeft het niet per se spannend te worden.

dinsdag 6 november 2018

Weekgreep #18-20: Winterhuis Hotel, bedreigde dieren op postzegels, de Gorgels zijn terug, Yvonne Jagtenberg eert Jacques Tati en Jan Paul Schutten over niks

Ben Guterson Winterhuis Hotel
Weesmeisje Elizabeth wordt in de kerstvakantie, met een briefje dat op de gesloten voordeur is geplakt, naar een hotel gestuurd. Daarvoor moet ze eerst een nacht met de trein om in het verre noorden te komen. Het Winterhuis Hotel, dat in het omslag 'echte' raampjes heeft, blijkt alleszins mee te vallen. Maar er rust een vloek op. Vertrouwd recept voor lekker lang lezen bij de radiator. Vertaald door Imme Dros, met een aanbeveling van Tonke Dragt. Toe maar.

Martin Jenkins en Tom Frost Bedreigde dieren
Dertig dieren elk op een postzegel van een land waar ze dreigen uit te sterven. De groottandzaagvis. De Amsterdamse Albatros. De paling. De orka. Het overduidelijke idealisme van de makers en de uitgever staat de hoge kwaliteit van dit boek niet in de weg. Elke illustratie is indrukwekkend genoeg in zichzelf om aan de muur te hangen als reuzenposter. Heel fijn voor in de klas of op het kastje in de gang. Onbedoelde ironie: de postzegel is misschien wel harder aan het uitsterven dan die dieren.

Jochem Myjer en Rik de Haas De Gorgels en het geheim van de gletsjer
Cabaretiers die kinderboeken schrijven: het niet per se een gelukkige combinatie, maar Jochem Myjer heeft het wél begrepen. Hij is geen grote vernieuwer met zijn Waakgorgels die alleen Melle en zijn zusje Limoni kunnen zien, werken doet het wel. De Gorgels, even grappig als knus, lezen heerlijk voor en dat is zeker ook te danken aan de feestelijke en meeslepende illustraties van Rick de Haas. In dit tweede deel gaan ze op vakantie naar de bergen.

Yvonne Jagtenberg Mijn wonderlijke oom
Yvonne Jagtenberg heeft dat zeldzame talent om illustraties met een hoog artistiek gehalte te maken en tegelijkertijd toch kinderen te kunnen boeien. Echte kinderkunst dus. Haar Balotje-serie is interessant én grappig. Zestig jaar na het verschijnen van de film Mon oncle van Jacques Tati eert ze deze grote Franse komiek. En haar eigen vader, die Tati graag imiteerde. Je hoeft de film overigens niet te kennen om van dit boek te kunnen genieten. Eerder een aanleiding om 'm weer eens op te snorren. Hij is wat traag maar kan, door de zeer moderne vormgeving en kneuterige zomerse accordeon-sfeer, nog goed mee.

Jan Paul Schutten en Floor Rieder Het mysterie van niks en oneindig veel snot
De uitgever noemt het een trilogie en dat mag het heten. Jan Paul Schutten maakte in 2013, geholpen door de toen net beginnende illustrator Floor Rieder, grote indruk met Het raadsel van alles wat leeft, deed dat in 2015 nog eens dunnetjes over met Het wonder van jou en half november verschijnt het veelbelovende Mysterie van niks en oneindig veel snot over het heelal. We kunnen ons weer schrap zetten voor heel veel feitjes, geestig opgediend, briljant van illustraties voorzien. In het informatieve genre de absolute top. Om nu alvast een centimeter of drie, vier voor vrij te maken in de boekenkast.

maandag 29 oktober 2018

Weekgreep #18-19: kindergedichten van Robbert-Jan Henkes, sprookjes van Janneke Schotveld, De goudvisjongen, De spooktoren, Klaas kan alles, Het grote bomenboek

Robbert-Jan Henkes Wit als een wat
Robbert-Jan Henkes is vooral bekend als vertaler, samen met Erik Bindervoet vertaalt hij Beatles, Dylan, Joyce. Voor kinderen maakte hij in 2016 een prachtige selectie Russische kindergedichten op swingende wijze toegankelijk in Bij mij op de maan. Zo swingend, dat meteen duidelijk was: voor dit soort taal heeft hij die Russen helemaal niet nodig. Overigens een kwaliteit die alle vertalers zouden moeten hebben. Vorig jaar debuteerde hij inderdaad als kinderdichter: Jij met mij en afgelopen zomer kwam Wit als een wat uit. Klassieke kindergedichten waarbij je een kamerjas, een leunstoel en een pijp vermoedt. De barokke trekjes van zijn geliefde Russen zijn er ook zeker nog in te vinden. Beetje slap en zwart-wit uitgegeven, als een voorlichtingsbrochure uit de jaren tachtig, da's wel jammer. Maakt de gedichten niet minder onderhoudend.

Janneke Schotveld De kikkerbilletjes van de koning
Superjuffieschrijfster Janneke Schotveld (lees hier mijn interview met haar) geeft al langer aan dat ze wel eens wat anders wil dan Superjuffie. Haar kinderboekenweekgeschenk Kattensoep slaat nog geen nieuwe weg in, maar De kikkerbilletjes van de koning wel. Kloeke uitgave met de crème de la crème van de Nederlandse kinderboekenillustratoren en meteen al in de titel die stoute Schotveld-knipoog, die kinderen haar boeken op doet pakken. Zeker geen sprookjesboek dat in de kast zal blijven staan.

Keir Graff De spooktoren
Heel prettig vertaald avonturenverhaal over een Amerikaanse tweeling Mal en Colm, die van Dallas naar Chicago verhuist. In de torenflat naast die van hen is iets vreemds aan de hand. Staat die toren er wel echt? En zijn de bewoners wel van deze tijd? Mal en Colm, die liever niet verhuisd waren, raken steeds meer in de ban van hun nieuwe woonomgeving. Niet vreselijk origineel maar lekkere weglezer, goed uitgeven met dikke kaft en een heel wat beter omslag dan de mierzoete Amerikaanse versie.

Yannick Fritschy en Marleen Hoebe Klaas kan alles. Jij ook?
Voor wie maar niet genoeg kon krijgen van de televisieserie: nu het boek. Met extra wetenschappelijke weetjes over de achtergronden van de gekke en gewaagde experimenten die voormalige Checkpoint-presentator Klaas van Kruistum op televisie doet. Spoiler-alert van zoonlief: eerst de afleveringen kijken, anders weet je door het boek de uitkomst al.

Piotr Socha en Wojciech Grajkowski Het grote bomenboek
Hoezeer je ook van bomen houdt, het is makkelijker er boeken van te maken dan over. Saai! Niet in Het grote bomenboek en dat is vooral te danken aan de verbluffende illustraties van de Pool Piotr Socha. Ze bewandelen niet het geijkte pad. Bizarre bomen hebben hun eigen pagina. Wilde wortels een andere. Prehistorische bomen. Boom-eters. De hoogste bomen. Houten kerken en tempels. Houten voertuigen. En voor de liefhebbers: de enten van Tolkien staan er ook in. Blijft het suf klinken? Ga dan vooral zelf kijken.

maandag 22 oktober 2018

Weekgreep #18-18: Meneer de Uil is terug, Ieber en Knoert, broerdebuut Hank Green, Jef Aerts slaat de vleugels uit met Martijn van der Linden, gaaf flapjesboek Wie eet wat?

1. Patrick Bremmers Hallo, Meneer de Uil
Deze liefdesbetuiging aan de bekendste Nederlandse kindertelevisieserie ooit, is te veel een hagiografie geworden. Hoewel de auteur, fan van het eerste uur Patrick Bremmers, in zijn voorwoord meteen aandoenlijk toegeeft dat bij het herbekijken van alle afleveringen het bijna omvallen van decorstukken of het iets te vaak voorlezen uit de krant van gisteren hem wel begon op te vallen, weerhoudt dat hem niet om verder een grote lofzang op de serie te houden. Eindigend met een wat tenenkrommend interview met uitgever Maurits Rubinstein, die aan de wieg stond van een nieuw seizoen Meneer de Uil, nu in 3D. Rubinstein is uitgever van dit boek. Hij gelooft heel erg in, de comeback van Meneer de Uil. Da's niet zo heel verassend, meneer Rubinstein. Neemt niet weg dat het fijn nostalgisch bladeren is in Hallo, meneer de uil voor wie de serie als kind zag.

Sanne te Loo Ieber en Knoert
Mooie kleine geschiedenis van twee vrienden of broers of zussen of een ouder en een kind - wie zal het zeggen? Ieber vindt een vogel en Knoert laat hem weer vrij. Ieber besluit dat de cactus van Knoert dan ook maar vrij moet worden gelaten. Knoert is erg van de kaart als zijn cactus vermist blijft. Tot blijkt dat vogel én plant het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Bijzonder vriendschapsverhaal, waarin Sanne te Loo wat strakkere lijnen en wat meer kleurcontrast laat zien dan anders. Lekker fris.

Hank Green Een zeer opmerkelijk verschijnsel
Wie zich ook maar enigszins verdiept heeft in de succesvolle jongerenauteur John Green weet dat die een minstens even getalenteerde jongere broer heeft. Hank en John Green hadden jarenlang een succesvolle vlog, toen dit genre nog jong was en ze delen een volgerschare van tienduizenden Nerdfighters. Hank maakt muziek en debuteert nu met Een zeer opmerkelijk verschijnsel, over een grafisch ontwerper die een vreemd beeld vindt op straat en als ze daarover vlogt, ineens wereldberoemd is. Ze weet niet zeker of ze dat nu heel geweldig vindt. Net zo goed als Green? We gaan het zien!

Jef Aerts De blauwe vleugels
Wat verschijnen er dit jaar toch mooi vormgegeven boeken! Elke keer denk ik de mooiste van het jaar in handen te hebben en dan ligt er weer een uitdager in mijn postbus. Martijn van der Linden maakte niet alleen prachtige illustraties voor de nieuwste van Jef Aerts, de manier waarop deze illustraties in het boek verwerkt zijn en Herman Houbrechts de vormgeving verzorgde is zeer geslaagd. Het verhaal doet denken aan de gebroeders Leeuwenhart, die tot het uiterste gaan om voor elkaar te zorgen. Josh en Jadran vinden een gewonde kraanvogel en leren hem vliegen. Josh valt van de brandladder die ze voor de vlieglessen gebruiken. Jadran, die het ongeluk veroorzaakte, dreigt opgesloten te worden. Samen besluiten ze op zoek te gaan naar de kraanvogel.

Babin & Kiko Wie eet wat?
Dit knalgele schuifjesboek is goed voor uren speel- en voorleesplezier. Links zien we de dieren eten, rechts mogen we raden wie ook weer bij welk eten hoort. De kracht van dit verder eenvoudige boek is het strakke ontwerp en het fijne, oerdegelijke dikke karton waarmee het gemaakt is. Klein minpuntje: als je het boek scheef houdt gaan alle schuifjes weer open. Vergt enige handigheid om dit zonder gedoe voor te lezen. Iets oudere kinderen zouden wijsneuzig kunnen protesteren dat dieren veel meer eten dan dat ene product. Echt voor beginners dus.