1. Kevin Crossley-Holland Noorse mythen
Weinig genres hebben zo'n onverdiend saaie behandeling gekregen in de literatuur als Noorse en Griekse mythen. Ik weet uit eigen ervaring hoe geweldig die verhalen zijn om te vertellen, bijna nog net zo geweldig als in de tijd dat ze verzonnen werden. Ze hebben vrijwel niets van die aantrekkelijkheid verloren, maar om er aan de bedrand mee te scoren kun je ze het best uit je hoofd vertellen, want een spannende moderne versie is er niet. Waarom staan de Netflix-series van de oudheid tegenwoordig in het religie- en taalhistorische curiosahoekje? Met van die stoffige, semi-wetenschappelijke verzameluitgaven? De Britse schrijver Kevin Crossley Holland, bekend van zijn Artur-hervertellingen, bezorgt een stoere en bovenal goed vertelde uitgave, strak geïllustreerd door Jeffrey Allan Love. Een dijk van een boek vol goden, reuzen, zwaarden en bijlen, waar je boekenplank van doorzakt. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.
2. Rudyard Kipling, Elli Woollard en Marta Altés Waarom? Daarom!
Waarom heeft een walvis zo'n kleine keel? Een dromedaris een bult? Een olifant een slurf? Doet een kat wat hij wil? Kipling werd bekend met Het jungleboek, dankzij Disney nog altijd een wereldwijde klassieker. Maar hij maakte meer, zoals deze grappige dierenfabels op rijm. Onderhoudend maar wel wat ouderwets en naar mijn smaak wat flets geïllustreerd door Marta Altés. Voorlezen vanaf 5 jaar.
3. Sylvia Weve Logboek van tot nu toe onbekende dieren
Ze zijn in de mode, boekjes in de stijl van ontdekkingsreizigers. Waarin monsters, ontsproten uit middeleeuwse fantasieën, nog bestaan, uitgegeven alsof ze echt zijn en alleen maar 'ter hand gesteld' door de auteur, die een manuscript heeft gevonden op zolder. We zagen de afgelopen jaren al vergelijkbare uitgaven van Floortje Zwigtman en Ludwig Volbeda, Harm de Jonge, een hele geestige van Loes Riphagen en natuurlijk die van Joanne Rowling. Een feest voor illustratoren en liefhebbers van taalspel, want die beestjes moeten ook een barokke naam hebben. Dus maakte Sylvia Weve er ook nog maar een. Weinig origineel, maar wel leuk geworden. Vanaf 10 jaar.
Tonke Dragt De goudsmid en de meesterdief
Aardig om te zien hoe de succesvolle uitgave van hoogtepunten uit het oeuvre van Tonke Dragt in Engeland leidt tot een verfrissing van de Nederlandse titels. Gebruikmakend van de oorspronkelijke illustraties, dus trouw aan de auteur, heeft de uitgeverij na een aantal minder geslaagde pogingen eindelijk een eenvoudige en herkenbare vorm gevonden waarin Dragt weer meekan. Of het veranderen van de titel een goed idee is, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Verhalen van de tweelingbroers drukt de bijzondere band van dit tweetal beter uit, De goudsmid en de meesterdief klinkt spannender. Voor nieuwe lezers geschikter, denk ik. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.
Posts tonen met het label voorleesboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorleesboek. Alle posts tonen
zaterdag 23 juni 2018
zaterdag 3 maart 2018
Weekgreep #18-6: Björn, Ministerie van Oplossingen, de tweede van Ellen van Velzen, een Gouden Boekje van Paulien Cornelisse en een geestig prentenboek van Jon Klassen
Soms zit het een weekje niet mee. Griep en zo. Daarom deze week, waarin ook de derde Julius Zebra verscheen en Het slijmerigste slijmboek een bestseller bleek, een paar extra.
1. Delphine Perret: Björn, zes berenverhalen
Franse vertalingen, die zien we niet vaak. Er lijkt een harde scheidslijn te lopen tussen de doorgaans vrije en vrolijk anti-autoritaire Noord-Europese jeugdliteratuur en de meestal wat opvoedkundige en volgzame Zuid-Europese en die grens ligt zo'n beetje halverwege België al. Dat betekent niet dat er geen te gekke dingen gebeuren daar. Schrijver en illustrator Delphine Perret is er eentje om in de gaten te houden. In het strak vormgegeven Björn zes humoristische en filosofische berenverhalen met grappige pentekeningen. Het geheel heeft in de verte iets weg van Arnold Lobel (Uil) en Syvlia Vanden Heede / Thé Tjong-Khing (Vos en haas). Het is niet eens haar eerste boek, vorig jaar verscheen ook bij Davidsfonds Infodok Maurice de krokodil en Arsène de alligator. Op haar website is meer veelbelovend werk te vinden. Leuk om voor te lezen (vanaf 6 jaar), even leuk om zelf te lezen (vanaf 8 jaar).
2. Sanne Rooseboom: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Tweede deel in de serie van het Ministerie van Oplossingen. Mag wel wat meer aandacht hebben deze serie, al was het maar omdat de boeken - in tegenstelling tot veel ander werk in dit genre - zo verzorgd zijn uitgegeven en lekker geïllustreerd door Mark Janssen, vooral de krachtige kleuromslagen. Natuurlijk, in de verhalen vind je het standaardclubje met het enthousiaste leidermeisje, het te fantasievolle vriendje en de nerd die liever over robots leest dan raft. Maar dan heb je geen rekening gehouden met de 89-jarige blinde buurvrouw Vis die ook in het team zit! Meters maken met lezen doe je zo.
3. Ellen van Velzen: Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Haar debuut Jonge Vlieger (2013), over een dorp dat zich tegen een onbekend gevaar beschermt door dag en nacht vliegers in de lucht te houden, vond ik erg interessant. We hebben erg lang moeten wachten op een nieuw boek van de evolutiebioloog, die tegenwoordig in Potsdam wiskundige modellen maakt van planktondynamica. Dus die heeft overdag wel wat anders aan haar hoofd. De kinderen van de Eindeloze Vlakte gaat over Sen, de zoon van een stamhoofd, die wordt gevangengenomen door zijn aartsvijanden en daar ontdekt dat die een bijzondere rol voor hem in gedachten hebben. Dat belooft wat. Vanaf 12 jaar.
4. Paulien Cornelisse en Emanuel Wiemans: Het mooiste geluid ter wereld
Dit boekje had precies zo in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, de tijd waarin de beroemde Gouden Boekjes voor het eerst verschenen. Maar toen was Paulien Cornelisse echt nog niet geboren en illustrator Emanuel Wiemans ook niet. Erg goed gelukte, aanstekelijke pastiche met gegarandeerd voorleesplezier. Iedere muzikant vindt zijn of haar eigen instrument verantwoordelijk voor het mooiste geluid ter wereld. Ping! Vomp! Zwie zwie zwie! Boem! Wat zouden al die lawaaimakers nu eens moeten doen? Drie keer raden. Vanaf 5 jaar.
5. Jon Klassen en Mac Barnett: De wolf, de eend & de muis
Jon Klassen maakt echt fantastische platen, maar waarom mag geestig werk er niet gewoon geestig uitzien? Dat vraag ik me bij al zijn boeken af maar zeker bij deze. Muis wordt opgegeten door vos en ontdekt in diens buik een eend die daar al een tijd woont. Zou echt een voorleeshit kunnen zijn, maar een hoop lezers zullen dit prentenboek niet oppakken, domweg vanwege de grijsbruine sombere uitstraling. Jammer! Vanaf 5 jaar.
In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
1. Delphine Perret: Björn, zes berenverhalen
Franse vertalingen, die zien we niet vaak. Er lijkt een harde scheidslijn te lopen tussen de doorgaans vrije en vrolijk anti-autoritaire Noord-Europese jeugdliteratuur en de meestal wat opvoedkundige en volgzame Zuid-Europese en die grens ligt zo'n beetje halverwege België al. Dat betekent niet dat er geen te gekke dingen gebeuren daar. Schrijver en illustrator Delphine Perret is er eentje om in de gaten te houden. In het strak vormgegeven Björn zes humoristische en filosofische berenverhalen met grappige pentekeningen. Het geheel heeft in de verte iets weg van Arnold Lobel (Uil) en Syvlia Vanden Heede / Thé Tjong-Khing (Vos en haas). Het is niet eens haar eerste boek, vorig jaar verscheen ook bij Davidsfonds Infodok Maurice de krokodil en Arsène de alligator. Op haar website is meer veelbelovend werk te vinden. Leuk om voor te lezen (vanaf 6 jaar), even leuk om zelf te lezen (vanaf 8 jaar).
2. Sanne Rooseboom: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Tweede deel in de serie van het Ministerie van Oplossingen. Mag wel wat meer aandacht hebben deze serie, al was het maar omdat de boeken - in tegenstelling tot veel ander werk in dit genre - zo verzorgd zijn uitgegeven en lekker geïllustreerd door Mark Janssen, vooral de krachtige kleuromslagen. Natuurlijk, in de verhalen vind je het standaardclubje met het enthousiaste leidermeisje, het te fantasievolle vriendje en de nerd die liever over robots leest dan raft. Maar dan heb je geen rekening gehouden met de 89-jarige blinde buurvrouw Vis die ook in het team zit! Meters maken met lezen doe je zo.
3. Ellen van Velzen: Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Haar debuut Jonge Vlieger (2013), over een dorp dat zich tegen een onbekend gevaar beschermt door dag en nacht vliegers in de lucht te houden, vond ik erg interessant. We hebben erg lang moeten wachten op een nieuw boek van de evolutiebioloog, die tegenwoordig in Potsdam wiskundige modellen maakt van planktondynamica. Dus die heeft overdag wel wat anders aan haar hoofd. De kinderen van de Eindeloze Vlakte gaat over Sen, de zoon van een stamhoofd, die wordt gevangengenomen door zijn aartsvijanden en daar ontdekt dat die een bijzondere rol voor hem in gedachten hebben. Dat belooft wat. Vanaf 12 jaar.
4. Paulien Cornelisse en Emanuel Wiemans: Het mooiste geluid ter wereld
Dit boekje had precies zo in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, de tijd waarin de beroemde Gouden Boekjes voor het eerst verschenen. Maar toen was Paulien Cornelisse echt nog niet geboren en illustrator Emanuel Wiemans ook niet. Erg goed gelukte, aanstekelijke pastiche met gegarandeerd voorleesplezier. Iedere muzikant vindt zijn of haar eigen instrument verantwoordelijk voor het mooiste geluid ter wereld. Ping! Vomp! Zwie zwie zwie! Boem! Wat zouden al die lawaaimakers nu eens moeten doen? Drie keer raden. Vanaf 5 jaar.
5. Jon Klassen en Mac Barnett: De wolf, de eend & de muis
Jon Klassen maakt echt fantastische platen, maar waarom mag geestig werk er niet gewoon geestig uitzien? Dat vraag ik me bij al zijn boeken af maar zeker bij deze. Muis wordt opgegeten door vos en ontdekt in diens buik een eend die daar al een tijd woont. Zou echt een voorleeshit kunnen zijn, maar een hoop lezers zullen dit prentenboek niet oppakken, domweg vanwege de grijsbruine sombere uitstraling. Jammer! Vanaf 5 jaar.
In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Labels:
avonturenverhaal,
detective,
humor,
prentenboek,
voorleesboek,
weekgreep
zondag 18 februari 2018
Weekgreep #18-5: Mark Lowery Charlie en ik, Lenneke Westera De muizen en een mooi evolutieprentenboek van Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck
De week waarin Pipi Langkous definitief zonder n-woord is (volgens de aanbiedingsfolder van de uitgever), de Waanzinnige boomhut alweer 91 verdiepingen blijkt te hebben en de verfilming van Leven van een loser ook weer tot een boek leidt: Leven van een loser, niet te filmen.
1. Mark Lowery: Charlie en ik ver van huis
Charlie, het drie jaar jongere broertje van Martin, is veel te vroeg geboren en heeft dat maar net overleefd. Hij is vaak ziek maar beschikt over een grote fantasie, ziet nergens gevaar in en is zijn grote broers beste maatje. Ze gaan samen, stiekem, op reis naar het zuidelijkste puntje van het land om een dolfijn te zien. Charlie en ik is Lowery's debuut in Nederland, maar de vijfde titel in eigen land. Hoewel ook dit boek erg humoristisch is, is het wat serieuzer van ondertoon dan de vorige vier, die titels hebben als The Chicken Nugget Ambush. Vanaf 10 jaar.
2. Lenneke Westera De muizen
Fien wordt van achter de klikobak door 160 kraaloogjes aangestaard. 'Peru' zeggen de muizen, en 'San Francisco'. Een ander zou aan de pillen gaan, maar Fien gaat op reis. Met heel veel muizen, je kan er maar beter niet bang van zijn, door illustrator Marc Suvaal. Lenneke Westera (1962) is een laat- en langzaambloeier. Na een werkzaam leven in de gezondheidszorg debuteerde ze in 2004 met het bijzonder aardige, filosofische vriendschapsboek Schaap en geit. Heel wat later volgde Vergeten. Ze is nu terug met De muizen. Vanaf 8 jaar, voorlezen.
3. Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck Het hele soepzooitje
Erg leuk evolutieprentenboek van wetenschapsjournalist Floor Bal en de Vlaamse illustrator Sebastiaan Van Doninck. Het boek dat nog ontbrak naast Het raadsel van alles dat leeft van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, en er wat illustraties betreft de concurrentie zeker mee aan kan. Het hele verhaal, maar dan razendsimpel en razendsnel. Van Doninck weet een mooi midden te vinden tussen geestig en kleurrijk modern en de statige sfeer van oude schoolplaten, waarin je tijdens de les kunt wegdromen. Vanaf 6 jaar.
1. Mark Lowery: Charlie en ik ver van huis
Charlie, het drie jaar jongere broertje van Martin, is veel te vroeg geboren en heeft dat maar net overleefd. Hij is vaak ziek maar beschikt over een grote fantasie, ziet nergens gevaar in en is zijn grote broers beste maatje. Ze gaan samen, stiekem, op reis naar het zuidelijkste puntje van het land om een dolfijn te zien. Charlie en ik is Lowery's debuut in Nederland, maar de vijfde titel in eigen land. Hoewel ook dit boek erg humoristisch is, is het wat serieuzer van ondertoon dan de vorige vier, die titels hebben als The Chicken Nugget Ambush. Vanaf 10 jaar.
2. Lenneke Westera De muizen
Fien wordt van achter de klikobak door 160 kraaloogjes aangestaard. 'Peru' zeggen de muizen, en 'San Francisco'. Een ander zou aan de pillen gaan, maar Fien gaat op reis. Met heel veel muizen, je kan er maar beter niet bang van zijn, door illustrator Marc Suvaal. Lenneke Westera (1962) is een laat- en langzaambloeier. Na een werkzaam leven in de gezondheidszorg debuteerde ze in 2004 met het bijzonder aardige, filosofische vriendschapsboek Schaap en geit. Heel wat later volgde Vergeten. Ze is nu terug met De muizen. Vanaf 8 jaar, voorlezen.
3. Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck Het hele soepzooitje
Erg leuk evolutieprentenboek van wetenschapsjournalist Floor Bal en de Vlaamse illustrator Sebastiaan Van Doninck. Het boek dat nog ontbrak naast Het raadsel van alles dat leeft van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, en er wat illustraties betreft de concurrentie zeker mee aan kan. Het hele verhaal, maar dan razendsimpel en razendsnel. Van Doninck weet een mooi midden te vinden tussen geestig en kleurrijk modern en de statige sfeer van oude schoolplaten, waarin je tijdens de les kunt wegdromen. Vanaf 6 jaar.
Labels:
avonturenverhaal,
prentenboek,
voorleesboek,
weekgreep
zaterdag 20 januari 2018
Weekgreep #18-3: Edward van de Vendel & Sanne te Loo gaan olympisch schaatsen, voorleesboek met Ingrid & Dieter Schubert, de nieuwe David Almond
1. Edward van de Vendel, Sanne te Loo en Beorn Nijenhuis: De jongen die met de dieren schaatste
Querido heeft een inmiddels zeer uitgebreide serie waarin schrijvers verhalen maken met jongeren die iets indrukwekkends hebben meegemaakt. Je krijgt dan echte verhalen, maar wel goed geschreven. Edward van de Vendel, die met De gelukvinder toch al met stip de beste bijdrage leverde aan die bijzondere reeks, maakte een prentenboek volgens hetzelfde principe. Wat een gaaf idee. Schaatser Beorn Nijenhuis vertelt het verhaal van zijn jeugd in Canada en hoe hij daar trainde op een meer met alleen de dieren als gezelschap. Bijzondere aandacht verdienen de verbluffende illustraties van Sanne te Loo. Op het wat rommelige omslag van dit klein formaat prentenboek zie je het er niet aan af maar het binnenwerk had een veel groter formaat verdiend. Vanaf 8 jaar.
2. Annette Herzog, Ingrid en Dieter Schubert: Moemf heeft een vriend
De stompzinnige, koppig gelukkige grijns. Daarin verslaat geen enkele illustrator het wereldberoemde duo Ingrid en Dieter Schubert. Ze hebben met Moemf weer een fantastisch fantasiedier geschapen voor de voorleesverhalen van Annette Herzog. Moemf en zijn vriend gaan op zoek naar de lente, waar blijft die toch? Ongeduldig beginnen ze alvast een feest te organiseren. Als ze afscheid nemen van de winter, zijn ze ook een beetje verdrietig. Het boek verschijnt tegelijkertijd, met dezelfde illustraties, in het Duits. Vanaf 5 jaar.
3. David Almond Het avontuurlijke verhaal van Angelino Brown
Ik moet bekennen dat ik geen fan ben van het nogal geconstrueerde literaire oeuvre van David Almond, maar dit boek ziet er wel aardig uit. Om het truttige omslag moet je even heenkijken, het binnenwerk van Alex T. Smith is heel wat beter. Buschauffeur Bert Brown is zijn baan beu. Wie heeft bushaltes en passagiers uitgevonden? Ze hangen hem de keel uit. Dan vindt hij een engel in zijn borstzak. Die zet de boel op stelten. Niet heel origineel, geen hoogvlieger, wel lekker levendige weglezer. Vanaf 10 jaar.
In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Querido heeft een inmiddels zeer uitgebreide serie waarin schrijvers verhalen maken met jongeren die iets indrukwekkends hebben meegemaakt. Je krijgt dan echte verhalen, maar wel goed geschreven. Edward van de Vendel, die met De gelukvinder toch al met stip de beste bijdrage leverde aan die bijzondere reeks, maakte een prentenboek volgens hetzelfde principe. Wat een gaaf idee. Schaatser Beorn Nijenhuis vertelt het verhaal van zijn jeugd in Canada en hoe hij daar trainde op een meer met alleen de dieren als gezelschap. Bijzondere aandacht verdienen de verbluffende illustraties van Sanne te Loo. Op het wat rommelige omslag van dit klein formaat prentenboek zie je het er niet aan af maar het binnenwerk had een veel groter formaat verdiend. Vanaf 8 jaar.
2. Annette Herzog, Ingrid en Dieter Schubert: Moemf heeft een vriend
De stompzinnige, koppig gelukkige grijns. Daarin verslaat geen enkele illustrator het wereldberoemde duo Ingrid en Dieter Schubert. Ze hebben met Moemf weer een fantastisch fantasiedier geschapen voor de voorleesverhalen van Annette Herzog. Moemf en zijn vriend gaan op zoek naar de lente, waar blijft die toch? Ongeduldig beginnen ze alvast een feest te organiseren. Als ze afscheid nemen van de winter, zijn ze ook een beetje verdrietig. Het boek verschijnt tegelijkertijd, met dezelfde illustraties, in het Duits. Vanaf 5 jaar.
3. David Almond Het avontuurlijke verhaal van Angelino Brown
Ik moet bekennen dat ik geen fan ben van het nogal geconstrueerde literaire oeuvre van David Almond, maar dit boek ziet er wel aardig uit. Om het truttige omslag moet je even heenkijken, het binnenwerk van Alex T. Smith is heel wat beter. Buschauffeur Bert Brown is zijn baan beu. Wie heeft bushaltes en passagiers uitgevonden? Ze hangen hem de keel uit. Dan vindt hij een engel in zijn borstzak. Die zet de boel op stelten. Niet heel origineel, geen hoogvlieger, wel lekker levendige weglezer. Vanaf 10 jaar.
In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Labels:
avonturenverhaal,
prentenboek,
voorleesboek,
weekgreep
zondag 19 november 2017
Weekgreep #5: een nieuwe Zwigtman, Klokhuis begint eigen zaak, heruitgave Kleine Beer 'van' Maurice Sendak en ongepubliceerd werk van Tonke Dragt in aantocht
1. Floortje Zwigtman en Ludwig Volbeda Fabeldieren
Floortje Zwigtman maakte in 2014 bekend dat ze het schrijven goed beu was, of in elk geval de manier waarop daar in Nederland vrijwel geen brood mee te verdienen valt, maar maakt haar dreigement om er helemaal mee te stoppen gelukkig niet waar. Samen met Ludwig Volbeda schiep ze het encyclopedische, hier en daar griezelige, elders weer wreed grappige Fabeldieren. Volbeda is sinds zijn geslaagde samenwerking met Benny Lindelauf Hoe Tortot zijn vissenhart verloor ineens een veelgenoemde illustrator en terecht. Zijn gedetailleerde prenten zijn erg interessant om naar te kijken. Wel bij vlagen en zeker in dit boek wat somber. Apart: het papier ruikt naar thee. (Vanaf 7 jaar.)
2. Paulien Smeulders en Annemarie Bon Dat is je eigen zaak
Heel eigentijds presenteert Klokhuis een boek over ondernemen voor kinderen. Wat is dat en hoe werkt dat? Van wat bijverdienen op de vrijmarkt naar een innovatief idee met een bedrijfsplan. En hoe je dat dan pitcht. Dat is nog eens leuk om een project van te maken op school. Boek zoekt klas! (Vanaf 10 jaar.)
3. Else Holmelund Minarik en Maurice Sendak Kleine Beer
Lemniscaat toont al heel wat jaren nastrevenswaardig initiatief bij het heruitgeven van klassiekers. Nu is daar Kleine beer bijgekomen en dan gaat het niet om die mierzoete knuffel die deze uitgeverij ook verkoopt, maar om de heel wat scherpere van Maurice Sendak. De schrijfster mag in vergetelheid zijn geraakt, dankzij Sendak is het beertje echter nog springlevend. Goed, tikje ouderwets, het valt niet te ontkennen. Maar de huiselijke verhaaltjes ontsporen op een prettige manier en maken nog steeds indruk. Mijn favoriet: Kleine Beer gaat naar de maan. Sendak weet de ruimtereis, die zich in werkelijkheid aan de andere kant van de heuvel afspeelt, echt spannend te maken. (Voorlezen, vanaf 3 jaar.)
Proef: Tonke Dragt Als de sterren zingen
Op 13 december verschijnt een kloeke, meer dan 400 pagina's dikke bloemlezing met korte verhalen van Tonke Dragt. Behalve klassiekers als De robot van de rommelmarkt bevat het boek werk dat in literaire magazines en verzamelingen verscheen en dus niet meer gemakkelijk te krijgen is. Ook staan er een aantal ongepubliceerde verhalen en haar allereerste publicatie in, haar echte debuut. Waarbij Dragt triomfantelijk vaststelt dat dit meestal verkeerd in de krant staat, het is niet De Prilla Milla in 1958 in KrisKras. De 87-jarige schrijfster lijkt niet te stoppen. Het werk mag dan uit de vorige eeuw zijn, bij een aantal archiefexemplaren vertelt ze over de ontstaansgeschiedenis. En daar zit, zeker als het om de oudste verhalen gaat, ook voor de liefhebber wat nieuws bij. Een titel die in de kast van de Dragt-fan niet mag ontbreken en als geheel natuurlijk een feestelijke weglezer voor de donkere dagen.
In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Floortje Zwigtman maakte in 2014 bekend dat ze het schrijven goed beu was, of in elk geval de manier waarop daar in Nederland vrijwel geen brood mee te verdienen valt, maar maakt haar dreigement om er helemaal mee te stoppen gelukkig niet waar. Samen met Ludwig Volbeda schiep ze het encyclopedische, hier en daar griezelige, elders weer wreed grappige Fabeldieren. Volbeda is sinds zijn geslaagde samenwerking met Benny Lindelauf Hoe Tortot zijn vissenhart verloor ineens een veelgenoemde illustrator en terecht. Zijn gedetailleerde prenten zijn erg interessant om naar te kijken. Wel bij vlagen en zeker in dit boek wat somber. Apart: het papier ruikt naar thee. (Vanaf 7 jaar.)
2. Paulien Smeulders en Annemarie Bon Dat is je eigen zaak
Heel eigentijds presenteert Klokhuis een boek over ondernemen voor kinderen. Wat is dat en hoe werkt dat? Van wat bijverdienen op de vrijmarkt naar een innovatief idee met een bedrijfsplan. En hoe je dat dan pitcht. Dat is nog eens leuk om een project van te maken op school. Boek zoekt klas! (Vanaf 10 jaar.)
3. Else Holmelund Minarik en Maurice Sendak Kleine Beer
Lemniscaat toont al heel wat jaren nastrevenswaardig initiatief bij het heruitgeven van klassiekers. Nu is daar Kleine beer bijgekomen en dan gaat het niet om die mierzoete knuffel die deze uitgeverij ook verkoopt, maar om de heel wat scherpere van Maurice Sendak. De schrijfster mag in vergetelheid zijn geraakt, dankzij Sendak is het beertje echter nog springlevend. Goed, tikje ouderwets, het valt niet te ontkennen. Maar de huiselijke verhaaltjes ontsporen op een prettige manier en maken nog steeds indruk. Mijn favoriet: Kleine Beer gaat naar de maan. Sendak weet de ruimtereis, die zich in werkelijkheid aan de andere kant van de heuvel afspeelt, echt spannend te maken. (Voorlezen, vanaf 3 jaar.)
Proef: Tonke Dragt Als de sterren zingen
Op 13 december verschijnt een kloeke, meer dan 400 pagina's dikke bloemlezing met korte verhalen van Tonke Dragt. Behalve klassiekers als De robot van de rommelmarkt bevat het boek werk dat in literaire magazines en verzamelingen verscheen en dus niet meer gemakkelijk te krijgen is. Ook staan er een aantal ongepubliceerde verhalen en haar allereerste publicatie in, haar echte debuut. Waarbij Dragt triomfantelijk vaststelt dat dit meestal verkeerd in de krant staat, het is niet De Prilla Milla in 1958 in KrisKras. De 87-jarige schrijfster lijkt niet te stoppen. Het werk mag dan uit de vorige eeuw zijn, bij een aantal archiefexemplaren vertelt ze over de ontstaansgeschiedenis. En daar zit, zeker als het om de oudste verhalen gaat, ook voor de liefhebber wat nieuws bij. Een titel die in de kast van de Dragt-fan niet mag ontbreken en als geheel natuurlijk een feestelijke weglezer voor de donkere dagen.
In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Labels:
dragt,
griezelboek,
informatief,
voorleesboek,
weekgreep
zaterdag 10 december 2011
***** (5) voor Kitty Crowther Kleine Man en God
De Kleine Man maakt zijn ochtendwandeling en ontmoet een witte geest, die zit te mijmeren op een steen. Het is god. Niet dé god, maar zomaar eentje. Althans, dat beweert hij. Samen lopen ze een stukje op. Kitty Crowther, vorig jaar winnaar van de prestigieuze Astrid Lindgren Memorial Award voor haar hele oeuvre, haalt in haar nieuwste prentenboek alles uit de kast. Haar potloodillustraties hebben dit keer iets weg van oude plantkundige boeken en het verhaal heeft een knappe, tragikomische ondertoon. Alleen door het onderwerp wat minder toegankelijk dan haar aandoenlijke voorleessucces In het pikkedonker (2002) en het dit jaar met een Zilveren Griffel bekroonde En? Uiterst zeldzaam voorbeeld van een prentenboek uit de artistieke hoek dat erin slaagt je het oprecht jammer te doen vinden dat er nauwelijks kinderen te vinden zijn die het op prijs kunnen stellen. Vind ik vandaag in de Volkskrant.
vrijdag 25 november 2011
***** (5) voor Bos en Van Haeringen: Papa, hoor je me?
Tamara Bos en Annemarie van Haeringen raakten een gevoelige snaar met Papa, hoor je me? Nou ja, de titel is wat té dramatisch maar de mooie, eerlijke tekst en de knappe illustraties van Van Haeringen maken dat goed.
maandag 26 september 2011
Net uit: Khing en Vanden Heede Een echt zwijn is stoer
De samenwerking tussen Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing behoeft geen introductie meer. Elk nieuw boek van dit duo is weer een feest voor oor en oog. Leren lezen met weinig lettergrepen gaat bij geen enkele andere hedendaagse auteur zo ongekunsteld als in de boeken over Vos en Haas. Voor kleuters zijn er de enorme kartonboeken, daarop volgt een serie zelfleesboeken vol grappige avonturen. In Een echt zwijn is stoer leren Vos en Haas Ever kennen. Dit everzwijn in worstelpak blijkt een ruige stoorzender in het eens zo gezellige bos, maar ook een held.
maandag 12 september 2011
*** (3) Lisa Boersen Hotel Tussentijd
woensdag 3 augustus 2011
**** (4): Naidoo, Grobler & Meinderts De Hond, de Haan en de Jakhals
Die fijne, rouwdouwer met zijn rebelse vogeltjes is terug. Piet Grobler illustreert in Afrikaans decor hervertelde fabels van Aisopos door Beverley Naidoo, vertaald door Koos Meinderts. Een zeer gelukkig gekozen gezelschap. Ik besprak De Hond, de Haan en de Jakhals afgelopen zaterdag in de Volkskrant.
Labels:
klassieker,
korte verhalen,
prentenboek,
voorleesboek
dinsdag 7 juni 2011
Net uit: Youp van 't Hek De gelukkige olifant
Toegegeven, De gelukkige olifant van Youp van 't Hek ziet er met illustraties van Georgien Overwater stukken beter uit dan zijn tenenkrommende kinderboekendebuut, De wonderlijke broertjes Pim en Pietje (Rap, 2006). Maar wat 't Hek op een achternamiddag voor kinderen schrijft, blijft gemakzuchtig proza met een gezapig babbeltoontje, waarin hij hoofdzakelijk gebruik maakt van weinigzeggende emotiewoorden als 'mooi', 'leuk', 'gezellig'. En dan die verhaaltjes: olifant ziet zichzelf voor het eerst in de spiegel en wat hij ziet maakt het doodongelukkig. Modeljongetje Lars - aan het logo te zien straks ook afgedrukt op boterhamdoosjes en de etiketten van kinderbier - gaat het oplossen. Hoe precies, dat horen we morgen; eerst een liedje en dan gaan we allemaal slapen. Kortom: gekeutel in de categorie papa vertelt op de bedrand. Moet hij vooral blijven doen, maar laat hem toch ophouden om deze knullige imitatiekinderverhaaltjes ook nog te publiceren. Wat voor armoedige literaire voorbeelden heeft 't Hek toch gehad toen hij opgroeide in de jaren vijftig?
dinsdag 31 mei 2011
***** (5) Kuyper O rode papaver boem pats knal!
Sjoerd Kuyper liet de afgelopen jaren velen het hart vasthouden. Hij produceerde zwak werk en schopte ruzie bij verschillende uitgevers. (De mate waarin dit terecht was, is een ander verhaal.) Met zijn nieuwste Robin, O rode papaver boem pats knal!, laat hij zien dat hij nog leeft. En meer dan dat. Een sterke, levenslustige, gelukzalige come back van een dichter in nood. Goed voor vijf sterren in de Volkskrant.
dinsdag 24 mei 2011
Net uit: Marjolijn Hof Mijn opa en ik en het varken Oma
De vertelster van Mijn opa en ik en het varken Oma gaat uit logeren en maakt de gekste dingen mee. Opa kan niet ophouden met pannenkoeken bakken en moet ze met kruiwagens vol bij de buren uit gaan delen. Hij koopt een varken dat hij Oma noemt. En hij klimt op het dak en durft er dan niet meer vanaf. Dat een en ander wel iets met het verdriet om een overleden oma te maken kan hebben, ligt er voor volwassen lezers duimendik bovenop, maar de jonge lezer moet er naar raden. Het proza van Hof is mede daardoor wat gekunsteld, maar het geheel ziet er dankzij de krachtige illustraties van Judith Ten Bosch, die veel weg hebben van linoleumsneden, en de klassieke vormgeving prachtig uit.
maandag 3 januari 2011
Hanna Kraan schreef sympathieke verhalen en bleef zelf op de achtergrond
Gisteren werd bekend dat Hanna Kraan (1946) is overleden. De kinderboekenschrijfster werd bekend met De boze heks, die ook figureerde in de gelijknamige animatieserie van de VPRO in de jaren negentig. De boze heks was bij kinderen wel geliefd, ze werd een paar keer getipt door de Kinderjury. De schrijfster zelf, lerares Italiaans, bleef op de achtergrond, maar schreef nog steeds. Eind vorig jaar verscheen het derde deel van de sympathieke verhalen over eekhoorn Krik, die positief werden besproken maar er niet in slaagden de boze heks naar de kroon te steken.
donderdag 8 juli 2010
Letterie: De nieuwe kleren van de keizer
Ik heb nog nooit over Zwijsen geschreven. Dat komt doordat zij fans van AVI zijn en ik daar niet graag over schrijf. Op de verjaardag van mijn dochter, vorige week, had ik daar voor het eerst spijt van. Ze kreeg een boek uit 2009 dat ik, ten onrechte, over het hoofd heb gezien: De nieuwe kleren van de keizer van Martine Letterie. Ik vind boeken voor moeilijke lezers meestal geen doorkomen aan, maar deze serie Sprookjesreis is met veel plezier gemaakt. In deze reeks lopen de sprookjesfiguren bij elkaar de deur plat en komen bijvoorbeeld de zeven geitjes op kraambezoek bij Doornroosje. De serie is onlangs als geheel genomineerd voor de prijs van de samenwerkende kinderboekwinkels. De nieuwe kleren van de keizer is mijn favoriete sprookje en ik had er niet eens een moderne bewerking van. Deze is wel geslaagd. Ik vind het alleen jammer dat het verhaal schijnt te moeten leunen op 'herkenbare kinderen' Yin en Yan. Alsof het oorspronkelijke verhaal van Andersen niet krachtig genoeg is en de kinderen van de schoonmaakster van de keizer nodig heeft om belangstelling te wekken bij de jonge luisteraars. Met de bijpersonages komen er ook allerlei onnodige zijlijnen in het verhaal. Vermoeiend voorlezen is dat. Hou het toch simpel! Bij de tien kleuters op het feestje was vooral de naakte mevrouw op de voorkant aanleiding tot hilariteit. Mevrouw? De uitgever uit het katholieke zuiden is wel erg omslachtig bezig geweest om het keizerlijke voortplantingsorgaan in de schaduw van 's mans buik weg te moffelen. Ook niet nodig. Verder leuk project.Het bewerken van klassiekers
Voor wie alles wil weten over het bewerken van klassiekers door de eeuwen heen is het proefschrift van Sanne Parlevliet een aanrader. Dat onderzoek houdt echter op in 1950. Ik ben wel benieuwd naar een academische analyse van moderne opvattingen over het bewerken van klassiekers. Op dat terrein is juist na 1950 veel relevante ontwikkeling geweest.
Labels:
klassieker,
makkelijk lezen,
prentenboek,
sprookjes,
voorleesboek
woensdag 21 april 2010
Gewoon erg leuk: Paul van Loon, Allemaal onzin
Een van de best bewaarde geheimen van het kinderboekenvak is dat Paul van Loon een uitstekend schrijver is. Het koketteren met zijn 'grumor' en zijn zonnebril heeft bij sommige deskundigen en van die verantwoorde ouders geen goed gedaan. Dat de berichtgeving over zijn werk al jaren alleen nog maar van die enorme oplages spreekt, helpt ook niet. Ten onrechte. Maar dat je geen zin hebt in Dolfje Weerwolfje deel 26, kan ik me dan ook wel weer voorstellen. Probeer eens Allemaal onzin, de heruitgave van de verhalen van Wat ritselt daar? en Wie fluistert daar? Vladimir krijgt elke avond bezoek van Onzin, een mannetje dat achter het behang vandaan komt. Van Loon gebruikt de naam 'Onzin' zoals Homerus ooit Odysseus zichzelf 'Niemand' liet noemen bij de Kykloop. Als zijn ouders roepen wat het lawaai is op zijn kamer kan hij volledig naar waarheid zeggen: 'O, Onzin!' Een fijn voorleesboek, fijn dat het er weer is.
woensdag 28 oktober 2009
Leesprinses schrijft niet eens zo heel slecht
Het is niet eens zo heel erg. Dat is misschien nog wel het verrassendste nieuws over Mr. Finnety en de wereld op zijn kop. Cynisch? Wel, er is nogal een grote berg Boeken Van Bekende Mensen Die Ook Eens Iets Voor Kinderen Schrijven Want Die Rowling Is Met Een Beetje Knutselen In De Kroeg Ook Steenrijk Geworden. En die berg stemt niet erg vrolijk. Daphne Deckers kan zich wel wíllen profileren als moeder des moederlands en doen alsof niet de helft van alle vrouwen wel ergens een column over haar gezinnetje heeft, maar Marijn in de woestijn en Matroos in de doos vonden alleen een uitgever omdat het voormalige fotomodel met de beroemde Bondbenen toch wel meer opvallende fotomomentjes met boek en gezinnetje zou krijgen dan één narrige recensent ooit kan verstoren. Soit. Daar zeur ik niet meer over.Typisch beroemde vader- en moederboeken
Kenmerkend voor kinderboeken van beroemde mensen zijn twee zaken. 1. Ze ontstaan vaak op de bedrand als vader wat verzint voor het oproerige kroost of moeder voorleest uit haar oude doos. Ze leunen daardoor erg op het beeld dat zo'n beroemdheid van kinderboeken heeft. De titel De wonderlijke broertjes Pim en Pietje alleen al zegt alles over wat Joep van 't Hek vroeger zelf graag las. 2. Vaak probeert een kersverse kinderboekenschrijver het medium te gebruiken om ergens aandacht voor te trekken. Prachtige prenten konden niet verhullen dat Madonna uit haar nek kletste over de Kabbalah.
Prinses Laurentien weet het net iets beter
Maar hoe zit het met het boek van prinses Laurentien? Ik heb het pas sinds vanmiddag binnen, maar op het eerste gezicht heeft haar werk allebei die kenmerken. De tekst is erg kinderboekerig. Met hun bestudeerd aangename, tikje nuffige kleuterjuffentoon die we kennen uit het oudere kinderboek zouden de zinnen zichzelf kunnen voorlezen. Wat op zich niet zo erg is, maar ze zouden niet vol moeten staan met van die überpositieve, poeslieve woordjes als lievelingslaarzen, lievelingsboom en lievelingsvriend. Ook is het meteen duidelijk dat de leesprinses met dit boek nogal opzichtig aandacht wil vragen voor het milieu. Na twee hoofdstukken weet je het wel. Hoogstens doet prinses Laurentien het net iets beter dan haar onfortuinlijke voorgangers, die echt een schrijver hadden moeten inhuren in plaats van zelf aan de slag gaan. (Wat overigens niet helpt als het je alleen om de boodschap gaat.)
Kamervragen
En toch, en toch. Het is natuurlijk heerlijk om eens lekker te mopperen op mensen die schijnen te denken 'dat doe ik wel even', maar dit is duidelijk niet op een achternamiddag gemaakt. En een gerenommeerde uitgever, een uitgesproken vormgeving en een Gouden Penseelwinnaar helpen er bij dat je niet meteen denkt: weg er mee. Hier en daar is de prinses zelfs best grappig. Van mij mag ze. Ik ga het nog eens kritisch herlezen op materiaal voor kamervragen, maar de kans dat later zal blijken dat leesprinses Laurentien zich op een dag niet meer op straat of, erger nog, in een zaal vol kinderboekendeskundigen zal durven begeven omdat ze de hoogmoed heeft gehad om er zelf een te schrijven, lijkt me bijzonder klein. Maar het smaakt nog niet naar meer.
dinsdag 27 oktober 2009
Sprookjeskijkboek
De woordeloze prentenboeken zijn al een tijdje terug van weggeweest. Nu is er een nieuwe variant: het sprookjeskijkboek. Hierin wordt eerst heel beknopt het sprookje verteld voor wie dat nodig heeft en daarna kun je aan de hand van de plaatjes op je eigen manier het verhaal navertellen of zelfs samen met je kind een nieuwe versie maken. Het idee is leuk, de uitvoering wat minder. Dat de tekst van Hilde Vandermeeren erg sober is, is logisch. Maar de illustraties van Kristien Aertssen zijn wel heel rap aan elkaar gekrast. Bewust lelijk kan best zijn charme hebben, maar deze prenten missen gewoon detail en alle figuren hebben min of meer dezelfde gezichtsuitdrukking. Ook vraag ik me af of meerdere even grote plaatjes op een bladzijde wel werkt. De pagina's hebben geen hiërarchie. Alle plaatjes zijn gelijkwaardig en je oog vindt er de weg niet in. Iedere striptekenaar zou dit anders en beter hebben gedaan. Kortom: hier is niet goed genoeg over nagedacht. Misschien is het zelfs gewoon afgeraffeld. De verhalen zijn gericht op dieren, in tegenstelling tot Het sprookjeskijkboek dat vorig jaar verscheen.
donderdag 22 oktober 2009
Tikje nuffig toch leuk: Moffel en Piertje
Het zal wel aan die zijïge Boudewijn Büchstem van Moffel liggen, maar ik krijg altijd de kriebels van Schooltv en dan in het bijzonder het programma Koekeloere. Het is dan ook niet voor mij bedoeld. Kleuters zie ik heel anders reageren. Toch zijn de helden van het programma nog lang niet zo bekend als Dikkie Dik. Die kan trouwens ook pas sinds vorig jaar aan zijn doorbraak werken, nu Jet Boeke na dertig jaar Sesamstraat eindelijk zelf de rechten heeft van haar Dikkie. Lineke Dijkzeul, de stille kracht achter het programma, hoeft niet zo lang te wachten: haar teksten zijn nu als korte verhalen verschenen. En boeken praten niet. Zeker niet als Boudewijn Büch. Gelukkig.
Abonneren op:
Posts (Atom)


















