zaterdag 30 juni 2018

Weekgreep #18-15: seksende dieren, cijfers in de natuur, beer of geen beer (de eigenlijke boodschap: ga naar buiten!)

1. Katharina von der Gathen en Anke Kuhl Bij de beesten af
Hè hè, eindelijk een goed seksboek over dieren. Daar stellen kinderen veel vragen over, merkte de Duitse schrijfster Katharina von der Gathen, auteur van Dus jij en mama hebben het gedaan!? (2015), een voorlichtingsboek dat in geestigheid kan concurreren met onze Dokter Corrie. Bij de beesten af verdient lof om de openheid, de humor, de vele interessante details en het prettige illustratiewerk van Anke Kuhl. In alle opzichten geslaagd. Zo'n boek om lekker te laten slingeren. Vanaf tien jaar.

2. Bella Gomez 5 Cijfers in de natuur
Boeken over tellen, potgebruik en de tweede wereldoorlog vormen de genres waar de doorgewinterde jeugdrecensent het eerst genoeg van krijgt. Kunnen uitgevers wel tellen, ga je je afvragen. Maar deze, van de Britse illustrator en ontwerper Bella Gomez, is wel erg geslaagd. Aan de cijfers zitten is aantrekkelijk én functioneel: door met het kartonnen muntje te schuiven leer je de vorm van het cijfer maken. Zal wel iets intelligents met motoriek en spiergeheugen achter zitten, maar het geniale schuilt in de onweerstaanbaarheid. Blijf er maar vanaf. Vanaf 2 jaar.

3. Karl Newson en Anuska Allepuz Beer of geen beer (we gaan het zien)
"'Wat ben ik ook weer?' / zei de beer op een keer. / Hij wist het niet meer." Heerlijke ironie waar driejarigen vanaf bladzij één tegenin kunnen brullen. En dan duurt het nog lekker lang voor hij er zelf achter is. Eerst maar eens proberen of hij kan vliegen, of hij gras lust en of hij kan sluipen als een vos. Tweede boek in Nederland van de Spaanse, in Engeland belande illustrator Anuska Allepuz. Vanaf 3 jaar.


zaterdag 23 juni 2018

Weekgreep #18-14: Noorse mythen maar dan stoer van Kevin Corssley-Holland, een minder bekende bundel van Rudyard Kipling herverteld, logboek van Sylvia Weve en debuut Tonke Dragt in nieuw jasje

1. Kevin Crossley-Holland Noorse mythen
Weinig genres hebben zo'n onverdiend saaie behandeling gekregen in de literatuur als Noorse en Griekse mythen. Ik weet uit eigen ervaring hoe geweldig die verhalen zijn om te vertellen, bijna nog net zo geweldig als in de tijd dat ze verzonnen werden. Ze hebben vrijwel niets van die aantrekkelijkheid verloren, maar om er aan de bedrand mee te scoren kun je ze het best uit je hoofd vertellen, want een spannende moderne versie is er niet. Waarom staan de Netflix-series van de oudheid tegenwoordig in het religie- en taalhistorische curiosahoekje? Met van die stoffige, semi-wetenschappelijke verzameluitgaven? De Britse schrijver Kevin Crossley Holland, bekend van zijn Artur-hervertellingen, bezorgt een stoere en bovenal goed vertelde uitgave, strak geïllustreerd door Jeffrey Allan Love. Een dijk van een boek vol goden, reuzen, zwaarden en bijlen, waar je boekenplank van doorzakt. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.

2. Rudyard Kipling, Elli Woollard en Marta Altés Waarom? Daarom!
Waarom heeft een walvis zo'n kleine keel? Een dromedaris een bult? Een olifant een slurf? Doet een kat wat hij wil? Kipling werd bekend met Het jungleboek, dankzij Disney nog altijd een wereldwijde klassieker. Maar hij maakte meer, zoals deze grappige dierenfabels op rijm. Onderhoudend maar wel wat ouderwets en naar mijn smaak wat flets geïllustreerd door Marta Altés. Voorlezen vanaf 5 jaar.

3. Sylvia Weve Logboek van tot nu toe onbekende dieren
Ze zijn in de mode, boekjes in de stijl van ontdekkingsreizigers. Waarin monsters, ontsproten uit middeleeuwse fantasieën, nog bestaan, uitgegeven alsof ze echt zijn en alleen maar 'ter hand gesteld' door de auteur, die een manuscript heeft gevonden op zolder. We zagen de afgelopen jaren al vergelijkbare uitgaven van Floortje Zwigtman en Ludwig Volbeda, Harm de Jonge, een hele geestige van Loes Riphagen en natuurlijk die van Joanne Rowling. Een feest voor illustratoren en liefhebbers van taalspel, want die beestjes moeten ook een barokke naam hebben. Dus maakte Sylvia Weve er ook nog maar een. Weinig origineel, maar wel leuk geworden. Vanaf 10 jaar.

Tonke Dragt De goudsmid en de meesterdief
Aardig om te zien hoe de succesvolle uitgave van hoogtepunten uit het oeuvre van Tonke Dragt in Engeland leidt tot een verfrissing van de Nederlandse titels. Gebruikmakend van de oorspronkelijke illustraties, dus trouw aan de auteur, heeft de uitgeverij na een aantal minder geslaagde pogingen eindelijk een eenvoudige en herkenbare vorm gevonden waarin Dragt weer meekan. Of het veranderen van de titel een goed idee is, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Verhalen van de tweelingbroers drukt de bijzondere band van dit tweetal beter uit, De goudsmid en de meesterdief klinkt spannender. Voor nieuwe lezers geschikter, denk ik. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.

zaterdag 16 juni 2018

Weekgreep #18-13: De A is van Os (Westera/Autobahn), Nu is later vroeger (Joke van Leeuwen), Kwie kwie kwie kwie kwie (Camilla Dreef) en Haren vol banaan (Erik van Os/Noëlle Smit)

1. Autobahn & Bette Westera A is van Os
A is helemaal niet van Aap, maar van Os. De de D is van Deur. De E van Hé, jij daar! En de M van water. Boek om blij van te worden, eentje waar je echt wat van gaat snappen. Zo zie ik non-fictie graag: geen weetjes-potpourri maar een helder verhaal waaraan die weetjes goed zijn opgehangen. Hoe zijn onze letters ontstaan? Is vaker verteld, maar niet zó. De letterspecialisten van ontwerpbureau Autobahn vonden een ingenieus eenvoudige manier om de de ontwikkeling van letters vanuit het Proto-Sinaïtisch naar het Grieks en Latijn vorm te geven. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en met verstand van zaken in beeld gebracht. En in dit geval nog geestig en goed geschreven ook. Westera verbindt onze letters, voor sommigen weerbarstig abstract, weer aan concrete waarden uit het dagelijks leven van drieduizend jaar geleden, waar iedereen die plaatjes gebruikt bij het Whatsappen, zich iets bij kan voorstellen. Os. Deur. Hek. Water. Hé, jij daar! Een dikke tien.

2. Joke van Leeuwen Nu is later vroeger
Joke van Leeuwen schrijft ook wel eens een non-fictieboek, maar is meer van de potpourri, zie boven. Deze alleskunner met gevoel voor humor zet verhaal, gedicht, strip, beeldbewerking en illustratie in om haar te verhaal te vertellen. Dat gaat niet altijd goed, in Waarom een buitenboordmotor eenzaam is, over taal, maakte ze er een tamelijk onnavolgbaar en vooral weinig boeiend potje van. Nu is later vroeger, over tijd, ziet er meteen al bij de eerste indruk beter uit. Interessant onderwerp waar ze, onvermijdelijk, vele verrassende en grappige invalshoeken bij heeft gevonden.

3. Camilla Dreef en Liset Celie Kwie kwie kwie kwie kwie
We verdrinken een beetje in boeken over vogels, maar deze van schrijvende televisiebioloog Camilla Dreef is erg geslaagd. Meestal zijn vogelboekjes erg plaatje-praatje, hier lezen we prachtig geïllustreerde verhalen over wat Camilla beleeft met doodgewone vogels die je overal in Nederland kunt tegenkomen. Meteen al mooi is haar inleiding over mantelmeeuwenonderzoek met GPS-rugzakjes. Er is maar één ding jammer en dat is dat je de vogels waar de verhalen over gaat niet per se gaat herkennen, omdat illustrator Liset Celie lekker haar eigen gang gaat, wat goed is voor de uitstraling, maar niet voor ornitonerds in de dop. Een overzichtje van de besproken soorten achterin was - hoe saai misschien ook - toch fijn geweest. Maar: opvallend mooi uitgegeven en alleen al daarom de aanschaf waard.

4. Erik van Os en Noëlle Smit Haren vol banaan
Kinderen en smerig, je maag draait er van om, maar je ontkomt er niet aan. In het titelgedicht omschrijft liedjesdichter Erik van Os treffend zijn kleine zusje na het ontbijt: om op te eten. Not. Maar toch houden we van haar - al is het dan met banaan erin. Andere meezingers: Ik Keek Net In Mijn Onderbroek, Pudding Met Vel en natuurlijk het Nakie Nakie Nonsenslied. Van dit zo voor de hand liggende kinderonderwerp zien we eigenlijk veel te weinig. Hoog tijd voor een Kinderen Weer Lekker Vies Manifest. Erik van Os en Noëlle Smit doen een fijne voorzet.

zaterdag 9 juni 2018

Weekgreep #18-12: Barnett en Jon Klassen, nu nóg minimalistischer, de nieuwe Erna Sassen en een Escapeboek.

1. Mac Barnett en Jon KlassenVierkant
Na hun geestige serie over hoeden en het geslaagde prentenboek De wolf, de eend en de muis zijn Mac Barnett en Jon Klassen terug bij hun nu nóg minimalistischer serie over vormen. Er staat niet eens een titel op. Het is een vierkant en zo heet het ook. Vorig jaar keken we naar driehoek, die een gemene grap ging uithalen met vierkant. Nu zien we hoe het hardwerkende vierkant, die als een ware Sisyphos blokken de berg opduwt, door zijn vriend cirkel voor een artistiek genie wordt uitgemaakt. Daar is vierkant danig van in de war. Ik heb het werk van Klassen wel eens somber genoemd en daar sindsdien een leuke mailwisseling over met zijn uitgeverij. Ik zie twee stromen in zijn werk: de wat gedetailleerdere boeken zoals de hoedenserie en De wolf, de eend en de muis en de minimalistische. In het meer gedetailleerde werk vind ik het sombere kleurgebruik afleiden van de humor. Juist in die minimalistische valt precies hetzelfde kleurgebruik veel minder op, misschien omdat de volstrekte eenvoud gerechtvaardigd en functioneel is: we zitten nog net niet naar een avontuur in platland te kijken. In die wereld komt juist de humor meer naar voren. En trouwens ook de knappe nuances, levendigheid en diepte die Klassen met minimale middelen weet aan te brengen. Ik vind dit zijn beste werk. Wie trouwens meer wil weten over de filosofie en werkwijze van deze twee interessante auteurs, kan ze op 15 of 16 juni in Nederland ontmoeten.

2. Erna Sassen Een indiaan als jij en ik
Erna Sassen krijgt na haar knappe jongerenboeken, in het bijzonder het zeer sterke Er is geen vorm waarin ik pas de extra zorg en aandacht die ze verdient. De vormgeving van Een indiaan als jij en ik, met een matzwart omslag en sterk binnenwerk van Martijn van der Linden, is prachtig. Inhoudelijk valt het boek tegen. Waar ze voor jongeren precies de goede, ogenschijnlijk luchtige toon aanslaat, is de manier waarop ze basisschoolkinderen aanspreekt te veel op de knieën. De kracht van haar proza is de rijkdom aan details en emoties en de subtiele, tegendraadse onderstroom waarin zo veel te ontdekken valt. Die rijkdom heb ik in dit boek niet kunnen ontdekken. Korte, uitleggerige zinnen die niet lekker samenwerken, een brave en overbezorgde hoofdpersoon: ik had de grootste moeite om hier doorheen te komen.

3. Ivan Tapia en Montse Linde Escapeboek
Wat een leuk idee: de populaire escaperoom in boekvorm. Om aan dit verhaal te ontsnappen moet de lezer allerlei puzzels oplossen. De uitkomst van het raadsel vertelt je op welke bladzijde je verder moet. Niet van begin tot eind lezen dus, maar kris kras. Doet mij denken aan mijn lievelingsserie in de jaren tachtig: Kies je eigen avontuur. Je zou, in dit geval, twee of drie van dit soort boeken moeten hebben en dan tegen elkaar lezen. Om het echt spannend te maken.


zaterdag 26 mei 2018

Weekgreep #18-11: voodooboek met horrorhumor, De Tunnels van Dave Eggers en Naar de rand van de wereld van Dirk Weber

1. Jeff Strand Geen beste dag voor voodoo
Tyler Churchill wil, aangezet door zijn een tikkeltje psychotische boezemvriend Adam, wraak nemen op hun geschiedenisleraar. Adam regelt een voodoopop. Die werkt iets beter dan verwacht. Hoe vertel ik niet, want dan is de grap eraf. Ik pakte dit boek op in de categorie Meer Meters Maken Met Lezen en vanwege het strak vormgegeven omslag, maar dit boek is meer dan een lekkere weglezer. Aanstekelijk grappig, moeilijk weg te leggen.

2. Dave Eggers De Tunnels
Een kinderboek schrijft men door de zinnen kort te houden en de hoofdpersoon bijna elke zin bij naam te noemen. Dat lijkt bestsellerauteur Dave Eggers tenminste te denken in zijn enigszins teleurstellende kinderboekendebuut. Gran Bloempjes is tegen zijn zin verhuisd en ontdekt in zijn nieuwe dorp samen met zijn nieuwe vriendin een ondergronds netwerk vol mysterieuze en gevaarlijke wereld. Ze gaan het dorp redden. De kortademige, irritatie oproepende vertaling valt de auteur niet te verwijten, de voorspelbaarheid van het verhaal zeker wel.

3. Dirk Weber Naar de rand van de wereld
Het is vier jaar geleden dat het met een Zilveren Griffel bekroonde De goochelaar, de geit en ik verscheen. Auteur Dirk Weber probeert elke keer wat anders en neemt daar ook de tijd voor. Hij beheerst het vak van literair tot thriller en van historisch toekomstroman. Na de Crisis leven mensen in dorpen, zonder techniek. Kennis is verboden. Wie er toch wat mee doet, wordt vreselijk gestraft. Pijnlijk: een tikfout op het, overigens prachtige, omslag. Oh oh Querido.

zaterdag 7 april 2018

Weekgreep #18-10: Feestboek van Vos en Haas, twee boeken over wetenschappers (Stephen Hawking en 50 invloedrijke vrouwen) en Veertien van Tamara Bach

1. Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing Feestboek
De nieuwe Vos en Haas zal sociale mediahaters aanspreken, want dit prentenboek geeft hen groot gelijk. Het is feest, maar Iek doet niet mee. Zijn smartfoon is veel interessanter. Al snel staat iedereen om hem heen. Uil baalt ervan. Maar dan komt hij op een idee om zijn eigen Feestboek met selfies te maken. Vos en Haas bestaan twintig jaar. Knap geschreven met bijna alleen maar eenlettergrepige woorden, wat vrijwel niemand kan maar Sylvia Vanden Heede wel. Verslavend geïllustreerd door Thé Tjong-Khing.

2a. Martijn van Calmthout en Govert Schilling: Stephen Hawking, abc van een genie
Snelle, goed voorbereide actie van wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout en sterrenkundejournalist Govert Schilling. Stephen Hawking overleed op 14 maart en nu is er al een aanstekelijk geschreven, toegankelijk boekje over hem voor kinderen en jongeren en kom: ook volwassenen die van ruimtekrommingen geen bal begrijpen. Vol wetenswaardigheden over de man die werd geboren op de 300e sterfdag van Galileo Galilei en stierf op de 139e geboortedag van Albert Einstein. Mannen met wie hij zich kon meten en zijn sterrenstatus deelde.

2b. Rachel Ignotofsky Meisjes en wetenschap
Van Hypatia, de eerste wiskundige, via de onvermijdelijke Marie Curie naar de vorig jaar overleden Iraanse Maryam Mirzakhani: de vijftig meest invloedrijke vrouwelijke pioniers staan in dit door de New Yorkse Rachel Ignotofsky geschreven en geïllustreerde boek. Wel erg donker en kriebelig beletterd en hier en daar wat al te Vlaams vertaald voor de Nederlandse markt, jammer genoeg.

3. Tamara Bach Veertien
Aanstaande dinsdag verschijnt dit interessante Nederlandse debuut van de Duitse Tamara Bach, in eigen land met zeven titels en bijna het dubbele aantal bekroningen al een beroemdheid aan het worden. Bé komt na twee maanden afwezigheid weer op school en merkt dat er veel veranderd is. Haar vriendinnen doen geheimzinnig over iets dat ze hebben meegemaakt en zelf is ze voor het eerst gekust. Ook gaan haar ouders scheiden. De gebruikelijke ingrediënten voor pubergepruttel, maar dan heb je Bachs indringende stijl nog niet gelezen. Ze richt zich, net als Gideon Samson dat wel eens doen, rechtstreeks tot de lezer. De stijl is kort, snel, dan weer afwezig, dan weer heel erg in het moment. Hallucinerend, alsof je erbij bent, inclusief de verwarring. Veertien was genomineerd voor de prestigieuze Jugendliteraturpreis vorig jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net of bijna en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 1 april 2018

Weekgreep #18-9: Fienieg en Meinderts Liebermann, Akveld en Dematons Van wie is die sok, Emilia Dziubak Twaalf maanden in het bos

1. Annette Fienieg & Koos Meinderts De zee van meneer Max
Altijd weer genieten, als Annette Fienieg en Koos Meinderts samen een prentenboek maken. De vuurtoren blijf ik hun beste werk vinden; probeer die maar eens met droge ogen voor te lezen. Een nieuw hoogtepunt in de samenwerking is De zee van meneer Max, waarin Fienieg een prachtige mix weet te vinden tussen schilderen en schetsen, haar eigen stijl en die van Liebermann. Opzet van het verhaal ook goed: aandacht ligt meer op Martha, het weesmeisje dat model is van Max Liebermann, dan op de kunstenaar. Haar ontroerende eerste reis naar zee en een theetuin onderweg maakt de keus van behandelde kunstwerken eenvoudig en logisch. Mooi ook in beeld gebracht de verschillen tussen jongens (bloot aan het zwemmen) en meisjes (met opgetilde jurk en onderrok pootjebaaien, mutsje nog op) en zo zijn er allerlei verhalen in te ontdekken voor wie in kunst en geschiedenis geïnteresseerd is.

2. Joukje Akveld & Charlotte Dematons Van wie is die sok?
Charlotte Dematons is in de basis een verteller. Zomaar wat tekenen, zonder verhaal, is niets voor haar. Het concept 'van wie is die...', bedacht door Joukje Akveld en eerder al geïllustreerd door Thé Tjong-Khing, pas haar bijzonder goed. Ze deelt het talent met Mance Post uit haar Madelief-tijd om echte mensen en in het bijzonder kinderen te tekenen met al hun hebbelijkheden. Het boze kleutertje is echt geweldig. Steeds mogen we kiezen uit vier figuren van wie het missende kledingstuk is - dat het voor de hand ligt, maakt het juist grappig - en daarna krijgen we in een grote tekening te zien hoe het kledingstuk vermist is geraakt. De verschillende vermissingen hebben met elkaar te maken. Je blijft kijken.

3. Emilia Dziubak Twaalf maanden in het bos
Een oude traditie: een verzameling van alle maanden in twaalf prenten waarin je de seizoenen ziet verglijden. Helemaal mooi: dat met één landschap doen. Zoek de verschillen. Rotraut Susanne Berner maakte zo een hele serie met terugkomende personages, de Poolse illustrator Emilia Dziubak doet alle seizoenen in één boek. Fascinerend geheel. Van haar hand verscheen maar een eerder boek in Nederland. Doe maar meer.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 31 maart 2018

Weekgreep #18-8: Pulletje van Marco Kunst en Henriette Boerendans, Het ei van Britta Teckentrup en Ei! Ei! van Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

1. Marco Kunst en Henriette Boerendans Pulletje
Houtsnedekunstenares Henriette Boerendans maakt een sfeervol prentenboek bij de tekst van Marco Kunst over Pulletje, die eerst niet meer in haar ei past en als ze er eenmaal uit is droomt over nog groter worden. Zo groot dat ze bijna haar veertjes brandt aan de zon. Zo'n boek dat niet alleen fijn voorleest, maar ook een feest is om naar te kijken.

2. Britta Teckentrup Het ei
Alles over het ei. Vorm. Kracht. Volmaaktheid. Het grootste ei. Het kleinste ei. Schutkleuren. Verzamelaars. Oölogen. Bizarre broedplaatsen. Wat er in een ei gebeurt. Het verschil tussen vogel-, reptielen- en insecten-eieren. Het Fabergé-ei. Het gouden ei. Eierverhalen. Eieren versieren. Al trek? Prachtig geïllustreerd en vormgegeven. Hoewel misschien meer de smaak van volwassenen: een hebbeboek.

3. Harriët van Reek, Geerten Ten Bosch Ei! Ei! De wonderlijke Reis van Twee Eieren en een Poppenkast
Penseelwinnaars Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch maakten samen Ei! Ei!, over twee wandelende eieren die samen met een wandelende poppenkast op avontuur gaan. Zoals te verwachten valt bij in elk geval Van Reek wordt het een associatieve chaos en moet je het verhaal er zelf bij bedenken. Liefdesproject van de Groningse uitgever Philip Elchers. Mij te gekunsteld, maar er zijn liefhebbers voor.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 25 maart 2018

Weekgreep #18-7: Gerda De Preter, Zoek de Streep, Dank je wel van Stefan Boonen en Jan Van Lierde, Eiland van Mark Janssen, Alice in Wiskunde Wonderland

1. Gerda De Preter: Toen Alfie verdween
Gerda De Preter is een van die stug overkomende Vlaamse auteurs bij een Nederlandse uitgeverij, die in praktijk toch vooral de Vlaamse markt bedient. Spookpijn (2005) vond ik knap en aanstekelijk. Ze maakt ook spannende boeken, zoals Op de rug van de duivel (2010) over treinsurfen. Deze lerares Nederlands en Engels uit Haagt schrijft net iets te weinig om voet aan de grond te krijgen, maar het is de moeite waard om in de gaten te houden. Toen Alfie verdween gaat over een boos meisje van gescheiden ouders dat een broertje of zusje krijgt en de astmatische Alfie, die uit het buitenland komt en woordenlijsten maakt. Ook dit keer is het verhaal vrolijker en luchtiger dan het klinkt... en het omslag oogt.

2. Andy Mansfield: Zoek de streep
Net zo geweldig als Een boek van Hervé Tullet, belooft de uitgever in de begeleidende brief. Dat is nogal een belofte. Papieringenieur Andy Mansfield verstopt in elke illustratie een streep, die je kunt vinden, of samenstellen uit losse onderdelen, door flapjes om te klappen. Iedere volgende pagina is moeilijker, tot er op de laatste een heel kasteel uit het boek omhoog komt, waarin je diverse strepen kunt ontdekken door op de juiste manier door de drie-dimensionale tekening heen te kijken. Toch heeft het boek niet veel diepte. Elke keer die saaie streep vinden, na een paar keer proberen weet je het wel. Ook laat het prutsen sporen achter, waardoor tweede en derde pogingen minder moeilijk worden, je ziet waar je moet vouwen. Aardig boek dat zeker wel een minuut of tien vermaakt, maar wint het niet van dat van Tullet, dat dit na tien keer bekijken nog steeds doet.

3. Stefan Boonen en Jan Van Lierde: Dank je wel
Nog zo'n actief boek vandaag, waarin je het verhaal volgt van flatbewoners, die in een wild avontuur van alles met elkaar te maken krijgen. Dat illustrator Jan Van Lierde ook animator is zie je af aan de tekeningen die je bijna uit de pagina lijkt te kunnen pakken. Tegelijkertijd verscheen van beide heren ook het aanstekelijke Verliefd, waar je zowel bij kunt zwijmelen als stoer gniffelen. En da's niet altijd zo bij boeken over de liefde, die jongens meestal aan zich voorbij laten gaan.

4. Mark Janssen: Eiland
Mark Janssen, die vorig jaar wist te vermaken met het geestige en opvallend kleurrijke Dino's bestaan niet, komt nu met een sprakeloos prentenboek. Janssen kan zijn fantasie heerlijk laten ontsporen en is in Eiland het best te zien als een uitbundige mix van de rijke realistische en humoristische wereld van Charlotte Dematons en de kronkelige golf associatieve beelden van Marije Tolman. Waarbij hij, wat toegankelijkheid betreft, meer aan de kant van Dematons blijft. Een vader en een dochter lijden schipbreuk en gaan op een eiland wonen. Blijkt de rug van een schildpad te zijn. Boven water ontvouwt zich een ander avontuur dan onder water. Het meisje verbindt op de valreep, als ze gered worden door een groot schip, de twee werelden. We kunnen weer reuzenposters gaan drukken!

5. Carlo Frabetti en Wendy Panders: Alice in Wiskunde Wonderland
Interessant project van de in Spanje wonende en werkende Italiaanse wiskundige Carlo Frabetti en de Nederlandse illustrator Wendy Panders, die de illustraties van de oorspronkelijke Spaanse uitgave vervangt. Alle grote wiskundige problemen en hun bedenkers/oplossers komen de elfjarige Alice tegen die natuurlijk eerst niet en later wel van wiskunde houdt.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 3 maart 2018

Weekgreep #18-6: Björn, Ministerie van Oplossingen, de tweede van Ellen van Velzen, een Gouden Boekje van Paulien Cornelisse en een geestig prentenboek van Jon Klassen

Soms zit het een weekje niet mee. Griep en zo. Daarom deze week, waarin ook de derde Julius Zebra verscheen en Het slijmerigste slijmboek een bestseller bleek, een paar extra.

1. Delphine Perret: Björn, zes berenverhalen
Franse vertalingen, die zien we niet vaak. Er lijkt een harde scheidslijn te lopen tussen de doorgaans vrije en vrolijk anti-autoritaire Noord-Europese jeugdliteratuur en de meestal wat opvoedkundige en volgzame Zuid-Europese en die grens ligt zo'n beetje halverwege België al. Dat betekent niet dat er geen te gekke dingen gebeuren daar. Schrijver en illustrator Delphine Perret is er eentje om in de gaten te houden. In het strak vormgegeven Björn zes humoristische en filosofische berenverhalen met grappige pentekeningen. Het geheel heeft in de verte iets weg van Arnold Lobel (Uil) en Syvlia Vanden Heede / Thé Tjong-Khing (Vos en haas). Het is niet eens haar eerste boek, vorig jaar verscheen ook bij Davidsfonds Infodok Maurice de krokodil en Arsène de alligator. Op haar website is meer veelbelovend werk te vinden. Leuk om voor te lezen (vanaf 6 jaar), even leuk om zelf te lezen (vanaf 8 jaar).

2. Sanne Rooseboom: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Tweede deel in de serie van het Ministerie van Oplossingen. Mag wel wat meer aandacht hebben deze serie, al was het maar omdat de boeken - in tegenstelling tot veel ander werk in dit genre - zo verzorgd zijn uitgegeven en lekker geïllustreerd door Mark Janssen, vooral de krachtige kleuromslagen. Natuurlijk, in de verhalen vind je het standaardclubje met het enthousiaste leidermeisje, het te fantasievolle vriendje en de nerd die liever over robots leest dan raft. Maar dan heb je geen rekening gehouden met de 89-jarige blinde buurvrouw Vis die ook in het team zit! Meters maken met lezen doe je zo.

3. Ellen van Velzen: Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Haar debuut Jonge Vlieger (2013), over een dorp dat zich tegen een onbekend gevaar beschermt door dag en nacht vliegers in de lucht te houden, vond ik erg interessant. We hebben erg lang moeten wachten op een nieuw boek van de evolutiebioloog, die tegenwoordig in Potsdam wiskundige modellen maakt van planktondynamica. Dus die heeft overdag wel wat anders aan haar hoofd. De kinderen van de Eindeloze Vlakte gaat over Sen, de zoon van een stamhoofd, die wordt gevangengenomen door zijn aartsvijanden en daar ontdekt dat die een bijzondere rol voor hem in gedachten hebben. Dat belooft wat. Vanaf 12 jaar.

4. Paulien Cornelisse en Emanuel Wiemans: Het mooiste geluid ter wereld
Dit boekje had precies zo in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, de tijd waarin de beroemde Gouden Boekjes voor het eerst verschenen. Maar toen was Paulien Cornelisse echt nog niet geboren en illustrator Emanuel Wiemans ook niet. Erg goed gelukte, aanstekelijke pastiche met gegarandeerd voorleesplezier. Iedere muzikant vindt zijn of haar eigen instrument verantwoordelijk voor het mooiste geluid ter wereld. Ping! Vomp! Zwie zwie zwie! Boem! Wat zouden al die lawaaimakers nu eens moeten doen? Drie keer raden. Vanaf 5 jaar.

5. Jon Klassen en Mac Barnett: De wolf, de eend & de muis
Jon Klassen maakt echt fantastische platen, maar waarom mag geestig werk er niet gewoon geestig uitzien? Dat vraag ik me bij al zijn boeken af maar zeker bij deze. Muis wordt opgegeten door vos en ontdekt in diens buik een eend die daar al een tijd woont. Zou echt een voorleeshit kunnen zijn, maar een hoop lezers zullen dit prentenboek niet oppakken, domweg vanwege de grijsbruine sombere uitstraling. Jammer! Vanaf 5 jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 18 februari 2018

Weekgreep #18-5: Mark Lowery Charlie en ik, Lenneke Westera De muizen en een mooi evolutieprentenboek van Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck

De week waarin Pipi Langkous definitief zonder n-woord is (volgens de aanbiedingsfolder van de uitgever), de Waanzinnige boomhut alweer 91 verdiepingen blijkt te hebben en de verfilming van Leven van een loser ook weer tot een boek leidt: Leven van een loser, niet te filmen.

1. Mark Lowery: Charlie en ik ver van huis
Charlie, het drie jaar jongere broertje van Martin, is veel te vroeg geboren en heeft dat maar net overleefd. Hij is vaak ziek maar beschikt over een grote fantasie, ziet nergens gevaar in en is zijn grote broers beste maatje. Ze gaan samen, stiekem, op reis naar het zuidelijkste puntje van het land om een dolfijn te zien. Charlie en ik is Lowery's debuut in Nederland, maar de vijfde titel in eigen land. Hoewel ook dit boek erg humoristisch is, is het wat serieuzer van ondertoon dan de vorige vier, die titels hebben als The Chicken Nugget Ambush. Vanaf 10 jaar.

2. Lenneke Westera De muizen
Fien wordt van achter de klikobak door 160 kraaloogjes aangestaard. 'Peru' zeggen de muizen, en 'San Francisco'. Een ander zou aan de pillen gaan, maar Fien gaat op reis. Met heel veel muizen, je kan er maar beter niet bang van zijn, door illustrator Marc Suvaal. Lenneke Westera (1962) is een laat- en langzaambloeier. Na een werkzaam leven in de gezondheidszorg debuteerde ze in 2004 met het bijzonder aardige, filosofische vriendschapsboek Schaap en geit. Heel wat later volgde Vergeten. Ze is nu terug met De muizen. Vanaf 8 jaar, voorlezen.

3. Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck Het hele soepzooitje
Erg leuk evolutieprentenboek van wetenschapsjournalist Floor Bal en de Vlaamse illustrator Sebastiaan Van Doninck. Het boek dat nog ontbrak naast Het raadsel van alles dat leeft van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, en er wat illustraties betreft de concurrentie zeker mee aan kan. Het hele verhaal, maar dan razendsimpel en razendsnel. Van Doninck weet een mooi midden te vinden tussen geestig en kleurrijk modern en de statige sfeer van oude schoolplaten, waarin je tijdens de les kunt wegdromen. Vanaf 6 jaar.

zaterdag 3 februari 2018

Weekgreep #18-4: Oliver Jeffers versus Britta Teckentrup, Evelien de Vlieger heeft wat nieuws en het slavernijboek van Arend van Dam ligt bijna in de winkel

#1 Oliver Jeffers Die eland is van mij versus Britta Teckentrup De muis en de muur
Veel prentenboekengetetter afgelopen anderhalve week en terecht natuurlijk. Het belang van voorlezen en dus prentenboeken in de opvoeding kan nauwelijks worden overdreven. Geen reden om er een humorloze bedoening van te maken. Denk volgend jaar bijvoorbeeld eens aan deze prentenboekenmaker. Die eland van mij is niet zo ijzersterk als De krijtjes staken maar kom over zo'n geniaal boek nog maar eens heen. Wat illustraties betreft doet het er zeker niet aan onder. Wilfred heeft een eland, denkt hij. De hilarische lijst met zaken die 'zijn' eland allemaal voor hem gaat doen wordt langer en langer, ondertussen doet de eland lekker wat hij zelf wil.

Waarom iedereen ondertussen zo wegloopt met Britta Teckentrup? Haar brave boek Ssst! De tijger slaapt is prentenboek van het jaar en vlak voor de Nationale Voorleesdagen verscheen De muis en de muur. De muis en zijn vrienden zijn opgesloten binnen een hoge muur, de muis gaat buiten kijken en merkt dat de muur helemaal niet bestaat. En poef, de muur is weg. Nu zijn de dieren vrij, behalve de leeuw die binnen blijft. 'Want bange ogen durven niet te kijken, die zien niets.' Wat een moralistisch draakje! Ze zouden er in de jaren zeventig van gesmuld hebben. Laten we het over het sombere drukwerk maar niet hebben. Houten-kralenkettingen-pedagogiek. Er is zoveel frisser, moderner en vooral geestiger werk in de aanbieding.

2. Evelien De Vlieger Wish you were here
En wat is het toch met die Engelse titels op Nederlandse boeken de laatste tijd? Snap dat niet. Evelien De Vlieger kan schrijven en heeft dit niet nodig zou je zeggen. Na haar geestige Brei met mij verschenen een aantal jongerenromans die het midden opzoeken tussen chicklit en literair. De Vlieger pakt de meidenroman net even anders en wat ruiger aan dan het gebruikelijke getut in dit genre, daar kun je op vertrouwen. De motto's van René Char, de Pixies en Samuel Beckett voorin alleen al. Hazel heeft een gebroken hart en gaat als nanny aan de slag in een Engelse badplaats. Beetje vreemd: waar is de moeder van het jongetje van acht en zijn pasgeboren zusje?

3. Arend van Dam De reis van Syntax Bosselman
De geschiedenisleraar des vaderlands presenteert binnenkort een boek met een intrigerende titel over een wel bijzonder gevoelig onderwerp, het Nederlandse slavernijverleden. Syntax Bosselman is een Surinamer die tijdens de Wereldtentoonstelling van 1883 naar Nederland werd gehaald. Zijn verhaal en dat van vele anderen staan in dit boek. Arend van Dam publiceert in een moordend tempo over geschiedenis en aardrijkskunde en doet dat verdienstelijk. Naar Syntax Bosselman ben ik erg benieuwd.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net (of in een enkel geval: bijna) en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 20 januari 2018

Weekgreep #18-3: Edward van de Vendel & Sanne te Loo gaan olympisch schaatsen, voorleesboek met Ingrid & Dieter Schubert, de nieuwe David Almond

1. Edward van de Vendel, Sanne te Loo en Beorn Nijenhuis: De jongen die met de dieren schaatste
Querido heeft een inmiddels zeer uitgebreide serie waarin schrijvers verhalen maken met jongeren die iets indrukwekkends hebben meegemaakt. Je krijgt dan echte verhalen, maar wel goed geschreven. Edward van de Vendel, die met De gelukvinder toch al met stip de beste bijdrage leverde aan die bijzondere reeks, maakte een prentenboek volgens hetzelfde principe. Wat een gaaf idee. Schaatser Beorn Nijenhuis vertelt het verhaal van zijn jeugd in Canada en hoe hij daar trainde op een meer met alleen de dieren als gezelschap. Bijzondere aandacht verdienen de verbluffende illustraties van Sanne te Loo. Op het wat rommelige omslag van dit klein formaat prentenboek zie je het er niet aan af maar het binnenwerk had een veel groter formaat verdiend. Vanaf 8 jaar.

2. Annette Herzog, Ingrid en Dieter Schubert: Moemf heeft een vriend
De stompzinnige, koppig gelukkige grijns. Daarin verslaat geen enkele illustrator het wereldberoemde duo Ingrid en Dieter Schubert. Ze hebben met Moemf weer een fantastisch fantasiedier geschapen voor de voorleesverhalen van Annette Herzog. Moemf en zijn vriend gaan op zoek naar de lente, waar blijft die toch? Ongeduldig beginnen ze alvast een feest te organiseren. Als ze afscheid nemen van de winter, zijn ze ook een beetje verdrietig. Het boek verschijnt tegelijkertijd, met dezelfde illustraties, in het Duits. Vanaf 5 jaar.

3. David Almond Het avontuurlijke verhaal van Angelino Brown
Ik moet bekennen dat ik geen fan ben van het nogal geconstrueerde literaire oeuvre van David Almond, maar dit boek ziet er wel aardig uit. Om het truttige omslag moet je even heenkijken, het binnenwerk van Alex T. Smith is heel wat beter. Buschauffeur Bert Brown is zijn baan beu. Wie heeft bushaltes en passagiers uitgevonden? Ze hangen hem de keel uit. Dan vindt hij een engel in zijn borstzak. Die zet de boel op stelten. Niet heel origineel, geen hoogvlieger, wel lekker levendige weglezer. Vanaf 10 jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 13 januari 2018

Weekgreep #18-2: klassieker van Dino Buzatti, Ik ben je mama niet van Marianne Dubuc, Onbreekbaar van Hans Hagen

1. Dino Buzatti: De beroemde bereninvasie van Sicilië
Tijdens een ijskoude winter komen de beren uit de bergen van Sicilië, op zoek naar eten maar ook naar de door jagers ontvreemde zoon van berenkoning Leonzio. Het is een vorm van jeugdliteratuur die nauwelijks meer op deze manier gemaakt wordt maar in het midden van de vorige eeuw vrij veel voorkwam in Europa: onzinverhalen, vol gedichten, absurde wendingen en kolderieke personages. De in eigen land zeer beroemde. Dino Buzzati (1906-1972) werkte zijn hele leven voor de krant en schreef en tekende daarnaast verhalen. Zijn oeuvre is in het Nederlands zeer beperkt verkrijgbaar en zelfs in het Engels niet compleet. Deels op rijm vertaald door Renata Vos. De illustraties van de auteur, die ook strips tekende, ogen nog erg modern. Of hedendaagse kinderen er nog mee te behagen valt, hangt sterk af van leeservaring en geduld. Literatuurliefhebbers zullen ervan smullen en het graag in hun bibliotheek hebben.

2. Marianne Dubuc: Ik ben je mama niet
Ik ben een groot fan van het gedetailleerde, humoristische en licht wereldvreemde werk van Marianne Dubuc. In haar nieuwste vindt de eekhoorn op een dag een ei voor zijn deur waar al snel een vreemd, dik wezentje komt. Het wezen accepteert de eekhoorn direct als moeder, de eekhoorn blijft maar proberen om de echte te vinden.

Hans Hagen: Onbreekbaar
Deborah van der Schaaf illustreerde met fantasievolle collages en beeldbewerkingen deze nieuwe bundel jongerenpoëzie van Hans Hagen. De vorige, Hoe angst klinkt, is alweer uit 2012. Hans Hagen is samen met zijn vrouw vooral bekend van postergedichten voor jongere kinderen zoals Jij bent de liefste (2000), maar zou juist meer aandacht verdienen met zijn toegankelijke, maar toch subtiele gedichten over liefde, intermenselijke relaties en de dood voor jongvolwassenen. Opvallend aan deze uitgave is de geestige en toch volwassen vormgeving, erg geslaagd.