dinsdag 13 november 2018

Weekgreep #18-21: twee keer heel veel vrouwen voor het slapengaan, De wonderlijke werkplaats van oom Tobi, verrassing: een serieuze Oliver Jeffers; lang verwacht: Lepelsnijder van Marjolijn Hof

1. Francesca Cavallo en Elena Favilli Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 2
Er is nogal een hype gaande met boeken vol voorbeeldvrouwen. Waarin vrouwen die verhalen schrijven gewoon schrijver heten. Kracht van dit soort boeken is het enorme aantal voorbeelden: honderd maar liefst. Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes 1 heeft het vorig jaar kennelijk goed gedaan: ligt in veertig talen op drie miljoen nachtkastjes. Dit jaar al een tweede deel. Krachtig vormgegeven met links het verhaal en rechts een illustratie.

2. Katherine Halligan en Sarah Walsh Wereldvrouwen
Nog zo'n boek, zelfde opzet, maar grafisch heel wat minder geslaagd. Bruin, fluoriserend oranje en goud: hoe kom je erop? Vreselijke nepblokletter ook en een rommelige opzet met elke pagina anders, plaatje-praatje. Ook het aantal, vijftig vrouwen na de inmiddels tweehonderd van Cavallo en Favilli, valt een beetje tegen. Wel goed: iedere spread eindigt met 'zo maakte zij het verschil'. Beide boeken hebben natuurlijk een sterk moralistische ondertoon en niet iedereen houdt daarvan. Maar het is kennelijk nodig om die verhalen te vertellen. Het valt te hopen dat dit soort boeken zich snel overbodig maakt.

3. Lissa Evans De wonderlijke werkplaats van oom Tobi
Lekker eigenwijs vormgegeven avonturenverhaal over de tienjarige Kevin die op zoek gaat naar de verborgen werkplaats van zijn oom, die illusionist was. Hiervoor moet hij een hele reeks puzzels oplossen. En dat moet snel, want hij is niet in zijn eentje op zoek. Het kleine formaat met de iets grotere letter maakt er een fijne stevige pocket van, die lekker in de hand ligt. Jenny de Jonge deed het vertaalwerk. Da's ook goed nieuws.

4. Oliver Jeffers Samen hier
Verrassing: Oliver Jeffers kan ook serieus doen. We kennen hem van het razend grappige en bovendien bijzonder originele prentenboek over krijtjes die in opstand komen en gaan staken, omdat ze het bijvoorbeeld zat zijn om knalrode brandweerauto's en eindeloos kerstmannen te tekenen. Die eland is van mij vertelt subtiel en ironisch het tegenovergestelde verhaal over een jongen en 'zijn' eland. Dit boek lijkt bedoeld te zijn voor jonge ouders en laat in prachtige platen met veel diepte zien hoe ingewikkeld de wereld in elkaar zit. Gelukkig zijn er overal mensen die je vragen kunnen beantwoorden. Het boek is een ode aan zijn vader, die elke dag voor respect en tolerantie pleit. Ik geloof dat ik Jeffers liever als humorist zie.

5. Marjolijn Hof Lepelsnijder
Het is best lang stil geweest rond Marjolijn Hof, die al een tijdje eerste leesboekjes maakte toen ze ineens op de voorgrond sprong met Een kleine kans en daar gelijk ook maar een Gouden Griffel mee won. Haar eerste grote boek sinds De regels van drie uit 2013 is net uit: Lepelsnijder, geïllustreerd door Annette Fienieg. Janis gaat op zoek naar Frid, de lepelsnijder, die naar de markt in het dal is gegaan en niet terug is gekomen. Met hond Luki en ezel Kiezel gaat hij op zoek. Het achterflap belooft, net als deze samenvatting, een klassiek avonturenverhaal. Het eerdere werk van Hof kennende, hoeft het niet per se spannend te worden.

dinsdag 6 november 2018

Weekgreep #18-20: Winterhuis Hotel, bedreigde dieren op postzegels, de Gorgels zijn terug, Yvonne Jagtenberg eert Jacques Tati en Jan Paul Schutten over niks

Ben Guterson Winterhuis Hotel
Weesmeisje Elizabeth wordt in de kerstvakantie, met een briefje dat op de gesloten voordeur is geplakt, naar een hotel gestuurd. Daarvoor moet ze eerst een nacht met de trein om in het verre noorden te komen. Het Winterhuis Hotel, dat in het omslag 'echte' raampjes heeft, blijkt alleszins mee te vallen. Maar er rust een vloek op. Vertrouwd recept voor lekker lang lezen bij de radiator. Vertaald door Imme Dros, met een aanbeveling van Tonke Dragt. Toe maar.

Martin Jenkins en Tom Frost Bedreigde dieren
Dertig dieren elk op een postzegel van een land waar ze dreigen uit te sterven. De groottandzaagvis. De Amsterdamse Albatros. De paling. De orka. Het overduidelijke idealisme van de makers en de uitgever staat de hoge kwaliteit van dit boek niet in de weg. Elke illustratie is indrukwekkend genoeg in zichzelf om aan de muur te hangen als reuzenposter. Heel fijn voor in de klas of op het kastje in de gang. Onbedoelde ironie: de postzegel is misschien wel harder aan het uitsterven dan die dieren.

Jochem Myjer en Rik de Haas De Gorgels en het geheim van de gletsjer
Cabaretiers die kinderboeken schrijven: het niet per se een gelukkige combinatie, maar Jochem Myjer heeft het wél begrepen. Hij is geen grote vernieuwer met zijn Waakgorgels die alleen Melle en zijn zusje Limoni kunnen zien, werken doet het wel. De Gorgels, even grappig als knus, lezen heerlijk voor en dat is zeker ook te danken aan de feestelijke en meeslepende illustraties van Rick de Haas. In dit tweede deel gaan ze op vakantie naar de bergen.

Yvonne Jagtenberg Mijn wonderlijke oom
Yvonne Jagtenberg heeft dat zeldzame talent om illustraties met een hoog artistiek gehalte te maken en tegelijkertijd toch kinderen te kunnen boeien. Echte kinderkunst dus. Haar Balotje-serie is interessant én grappig. Zestig jaar na het verschijnen van de film Mon oncle van Jacques Tati eert ze deze grote Franse komiek. En haar eigen vader, die Tati graag imiteerde. Je hoeft de film overigens niet te kennen om van dit boek te kunnen genieten. Eerder een aanleiding om 'm weer eens op te snorren. Hij is wat traag maar kan, door de zeer moderne vormgeving en kneuterige zomerse accordeon-sfeer, nog goed mee.

Jan Paul Schutten en Floor Rieder Het mysterie van niks en oneindig veel snot
De uitgever noemt het een trilogie en dat mag het heten. Jan Paul Schutten maakte in 2013, geholpen door de toen net beginnende illustrator Floor Rieder, grote indruk met Het raadsel van alles wat leeft, deed dat in 2015 nog eens dunnetjes over met Het wonder van jou en half november verschijnt het veelbelovende Mysterie van niks en oneindig veel snot over het heelal. We kunnen ons weer schrap zetten voor heel veel feitjes, geestig opgediend, briljant van illustraties voorzien. In het informatieve genre de absolute top. Om nu alvast een centimeter of drie, vier voor vrij te maken in de boekenkast.

maandag 29 oktober 2018

Weekgreep #18-19: kindergedichten van Robbert-Jan Henkes, sprookjes van Janneke Schotveld, De goudvisjongen, De spooktoren, Klaas kan alles, Het grote bomenboek

Robbert-Jan Henkes Wit als een wat
Robbert-Jan Henkes is vooral bekend als vertaler, samen met Erik Bindervoet vertaalt hij Beatles, Dylan, Joyce. Voor kinderen maakte hij in 2016 een prachtige selectie Russische kindergedichten op swingende wijze toegankelijk in Bij mij op de maan. Zo swingend, dat meteen duidelijk was: voor dit soort taal heeft hij die Russen helemaal niet nodig. Overigens een kwaliteit die alle vertalers zouden moeten hebben. Vorig jaar debuteerde hij inderdaad als kinderdichter: Jij met mij en afgelopen zomer kwam Wit als een wat uit. Klassieke kindergedichten waarbij je een kamerjas, een leunstoel en een pijp vermoedt. De barokke trekjes van zijn geliefde Russen zijn er ook zeker nog in te vinden. Beetje slap en zwart-wit uitgegeven, als een voorlichtingsbrochure uit de jaren tachtig, da's wel jammer. Maakt de gedichten niet minder onderhoudend.

Janneke Schotveld De kikkerbilletjes van de koning
Superjuffieschrijfster Janneke Schotveld (lees hier mijn interview met haar) geeft al langer aan dat ze wel eens wat anders wil dan Superjuffie. Haar kinderboekenweekgeschenk Kattensoep slaat nog geen nieuwe weg in, maar De kikkerbilletjes van de koning wel. Kloeke uitgave met de crème de la crème van de Nederlandse kinderboekenillustratoren en meteen al in de titel die stoute Schotveld-knipoog, die kinderen haar boeken op doet pakken. Zeker geen sprookjesboek dat in de kast zal blijven staan.

Keir Graff De spooktoren
Heel prettig vertaald avonturenverhaal over een Amerikaanse tweeling Mal en Colm, die van Dallas naar Chicago verhuist. In de torenflat naast die van hen is iets vreemds aan de hand. Staat die toren er wel echt? En zijn de bewoners wel van deze tijd? Mal en Colm, die liever niet verhuisd waren, raken steeds meer in de ban van hun nieuwe woonomgeving. Niet vreselijk origineel maar lekkere weglezer, goed uitgeven met dikke kaft en een heel wat beter omslag dan de mierzoete Amerikaanse versie.

Yannick Fritschy en Marleen Hoebe Klaas kan alles. Jij ook?
Voor wie maar niet genoeg kon krijgen van de televisieserie: nu het boek. Met extra wetenschappelijke weetjes over de achtergronden van de gekke en gewaagde experimenten die voormalige Checkpoint-presentator Klaas van Kruistum op televisie doet. Spoiler-alert van zoonlief: eerst de afleveringen kijken, anders weet je door het boek de uitkomst al.

Piotr Socha en Wojciech Grajkowski Het grote bomenboek
Hoezeer je ook van bomen houdt, het is makkelijker er boeken van te maken dan over. Saai! Niet in Het grote bomenboek en dat is vooral te danken aan de verbluffende illustraties van de Pool Piotr Socha. Ze bewandelen niet het geijkte pad. Bizarre bomen hebben hun eigen pagina. Wilde wortels een andere. Prehistorische bomen. Boom-eters. De hoogste bomen. Houten kerken en tempels. Houten voertuigen. En voor de liefhebbers: de enten van Tolkien staan er ook in. Blijft het suf klinken? Ga dan vooral zelf kijken.

maandag 22 oktober 2018

Weekgreep #18-18: Meneer de Uil is terug, Ieber en Knoert, broerdebuut Hank Green, Jef Aerts slaat de vleugels uit met Martijn van der Linden, gaaf flapjesboek Wie eet wat?

1. Patrick Bremmers Hallo, Meneer de Uil
Deze liefdesbetuiging aan de bekendste Nederlandse kindertelevisieserie ooit, is te veel een hagiografie geworden. Hoewel de auteur, fan van het eerste uur Patrick Bremmers, in zijn voorwoord meteen aandoenlijk toegeeft dat bij het herbekijken van alle afleveringen het bijna omvallen van decorstukken of het iets te vaak voorlezen uit de krant van gisteren hem wel begon op te vallen, weerhoudt dat hem niet om verder een grote lofzang op de serie te houden. Eindigend met een wat tenenkrommend interview met uitgever Maurits Rubinstein, die aan de wieg stond van een nieuw seizoen Meneer de Uil, nu in 3D. Rubinstein is uitgever van dit boek. Hij gelooft heel erg in, de comeback van Meneer de Uil. Da's niet zo heel verassend, meneer Rubinstein. Neemt niet weg dat het fijn nostalgisch bladeren is in Hallo, meneer de uil voor wie de serie als kind zag.

Sanne te Loo Ieber en Knoert
Mooie kleine geschiedenis van twee vrienden of broers of zussen of een ouder en een kind - wie zal het zeggen? Ieber vindt een vogel en Knoert laat hem weer vrij. Ieber besluit dat de cactus van Knoert dan ook maar vrij moet worden gelaten. Knoert is erg van de kaart als zijn cactus vermist blijft. Tot blijkt dat vogel én plant het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Bijzonder vriendschapsverhaal, waarin Sanne te Loo wat strakkere lijnen en wat meer kleurcontrast laat zien dan anders. Lekker fris.

Hank Green Een zeer opmerkelijk verschijnsel
Wie zich ook maar enigszins verdiept heeft in de succesvolle jongerenauteur John Green weet dat die een minstens even getalenteerde jongere broer heeft. Hank en John Green hadden jarenlang een succesvolle vlog, toen dit genre nog jong was en ze delen een volgerschare van tienduizenden Nerdfighters. Hank maakt muziek en debuteert nu met Een zeer opmerkelijk verschijnsel, over een grafisch ontwerper die een vreemd beeld vindt op straat en als ze daarover vlogt, ineens wereldberoemd is. Ze weet niet zeker of ze dat nu heel geweldig vindt. Net zo goed als Green? We gaan het zien!

Jef Aerts De blauwe vleugels
Wat verschijnen er dit jaar toch mooi vormgegeven boeken! Elke keer denk ik de mooiste van het jaar in handen te hebben en dan ligt er weer een uitdager in mijn postbus. Martijn van der Linden maakte niet alleen prachtige illustraties voor de nieuwste van Jef Aerts, de manier waarop deze illustraties in het boek verwerkt zijn en Herman Houbrechts de vormgeving verzorgde is zeer geslaagd. Het verhaal doet denken aan de gebroeders Leeuwenhart, die tot het uiterste gaan om voor elkaar te zorgen. Josh en Jadran vinden een gewonde kraanvogel en leren hem vliegen. Josh valt van de brandladder die ze voor de vlieglessen gebruiken. Jadran, die het ongeluk veroorzaakte, dreigt opgesloten te worden. Samen besluiten ze op zoek te gaan naar de kraanvogel.

Babin & Kiko Wie eet wat?
Dit knalgele schuifjesboek is goed voor uren speel- en voorleesplezier. Links zien we de dieren eten, rechts mogen we raden wie ook weer bij welk eten hoort. De kracht van dit verder eenvoudige boek is het strakke ontwerp en het fijne, oerdegelijke dikke karton waarmee het gemaakt is. Klein minpuntje: als je het boek scheef houdt gaan alle schuifjes weer open. Vergt enige handigheid om dit zonder gedoe voor te lezen. Iets oudere kinderen zouden wijsneuzig kunnen protesteren dat dieren veel meer eten dan dat ene product. Echt voor beginners dus.

dinsdag 16 oktober 2018

Weekgreep #18-17: nóg meer sprookjes van Thé Tjong-Khing, Witte Piet... waarom niet?, Mijn Clementine, Annet Schaap maakt nog meer zeemeerminnen, heruitgave Rijmsoep van Roald Dahl

1. Thé Tjong-Khing Sprookjes van overal
Wat is die man toch griezelig productief en word er maar eens níet blij van: Thé Tjong-Khing schreef en illustreerde nóg maar een sprookjesboek, dit keer met verhalen van over de hele wereld. Zoals het prachtige openingsverhaal uit Zweden over Olle, die zo graag zout op de staart van een ekster wil doen opdat hij vele rijkdommen kan wensen. Voor de ekster dat toestaat, moet hij eerst allerlei wensen van de ekster vervullen. Het duurt even voor hij doorheeft waarom.

2. Gerda Dendooven Piet en Sint en het slimme kind
In samenwerking met twee culturele instellingen maakte de Vlaamse illustratrice Gerda Dendooven een boek over Sinterklaas, die na een regenbui totaal doorweekt bij Loulou op bezoek komt. Piet was al vlekkerig van het roet, maar is nu helemaal schoongespoeld. Zo kan hij niet naar buiten, als Witte Piet. Waarom eigenlijk niet, vraagt het slimme kind. Als je maar cadeautjes brengt! Slim? Of had daar moeten staan: al te doorzichtig? Ik weet het wel.

3. Amy Novesky & Roberto Innocenti Mijn Clementine
Schitterend beeldverhaal over het leven van een schip van de de Italiaanse illustrator Roberto Innocenti en de Amerikaanse auteur Amy Novesky. De bijdrage van de filmische illustraties is dusdanig dat de bezorger van de tekst niet eens op het omslag staat. Innocenti deed veel klassiekers als Pinocchio en De notenkraker maar dit hedendaagse ligt hem wel erg goed.

4. Sabine Wisman & Annet Schaap Ik ben een zeemeermin (maar dat is geheim)
Sabine Wisman was die malle hype om met aan elkaar ge-elastiekte benen het zwembad onveilig te maken ruim voor toen ze in 2004 kwam met het geestige en originele Ik ben een zeemeermin (maar dat is geheim). Toenmalige illustrator Annet Schaap heeft in de tussentijd ook haar liefde aan de zeemeermin verklaard. Misschien was dat ook de aanleiding om na al die jaren dit boek een tweede, opgefriste druk te geven. Logisch.

5. Roald Dahl & Quentin Blake Rijmsoep
Deze vertaling van Rhyme stew verscheen voor het eerst in 1990 en wordt sindsdien af en toe opnieuw uitgebracht. Werd niet zo'n succes als de Gruwelijke rijmen, waarin Dahl sprookjes anders af laat lopen, doorgaans in het voordeel van de slachtoffers. Rijmsoep is dan ook wel van een andere orde. Een preutse oude vrijster staat bij de grabbelton en vindt de grabbelende hand van de dominee onder haar rok. De gymjuf leert Karel een heel ander soort gym. 'Gevaarlijk leesvoer', vermeldt de omslagillustratie. Dahl van zijn pikante en balorige kant.





zaterdag 6 oktober 2018

Weekgreep #18-16: Bart Moeyaert zegt sorry, Prutje, vrolijk doodgaan met Jacques Vriens, Majoor Rosalie, een dierenboek dat groot en klein tegelijk is

1. Bart Moeyaert Tegenwoordig heet iedereen Sorry
Dat Bart Moeyaert vaak óver jongeren schrijft, is een feit. Maar schrijft hij vóór jongeren? Daar heb ik al vaak openlijk aan getwijfeld. Veel van wat aantrekkelijk is aan Bart Moeyaert, is aantrekkelijk voor volwassen. Uitgevers. Recensenten. Zuchtende dames in de zaal. Toch debuteerde hij ooit met een lekkere jeugdroman, Duet met valse noten. Misschien bewijst hij eindelijk mijn ongelijk in Tegenwoordig heet iedereen sorry. De titel schreeuwt in elk geval om lezen.

2. Pieter Koolwijk Prutje
Ik begrijp niet goed hoe dit omslag van Linde Faas het ooit tot de drukkerij heeft geschopt, maar de inhoud van dit boek is veelbelovend. Arbeiderszoon Hens werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in een fabriek en is verantwoordelijkvoor zijn broertje Walm, die niet goed mee kan komen. Na een zoveelste aanvaring met de fabrieksopzichters, gaan op zoek naar een betere wereld.

3. Jacques Vriens Code Kattenkruid
Onze vriendelijkste verteller, zelf al een tijd grootvader, over een gewaagd onderwerp. De opa van Stijn is niet van plan te wachten tot hij doodgaat. Als hij hoort dat hij niet lang meer heeft, gaat de geplande driedaagse fietstocht gewoon door. Misschien dat het vanzelf ergens ophoudt, misschien dat hij kiest voor euthanasie. Eerder wist Vriens te raken met het verfilmde Achtste groepers huilen niet over een klasgenoot met kanker. Openhartig schreef hij voor volwassenen over de moeilijke relatie met zijn moeder in Moeders knie. Alleen die titel en dat omslag: onbegrijpelijk, gauw wat aan doen, want deze auteur en dit onderwerp verdienen beter.

4. Timothée de Fombelle en Isabelle Arsenault Majoor Rosalie
Schitterend uitgegeven en geïllustreerd verhaal van de Franse schrijver Timothée de Fombelle. Zijn boeken over Toby Lolness, een piepklein mannetje dat in de groeven van de bast van een boom woont, trokken aandacht maar werden geen heel groot succes in Nederland. Ook de barokke opvolger Vango bleek geen blijver. Majoor Rosalie gaat over een meisje in de Eerste Wereldoorlog. Haar meester leest voor uit de krant, haar moeder uit de brieven van haar vader aan het front. Ze vermoedt dat ze niet de hele waarheid hoort. Maar ze kan nog niet lezen. Daar vindt ze wat op.

5. Christina Banti en Cristina Peraboni en Fracesca Cosanti Het grote grotedierenboek en Het kleine kleinedierenboek
De allergrootste dieren in Het grote grotedierenboek, de allerkleinste in Het kleine kleinedierenboek. Dat kleine boek is verstopt in de kaft van het grote. Gewoon geestig. Boem. Niets meer aan doen. We verzuipen in de dierenboeken, maar het blijft mogelijk om er een originele draai aan te geven. Van het Itialiaanse trio met de moeilijk te onthouden namen verscheen niet eerder iets in Nederland.



zaterdag 30 juni 2018

Weekgreep #18-15: seksende dieren, cijfers in de natuur, beer of geen beer (de eigenlijke boodschap: ga naar buiten!)

1. Katharina von der Gathen en Anke Kuhl Bij de beesten af
Hè hè, eindelijk een goed seksboek over dieren. Daar stellen kinderen veel vragen over, merkte de Duitse schrijfster Katharina von der Gathen, auteur van Dus jij en mama hebben het gedaan!? (2015), een voorlichtingsboek dat in geestigheid kan concurreren met onze Dokter Corrie. Bij de beesten af verdient lof om de openheid, de humor, de vele interessante details en het prettige illustratiewerk van Anke Kuhl. In alle opzichten geslaagd. Zo'n boek om lekker te laten slingeren. Vanaf tien jaar.

2. Bella Gomez 5 Cijfers in de natuur
Boeken over tellen, potgebruik en de tweede wereldoorlog vormen de genres waar de doorgewinterde jeugdrecensent het eerst genoeg van krijgt. Kunnen uitgevers wel tellen, ga je je afvragen. Maar deze, van de Britse illustrator en ontwerper Bella Gomez, is wel erg geslaagd. Aan de cijfers zitten is aantrekkelijk én functioneel: door met het kartonnen muntje te schuiven leer je de vorm van het cijfer maken. Zal wel iets intelligents met motoriek en spiergeheugen achter zitten, maar het geniale schuilt in de onweerstaanbaarheid. Blijf er maar vanaf. Vanaf 2 jaar.

3. Karl Newson en Anuska Allepuz Beer of geen beer (we gaan het zien)
"'Wat ben ik ook weer?' / zei de beer op een keer. / Hij wist het niet meer." Heerlijke ironie waar driejarigen vanaf bladzij één tegenin kunnen brullen. En dan duurt het nog lekker lang voor hij er zelf achter is. Eerst maar eens proberen of hij kan vliegen, of hij gras lust en of hij kan sluipen als een vos. Tweede boek in Nederland van de Spaanse, in Engeland belande illustrator Anuska Allepuz. Vanaf 3 jaar.


zaterdag 23 juni 2018

Weekgreep #18-14: Noorse mythen maar dan stoer van Kevin Corssley-Holland, een minder bekende bundel van Rudyard Kipling herverteld, logboek van Sylvia Weve en debuut Tonke Dragt in nieuw jasje

1. Kevin Crossley-Holland Noorse mythen
Weinig genres hebben zo'n onverdiend saaie behandeling gekregen in de literatuur als Noorse en Griekse mythen. Ik weet uit eigen ervaring hoe geweldig die verhalen zijn om te vertellen, bijna nog net zo geweldig als in de tijd dat ze verzonnen werden. Ze hebben vrijwel niets van die aantrekkelijkheid verloren, maar om er aan de bedrand mee te scoren kun je ze het best uit je hoofd vertellen, want een spannende moderne versie is er niet. Waarom staan de Netflix-series van de oudheid tegenwoordig in het religie- en taalhistorische curiosahoekje? Met van die stoffige, semi-wetenschappelijke verzameluitgaven? De Britse schrijver Kevin Crossley Holland, bekend van zijn Artur-hervertellingen, bezorgt een stoere en bovenal goed vertelde uitgave, strak geïllustreerd door Jeffrey Allan Love. Een dijk van een boek vol goden, reuzen, zwaarden en bijlen, waar je boekenplank van doorzakt. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.

2. Rudyard Kipling, Elli Woollard en Marta Altés Waarom? Daarom!
Waarom heeft een walvis zo'n kleine keel? Een dromedaris een bult? Een olifant een slurf? Doet een kat wat hij wil? Kipling werd bekend met Het jungleboek, dankzij Disney nog altijd een wereldwijde klassieker. Maar hij maakte meer, zoals deze grappige dierenfabels op rijm. Onderhoudend maar wel wat ouderwets en naar mijn smaak wat flets geïllustreerd door Marta Altés. Voorlezen vanaf 5 jaar.

3. Sylvia Weve Logboek van tot nu toe onbekende dieren
Ze zijn in de mode, boekjes in de stijl van ontdekkingsreizigers. Waarin monsters, ontsproten uit middeleeuwse fantasieën, nog bestaan, uitgegeven alsof ze echt zijn en alleen maar 'ter hand gesteld' door de auteur, die een manuscript heeft gevonden op zolder. We zagen de afgelopen jaren al vergelijkbare uitgaven van Floortje Zwigtman en Ludwig Volbeda, Harm de Jonge, een hele geestige van Loes Riphagen en natuurlijk die van Joanne Rowling. Een feest voor illustratoren en liefhebbers van taalspel, want die beestjes moeten ook een barokke naam hebben. Dus maakte Sylvia Weve er ook nog maar een. Weinig origineel, maar wel leuk geworden. Vanaf 10 jaar.

Tonke Dragt De goudsmid en de meesterdief
Aardig om te zien hoe de succesvolle uitgave van hoogtepunten uit het oeuvre van Tonke Dragt in Engeland leidt tot een verfrissing van de Nederlandse titels. Gebruikmakend van de oorspronkelijke illustraties, dus trouw aan de auteur, heeft de uitgeverij na een aantal minder geslaagde pogingen eindelijk een eenvoudige en herkenbare vorm gevonden waarin Dragt weer meekan. Of het veranderen van de titel een goed idee is, moet ieder maar voor zichzelf uitmaken. Verhalen van de tweelingbroers drukt de bijzondere band van dit tweetal beter uit, De goudsmid en de meesterdief klinkt spannender. Voor nieuwe lezers geschikter, denk ik. Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.

zaterdag 16 juni 2018

Weekgreep #18-13: De A is van Os (Westera/Autobahn), Nu is later vroeger (Joke van Leeuwen), Kwie kwie kwie kwie kwie (Camilla Dreef) en Haren vol banaan (Erik van Os/Noëlle Smit)

1. Autobahn & Bette Westera A is van Os
A is helemaal niet van Aap, maar van Os. De de D is van Deur. De E van Hé, jij daar! En de M van water. Boek om blij van te worden, eentje waar je echt wat van gaat snappen. Zo zie ik non-fictie graag: geen weetjes-potpourri maar een helder verhaal waaraan die weetjes goed zijn opgehangen. Hoe zijn onze letters ontstaan? Is vaker verteld, maar niet zó. De letterspecialisten van ontwerpbureau Autobahn vonden een ingenieus eenvoudige manier om de de ontwikkeling van letters vanuit het Proto-Sinaïtisch naar het Grieks en Latijn vorm te geven. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en met verstand van zaken in beeld gebracht. En in dit geval nog geestig en goed geschreven ook. Westera verbindt onze letters, voor sommigen weerbarstig abstract, weer aan concrete waarden uit het dagelijks leven van drieduizend jaar geleden, waar iedereen die plaatjes gebruikt bij het Whatsappen, zich iets bij kan voorstellen. Os. Deur. Hek. Water. Hé, jij daar! Een dikke tien.

2. Joke van Leeuwen Nu is later vroeger
Joke van Leeuwen schrijft ook wel eens een non-fictieboek, maar is meer van de potpourri, zie boven. Deze alleskunner met gevoel voor humor zet verhaal, gedicht, strip, beeldbewerking en illustratie in om haar te verhaal te vertellen. Dat gaat niet altijd goed, in Waarom een buitenboordmotor eenzaam is, over taal, maakte ze er een tamelijk onnavolgbaar en vooral weinig boeiend potje van. Nu is later vroeger, over tijd, ziet er meteen al bij de eerste indruk beter uit. Interessant onderwerp waar ze, onvermijdelijk, vele verrassende en grappige invalshoeken bij heeft gevonden.

3. Camilla Dreef en Liset Celie Kwie kwie kwie kwie kwie
We verdrinken een beetje in boeken over vogels, maar deze van schrijvende televisiebioloog Camilla Dreef is erg geslaagd. Meestal zijn vogelboekjes erg plaatje-praatje, hier lezen we prachtig geïllustreerde verhalen over wat Camilla beleeft met doodgewone vogels die je overal in Nederland kunt tegenkomen. Meteen al mooi is haar inleiding over mantelmeeuwenonderzoek met GPS-rugzakjes. Er is maar één ding jammer en dat is dat je de vogels waar de verhalen over gaat niet per se gaat herkennen, omdat illustrator Liset Celie lekker haar eigen gang gaat, wat goed is voor de uitstraling, maar niet voor ornitonerds in de dop. Een overzichtje van de besproken soorten achterin was - hoe saai misschien ook - toch fijn geweest. Maar: opvallend mooi uitgegeven en alleen al daarom de aanschaf waard.

4. Erik van Os en Noëlle Smit Haren vol banaan
Kinderen en smerig, je maag draait er van om, maar je ontkomt er niet aan. In het titelgedicht omschrijft liedjesdichter Erik van Os treffend zijn kleine zusje na het ontbijt: om op te eten. Not. Maar toch houden we van haar - al is het dan met banaan erin. Andere meezingers: Ik Keek Net In Mijn Onderbroek, Pudding Met Vel en natuurlijk het Nakie Nakie Nonsenslied. Van dit zo voor de hand liggende kinderonderwerp zien we eigenlijk veel te weinig. Hoog tijd voor een Kinderen Weer Lekker Vies Manifest. Erik van Os en Noëlle Smit doen een fijne voorzet.

zaterdag 9 juni 2018

Weekgreep #18-12: Barnett en Jon Klassen, nu nóg minimalistischer, de nieuwe Erna Sassen en een Escapeboek.

1. Mac Barnett en Jon KlassenVierkant
Na hun geestige serie over hoeden en het geslaagde prentenboek De wolf, de eend en de muis zijn Mac Barnett en Jon Klassen terug bij hun nu nóg minimalistischer serie over vormen. Er staat niet eens een titel op. Het is een vierkant en zo heet het ook. Vorig jaar keken we naar driehoek, die een gemene grap ging uithalen met vierkant. Nu zien we hoe het hardwerkende vierkant, die als een ware Sisyphos blokken de berg opduwt, door zijn vriend cirkel voor een artistiek genie wordt uitgemaakt. Daar is vierkant danig van in de war. Ik heb het werk van Klassen wel eens somber genoemd en daar sindsdien een leuke mailwisseling over met zijn uitgeverij. Ik zie twee stromen in zijn werk: de wat gedetailleerdere boeken zoals de hoedenserie en De wolf, de eend en de muis en de minimalistische. In het meer gedetailleerde werk vind ik het sombere kleurgebruik afleiden van de humor. Juist in die minimalistische valt precies hetzelfde kleurgebruik veel minder op, misschien omdat de volstrekte eenvoud gerechtvaardigd en functioneel is: we zitten nog net niet naar een avontuur in platland te kijken. In die wereld komt juist de humor meer naar voren. En trouwens ook de knappe nuances, levendigheid en diepte die Klassen met minimale middelen weet aan te brengen. Ik vind dit zijn beste werk. Wie trouwens meer wil weten over de filosofie en werkwijze van deze twee interessante auteurs, kan ze op 15 of 16 juni in Nederland ontmoeten.

2. Erna Sassen Een indiaan als jij en ik
Erna Sassen krijgt na haar knappe jongerenboeken, in het bijzonder het zeer sterke Er is geen vorm waarin ik pas de extra zorg en aandacht die ze verdient. De vormgeving van Een indiaan als jij en ik, met een matzwart omslag en sterk binnenwerk van Martijn van der Linden, is prachtig. Inhoudelijk valt het boek tegen. Waar ze voor jongeren precies de goede, ogenschijnlijk luchtige toon aanslaat, is de manier waarop ze basisschoolkinderen aanspreekt te veel op de knieën. De kracht van haar proza is de rijkdom aan details en emoties en de subtiele, tegendraadse onderstroom waarin zo veel te ontdekken valt. Die rijkdom heb ik in dit boek niet kunnen ontdekken. Korte, uitleggerige zinnen die niet lekker samenwerken, een brave en overbezorgde hoofdpersoon: ik had de grootste moeite om hier doorheen te komen.

3. Ivan Tapia en Montse Linde Escapeboek
Wat een leuk idee: de populaire escaperoom in boekvorm. Om aan dit verhaal te ontsnappen moet de lezer allerlei puzzels oplossen. De uitkomst van het raadsel vertelt je op welke bladzijde je verder moet. Niet van begin tot eind lezen dus, maar kris kras. Doet mij denken aan mijn lievelingsserie in de jaren tachtig: Kies je eigen avontuur. Je zou, in dit geval, twee of drie van dit soort boeken moeten hebben en dan tegen elkaar lezen. Om het echt spannend te maken.


zaterdag 26 mei 2018

Weekgreep #18-11: voodooboek met horrorhumor, De Tunnels van Dave Eggers en Naar de rand van de wereld van Dirk Weber

1. Jeff Strand Geen beste dag voor voodoo
Tyler Churchill wil, aangezet door zijn een tikkeltje psychotische boezemvriend Adam, wraak nemen op hun geschiedenisleraar. Adam regelt een voodoopop. Die werkt iets beter dan verwacht. Hoe vertel ik niet, want dan is de grap eraf. Ik pakte dit boek op in de categorie Meer Meters Maken Met Lezen en vanwege het strak vormgegeven omslag, maar dit boek is meer dan een lekkere weglezer. Aanstekelijk grappig, moeilijk weg te leggen.

2. Dave Eggers De Tunnels
Een kinderboek schrijft men door de zinnen kort te houden en de hoofdpersoon bijna elke zin bij naam te noemen. Dat lijkt bestsellerauteur Dave Eggers tenminste te denken in zijn enigszins teleurstellende kinderboekendebuut. Gran Bloempjes is tegen zijn zin verhuisd en ontdekt in zijn nieuwe dorp samen met zijn nieuwe vriendin een ondergronds netwerk vol mysterieuze en gevaarlijke wereld. Ze gaan het dorp redden. De kortademige, irritatie oproepende vertaling valt de auteur niet te verwijten, de voorspelbaarheid van het verhaal zeker wel.

3. Dirk Weber Naar de rand van de wereld
Het is vier jaar geleden dat het met een Zilveren Griffel bekroonde De goochelaar, de geit en ik verscheen. Auteur Dirk Weber probeert elke keer wat anders en neemt daar ook de tijd voor. Hij beheerst het vak van literair tot thriller en van historisch toekomstroman. Na de Crisis leven mensen in dorpen, zonder techniek. Kennis is verboden. Wie er toch wat mee doet, wordt vreselijk gestraft. Pijnlijk: een tikfout op het, overigens prachtige, omslag. Oh oh Querido.

zaterdag 7 april 2018

Weekgreep #18-10: Feestboek van Vos en Haas, twee boeken over wetenschappers (Stephen Hawking en 50 invloedrijke vrouwen) en Veertien van Tamara Bach

1. Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing Feestboek
De nieuwe Vos en Haas zal sociale mediahaters aanspreken, want dit prentenboek geeft hen groot gelijk. Het is feest, maar Iek doet niet mee. Zijn smartfoon is veel interessanter. Al snel staat iedereen om hem heen. Uil baalt ervan. Maar dan komt hij op een idee om zijn eigen Feestboek met selfies te maken. Vos en Haas bestaan twintig jaar. Knap geschreven met bijna alleen maar eenlettergrepige woorden, wat vrijwel niemand kan maar Sylvia Vanden Heede wel. Verslavend geïllustreerd door Thé Tjong-Khing.

2a. Martijn van Calmthout en Govert Schilling: Stephen Hawking, abc van een genie
Snelle, goed voorbereide actie van wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout en sterrenkundejournalist Govert Schilling. Stephen Hawking overleed op 14 maart en nu is er al een aanstekelijk geschreven, toegankelijk boekje over hem voor kinderen en jongeren en kom: ook volwassenen die van ruimtekrommingen geen bal begrijpen. Vol wetenswaardigheden over de man die werd geboren op de 300e sterfdag van Galileo Galilei en stierf op de 139e geboortedag van Albert Einstein. Mannen met wie hij zich kon meten en zijn sterrenstatus deelde.

2b. Rachel Ignotofsky Meisjes en wetenschap
Van Hypatia, de eerste wiskundige, via de onvermijdelijke Marie Curie naar de vorig jaar overleden Iraanse Maryam Mirzakhani: de vijftig meest invloedrijke vrouwelijke pioniers staan in dit door de New Yorkse Rachel Ignotofsky geschreven en geïllustreerde boek. Wel erg donker en kriebelig beletterd en hier en daar wat al te Vlaams vertaald voor de Nederlandse markt, jammer genoeg.

3. Tamara Bach Veertien
Aanstaande dinsdag verschijnt dit interessante Nederlandse debuut van de Duitse Tamara Bach, in eigen land met zeven titels en bijna het dubbele aantal bekroningen al een beroemdheid aan het worden. Bé komt na twee maanden afwezigheid weer op school en merkt dat er veel veranderd is. Haar vriendinnen doen geheimzinnig over iets dat ze hebben meegemaakt en zelf is ze voor het eerst gekust. Ook gaan haar ouders scheiden. De gebruikelijke ingrediënten voor pubergepruttel, maar dan heb je Bachs indringende stijl nog niet gelezen. Ze richt zich, net als Gideon Samson dat wel eens doen, rechtstreeks tot de lezer. De stijl is kort, snel, dan weer afwezig, dan weer heel erg in het moment. Hallucinerend, alsof je erbij bent, inclusief de verwarring. Veertien was genomineerd voor de prestigieuze Jugendliteraturpreis vorig jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net of bijna en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.