Posts tonen met het label jaren nul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jaren nul. Alle posts tonen

donderdag 13 juni 2013

We prijzen ons vak de marge in

Wie zich vandaag buigt over de nominaties voor de Gouden Lijst, de nu bijna drie jaar oude boekenprijs voor grofweg de onderbouw van de middelbare school, zou door een lichte teleurstelling kunnen worden bevangen. Raamvertelling + mythologische figuur + ronkende zinnen = 'zal wel literatuur zijn' van Marcel Roijaards' Rebel met vleugels? Gideon Samsons gelikte gebabbel en ingenieuze verhaallijntjes in Zwarte Zwaan? Het niet onaardige maar weinig originele Rotmovie van Marianne de Smet? Inderdaad boeken die het afgelopen jaar opvielen. Maar kandidaten voor goud? En is dit echt alles wat we ze te bieden hebben?

Die teleurstelling is terecht. Ja, dat is alles. Op deze plek daarom eens niet een betoog over boeken die de jury over het hoofd heeft gezien, maar een pleidooi om op het houden met het uitdelen van goud aan boeken die niet meer dan brons verdienen. Want na alles wat er te doen is geweest om een volgens schrijvers gemarginaliseerde groep schrijvers, versterken we juist het beeld dat er in die groep onvoldoende interessants gebeurt voor een aparte prijs. Dat is namelijk het geval. Al jaren.

Dertienjarigen stoppen massaal met lezen
Dat zeg ik niet omdat ik dertienjarige lezers geen warm hart toedraag. Integendeel. Dertienjarigen zijn juist mijn favoriete lezersgroep. Alle naoorlogse lezersonderzoeken geven aan dat we erg veel lezers kwijtraken als ze naar de middelbare school gaan. Niet gek ook, op die leeftijd hebben ze wat anders aan hun hoofd en aan hun lijf. Voor lezen van boeken is er met ineens veel huiswerk, nieuwe vrienden, een wereld om schoorvoetend te veroveren en al die veel beter in je broekzak passende concurrerende media nog maar weinig tijd. En kon de bibliotheek op de basisschool nog velen bekoren, het eerste wat een brugklasser leert is dat je daar alleen komt om werkstukken te knippen en te plakken op de openbare computers. Helemaal niet erg: velen die begonnen als boekenwurm, komen na tijden van hormonale kaalslag vanzelf weer terug.

Dat kan liggen aan de hormonen, ook aan het aanbod
Of ligt die puberale leesdip aan het aanbod? Dat kan ook. Die kinderen willen best, maar zijn ineens te groot voor Francine Oomen en al bijna voor Carry Slee. Ze willen lezen over zelfstandig worden, de wereld in, hun eigen shit oplossen zonder ouders én zonder tips van opvoederige schrijfsters. Ik las Thea Beckman en Jan Terlouw toen ik zo oud was. Geef me de ruimte, over een meisje dat helemaal alleen middeleeuws Europa in trekt, was voor mij een programmatische titel. De kloof maakte mij (los van dat dit boek retespannend was) politiek bewust en idealistisch. Nu lezen ze Morgen toen de oorlog begon. En andere dikke series vol avontuur, waarin een morele keuze niet wordt geschuwd, waarin je wat van de wereld leert en misschien zelfs over jezelf. Maar vooral waar ouders en leraren dood of in elk geval ver weg zijn en niet zweverig of zwaarwichtig wordt gedaan. In de jaren tachtig kregen zulke schrijvers nog wel eens een Gouden Griffel, tegenwoordig worden ze om leesbevorderingsredenen getolereerd. Als het puur om kwaliteit gaat niet helemaal onterecht, maar er is te weinig tegenover komen staan. In het eerste decennium van deze eeuw verschenen er welgeteld veertien boeken in deze leeftijdscategorie die niet per se goud, maar zeker wel aandacht van een jury verdienden. Dat is 1,4 boek per jaar.

Er zijn te veel prijzen voor te weinig goede boeken
Het werkelijke probleem is niet een gebrek aan aandacht. Integendeel. We hebben juist te veel prijzen voor te weinig goede boeken. Gouden Griffels, Zilveren Griffels, Vlag en Wimpels, Gouden Penselen, Zilveren Penselen, Gouden Paletten, Gouden Lijsten, Woutertje Pieterse, Nienke van Hichtum, Hotze de Roos, Dioraphte, Inktaap, prijzen van de Kinderboekhandel en van Selexyz, Boekstart Babyboek van het jaar, Kinderjury, Jonge Jury en een hele rits regionale bokalen. Om toch vooral geen leeftijdscategorie, dorpsschrijver of doelgroep over het hoofd te zien.

Dat gedoe met die leeftijdsgroepen werkt niet
Dat leidt - nog los van de discussie over de kwaliteit - tot hilarisch gedoe rond de afbakening. Hoe doen ze dat eigenlijk bij die jury's? Betekent deze bekendmaking dat Zwarte zwaan (eigenlijk een basisschoolboek) geen Gouden Griffel kan krijgen omdat het mogelijk een Gouden Lijst wordt? Of krijgt hij, als dat zo uitkomt, ze allebei? Is Rotmoevie (eigenlijk young adult) nu uitgesloten bij de Dioraphte? En dan heb ik het hier alleen over door CPNB gesponsorde prijzen die naar ik aanneem met elkaar samenwerken. Wat vrijgevestigde jury's doen moeten ze natuurlijk zelf weten.

Doe ons ajb één jaarlijkse en één oeuvreprijs
Al die organisaties vragen zich ondertussen hardop af waarom er toch steeds minder aandacht is voor prijzen. Wel, hierom dus: het zijn er te veel en de winnaars zijn te zelden 24-karaats. Dit stukje gaat niet over de Gouden Lijst, een op zichzelf beschouwd sympathiek idee, maar om de prijzengekte die er de afgelopen tien jaar is ontstaan. Waar we behoefte aan hebben is één prijs voor het beste boek voor kinderen onder de vijftien en één oeuvreprijs voor iemand die systematisch zulke boeken maakt. En jury's die durven om af en toe eens een jaar over te slaan, zodat het uitgereikte goud ook bij de volgende generatie nog wat waard is en we bij de Griffel der Griffels van 2054 geen modderfiguur slaan. En dan stel ik ook voor om daar dit jaar meteen mee te beginnen. Het probleem van het kinderboeken is niet een gebrek aan prijzen maar een overschot er aan. We prijzen onszelf de marge in. Daar wordt uiteindelijk niemand beter van.

vrijdag 7 januari 2011

X. Het kinderboek is nog niet terug

Dat in de recente kinderboekverfilmingshype steeds maar boeken uit de jaren zestig en zeventig en zelfs een paar van voor de oorlog worden verfilmd is niet toevallig. Natuurlijk, het zijn de kinderboeken die de makers zelf lazen. Maar er is meer: het zijn boeken die de verfilmers zijn bijgebleven, omdat ze er ooit diep door zijn geïnspireerd. Wat je het liefst verfilmt is een boek dat op eigen kracht de tijden overstijgt. Zo'n boek is in het afgelopen decennium niet geschreven. Ondanks het goede voor- en nagerecht is de nasmaak van het gelag daarom toch bitter: een stevig hoofdgerecht ontbreekt. Mijn terugblik over een kleine driehonderd recensies bevestigt dat: in de categorie van 6 tot 13 vond ik wel een paar mooie eervolle vermeldingen, maar geen overtuigende winnaar. En daarmee is de sombere voorspelling van Anne de Vries in 1990 nog altijd waar: het echte kinderboek is aan het verdwijnen. Vanaf het moment dat kinderen kunnen lezen totdat ze naar de de brugklas gaan, zijn ze aangewezen op schoolpulp en spannende series. Aanstekelijk maar oppervlakkig, vermaak dat je op de drempel van de literatuur brengt maar geen stap verder. Boekenwurmen kunnen natuurlijk teruggrijpen naar de klassiekers van vóór het midden van de jaren tachtig, Schmidt, Biegel, Dragt, Kuijer en als ze wat ouder zijn Beckman en Terlouw, maar die auteurs verliezen terrein. Beetje terecht ook wel, want je kunt niet blijven volhouden dat al die boeken altijd fris en modern blijven. Nog treuriger wordt het als je de resultaten van een klein onderzoek onder leraren in dit verhaal betrekt: de kennis van kinderboeken van basisschoolleraren is bedroevend: 55% van hen schaamt zich er niet voor om hun eigen leerlingen aan te wijzen als belangrijkste bron van hun gebrekkige kennis. Begrijp me niet verkeerd: kinderen worden heus niet slechter van de sympathieke boeken van Oomen, Slee, Vriens en Van Loon. De sterren die ze van kinderen krijgen opgespeld zijn welverdiend. Maar worden ze er beter van? Nee, niet als ze in die alleen zichzelf bevestigende cirkel van geruststellende gezelligheid blijven hangen. Je gunt kinderen boeken die ze op hun dertigste terugvinden en waarvan ze zeggen: dát was mooi. Dát moet ik aan mijn kinderen doorgeven. We weten nu wel dat Toon Tellegen en Ted van Lieshout dit probleem ondanks allerbeste bedoelingen niet gaan oplossen. Maar een andere oplossing heeft het afgelopen decennium óók niet opgeleverd. Al wat we horen zijn een handvol zachtjes door elkaar kakelende deskundigen. Die doen erg denken aan de dodo uit Alice in Wonderland en zijn wedstrijd die niemand kon winnen. Met die wedstrijd zijn we nu wel lang genoeg bezig. Er is ondertussen een verliezer: de lezer. En dat stemt mij, ondanks verwoede pogingen tot optimisme, somber. Het hartstochtelijke wachten is op de heruitvinding van het kinderboek.

Terug naar het overzicht. Illustratie: John Tenniel.

maandag 3 januari 2011

IX. Jongsten en oudsten mogen niet klagen

Ik herlas al mijn recensies van de afgelopen tien jaar, een kleine driehonderd stuks. Daaruit stelde ik een lijst samen van de beste boeken van het begin van deze eeuw, waard om nog een decennium of meer mee te gaan. Het goede nieuws: geslaagde prentenboeken en boeken voor de middelbareschoolleeftijd waren er in overvloed. Het was nog lastig kiezen. Kleuters, tieners, jongvolwassenen: ze hebben wat het aanbod betreft niet te klagen. Ook is er een interessante nieuwe trend, namelijk de opkomst het journalistieke jeugdboek, met als opvallendste voorbeeld de Slash-reeks van Querido, waarin op een indringde en persoonlijke manier de werkelijkheid aan de orde komt. Charlotte Dematons en Tjibbe Veldkamp (prentenboeken), Bibi Dumon Tak, Jan Paul Schutten en Bas van Lier (jeugdjournalistiek), Marco Kunst en Tanneke Wigersma (tienerliteratuur) en Floortje Zwigtman en Derk Visser (jongerenliteratuur) zijn in het oog springende Nederlandse auteurs die het afgelopen decennium interessant maakten en boeken schreven of tekenenden waarvan sommige ooit nog wel eens klassiek zouden kunnen worden. En dan laat ik de buitenlanders even buiten beschouwing.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Piet Grobler.

vrijdag 31 december 2010

De beste boeken van het begin van deze eeuw

Van alle recensies die ik vanaf september 2000 tot het einde van 2010 schreef, vond ik dit de beste boeken. Onderverdeeld in vijf categorieën (kleuters, onderbouw en bovenbouw basisschool en idem middelbare school) vind je hier de boeken die het eerste decennium van deze eeuw de moeite waard maakten. En die een langer leven verdienen.

Kleuters

Winnaar
Charlotte Dematons Ga je mee (Lemniscaat, 2000)

Winnaars buitenland
Piet Grobler Eén slokje, kikker (Lemniscaat, 2002, L.M. Niskos)
Kitty Crowther In het pikkedonker (Querido, 2002, Jacques Dohmen)

Beste series
Rotraut Susanne Berner De seizoenen (Lannoo)
Thé Tjong-Khing Waar is de taart (Querido)
Sylvia Vanden Heede Vos en Haas (Lannoo)
Lauren Child Charlie en Lola(Van Goor, vertaald door Rindert Kromhout)

Eervolle vermeldingen Nederland
Syvlia van Ommen De verrassing (Lemniscaat, 2003)
Charlotte Dematons Sinterklaas (Lemniscaat, 2007)
Thé Tjong-Khing: Waar is de taart (Lannoo, 2004)
Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman Het schoolreisje (Lemniscaat, 2001)
Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer Tim op de tegels (Van Goor, 2004)
Mathilde Stein en Mies van Hout Bang Mannetje (Lemniscaat, 2005)
Imme Dros en Harrie Geelen Bijna jarig (Querido, 2005)
Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer Kleine Aap’s Grote Plascircus (Lannoo, 2006)
Joke van Leeuwen Heb je mijn zusje gezien? (Querido, 2007)
Loes Riphagen Huisbeestenboel

Eervolle vermeldingen buitenland
Joëlle Jolivet Beestenboek (De Harmonie, 2003, Pieter van Oudheusden)
Joëlle Jolivet 365 pinguïns (Gottmer, 2007, J.H. Gever)
Joëlle Jolivet 10 kleine pinguïns (Gottmer, 2010, Bette Westera)
Lauren Child Dat lust ik niet (Van Goor, 2000, Rindert Kromhout)
Lauren Child Maar dat is míjn boek (Van Goor, 2006, Rindert Kromhout)
Michelle Knudsen en Keven Hawkes Niet brullen in de bieb! (Gottmer, 2007, J.H. Gever)
Philip Waechter Emma in het spookhuis (Querido, 2007, Jaqcues Dohmen)
Marion Bataille ABC3D (Querido, 2008)

Onderbouw basisschool

Winnaar
Geen

Winnaar buitenland
Geen

Eervolle vermeldingen Nederland
Koos Meinderts en Annette Fienieg De vuurtoren(Lemniscaat, 2007)
Hans en Monique Hagen Van mij en van jou (Querido, 2007)
Thijs Goverde De wraak van de meesterdief (Holland, 2006)
Linda Groeneveld Een pannenkoek voor de koningin (Nieuw Amsterdam, 2007)
Hanna Kraan Krik (Lemniscaat, 2005)
Edward van de Vendel Dom konijn (Querido, 2000)

Eervolle vermeldingen buitenland
Kate DiCamillo Despereaux of het verhaal van een muis, een prinses, een schoteltje soep en een klosje garen (Querido, 2005, Martha Heesen)
Maria Parr De wonderbaarlijke lotgevallen van Olle en Lena (Lannoo, 2007, Bernadette Custers)
De gebroeders Grimm en Charlotte Dematons Grimm (Lemniscaat, 2005, Ria van Hengel)
Wegenast Hanna en ik (Lemniscaat, 2009, Merel de Vink)

Bovenbouw basisschool

Winnaar Nederland
Geen

Winnaar buitenland
Geen

Eervolle vermeldingen Nederland
Kuijer Polleke (Querido, vanaf 1999)
Bibi Dumon Tak Het koeienboek (Querido, 2002)
Bibi Dumon Tak Laika tussen de sterren (CPNB, 2006)
Jan Paul Schutten Aan tafel! (CPNB, 2009)
Bas van Lier De wereld in het donker (Ploegsma, 2000)
Daan Remmerts de Vries De Noordenwindheks (Querido,
Harm de Jonge Tjibbe Tjabbes’ wereldreis (Van Goor, 2008)
Harm de Jonge De gouden golf (ILCO, 2000)
Truus Matti Vertrektijd (Lemniscaat, 2007)
Ted van Lieshout Twee ons liefde (Leopold, 2008)
Ted van Lieshout Hou van mij (Leopold, 2009)

Eervolle vermelding buitenland
Richard Farr Keizers van het ijs (De Fontein, 2009, Jeske Nelissen)

Onderbouw middelbare school

Winnaar
Marco Kunst: Gewist (Querido, 2004)

Winnaar buitenland
Louis Sachar Gaten (Lemniscaat, 2000, Marja Waterman)

Eervolle vermeldingen Nederland
Marco Kunst Isa’s Droom (Querido, 2008)
Lieneke Dijkzeul Aan de bal (Lemniscaat, 2004)
Bibi Dumon Tak Latino King (Querido, 2010)
Tonke Dragt Dichtbij ver van hier (Leopold, 2009)
Bas Haring Kaas en de evolutietheorie (Houtekiet, 2001)
Marieken Jongman Kiek (Lemniscaat, 2009)
Agave Kruijssen Vrije val (De Fontein, 2005)
Agave Kruijssen Walewijn (De Fontein, 2005)
Tjibbe Veldkamp Tiffany Dop (Lemniscaat, 2009)
Edward van de Vendel De Gelukvinder (Querido, 2008)
Dirk Weber Hij of ik (Querido, 2010)
Tanneke Wigersma Spiegelmeisje (Querido, 2009)
Lydia Rood Kus (Kidsbibliotheek, 2005)

Eervolle vermeldingen buitenland
Mikael Engström Dief van de duivel (Van Goor, 2006, Bernadette Custers)
Mikael Engström Tobbe (Van Goor, 2004, Bernadette Custers)
Beate Teresa Hanika Achter de stilte (Lemniscaat, 2010, Merel de Vink)
Carl Hiaasen Uil (Lemniscaat, 2003, Aleid van Eekelen-Benders)
Louise Rennison Tijgers, tanga’s en tongzoenen. Bekentenissen van Georgia Nicholson (Gottmer, 2002, Esther Ottens)
Shaun Tan Verhalen uit een verre voorstad (Querido, 2010, Eva Gerlach)

Bovenbouw middelbare school (tot 16)

Winnaar
Floortje Zwigtman Schijnbewegingen (De Fontein, 2005)

Winnaar buitenland
Mark Haddon Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht (De Fontein, 2003, Harry Pallemans)

Eervolle vermeldingen Nederland
Zwigtman Wolfsroedel (De Fontein, 2002)
Els Beerten Allemaal willen we de hemel (Querido, 2008)
Jesse Goossens It’s a wonderful life (Lemniscaat, 2008)
Hans van Straaten Wonderland (Vassallucci, 2003)
Tjibbe Veldkamp De Lachaanval (Van Goor, 2002)
Edward van de Vendel Chatbox (Querido, 2006)
Derk Visser Patatje Oorlog (Nieuw Amsterdam, 2007)
Derk Visser Landjepik ( Nieuw Amsterdam, 2009)
Bené Alfonso Medicijnmeester (Lemniscaat, 2006)

Eervolle vermeldingen buitenland
Kevin Brooks Lucas (De Harmonie, 2004, Wiebe Buddingh')
Anne-Laure Bondoux De tranen van de moordenaar (Gottmer, 2005, Pieter Meeuse)
John Green Het Grote Misschien (Lemniscaat, 2006, Aleid van Eekelen-Benders)
John Green Paper towns (Lemniscaat, 2009, Aleid van Eekelen-Benders)
Christophe Honoré De kwestie Leo (Querido, 2001, Karlijn Stoffels)
Meg Rosoff Hoe ik nu leef (Pimento, 2005, Jenny de Jonge)
Steinhöfel Het midden van de wereld (Lemniscaat, 2005, Tjalling Bos)
Janne Teller Niets (Clavis, 2010, Maaike Lahaise)

Bijzonderste boek 2000 – 2010
Walter Moers: De 13 1/2 levens van kap’tein blauwbeer (Bert Bakker, 2002, Frans Hille)

vrijdag 10 december 2010

VIII. Aandacht in de kranten bleef stabiel

Plek voor kinderboeken in de kranten is stabiel gebleven, ondanks grote zorgen aan het einde van de vorige eeuw. Kranten gingen gewoon door met bespreken en aandacht besteden aan belangrijke evementen en gebeurtenissen. Eigenlijk veranderde er niets: er was niet heel veel plek, er is nog steeds niet heel veel plek. Maar het ís er. Er wordt ook niet meer eenzijdig geklaagd over het aantal centimeters en daarmee is de kinderboekenrecensent van haar klagerige imago af. Dat heeft ook iets te maken met de toegenomen journalistieke professionaliteit van recensenten. Het is niet meer gek dat ze een journalistieke opleiding genoten hebben en ook ander journalistiek werk doen. Dat is te merken aan de stijl en inhoud van de recensies. Eigen kinderen - of die van de buren - erbij halen om een punt te maken is een faux pas geworden en preken voor eigen parochie komt niet zo veel meer voor. Op internet kwam er aandacht voor kinderboeken bij, maar de kwaliteit en functie ervan is heel wisselend. De krantenrecensenten zouden meer kunnen doen op internet en hun oeuvres zouden veel beter vindbaar moeten zijn. Dat geldt ook voor de consument. Nu is de mening van ouders en kinderen zelf - die ik graag op regelmatige basis zou zien - versplinterd en nauwelijks te vinden. Het wachten is op een soort Iens of Rotten Tomatoes voor kinderboeken, dat een gezond tegenwicht kan bieden aan intellectuele deskundigdoenerij in de kranten.

Terug naar het overzicht. Illustratie: de makers van het plaatje vind je in het plaatje.

woensdag 8 december 2010

VII. Fladdergeneratie kan niet kiezen

Het is niet per definitie een slechte zaak en het sluit aan op de tijdgeest: in de ‘jonge’ generatie schrijvers - dertigers en veertigers – lijkt genrehoppen het genre te zijn. Tjibbe Veldkamp, Tanneke Wigersma, Daan Remmerts de Vries, Edward van de Vendel en ook nieuwkomers waarvan we nog niet weten of het blijvertjes zijn zoals Mariken Jongman, Dirk Weber en Simon van der Geest weten niet wat ze willen of willen niet wat ze weten. Bij sommige auteurs is het gefladder wel charmant. Ze proberen dan weer eens dit, dan weer eens dat en het resultaat is bijna altijd aardig en interessant. Bij andere auteurs blijven pijnlijke kwaliteitsverschillen bestaan. Is het een gebrekkig zelfinzicht, een te grote dwang om veel en vaak het geluk ergens anders te proberen of de tijdgeest? In een programma over drugs hoorde ik de huidige generatie gebruikers een cocktailgeneratie noemen: ze gebruiken alles door elkaar. Zelf word ik vooralsnog niet high van het gefladder. Schoenmaker blijf bij je leest zou een tegeltje moeten zijn dat het Fonds voor de Letteren gratis aan schrijvers verstrekt.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Peter Hannan.

zaterdag 20 november 2010

VI. Volwassenen lezen kinderboeken

De alweer op zijn retour zijnde term ’crossover’ probeerde er cachet aan te geven, maar in normaal Nederlands komt de trend hier op neer: volwassenen kopen steeds meer kinderboeken voor zichzelf. En zijn daarmee een lastig te duiden rol gaan spelen in de cijfers. In het Nederlandse taalgebied verschenen van de Potterboeken hogere oplages dan er kinderen waren in de bedoelde leeftijdsgroep. Ook het succes van de Grijze Jager-serie lijkt deels van volwassenen te komen, wat te merken is op drukbezochte lezingen in boekhandels. Studentes Nederlands van negentien die zwelgen in de seksloze Twilight-boeken, zijn ook niet met goed fatsoen kinderen meer te noemen. Ook al willen ze zich kennelijk nog een tijdje als zodanig gedragen. Hoewel sommige vakgenoten dit duiden als een bewijs dat de kwaliteit van jeugdboeken toeneemt, lijkt het eerder een bewijs dat de belangstelling voor literatuur voor volwassenen afneemt.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Jennifer Young.

vrijdag 12 november 2010

V. Oeuvres verdwijnen en worden toch bekroond

Sjoerd Kuyper kaartte het in 2009 eloquent aan: oeuvres verdwijnen. Dat kan naast wat we hiervoor besproken hebben maar aan één ding liggen: die boeken verkopen niet goed genoeg. De uitgevers en de boekhandels hiervan de schuld geven, zoals Sjoerd Kuyper en een deel van de kinderboekendeskundigen doen, is te gemakkelijk. Schrijvers moeten zich ook afvragen of ze wel een interessante oeuvres maken. Bepaalde auteurs uit de jaren zestig en zeventig zijn immers nog wél goed verkrijgbaar. Dat komt niet echt niet alleen doordat de uitgever zo vriendelijk is om te blijven herdrukken. Toen Peter van Gestel in 2006 de Theo Thijssenprijs kreeg voor zijn gehele oeuvre, lagen er maar enkele titels van in de winkel. Dit is na het krijgen van die prijs iets, maar niet structureel verbeterd. Kinderboekenbekroners zouden hier een les uit moeten trekken, maar dat gebeurt niet. Het afgelopen jaar is er zelfs een internationale oeuvreprijs gegaan naar een auteur waar in Nederland geen enkele titel meer verkrijgbaar was: Citty Crowther. De uitgever herdrukt razendsnel één titel om te voorkomen dat nieuwsgierige krantenlezers in de boekwinkel bot vangen, maar dat is dan ook het enige wat er gebeurt. Dat een internationale jury niet perse rekening te hoeft te houden met wat Citty Crowther in één land omzet, doet niet ter zake: het gaat erom dat jury's zich überhaupt niet afvragen of de boeken wel door kinderen worden gelezen. Er is geen enkele relatie meer tussen jury en publiek. Met als resultaat dat de jury's bijna niets meer waard zijn. Weinig belangwekkende jury's bekronen weinig belangwekkende boeken en bereiken daar weinig belangwekkends mee. Ze kunnen er net zo goed mee ophouden. Dat geldt ook voor recensenten en andere publicisten die auteurs waarvan iedereen wel weet dat ze niet zo veel 'doen' bij hun 'doelgroep' de hemel in blijven schrijven zonder zich af te vragen of er wel naar ze geluisterd wordt. En te schamperen over auteurs die het wél goed doen, zonder daar iets van te willen leren.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Studio Bones.

maandag 8 november 2010

IV. Van big business naar fast business

Het gedroomde businessmodel van kwaliteitsuitgevers, die zich met een paar geldkanonnen en een hoop kleintjes staande houden, werkt niet meer. Of de meeste uitgevers wíllen niet meer zo graag investeren in langzame kwaliteitsauteurs. Waarom zou je kiezen voor sloom, als er ook snel succes is? En wat doe je als je dat wel wilt, maar iedereen de andere kant op rent? Hoe dan ook: big business, aangejaagd door de fabelachtige successen van Joanne Rowling, werd het niet. Want kannonnen van dat kaliber, die krijg je maar eens in de tien, twintig jaar. Dus werd het fast business. Het aantal nieuwe titels is de afgelopen tien jaar verdubbeld: gemiddeld 1200 per jaar calculeerde Stichting Speurwerk toen ik begon, 2365 nieuwe titels in 2009, volgens een telling van het feitelijke geweten van de kinderboekendeskundige Richard Thiel. Schrijvers opperen al als vuistregel: elk kwartaal een boek als je ervan wilt leven. En dan mag je blij zijn als je oplage hoog genoeg is om de ramsj te halen. Want dan is je oeuvre tenminste nog érgens te koop.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Carl Barks.

zondag 7 november 2010

III. De puinhopen van Potter

In de jaren negentig van de vorige eeuw bloeiden er in het kinderboekenreser- vaat duizend bloemen en was er in de boekenwinkel voor elk wat wils : van populaire pulp tot eigenzinnige nichekunst. Sterker nog: de nichekunst werd uit de winst van populaire auteurs betaald. Toen kwam Joanne Rowling en maakten we kennis met middernachtelijke rijen voor de boekhandel en een vorm van populariteit die een agressiever soort zakenmensen aantrekt. Die bestsellerhysterie was natuurlijk niet nieuw, maar kwam overwaaien uit de wereld van het volwassenenboek. Het kinderboek werd big business, met literaire agenten die belachelijke bedragen bieden op manuscripten en vechten om filmrechten. In blinde paniek werd naar opvolgers gezocht, die bijna allemaal flopten. Wat veel mensen over het hoofd hebben gezien is dat het succes van Potter wel begon op schoolpleinen maar dat volwassen lezers de hand hadden in de hype: de oplagen van de vierde editie in Nederland was al veel hoger dan het aantal kinderen dat er toen in die leeftijdsgroep rondliep. Tegelijkertijd deed zich nog een ander raar fenomeen voor: beroemde mensen die ook even een kinderboek gingen schrijven. Madonna deed het. Paul de Leeuw deed het ook. Zonder ook maar iets van waarde achter te laten. Al die literaire goudzoekerij is met Potter begonnen en de schade is enorm: het kinderboekenvak is in een enorme versnelling geraakt en niemand durft als eerste aan de noodrem te trekken. Daarom mogen wij, ook al heeft hij dit vast niet voorzien laat staan gewild, wel spreken van de puinhopen van Potter.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Warner Bros.

dinsdag 26 oktober 2010

I. Het leesplezier is terug

Onmiskenbaar pluspunt van de de terugkeer van het dikke boek: het zijn betere tijden voor leesplezier. Een leesbaar boek schrijven is voor kwaliteitsschrijvers niet meer taboe, zodat lezers voor hun plezier niet meer alleen aangewezen zijn op pulp. Om een verklaring voor deze langverwachte terugkeer te vinden, moeten we in de geschiedenis van het leesplezier duiken. Leesplezier is in Nederland altijd verdacht geweest. Misschien heeft dat iets met het calvinisme te maken. Voor leesplezier heb je in de eerste plaats een plot nodig en wat in Nederland voor literatuur doorgaat is opvallend arm aan plot. Voor ervaren lezers is dat niet zo'n punt, maar voor kinderen is dat echt een probleem. Kinderen lezen om zich te ontspannen. Een beetje puzzelen en iets leren is niet erg, maar het moet niet de boventoon voeren. Een ander probleem is de boodschap van boeken. In de eerste helft van de vorige eeuw domineerde de pedagogiek. Kinderen moesten lezen over mensen met een hoge morele standaard. In werkelijkheid waren natuurlijk vooral tegendraadse boeken populair, zoals Dik Trom en Pietje Bell. In de jaren zestig en zeventig bloeide even het knap geschreven sprookjesachtige avonturenboek op, met als beste voorbeelden Paul Biegel en Tonke Dragt. Jan Terlouw en Thea Beckman zijn daarnaast goede voorbeelden van leerzaam en spannend tegelijk. Dit is de enige periode in de geschiedenis van de jeugdliteratuur die ik ken, waarin critici en jonge lezers wel eens op één lijn zaten. Daarna kwam het literaire kinderboek, dat in de jaren tachtig werd gezien als een bevrijding, maar in werkelijkheid de terugkeer betekende van de pedagogische stroming: kinderen werden nu niet met straffe hand naar het Goede geleid, maar met een even straffe hand naar het Waardevolle. Voor een opdringerige ethiek kwam een opdringerige esthetiek in de plaats. Die laatste stroming is het afgelopen decennium duidelijk op de achtergrond geraakt. De verklaring van de terugkeer van het leesplezier ligt dáár: de pedagogische draak is voorlopig weer even verslagen. Misschien voerde een bepaalde tovenaar wiens naam wij pas in de derde trend noemen de troepen aan, maar er is sprake van een bredere trend: lezen mag weer in de eerste plaats om leesplezier gaan. Boeken draaien weer om inhoud en niet alleen om vorm. Het kwaliteitsniveau mag in veel gevallen hoger, maar er is onmiskenbaar een ontwikkeling in de goede richting.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Maurice Sendak.

maandag 25 oktober 2010

II. Van veel te dunne boeken naar te veel dikke

Toen ik begon met recenseren was het hoe kariger hoe beter. Het kinderboek heeft anorexia, zo stelde ik in mijn eerste opiniestuk. De leus: less is more. Althans in de boeken die werden aanbevolen en bekroond. Dat kinderen niet zaten te wachten op piepkleine bordjes met nauwelijks verhaal, deed niet ter zake. Hapje voor hapje genieten van een rauwe wortel is goed voor je fantastie! Gelukkig is het negentiende-eeuwse lezen weer helemaal in de mode, met dikke boeken vol krullerige zinnen en lange, vermakelijke zijpaden. Kinderen houden niet van lezen? Ze zijn er dól op! En er zijn zelfs een paar kwaliteitsschrijvers die wat dikker durven. Helaas schieten we van het ene uiterste in het andere. Sommige dikke boeken brengen hele families met nog dikkere en spuuglelijke zussen mee. Het wordt tegenwoordig chique gevonden om bij je debuut maar meteen de rest van de negendelige reeks aan te kondigen. We moeten daarom vandaag vrezen voor het tegenovergestelde van literaire anorexia: obesitas, suikerziekte en jojo-effect. Maar terug naar de graatmagere modelletjes met sterallures, die na het ontvangen van hun erelinten dood neervallen in de coulissen? Liever niet. Want ook al is de kwaliteit van al die dikkerdjes niet altijd even hoog, dat ze de meest in het oog springende bijdrage leveren aan de terugkeer van het leesplezier, is evident.

Terug naar het overzicht. Illustratie: Marcus Blättermann.

zondag 24 oktober 2010

Tien jaar in tien trends

Op 29 september 2000 verscheen mijn eerste stuk. Sindsdien is er een hoop gebeurd. De komende weken zal ik tien jaar samenvatten in tien trends. Hier alvast mijn lijstje. De bijbehorende korte analyses komen een voor een.

1. Van veel te dunne boeken naar te veel dikke
2. Het leesplezier is terug
3. De puinhopen van Potter
4. Van big business naar fast business
5. Oeuvres verdwijnen… maar worden toch bekroond
6. Volwassenen lezen kinderboeken
7. De cocktailgeneratie kan niet kiezen
8. Aandacht in de kranten blijft stabiel
9. De jongsten en de oudsten mogen niet klagen
10. Het kinderboek is nog steeds niet terug