Met kinderboeken deed hij maar één keer wat, maar hij hád er wel wat mee. Vooral als hij eens lekker kon stoken. 'Het liefst zou je willen dat ze allemaal dood waren, zodat de bloemlezer rustig zijn werk kan doen.' Toch bekende hij verrast te zijn over de kwaliteit en ontdekte hij tot zijn blijdschap dat hij na een lang, bloemlezend leven nog als een kind kon lezen.
Tuttebollenkakkieland
Naast Luceberts 'Visser van ma yuan' is ook 'Hallo meneer De Uil' opgenomen in de nieuwe bloemlezing. Goedgekeurd door de grote Komrij. Of hij verstand heeft van kinderpoëzie? Wat een vraag voor 'iemand die feilloos het verschil ziet tussen een goed en een slecht gedicht'.
'Paul van Loon een populaire griezelschrijver? Goh. Wist ik niet.' Gerrit Komrij trekt zijn alleronschuldigste gezicht. Hij windt er geen doekjes om: van de auteurs die hij opnam in zijn laatste bloemlezing De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten, kende hij er bar weinig. 'Zelfs niet van naam.'
Die kinderdichters kunnen voortaan niettemin pronken op het Kinderboekenbal met een cum laude van Komrij, als ze tenminste nog in leven zijn. Hieronijmus van Alphen, Gerard Berends, J.P. Heije, Sjoerd Kuyper, Annie M.G. Schmidt, David Tomkins en Willem Wilmink werden met het hoogst haalbare aantal van tien vastgelegd voor het nageslacht.
Zijn persoonlijke favoriet J.J.A. Gouverneur (1809-1189), die van 'Het roodborstje pikt aan het venster: tin! tin!', zit er maar met negen gedichten in, constateert Komrij als hij zijn nieuwste bloemlezing doorbladert. 'Zoals de Mohammedanen zeggen: elk tapijt heeft een weeffout, want alleen Allah is volmaakt.'
Komrij hoopt een dure plicht te hebben ingelost. Want het was kinderdichters al sinds zijn eerste bloemlezing (De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten) een doorn in het oog: zelfs de kinderpoëzie van Hans Andreus komt er niet in voor, terwijl de samensteller wel plek maakte voor een tietengedicht van Henk Spaan. Deze lacune maakt Komrij nu eindelijk goed.
Voor zover dat kan dan. Als zijn luchtvaartmaatschappij afgelopen maandag het Dagblad van het Noorden had uitgedeeld in plaats van de Volkskrant, had hij in het vliegtuig naar Nederland kunnen lezen hoe er op internet alweer een relletje is ontstaan.
Ted van Lieshout (7 gedichten), Hans Hagen (4) en zijn vrouw Monique (4, samen met Hans) geven geen toestemming voor hun reeds afgedrukte bijdrage omdat ze volgens hen te laat gevraagd werden en maar 5 euro per gedicht aangeboden kregen. De term 'roofbloemlezing' waart rond op het web.
Gebruikelijke reuring, er is altijd wát met een nieuwe Komrij. Toch lijkt het hem te verbazen. 'Ik ga niet over rechten en geld, maar ik ben ook dichter en ik schrik eerlijk gezegd van dat bedrag en ik wens die mensen natuurlijk per gedicht een miljoen. Alleen zit de wereld, zoals iedereen weet, zo niet in elkaar.'
En verder wil hij ervanaf wezen. Het is de vertrouwde en verfoeide 'ijdeltuiterij' van het dichtersvolk waarmee hij nooit veel heeft opgehad. Weer die onschuldige ogen: 'Het liefst zou je willen dat ze allemaal dood waren, zodat de bloemlezer rustig zijn werk kan doen.'
Hij voelde zich juist vrij als niet-kenner, hij kon lezen op kwaliteit zonder zich druk te maken om reputaties. Paul van Loon? Nooit van gehoord. Toch kon diens gedicht 'Bloeddorst' de toets van de kritiek glansvol weerstaan.
Of de grote Komrij wel geloofwaardig is als bloemlezer voor kinderen? Tikje beledigd: 'Wat een vraag! Doet dat er toe voor iemand die feilloos het verschil tussen een goed en een slecht gedicht kan zien? Ik heb altijd graag als een buitenstaander gewerkt. Ik zie precies wie origineel is in zijn tijd en wie erachteraan loopt.'
Komrij heeft geen verstand van 'die wereldjes', hij heeft verstand van poëzie. En niet zonder pretentie: hij beweert dat hij álle kindergedichten die bibliografisch ontsloten zijn heeft gezien. En natuurlijk deed hij dat niet 'eventjes tussendoor' in die twee weken Koninklijke Bibliotheek afgelopen zomer, zoals op de weblog van Ted van Lieshout wordt gemopperd. Hoewel hij daar natuurlijk wel 'een leeuwendeel' van de 125.000 stuks tellende kindercollectie heeft verstouwd.
'Ik ben al jaren met deze bundel bezig. Annie M.G. Schmidt staat gewoon bij mij op de plank. En ik heb mijn hele leven achttiende-eeuwse en negentiende-eeuwse kinderboeken verzameld. Waarom zou ik in Nederland gaan zitten bloemlezen, als ik het in Portugal kan doen?'
Al met al heeft de speurtocht meer opgeleverd dan hij durfde hopen. Gepland was De Nederlandse kinderpoëzie in 500 en enige gedichten. Bij het controleren van de tweede proef stelde Komrij voor om de verzameling toch maar eens te gaan tellen. 'Waren het er 1300!'
Zijn bewust naïeve werkwijze levert overigens geen wereldschokkende inzichten op. Wie De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten vergelijkt met de gezaghebbende bundel Van Alphen tot Zonderland (Querido, 2000) van Anne de Vries, komt vooral veel bekenden tegen. Komrij biedt meer, veel meer, maar grote ontdekkingen zitten er niet bij.
De snoepjes zijn vooral afkomstig van de onbekende negentiende-eeuwse dichters - een passie van Komrij, die dol is op randfiguren en curiosa. 'Vergeten kleine dichters vind ik het mooist. Er zijn er zo veel meedogenloos van de kruiwagen geduwd en hulpeloos achtergebleven.'
Verder blijft het een heerlijk spel van kijken en vergelijken. 'Hallo meneer De Uil' van Leen Valkenier (1) staat op dezelfde bladzijde als 'Visser van ma yuan' van Lucebert (1). 'Dat soort dingen vind ik aardig en zetten mij aan het denken. Ik heb twaalf luilekkerlandgedichten opgenomen. Dat levert ook interessant vergelijkingsmateriaal op.'
Maar de groten blijven ook bij Komrij de groten. Hij zal met de Vlaming Gerard Berends (1946) of met David Tomkins (1880-1952), van 'De veldmuis, De bosbes en De paddestoelen-poetser', beiden onbekend en goed voor tien gedichten, wellicht nieuwe reputaties vestigen. Maar iets 'rechtzetten' doet hij niet. Vilein: 'Expres slechts twee gedichten van Annie M.G. Schmidt opnemen, met die gedachte heb ik natuurlijk wel gespeeld.'
Het is vooral het geheel dat telt, het tijdbeeld. Vermakelijk zijn de staaltjes van opvoedkunst die vrolijk zingend voorbij trekken: de domineespoëzie, 'de pronte deinende dames' die aan het begin van de vorige eeuw lofgedichten over gras en zon maakten, de geëmancipeerde 'afwasvaders' van de jaren zestig en zeventig en de l'art pour l'art-creaties daarna, die bijna helemaal niet meer willen opvoeden.
'Bijna', doceert Komrij, 'want het is en blijft boodschap, boodschap, boodschap. Dat is misschien het enige kenmerkende verschil met andere poëzie. Je kunt nu eenmaal niet voor kinderen verschijnen met een lier en onbegrijpelijke stanza's neuriën. Kindergedichten zoeken contact met kinderen. Het zou hypocriet zijn het tegendeel te beweren.'
Misschien is dat de enige, piepkleine provocatie die Komrij aan zijn 'reis door Tuttebollekakkieland' (naar een gedicht van Marianne Busser en Ron Schröder, 5) heeft overgehouden. 'Welbeschouwd zou je de meeste kinderen het liefst naar de hel wensen. Wie niet in staat is om met gedichten van rotkinderen aardige te maken, moet direct met de kinderboekenschrijverij ophouden.'
Met grote pret: 'Bovendien kan dat opvoedkundige, zeker in de achttiende en negentiende eeuw, bijzonder grappige vormen aannemen. Onoplettende jongens die van de trap vallen en alles, werkelijk álles breken. Of meisjes die eerst hun vlechten in de fik steken en daarna helemaal in vlammen opgaan. Smullen!'
Uit zijn mond geen kwaad woord dus over de kinderpoëzie. Wat trouwens bij voorbaat mag blijken uit de onverwachte dikte van zijn laatste bloemlezing. Ook dat heeft hem aan het denken gezet over die kunstmatige scheiding tussen kinderpoëzie en andere poëzie. 'Waarom die kinderdichters in een totaal eigen wereld leven, ik weet het niet meer. In de kwaliteit zit het hem niet.'
Nee, nu hij er over nadenkt, vindt hij het wel een mooie afsluiting van zijn bloemlezingen zo. Hij kwam daar in de kelders van de Koninklijke Bibliotheek terug tot de essentie. 'De zon schijnt, regen is nat en de kinderpoëzie bestáát. Na dertig jaar bloemlezen bevind ik me weer bij de kern: de allerdirectste poëzie. Geruststellend om te merken dat ik nog als een kind kan lezen. Dat heeft me wel geraakt.'
Volkskrant, 4 oktober 2007.
vrijdag 6 juli 2012
dinsdag 3 juli 2012
***** (5) voor Frank Groothof: Carmen
De opname van de muziekvoorstelling is al wat ouder, maar over de prenten van Thé Tjong-Khing kun je uren blijven praten. En ook nu weer. Wat een feest! Vijf sterren voor dit samenwerkingsproject van grootmeesters Frank Groothof, Harrie Geelen en Thé Tjong-Khing: Carmen.
maandag 25 juni 2012
Charlotte Köhler Stipendium voor Derk Visser
Derk Visser (1959) krijgt kort na de zomer het Charlotte Köhler Stipendium, een prijs voor beginnende auteurs in verschillende disciplines. Eens in de vijf jaar gaat de prijs naar een jeugdauteur. Had niet verwacht dat Visser de prijs zou krijgen: hij is al een tijdje actief. Zijn debuut Patchouli is van 2005. Blij dat de jury hier niet kinderachtig in is geweest. Zijn oeuvre begint pas echt met Patatje oorlog (2007) en Landjepik (2009). Ik besprak hem drie keer op rij met vijf sterren, maar Prikkeldraad (2011) is zijn mooiste boek tot nu toe. Meer weten? Volg de links! En... nog maar een keer: laat je niet op het verkeerde been zetten door de vreselijke omslagen.
woensdag 20 juni 2012
Hoor ik daar tandgeknars in de Kinderjuryzaal?
Dat moet toch even slikken zijn voor de immer ontspannen schrijfster Francine Oomen van de succesvolle serie Hoe overleef ik.... De gedroomde tiende overwinning op rij is haar door de neus geboord door Manon Sikkel. Was het anders gelopen, dan was ze vanmiddag in het hoofdklassement naast Kinderjurykampioen Paul van Loon komen te staan. Die moet zelf overigens druk bezig zijn geweest om achter een stille grijns en geblindeerde glazen zijn hoektanden bij te scherpen. Want voor de derde keer komt een opgevulde muis de prijs voor de jongste categorie in ontvangst nemen. Zou het dezelfde werkstudent zijn als de vorige keren? En neemt hij dit keer wel de moeite om de prijs naar Italië te brengen? Ach, het zal allemaal wel meevallen. Paul kreeg tenminste nog een pluim. Het enige echte slachtoffer is de eeuwige loser Bram Botermans, die eerder dit jaar alle kranten haalde omdat hij Harry Potter zou hebben verslagen. Ook in Nederland zijn zijn verkoopcijfers goed, twee titels van vorig jaar haalden de top tien. Maar zijn fans spelen liever buiten, dan dat ze stemmen op zijn boeken. En dus kreeg hij niet eens een 'tip' van de met complimentjes anders zo gulle Kinderjury. De strijd om de kindergunst is hard. En dus gewonnen door de fans van Isabella Strombolov, die onalledaagse avonturen beleeft en een weblog heeft, waarop ze alledaagse vragen van alledaagse meisjes alledaags én hedendaags beantwoordt. In het winnende boek Hoe word ik koppelaar? komt ze tijdens een vakantie in Frankrijk met panne vast te zitten op een tankstation waar ze, natuurlijk, de tijd doodt door al haar vriendinnen te verhandelen onder passanten.
**** (4) voor Moni Nilsson: Pita en Svenne
Moni Nilsson raakte begin deze eeuw ondanks de films snel weer vergeten met haar gewaardeerde, maar niet goed verkopende vijfdelige serie over het Zweeds-Griekse jongetje Tsatsiki. Nu is ze terug met de serie Pita en Svenne, waarvan ik het eerste deel bespreek. Sterk is de opvallende strakke vormgeving, indrukwekkend het prachtig terloops vertelde verhaal. Helaas gaat de vertaling hier en daar mank, door de wel erg platte beschrijving van Pita en Svenne's 'liefdesspelletjes'. Daar moet nog aan gewerkt worden. Verder een zeer welkome, frank en vrije serie. maandag 11 juni 2012
Geen idiote dingen en een échte favoriet
Geen idiote dingen en een échte favoriet dit jaar bij de Zilveren Griffels. Vorig jaar was een interessant kinderboekenjaar en dat is te zien. Wat eerste reacties.
Categorie tot 6 jaar
Keepvogel en Kijkvogel van Wouter van Reek (Leopold), prentenboekenserie die er nog altijd origineel uitziet, maar de verhaaltjes houden zelden langer dan twee bladzijden stand en deze is wel héél vaag. Geen kandidaat voor Goud.
O rode papaver, boem pats knal! van Sjoerd Kuyper (Lemniscaat), terecht Zilver en sterke terugkomer van Sjoerd Kuyper, maar Goud zou overdreven zijn. Robin en God was beter.
Categorie vanaf 6 jaar
Ik en de rovers van Siri Kolu, vertaling door Annemarie Maas (Gottmer), erg leuk avonturendebuut en geweldig dat er eens zoiets op de lijst staat. Buitenlander dus geen Goud, dat is een stomme regel, maar in dit geval zou ze 'm ook niet hebben verdiend: vooral vrolijke kolder.
Toen kwam Sam van Edward van de Vendel (Querido), een vriendelijk maar weinig opzienbarend boek.
Categorie vanaf 9 jaar
Mister Orange van Truus Matti (Leopold) lang verwacht nieuw boek van Truus Matti die in 2007 debuteerde met het hoogst interessante Vertrektijd dat toen ten onrechte weinig aandacht kreeg. Dat gaat nu de goede kant op.
Vuurbom van van Harm de Jonge (Van Goor) vanaf 9 jaar. Mijn favoriet, als die ander er niet was.
Categorie informatief
Je beste vriendin Anne van Jacqueline van Maarsen (Querido), sympathiek oorlogsboek maar staat hier niet echt op zijn plek. Vlag en Wimpel was voldoende geweest.
Winterdieren van Bibi Dumon Tak (Querido), ook een beetje vreemde nominatie hoewel er kwalitatief niets mis mee is. Misschien heeft de jury te graag informatieve boeken willen nomineren. Dumon Tak zit een beetje op de automatische piloot en deed al veel interessantere dingen in dit genre.
Categorie poëzie
Driedelig paard – Ted van Lieshout (Leopold). GOUD.
Categorie tot 6 jaar
Keepvogel en Kijkvogel van Wouter van Reek (Leopold), prentenboekenserie die er nog altijd origineel uitziet, maar de verhaaltjes houden zelden langer dan twee bladzijden stand en deze is wel héél vaag. Geen kandidaat voor Goud.
O rode papaver, boem pats knal! van Sjoerd Kuyper (Lemniscaat), terecht Zilver en sterke terugkomer van Sjoerd Kuyper, maar Goud zou overdreven zijn. Robin en God was beter.
Categorie vanaf 6 jaar
Ik en de rovers van Siri Kolu, vertaling door Annemarie Maas (Gottmer), erg leuk avonturendebuut en geweldig dat er eens zoiets op de lijst staat. Buitenlander dus geen Goud, dat is een stomme regel, maar in dit geval zou ze 'm ook niet hebben verdiend: vooral vrolijke kolder.
Toen kwam Sam van Edward van de Vendel (Querido), een vriendelijk maar weinig opzienbarend boek.
Categorie vanaf 9 jaar
Mister Orange van Truus Matti (Leopold) lang verwacht nieuw boek van Truus Matti die in 2007 debuteerde met het hoogst interessante Vertrektijd dat toen ten onrechte weinig aandacht kreeg. Dat gaat nu de goede kant op.
Vuurbom van van Harm de Jonge (Van Goor) vanaf 9 jaar. Mijn favoriet, als die ander er niet was.
Categorie informatief
Je beste vriendin Anne van Jacqueline van Maarsen (Querido), sympathiek oorlogsboek maar staat hier niet echt op zijn plek. Vlag en Wimpel was voldoende geweest.
Winterdieren van Bibi Dumon Tak (Querido), ook een beetje vreemde nominatie hoewel er kwalitatief niets mis mee is. Misschien heeft de jury te graag informatieve boeken willen nomineren. Dumon Tak zit een beetje op de automatische piloot en deed al veel interessantere dingen in dit genre.
Categorie poëzie
Driedelig paard – Ted van Lieshout (Leopold). GOUD.
zaterdag 2 juni 2012
***** (5) voor Jan De Leeuw: Vijftien wilde zomers
Er verschijnen zelden jeugdboeken die echt anders zijn dan de rest, zeker in het snel afgegraasde 'nieuwe' genre young adult. Jongere plus probleem plus hier en daar een heftige, taboedoorbrekende scène en je bent er. Gelukkig verschijnt af en toe die ene uitzondering. De uitgever moet snel iets aan dat gruwelijke omslag en die titel doen, maar wát een oorspronkelijkheid in Vijftien wilde zomers van Jan De Leeuw. Thomas is dood en bezoekt zijn nog levende geliefde, zijn moeder en zijn grootvader. Iedereen denkt dat ze gek aan het worden zijn. De sprookjesachtige verhalen die opa over vroeger vertelt, zijn adembenemend.
Abonneren op:
Posts (Atom)
