zaterdag 24 maart 2012

The Book of Holland Kids

Het zal wel niemand verrassen dat de uitslag van drie decennia literaire jury's mij, behalve uit wetenschappelijke belangstelling, weinig kan schelen. Evenmin dat ik langer dan tien minuten naar talentenjachten als Idols of The Voice of Holland kijk. Toch doen die laatsten iets heel slims. In een tijd dan niemand meer naar jury's luistert behalve die jury's zelf, hebben zij de beoordelaar weer prominent in beeld gebracht. Dat de televisieuitreikingen van de AKO en de Libris van die tenenkrommende voorstellingen zijn (ongeacht of een publieke of commerciële omroep de registratie doet) komt doordat zij niet snappen wat die talentenjachten wel snappen.

Wat er goed is aan The Voice
In The Voice of Holland hebben juryleden hun eigen stem én nemen ze de verantwoordelijkheid voor hun kandidaten. Van objectiviteit is dan geen sprake meer maar er komt iets anders voor in de plaats: verantwoordelijkheid. Ze zetten hun eigen reputatie op het spel. Ze moeten de kwaliteiten van hun kandidaten aan een miljoenenpubliek uitleggen en daarbij met overtuigende argumenten komen. Ze mogen hun eigen mening hebben en kritiek hebben op (de keus van) hun collega's. Ze mogen teleurgesteld zijn over de keuze van het publiek. (Wat Gordon in X-Factor overigens iets beter deed dan de wat brave juryledenvan The Voice.) Daardoor wordt er in die programma's soms op het scherpst van de snede niet eens zo heel slecht over kunst en over muziek gepraat. Oké, het zijn soundbites. Maar dat is veel beter dan niets. Serieus: lees jij wel eens een juryrapport? Hou jij met droge ogen vol dat je niet het idee heb dat je naar een voorlichter van een communistisch politbureau zit te luisteren als de 'unanieme' winnaar wordt gelauwerd?

Zo moeten we het met boeken ook gaan doen
Kortom: zó moeten we het met boeken ook gaan doen. Laat maar eens een stuk of vier juryleden uit het aanbod van het afgelopen jaar op basis van audities een aantal favorieten kiezen voor een prijs en die boeken tegenover een veel grotere groep kinderen verdedigen. Zet op basis van een behoorlijk veeleisende sollicitatie ook twee slimme, veellezende kinderen in die jury, die hetzelfde doen. En doe dan in een paar rondes een afvalrace. Maak daar leuke internettelevisie van die op scholen via de smartboards de klas in komen. Laat die klassen meestemmen. Waarschijnlijk wint mijn favoriet niet, maar ik heb tenminste de kans gekregen om een van mijn winnaars tegenover heel veel kinderen en geïnteresseerde volwassenen (leraren, boekhandelaren, ouders) omhoog te houden en er met hart en ziel voor te gaan.

Jureren op zijn Grieks
We moeten het weer op z'n Grieks gaan doen. Argumenten horen open en bloot op tafel gelegd en niet weggepoetst te worden in een juichend betoog achteraf. Argumenten horen lauw, warm, schouderophalend, knikkend, nee-schuddend, met gejuich of boegeroep ontvangen te worden door een betrokken publiek. We moeten onszelf én het publiek een stem geven en niet bang zijn voor de confrontatie. Ik hoef niet zo nodig in een kinderboekenjury. Maar als we het zó gaan organiseren, als we in een debat openlijk verantwoordelijkheid nemen voor onze favorieten, dan doe ik mee.

27 opmerkingen:

  1. Klinkt leuk! Ik wil wel meedoen. Op de achtergrond.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ach nee, en wel hierom:

    "Waarschijnlijk wint mijn favoriet niet, maar ik heb tenminste de kans gekregen om een van mijn winnaars tegenover heel veel kinderen en geïnteresseerde volwassenen (leraren, boekhandelaren, ouders) omhoog te houden en er met hart en ziel voor te gaan."
    Hoe kan je in godsnaam gaan voor een prijs waarvan je weet dat niet het beste boek (zelfs volgens jouw normen, Pjotr) zal winnen. Wat voor prijs wordt dat dan? Niet die van het beste boek, maar wat dan wel? Misschien die van de beste promotor?

    En ook nog hierom: Een heel kleine groep kiest uit een heel groot aanbod enkele nominaties, terwijl een enorm grote groep uit dat hele kleine lijstje een winnaar mag kiezen. Die verhoudingen zijn zo scheef als wat (lijkt wat dat betreft op de Vlaamse KJV, wat ik helemaal geen literaire prijs vind, maar wel een zinvol leesbevorderingsproject.)

    Maar als het je enkel om het leesbevorderende effect te doen is, dan mag je er van mij gerust voor gaan.

    Stefan

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Niet alleen leesbevordering, lijkt me. Ook het belang van argumenten en kritiek bij het beoordelen van boeken benadrukken.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Richard begrijpt het. Het gaat me om het debat, de passie voor lezen. Ik acht het best mogelijk dat mijn boek wél wint maar ik zal er heel erg mijn best voor moeten doen.

    Dat Stefan het gelijk weer wegzet als niet-literaire leesbevordering geeft wel aan hoe diep het oude denken geworteld is. Je bent duidelijk nog niet bi, Stefan.

    Een belangrijk probleem van 'literaire' jury's dat ik met dit plan probeer te tackelen is dat alleen binnen van die schimmige achterkamertjes-jury's zoiets mals kan ontstaan als literatuur zonder lezers.

    Maar dan klim ik weer op een oud stokpaardje. Ik heb het liever over een vorm van jureren die leidt tot praten over boeken. Wie er wint kan me gewoon niet zo veel schelen. Want daar komen we toch nooit objectief uit. Daar wil ik juist van af.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Er zijn ongetwijfeld schrijvers die het vreselijk zullen vinden om al die meningen over hun boek te moeten horen. Die juist blij zijn dat die discussies achter gesloten deuren plaatsvinden, zodat zij ze zelf niet hoeven aan te horen. Die gewoon liever mooie boeken willen maken en niets anders.

    Aan de andere kant is dit een erg leuke manier om boeken én lezen spraakmakend te maken. Bovendien is zo'n prijs hard nodig. Ik ben voor.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ik zie er weinig in, heb er een betoog over op mijn site geplaatst http://www.jaapleest.nl/nieuws/maak-van-kinderboekenjurering-geen-populariteitspoll

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Pjotr, je laat wel heel erg uitschijnen dat ik tegen niet-literaire leesbevordering zou zijn. Dat is helemaal niet waar! In mijn job ben ik dagelijks met niet-liteeraire leesbevordering bezig, net als met wel-literaire leesbevordering.

    Maar als ik de vele voorstanders lees, dan komt het me over alsof het alleen om de discussie te doen is. Moet je daarvoor een literaire prijs in het leven roepen? Start dan beter een leeskring.

    Stefan

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Ik vind het een hartstikke leuk idee dat me het proberen waard is. Zo lang het niet als vervanging van de mooie bestaande prijzen met traditionele jurering komt tenminste, want die hebben ook hun waarde. Maar het is weer eens wat anders, en wie weet wat het voor moois oplevert.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Het kan absoluut geen kwaad het eens uit te proberen, wel met een nieuwe prijs. Bestaande prijzen, met goed functionerende jury's (zie stuk JaapLeest,) gaan door met wat ze doen, de nieuwe prijs bereikt wellicht weer andere kinderen, nieuwe ouders, onbereikte leerkrachten.
    Discussies, argumenten en (media)herrie rond kinderboeken: lekker, breng boeken en lezen maar nog dichter dan nu (al) het geval is bij kinderen, hun ouders en docenten. Wie weet wat er met ze gebeurt.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Het gaat mij niet om een populariteitsprijs. Het gaat mij erom dat het niet van deze tijd is om in achterkamertjes een winnaar aan te wijzen. Ik vind dat die prijzen helemaal niet goed functioneren, sterker nog: ik vind dat het hele mechanisme om kwaliteitskinderboeken aan te wijzen slecht functioneert. Dat heeft iets te maken met het feit dat een wel erg klein groepje beoordelaars van wel erg veel walletjes eet en met het feit dat de enige stem die kinderen hebben die van de populariteitsprijs is. Een armoedige stem is dat. Ik zeg niet dat bovenstaande idee dé oplossing is en laat anders de hele gedachte even los dat er gestemd moet worden. Ik wil toe naar een systeem waar het over argumenten gaat en juryleden verantwoordelijkheid nemen voor hun keuze. En zich dus niet verschuilen achter een voorzitter.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Appelen met peren vergelijken kan je altijd doen, zeker als je een ietwat grote mond hebt. Je kan inderdaad op jouw luchtige, manipulerende schrijfwijze van een populariteitsshow als The Voice of whatever ineens switchen naar een Griekse arena. Brood en Spelen, ik begrijp wat je bedoelt.

    Ik dacht dat we het over literatuur hadden? Of nog belangrijker: jeugdliteratuur. Over jonge lezers die zich nog moeten ontplooien, hun identiteit nog moeten zoeken binnen een wereld die grotendeels heel erg klein wordt gehouden door de massaconsumptie en soms zelfs de school en misschien heel soms zelfs door een toegankelijkheidsgoeroe als Pjotr Van Lenteren omdat hij in de Volkskrant staat en ijvert voor Brood en Spelen.

    Dus. De schrijvers en illustratoren moeten volgens jouw populistische mening beoordeeld worden door de grote massa. Oké. Eens kijken. Wat gaat er gebeuren? Zij die hier tijd voor hebben en een grote mond hebben gaan die opentrekken en worden beschouwd door het grote publiek als waarheid zoals in The Voice. Zij die hier tijd voor hebben en geen grote mond hebben zwijgen en ergeren zich hoogstwaarschijnlijk aan het showgehalte. En die zijn er veel hoor in de literatuur, zij schrijven immers. Zij die liever thuisblijven met een goed boek zijn er al helemaal niet met een mening.

    Een boekenprijs moet vooral naar kwaliteit gaan en niet naar een sms'end of roepend publiek. Naar een boek dat vaak minder scoort in de verkoop, maar dat beoordeeld wordt in al zijn kwaliteiten. Een boek waarin kwaliteit belangrijker is dan toegankelijkheid.

    We kunnen het volk Brood en Spelen geven, maar tegelijkertijd zijn er heel veel parels voor de zwijnen. Maar een kind wordt nooit als zwijn geboren, geef hem dan de kans een oester te zijn, die een parel koestert in deze wereld vol leegte en gemakkelijke woordjes en prentjes.

    Goed. Daar sta je dan met je Brood en Spelen en stierenvechter Pjotr Van Lenteren met zijn favo-lijstje dat maar niet de jury's haalt. Ik lees hier vooral één ding: een populistische, gefrustreerde recensent die krampachtig probeert een plaatsje te veroveren in een jury.

    Maar leer nu toch eens twee dingen, Pjotr.

    1. De commerciële, toegankelijke boeken worden sowieso goed verkocht. Ouders kopen deze boeken en kinderen pakken ze vast. Ze zijn simpel, ze liggen in de lijn van de commerciële beelden die hen op allerhande manier worden aangereikt zoals tv, vriendenboekjes, de supermarkt, de hype van het moment, de tante die het schattig vindt, kleurtjes en trends, ... Het volk wil Spelen in jouw termen en krijgt dit hier.

    2. Er zijn ècht goede boeken die er gewoon uitschieten. Ze zijn vaak moeilijker of noem het artistieker, maar onze jonge lezers hebben deze boeken nodig als brood. Er zijn al zoveel hamburgers. Deze boeken worden door een jury onder de loep gehouden en geprezen. Ze krijgen een sticker voor kwaliteit. En ja, het zou heel goed kunnen dat die kwaliteit maar heel sporadisch door een kind wordt opgevangen, maar komt dat niet vooral door onze 'gemakkelijke' en comfortabele levenswijze? En is niet één kind al genoeg? Misschien wordt dat ene kind zelfs een nobelprijswinnaar.

    Het soort boeken dat jij propagandeert ligt niet in de lijn van vele boekenjury's. Vraag je aub eens af hoe dit komt. Ik denk dat je hierboven wel wat antwoorden vindt.

    Boris Boden, kinderboekenliefhebber en weldra kinderboekenhandelaar 'De Boekjesdoos'.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Tjonge jonge, meneer Boden, daar lijkt u te impliceren dat boeken die commercieel en toegankelijk zijn niet écht goed kunnen zijn. Dat zou dan betekenen dat de boeken van, bijvoorbeeld, Dickens niet echt goed zijn. Of niet literair.
      Woont u in de buurt van een universiteit? Dan moet u daar de Faculteit der Letteren eens bezoeken en luidkeels die mening verkondigen. Men zal u er dankbaar voor zijn: in de academische wereld is het momenteel kommer en kwel en die mensen willen ook wel eens lachen.

      Trouwens: er zijn vele soorten ontoegankelijkheid in kinderboekenland. Je kunt lange zinnen en/of moeilijke woorden gebruiken, ingewikkelde verhaalconstructies toepassen, impopulaire onderwerpen nemen of gewoon saai zijn. Alle vormen van ontoegankelijkheid behalve die laatste zijn van harte toe te juichen. Helaas mag juist die laatste, zo krijg ik soms de indruk, zich in de Nederlandse literaire wereld in een ongekende populariteit verheugen. Zal wel iets calvinstisch wezen - als het leuk of spannend is, kortom als je er pret van hebt, dan kán het niet goed zijn.

      Plus daarbij: volgens mij is het helemaal geen populariteitsprijs, die Van Lenteren voor ogen zweeft. Die hebben we trouwens ook al, dus daar hoeft niet meer voor gepleit te worden.

      Persoonlijk ben ik wel voor een extra prijs met veel tv en sms-en en zo. Ik heb een hekel aan tv, en een nog grotere hekel aan sms-en, maar we kunnen op dit moment alle reuring goed gebruiken in het boekenvak anders kan over tien jaar de laatste Wakkere Muis in de laatste kinderboekwinkel het licht uitdoen.

      En oh ja, dat met die argumenten, en juryleden die hun keuze moeten verdedigen tegenover elkaar en het publiek, en veel praten over boeken, en dat dat heel goed is voor alles en iedereen, daar ben ik ook vóór.

      Verwijderen
  12. Beste Boekjesboris, als je nu eens gewoon zou lezen wat ik de afgelopen twaalf jaar geschreven heb, in plaats van er meninkjes over te hebben. Ik heb al gezegd: wat mij betreft doen we desnoods géén publieksprijs. Of een juryprijs én een publieksprijs, apart. Het gaat mij erom dat juryleden verantwoordelijkheid nemen voor hun keuze in plaats van zich achter Pravda-achtige voorzitterstoespraakjes te verschuilen, waarin de werkelijkheid ver weg is en problemen niet lijken te bestaan. Die zijn er wel degelijk. Jury's bekronen literatuur die niet gelezen wordt. Als juryleden verplicht werden met de door hen bekroonde boeken het land in te gaan en aan klassen voor te lezen, zouden zij dat wel afleren. Andersom heb ik nooit gepleit voor Wakkere muizen, heb ik nooit onzin over Harry Potter verkondigd en heb ik misschien nog wel een grotere hekel aan hieperdehype's dan wie ook hier aan tafel. Ik wil naar een literatuur die gelezen wordt, die leeft. En dus weg van elkaar in achterkamertjes over en weer bevredigende deskundigenclubjes.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Beste Boris, ik meen te begrijpen wat je bedoelt. Pjotr wil: 'literatuur die lééft'. Jij wilt: literatuur die dóét leven.
    Er zijn heel veel boekhandelaren voor wie het ideaal is om boeken aan te bieden waar het hart van lezers sneller van gaat kloppen. Maar boekhandelaren hebben het tegenwoordig moeilijk en het is des te meer bewonderenswaardig dat je van plan bent om juist in deze tijd ín een boekhandel te stappen. Ik wens je daarbij heel erg veel succes toe!

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Pjotr,

    Wat mij nog steeds niet duidelijk is in alles wat je tot nu toe schreef, is wat je bedoelt met "juryleden nemen nemen geen verantwoordelijkheid voor hun keuze". Wat bedoel je daar in godsnaam mee en waaruit leid je dat af?

    Het enige wat ik kan bedenken is dat je je stoort aan wat jij noemt "bekroonde boeken die niet gelezen worden." In dat geval ken je de taalkundige betekenis van 'niet' of de wiskundige betkenis van het getal nul niet. Of gaat het erom dat bekroonde boeken 'minder' gelezen worden? En dat mag dan niet volgens jou? Het aantal lezers moet net een van de voornaamste toetsstenen worden? Of meer nog: de allervoornaamste? Want zonder veel lezers spreek je al meteen je veto uit?

    Ik heb het al vaker aangehaald: Als de jury van een architectuurwedstrijd dezelfde argumenten zou aanhouden, worden alleen nog pastoriewoningen bekroond.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Het gaat mij erom dat het onze taak is om boeken onder de aandacht te brengen die ook werkelijk potentie hebben om gelezen en gewaardeerd te worden door enigszins normale kinderen. En dus moeten wij geïnteresseerd zijn in de reacties van kinderen op de boeken die wij vinden dat ze zouden moeten lezen. Juryleden nemen geen verantwoordelijkheid voor hun bekroning en zijn helemaal niet geïnteresseerd in de vraag of kinderen die boeken net zo mooi vinden als zij. Dat zouden ze wél doen als ze in het hele land het winnende boek voor zouden lezen in schoolklassen. Ik meen vriend en vijand te dienen met dit plan. Als ik ongelijk heb, of maar half gelijk, dan kunnen die juryleden kinderen interesseren en inspireren voor eens wat anders. Als ik gelijk heb, dan zullen de jury's blij zijn dat ze niet meer dwalen.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Als je je doel wil bereiken, moet je een nieuw leesbevorderingsinitiatief opstarten en geen lieteraire kinderboeknprijs. De jury van een boekenprijs moet het mooiste kinderboek beoordelen. Punt. En een kinderboek is een boek dat voor kinderen geschreven is of vooral door kinderen gelezen wordt. En hoeveel kinderen dat zijn doet er niet toe. Daar moet een jury niet mee bezig zijn. Een jury die niet het mmoiste boek bekroont, maar integendeel bezig is met de vraag hoe je boeken bij kinderen promoot, DAT is een jury die zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Een jury bekroont het mooiste boek. Uit.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Zo lang we literaire prijzen en boekpromotie blijven scheiden, zal er literatuur blijven bestaan die niet gelezen wordt en lectuur die niet bekroond wordt. Het moet weer één worden. Ik sta open voor alle oplossingen, maar dat wat we nu hebben al dertig jaar niet werkt, is evident.

    BeantwoordenVerwijderen
  18. De literaire prijzen die we al dertig jaar hebben werken wel perfect: ze bekronen het mooiste kinderboek.

    Maar ik hou je niet tegen als je nieuwe leesbevorderingsinitiatieven wil opstarten. Ik ben absoluut voor. Als je maar van de perfect werkende literaire prijzen afblijft of ze niet laat wegdrummen door pseudo-literaire prijzen.

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Kunst is geen populair product, was dat nooit, is dat niet, zal dat nooit zijn. Kunst onttrekt zich altijd aan wat de gewone man interessant vindt. Maar makers van de toegepaste kunst die Pjotr interessant vindt voor het publiek laten zich altijd inspireren door werk dat niet ónder hun niveau gemaakt wordt, maar bóven hun niveau. Pjotr suggereert in zijn schrijverij doorgaans dat je die bovenlaag, die inspiratielaag, gewoon weg kunt schrapen en dat je dan toegankelijke kunst overhoudt, maar dat is de manier waarop hij, volgens mij, probeert om beweging te roeren in een genre dat zich tamelijk star en stijf en terughoudend opstelt.

    BeantwoordenVerwijderen
  20. Het spijt me dat ik door omstandigheden zo laat reageer op deze interessante reactie. Ik snap nu wérkelijk niet wat Ted bedoelt, maar wil het wél weten.

    Een ding snap ik wel, namelijk dat hij me - wéér - in de schoenen probeert te schuiven dat ik op zoek zou zijn naar populaire kunst. Dus moet ik - maar wéér - uitleggen dat toegankelijkheid en populariteit niet hetzelfde zijn.

    Het grappige is, daarom is het ook zo leuk discussiëren met Ted en dat méén ik, is dat zijn eigen werk de laatste jaren opmerkelijk toegankelijker is geworden. En het is nog steeds kunst! En impopulair ook! Toch schrijf ik er over. Hoe zou dat toch komen? Is Ted gek of ben ik het? Of zijn we er gewoon nog niet uit?

    Ik snap wel waar Ted vandaan komt en heen wil. Hij stamt uit de hoogtijdagen van de subsidiekunst. De tijd waarin schrijvers ongestraft mochten zeggen 'ik schrijf voor mezelf' en de lezer maar een lastig wezen werd gevonden en beeldende kunstenaars een maandinkomen opstreken als ze maar eens in de zoveel tijd hun onverkoopbare werk bij het gemeentelijk depot inleverden. Het soort schrijver dat het liefst in eenzaamheid op inspiratie zit te wachten en net doet alsof dat iets Goddelijks en ongrijpbaars is.

    Ik stam uit een generatie die in Leiden op de universiteit eind jaren tachtig de lezer herontdekte. Gebrúik van literatuur weer interessant ging vinden. De stroming van Frits van Oostrom (Middeleeuwen): wie lázen die handschriften nu eigenlijk. En de stroming van Ton Anbeek (Moderne Literatuur): er mag wel weer wat meer straatrumoer in de literatuur. Dit was (is) de tegenbeweging tegen de alleenheerschappij van close reading en de bijpassende literaire stroming (Revisor) van auteurs die literatuur pas interessant vonden als zelfs een professor er geen chocola van kon maken en er een promovendus op moest zetten of zelfs een hele nieuwe afdeling.

    Ik chargeer een beetje, hè.

    Maar toen ik vanuit dat enthousiasme als twintiger weer kinderboeken ging lezen viel ik van mijn stoel. Ik had gehoord dat kinderboeken 'ook literair' konden zijn en dat intrigeerde mij. Vervolgens ontdekte ik dat in de tijd dat ik geen kinderboeken had gelezen er een totaal nieuwe literaire vorm was ontstaan: literatuur zonder lezers. Sindsdien ben ik geïntrigeerd: hoe kan dat nou gebeuren? Wat voor mechanismen liggen daaraan ten grondslag?

    De prijswinnende, hermetische schrijvers van de afgelopen dertig jaar zijn ook maar een stroming. Een stroming die ook best wat goeds heeft opgeleverd (bepaald werk van Ted van Lieshout bijvoorbeeld) maar op een dag ook weer voorbij zal zijn. Wat daarna komt? We zullen zien. Niets nieuws onder de zon. Heldere literatuur misschien? Boeken die leesbaar mogen zijn?

    Enne... ik vind niet dat schrijvers iets anders moeten schrijven dan ze willen schrijven. Ik vind wel dat liefhebbende deskundigen (critici, leesbevorderaars, boekenvakkers, juryleden) niet maar een beetje achter die schrijvers aan moeten hobbelen, maar moeten kijken wat er in de échte wereld gebeurt. En daartussen naar elektriciteit, vonken, inspiratie moeten zoeken. En niet - zoals nu gebeurt - maar naar één kant van de zaak kijken.

    Kunst is iets dat gebeurt tussen levende mensen.

    BeantwoordenVerwijderen
  21. Je blijft het doen, he. Steeds maar weer spreken over 'literatuur zonder lezers'. En dat is gewoon de kapitale fout in je redenering. Er bestaat literatuur met veel lezers en litratuur met weinig lezers. Maar er bestaat geen literatuur zonder lezers, tenzij een manuscript nooit is uitgegeven. En je mag van literatuur met weinig lezers nu eenmaal niet hetzelfde zeggen als van literatuur zonder lezers. Maar jij, Pjotr, blijft onverbeterlijk. Je blijft het toch steeds weer herhalen. Terwijl het net die ene fout is die je hele betoog onderuithaalt. Want vanaf lietatuur zonder lezers literatuur met weinig lezers wordt, heeft het wél recht op boekenprijzen, bevordering, posituieve recensies...
    Want vanaf dan heb je minstens twee levende mensen.

    BeantwoordenVerwijderen
  22. Bij het bespreken van specifieke auteurs of genres binnen de context van de kinder- en jeugdliteratuur definieer ik een ‘lezer’ als iemand uit de bedoelde (of redelijkerwijs te veronderstellen) doelgroep die (eventueel na uitleg van het begrip) aangeeft of bevestigt ‘lezer’ te zijn van een bepaalde auteur of genre, en/of aangeeft bepaalde boeken van een auteur of genre graag te lezen, en/of bij wie feitelijk kan worden vastgesteld dat die vrijwillig en op eigen initiatief een of meerdere boeken van een bepaalde auteur of genre uitleest.

    Als in: ‘Zij leest graag Kameleon-boeken.’ Of ‘Hij leest graag Vos en Haas.’ Of: ‘Zij houdt erg van de Kleine Kapitein.’ We moeten hier ruimhartig in zijn, want het onthouden van een auteursnaam of aanduiden van een genre begint – met uitzondering van bepaalde populaire of zeer herkenbare auteurs of genres – meestal pas vanaf een jaar of tien en moet zich dan nog ontwikkelen. Een kind dat boeken uitzoekt op een bepaald logo (bijvoorbeeld de 8 van Lemniscaat) of een bepaalde illustrator (bijvoorbeeld Thé Tjong-Khing) of een bepaalde reeks (bijvoorbeeld de Octopus-reeks) kunnen we beschouwen als een ‘lezer’ van een bepaalde auteur of een bepaald genre.

    Een ‘lezer’ hoeft niet per se een uitgesproken bewonderaar of fan te zijn. Iemand kan een ‘lezer van de Donald Duck’ zijn zonder alles wat dit weekblad doet op te hemelen. Men kan voor kortere of langere tijd ‘lezer’ zijn van een auteur of genre, als in: 'Toen ik 13 was las ik graag Thea Beckman'. In uitzonderlijke gevallen kan met ‘lezer’ zijn van één boek van een bepaalde auteur of genre, dat enorme indruk maakt en toch niet leidt tot het lezen van de rest van het werk van de auteur of het hele genre. Bijvoorbeeld omdat men ervan overtuigd is auteur of genre nu wel te kennen, of het béste van die auteur of dat genre gelezen te hebben. Of omdat men alleen in dat specifieke werk van die auteur geïnteresseerd is. ‘Ik las In de ban van de ring van Tolkien, maar kwam met moeite door de Hobbit en niet door Silmarillion. Toen ben ik In de ban van de ring nog maar eens gaan lezen. Wat een fantastische trilogie is dat toch.’

    Niet te verwarren met het begrip ‘lezer’ in bredere zin: iemand die leest. Niet te verwarren met het engere begrip ‘veellezer’ (de jeugdige variant van ‘beroepslezer’): iemand met zo veel ervaring en belangstelling voor lezen dat die álles wel wil lezen en over álle literatuur wel wat te zeggen heeft. Iemand kan een bepaalde auteur lezen en er iets van vinden, en toch bij navraag geen ‘lezer’ blijken te zijn van die auteur. Als in ‘ik heb Peter van Gestel gelezen. Best interessant, maar niet voor mij.’

    Uitgaande van deze definitie bestaat er binnen de jeugdliteratuur zoiets als ‘literatuur zonder lezers’, waarbij beroepslezers overgaan tot het tot jeugdliteratuur bestempelen van een boek, dat toch geen ‘lezers’ heeft.

    BeantwoordenVerwijderen
  23. Hier mijn reactie:
    http://www.verteleens.be/2012/05/18/geef-ze-wat-ze-willen-lezen/

    BeantwoordenVerwijderen