woensdag 23 september 2015

Waarom is die discussie verstomd?

Ter voorbereiding van het interview met Martha Heesen in de Volkskrant, vond ik deze oude recensie van Bregje Boonstra over Toen Faas niet thuiskwam. De recensie gaat eigenlijk meer over de vraag waarom een zekere Pjotr van Lenteren zo'n hekel aan zulke boeken zou hebben en staat - natuurlijk - weer bol van de expres iets verdraaid weergegeven standpunten. Die van mij dus. Maar van Bregje Boonstra moet je dat kunnen hebben. Ik wel in elk geval.

Literatuur zonder lezers
Was ik echt zo 'boos' als ze me omschrijft in die dagen? Ja, dat was ik wel. Alle aandacht ging al bijna twintig jaar naar dunne boekjes die niemand las. Literatuur zonder lezers. Kan dat, vroeg ik me hardop af: literatuur zonder lezers? Bregje Boonstra wreef me, niet helemaal onterecht, aan dat ik overdreef, dat die lezers er natuurlijk wél zijn. Dat erken ik. Toen ook al trouwens. Het probleem is dat het er zo ontzettend weinig zijn. Dat ze over het algemeen de veertig al zijn gepasseerd. En dat je voor die drie boekenwurmen van onder de veertien, die geïnteresseerd zijn zulke puntgave poëtische meesterwerkjes, in een heel grote spagaat moet gaan staan om nog van jeugdliteratuur te kunnen spreken. Ik denk dan eerder dat er een vorm van literatuur is ontstaan waarin het kinderperspectief literair wordt verkend, die per ongeluk wordt uitgegeven als kinderboek. Zoals Martha Heesen zegt: dat je vanuit een kinderhoofd schrijft, betekent niet dat het voor kinderen is. Ik heb niets tegen volwassenen die zulke boeken graag lezen, maar doe niet alsof er iets mis is als vrijwel alle kinderen liever wat anders uit de kast trekken. Eigenlijk zijn die boeken gewoon aan een verkeerd publiek verkocht.

Overal het zelfde verhaal, dat is niet goed
Iets wat de vorige generatie recensenten nooit heeft willen erkennen, in elk geval niet tegen mij: hoezeer een groep grijzende dames in bijna alle relevante media van die tijd de aandacht wisten te beperken tot een heel klein groepje auteurs, bijna allemaal ondergebracht bij één uitgever, en hun carrières bekrachtigden met subsidies en prijzen, waar ze niet zelden ook nog eens bij betrokken waren als adviseur of jurylid. Dat we in een jeugdliteraire Gouden Eeuw zaten, dat kinderboeken Nog Nooit Zo Geweldig Waren geweest. Ik geloof nog steeds dat die eenzijdige kijk op kinderboeken niet goed was, dat er gevarieerder aandacht moest worden besteed aan kinderboeken, en dat we af moesten van het toenemend dedain waarmee gepraat werd over succesvolle verhalenvertellers uit het verleden. Ik heb nooit geroepen om een nieuwe Dahl, Beckman of Dragt. Ik heb wel het klimaat willen bestrijden waarin schrijvers die op een vergelijkbare manier kinderboeken gingen maken, behandeld werden als mindere goden terwijl auteurs als Toon Tellegen - die door maar heel weinig kinderen worden gewaardeerd en begrepen - werden vereerd.

De strijdbijl begraven? Ja en nee.
Maar de tijden zijn veranderd. De literaire anorexia is verpletterd onder goedkoop gemaakte serie-obesitas. Graphic-novelpulp en youngadultgejodel, boeken die al marketingconcepten zijn voordat er een punt op papier staat. Tijd om de strijdbijl te begraven? Ja en nee. Met Bregje Boonstra ben ik het in grote lijnen vaak juist eens geweest. Schrijvers schrijven wat ze schrijven. Je kunt ze, als recensent, niet máken. Maar het klimaat om schrijvers heen wel. Waarom is die discussie eigenlijk verstomd? Moeten we ons inmiddels niet zorgen gaan maken over lezers zonder literatuur? Dit debat lijkt me, in een andere vorm, juist harder nodig dan ooit.

4 opmerkingen:

  1. dag pjotr,

    iets van de eenkennigheid die de dames er op naa hielden proef ik heel soms in jouw stukken. En ik schrok er gisteren van om te horen dat je de website bij Verborgen Talenten in het geheel niet volgt. Mocht je ons boek met de website niet bij de hand hebben bekijk dan eens de gratis demo bij Coutinho: Welkom voor tenminste onze recensies van de recent bekroonde boeken

    piet mooren

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ha Piet, als je een visie hebt, dan is een zekere eenkennigheid niet te vermijden. Als je al mijn recensies op een hoop gooit, kun je zo zien dat ik een gevarieerde aandacht heb voor genres, auteurs en uitgeverijen. Je moet om je heen blijven kijken, daar pleit ik hier juist voor. Groet, Pjotr

    BeantwoordenVerwijderen
  3. dag pjotr,

    je interview met Simon van der Geest voegde veel verrassends aan wat ik al wist over zijn werk, En in weer een volgend mooi stuk van je kwam ik over de kinderboekwinkels in Brabant opnieuw veel te horen en te weten waarvan ik opkeek. Niets van eenkennigheid te proeven, maar er zijn boeken over jeugdliteratuur waaraan je voorbijgaat, terwijl je een congres voorzat waarin dat boek nadrukkelijk aan de orde kwam. Hinderde die rol je misschien om iets over dat boek te schrijven?

    hartelijke groet

    Piet Mooren.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ha Piet, ik schrijf in de Volkskrant in principe alleen over primaire literatuur. Ik breek af en toe een lans voor een boek óver boeken, maar de krant wil daar meestal niet aan. Zeker is ook mijn rol in het netwerk hier lastig, ik probeer natuurlijk te voorkomen om over collega's / vrienden / kennissen te schrijven maar daar ben ik niet al te krampachtig in want het kan gewoon niet anders dat je mensen leert kennen. Dank voor je reacties op de andere stukken en wat betreft je vraag: inhoudelijke reden dus, de krant wil (hoofdzakelijk) primaire literatuur bespreken. De (kinder)boeken zelf dus. Warme groet, Pjotr

    BeantwoordenVerwijderen