maandag 29 juni 2020

Weekgreep #20-09

25. Jonty Howley Grote jongens huilen wél
Zeker weten. Dus helemaal niet nodig om te zeggen. Zou je denken. Maar laten we vandaag verder maar heel expliciet zijn: 'En dat is helemaal oké.' Nederlands debuut van Britse illustrator en schrijver met de in dit geval toepasselijke achternaam. Vertaald door Gideon Samson. 5+

24. Anke Kranendonk Kees naar de koeien
Hè fijn, een nieuwe Anke Kranendonk. Na de tienerserie over de eigenwijze Lynn, Lynn 2.0 en Lynn 3.0 kwamen een aantal prima eerste leesboeken bij Zwijsen en Querido, maar was het verder een beetje stil. Nu, ook voor een wat jongere doelgroep, een aangenaam zomers verhaal over Kees en zijn cavia Beer Hector Zwabber Poedel, die allebei dol zijn op Septimia. Een keer hebben ze haar ontmoet. Alleen Kees kan daar wat aan doen. Daarvoor moet hij een hoop moed verzamelen en nieuwe vrienden maken. Mooi verzorgde uitgave, fijn geïllustreerd door Annemarie van Haeringen. 7+

23. Katherine Rundell Waarom je kinderboeken moet lezen zelfs al ben je oud en wijs
Katherine Rundell schrijft aanstekelijk over hoe ze als kind een 'onbesuisde' lezer werd en waarom ze vindt dat volwassenen ook kinderboeken moeten blijven lezen. Met het voorbehoud, dat er ook kinderboeken zijn die je niet hoeft te lezen, in het bijzonder als ze over poep en pies gaan of dinosauriërs. Ik moest daar erg om lachen. Poep- en piesboeken hebben in Nederland een betere reputatie dan in Engeland, dat blijkt. Of misschien ligt het aan mij. Dan geeft ze het prachtige advies: 'Beschouw kinderboeken als literaire wodka.' Goed gesproken, zo is het. Het feest wordt ingeleid door kinderboekenambassadeur Manon Sikkel, die, natuurlijk een stuk korter, haar liefde voor Dahl belijdt (en de schok toen ze er via zijn biograaf achter kwam wat een onaangename man het was), zich verbaast over de uitspraak van Buwalda die volwassenen die kinderboeken lezen wantrouwt, en vervolgens pleit om toch vooral álles te lezen. Interessant boekje, om eens goed leesdronken van te worden.

In het nieuws
Ophef (een beetje) over Slaaf kindje slaaf, ook verschenen als Hoe mooi wit ik ben, van Dolf Verroen. In dit boek krijgt Maria een slaafje: Koko. Het speelt, uiteraard, in de tijd voor de slavernij werd afgeschaft. Juist omdat hoofdpersoon Maria geen idee heeft en kamermeisje Koko volstrekt vanzelfsprekend vindt, is het boek confronterend om te lezen. Er staat nergens wat nú vanzelfsprekend is, zoals wel vaker in literatuur. Wie vindt dat zo'n boek niet zonder begeleiding gelezen mag worden en dus eigenlijk een beetje fout is, legt de verantwoordelijkheid op de verkeerde plek. Dat er kennelijk op sommige scholen te weinig onderwijs over slavernij wordt gegeven - dat gênante onderwerp laten we liever over aan kinderboekenschrijvers - is niet de schuld van Dolf Verroen. Dat kinderen die zich juist met Koko identificeren zich gekwetst voelen, omdat ze wel vaker het gevoel hebben dat in Nederland racisme vanzelfsprekend is en onvoldoende wordt tegengesproken, is heel verdrietig, maar niet de schuld van Dolf Verroen. Dat hele volksstammen alleen expliciete, letterlijke teksten begrijpen, niet tussen de regels kunnen lezen en geen gevoel hebben voor dramatische ironie, wiens schuld zou dát zijn? Je zou bijna denken: wil Verroen niet juist aan die drie dingen wat dóen? Zou het? Dit is niet het moment om één integere schrijver onterecht te bekritiseren, dit is het moment voor ouders en leraren om op te staan tegen racisme (ik zeg het maar even expliciet) en voor beter geschiedenis- én literatuuronderwijs.