vrijdag 7 januari 2011

X. Het kinderboek is nog niet terug

Dat in de recente kinderboekverfilmingshype steeds maar boeken uit de jaren zestig en zeventig en zelfs een paar van voor de oorlog worden verfilmd is niet toevallig. Natuurlijk, het zijn de kinderboeken die de makers zelf lazen. Maar er is meer: het zijn boeken die de verfilmers zijn bijgebleven, omdat ze er ooit diep door zijn geïnspireerd. Wat je het liefst verfilmt is een boek dat op eigen kracht de tijden overstijgt. Zo'n boek is in het afgelopen decennium niet geschreven. Ondanks het goede voor- en nagerecht is de nasmaak van het gelag daarom toch bitter: een stevig hoofdgerecht ontbreekt. Mijn terugblik over een kleine driehonderd recensies bevestigt dat: in de categorie van 6 tot 13 vond ik wel een paar mooie eervolle vermeldingen, maar geen overtuigende winnaar. En daarmee is de sombere voorspelling van Anne de Vries in 1990 nog altijd waar: het echte kinderboek is aan het verdwijnen. Vanaf het moment dat kinderen kunnen lezen totdat ze naar de de brugklas gaan, zijn ze aangewezen op schoolpulp en spannende series. Aanstekelijk maar oppervlakkig, vermaak dat je op de drempel van de literatuur brengt maar geen stap verder. Boekenwurmen kunnen natuurlijk teruggrijpen naar de klassiekers van vóór het midden van de jaren tachtig, Schmidt, Biegel, Dragt, Kuijer en als ze wat ouder zijn Beckman en Terlouw, maar die auteurs verliezen terrein. Beetje terecht ook wel, want je kunt niet blijven volhouden dat al die boeken altijd fris en modern blijven. Nog treuriger wordt het als je de resultaten van een klein onderzoek onder leraren in dit verhaal betrekt: de kennis van kinderboeken van basisschoolleraren is bedroevend: 55% van hen schaamt zich er niet voor om hun eigen leerlingen aan te wijzen als belangrijkste bron van hun gebrekkige kennis. Begrijp me niet verkeerd: kinderen worden heus niet slechter van de sympathieke boeken van Oomen, Slee, Vriens en Van Loon. De sterren die ze van kinderen krijgen opgespeld zijn welverdiend. Maar worden ze er beter van? Nee, niet als ze in die alleen zichzelf bevestigende cirkel van geruststellende gezelligheid blijven hangen. Je gunt kinderen boeken die ze op hun dertigste terugvinden en waarvan ze zeggen: dát was mooi. Dát moet ik aan mijn kinderen doorgeven. We weten nu wel dat Toon Tellegen en Ted van Lieshout dit probleem ondanks allerbeste bedoelingen niet gaan oplossen. Maar een andere oplossing heeft het afgelopen decennium óók niet opgeleverd. Al wat we horen zijn een handvol zachtjes door elkaar kakelende deskundigen. Die doen erg denken aan de dodo uit Alice in Wonderland en zijn wedstrijd die niemand kon winnen. Met die wedstrijd zijn we nu wel lang genoeg bezig. Er is ondertussen een verliezer: de lezer. En dat stemt mij, ondanks verwoede pogingen tot optimisme, somber. Het hartstochtelijke wachten is op de heruitvinding van het kinderboek.

Terug naar het overzicht. Illustratie: John Tenniel.

3 opmerkingen:

  1. Dat was een hele interessante analyse. Ik ben het niet overal met je eens, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. Het was goed om te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Kan je niet enkel terugblikkend weten welk boek twintig, dertig jaar overleeft? Volgens mij kan je bij het verschijnen niet zeggen; dít is nu eens een boek dat de volgende generaties kinderen nog steeds zullen lezen. Toch niet met zekerheid ...
    Wacht nog tien jaar om te kijken welke boeken uit 2000 het nog steeds doen. :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Uiteraard, Aline. Dit is in de glazen bol kijken. Maar ik durf er wel wat om te verwedden dat er behalve Harry Potter en bepaalde pulpauteurs van afgelopen decennium niet veel meer zal zijn over dertig jaar. Er waren gewoon geen Biegels en Dragten, dat zul je toch met me eens zijn.

    Wat betreft zinvol terugblikken: ik heb uitgerekend dat het over vijf jaar interessant wordt om mensen die dan dertig worden te bevragen wat zij hun kinderen gaan voorlezen uit hun eigen jeugd. Want dát is mijn criterium voor wat klassiek is.

    BeantwoordenVerwijderen