zaterdag 18 juni 2011

Interview John Green

'Ik wil mijn lezers zo fraai mogelijk teleurstellen'

John Green videoblogt en twittert met zijn lezers. Zelfs in Nederland wordt de veelgelezen young adult-auteur op straat herkend. 'Ik concurreer niet met de wereldliteratuur, maar met Facebook.'

De succesvolle Amerikaanse jongerenschrijver John Green (1977) kreeg in april eindelijk zijn vrouw Sarah mee naar zijn favoriete werkplek: de nieuwe Amsterdamse stadsbibliotheek aan het IJ. 'The coolest library in the world! Dat uitzicht over het water en over de stad! Die piano bij de ingang, waar iedereen op mag spelen! Dat designmeubilair! Isn't that fantas-tic?'
Zegt zij, conservator in het Indianapolis Museum of Art: 'Yeah, it's okay.'
Green zucht en zet met een klap zijn bier op het terrastafeltje in de Amsterdamse Spuistraat. Hij heeft hier de afgelopen twee maanden als writer in residence gewoond, om zijn Amsterdamse roman af te maken en hij weet het: hij is ziekelijk enthousiast over de stad. 'Mijn vrouw schaamt zich soms voor me. Ze wil niet op een toerist lijken. Ik kijk naar mezelf in de spiegel en ik denk: jammer dan!'

Zelf een trotse nerd, schrijft hij het liefst voor nerds
Bij het maken van de afspraak heeft hij een klassieke geek beloofd en die belofte maakt hij waar. Met zijn lange, stakerige ledematen weet hij zich geen raad; hij schopt een paar keer bijna het tafeltje omver. Zijn kapsel staat aan het einde van het interview alle kanten op door zijn rusteloze gefriemel. En natuurlijk heeft hij een totaal niet modieuze bril.
Dat gesprek met zijn onderkoelde echtgenote is typerend voor het intellectuelenleed in zijn young adult novels: een niet zo knappe mannelijke scholier vertelt over zijn jongste bevlieging, het te imponeren meisje haalt blasé de schouders op. Pijnlijke situaties, die voor hem als scholier dagelijkse kost waren. Nu verdient hij er zijn brood mee.
'Ik had een bril, de verkeerde interesses, moeite om contact te leggen en haalde ook nog eens slechte cijfers. Helemaal niets dus dat in mijn voordeel werkte. En dan moet je als je de dertig gepasseerd bent wéér in de pas lopen. Je mag nooit meer ergens enthousiast over zijn, behalve over sport. Daarom schrijf ik liever voor nerdy jongeren dan voor volwassenen: omdat ik dan kan roepen wat ik wil en ze vinden het nog leuk ook.'

John kreeg de ideale opvoeding voor pubers
In zijn eerste en tot nu toe meest geprezen boek Het grote misschien (Looking for Alaska) uit 2005 wordt zijn alter ego Miles Halter op de Culver Creek-kostschool verliefd op Alaska, het mooiste meisje van de campus. Die belooft hem dat hij dat jaar volledig aan zijn trekken zal komen, mits hij een filosofisch vraagstuk voor haar op kan lossen. Volgt een lange reeks nachten vol binnengesmokkeld bier en stiekeme sigaretten, scherpe dialogen en studentengrappen. Te laat krijgt hij door dat het spelletje voor Alaska op leven en dood is. En uiteraard komt hij niet aan zijn trekken.
Het bosrijke terrein in Het grote misschien, met huisjes waarin de leerlingen wonen en hun huiswerk maken, is niet verzonnen: Green zat zelf op zo'n school in Alabama en maakte er vrienden voor het leven. De school is naar Amerikaanse maatstaven tolerant en liberaal en laat de leerlingen de ruimte om hun eigen grenzen te ontdekken. 'Wij hadden het idee dat we in het geniep ontzettend over de schreef gingen, dat we de docenten altijd een stap voor waren. Ik kreeg pas jaren later in de gaten dat ze precies wisten wanneer ze ons terug moesten fluiten. Achteraf gezien de ideale opvoeding voor pubers.'

Na 9/11 wilde hij met zeven miljoen moslims in gesprek
Green ontwikkelt zich tot een idealist, wil graag iets goeds doen voor de maatschappij. Hij studeert Engelse literatuur en raakt geïnteresseerd in godsdienstwetenschappen en in het bijzonder de islam. Met zijn vrienden broedt hij in de jaren voor 11 september 2001 op plannen om met de zeven miljoen veelal verborgen levende Amerikaanse moslims in gesprek te komen. 'Mijn vrienden van toen zijn nu goed betaalde overheidsadviseurs. Het kan raar lopen.'
Hij werkt een zomer lang als kinderkapelaan in een ziekenhuis, waar hij besluit dat hij niet gelovig genoeg is om mensen in hun zwartste dagen bij te kunnen staan. Hij meldt zich af voor de priesteropleiding en wordt criticus bij Booklist Magazine. 's Nachts werkt hij aan Looking for Alaska. Hij heeft dan nog geen idee dat hij binnen een paar jaar een van de grootste young adult-auteurs van Amerika zal worden.

'In jongerenboeken wordt te veel gewaarschuwd'
Zijn humoristische novels vallen op tussen de romantische vampierromans aan de ene en de loodzware 'mijn ouders gaan scheiden'-pulp aan de andere kant. 'Jongerenliteratuur is voor het overgrote deel probleemliteratuur. Als jongeren fouten maken en dat doen jongeren nu eenmaal dan volgt er een gruwelijke straf. De schrijver gebruikt die boodschap als excuus om er een ruig verhaal van te maken vol sappige details, dat je toch vertelt dat je bepaalde dingen niet moet doen. Ik denk dat je je als tiener dan niet serieus genomen voelt.
'Maar natuurlijk heb ik ook een boodschap. De humor is maar buitenkant. Mijn boeken zijn in de kern doodserieus. Als verteller zoek ik manieren om mijn lezers zo schitterend mogelijk teleur te stellen. Ik wil de lezer uit zijn luie stoel laten vallen. Waarom? Omdat misverstanden en blunders niet alleen komisch zijn, maar ook wáár. Eerste liefde is voor de meeste jongeren alles behalve rozen en kaarslicht. Veel gaat mis in mijn boeken en zo hoort het ook. Als je er achteraf om kunt lachen, dan doe je het goed.'

Jongeren hebben het moeilijk, want alles wordt geregistreerd
Hebben de young adults het tegenwoordig moeilijker dan in zijn eigen jeugd? 'Dat denk ik wel. Iedereen wordt op een dag voor het eerst geconfronteerd met sterfelijkheid, een gebroken hart en de volstrekte willekeur van het universum. Maar de huidige generatie moet met die ervaring leren omgaan in een anonieme wereld, die door internet wordt gedomineerd. Alles wordt genadeloos vastgelegd. Je bent dronken, doet iets doms, iemand maakt een filmpje en zet het op internet. Dat kan je voor altijd achtervolgen. Wreed is dat, vind ik. Onze misstappen werden licht vergeten, domweg omdat ze niet werden geregistreerd.'
Dat jongeren zo weinig lezen baart hem zorgen. 'Ze lezen wel, meer dan ooit, maar vooral op internet. Ze leven op eilandjes van zelfgenoegzaamheid. Ze kijken niet verder dan zichzelf en hun vrienden. Ik concurreer niet met de wereldliteratuur, maar met Facebook. En dat is niet gemakkelijk. Ik hoop jongeren met intellectuele aspiraties bij elkaar te brengen in het echte leven.'
Kennelijk lukt dat aardig. Meer nog dan zijn bejubelde bestsellers hebben zijn internetactiviteiten hem beroemd gemaakt. Hij videoblogt met zijn broer Hank, heeft 1.136.199 volgers op Twitter en verzamelt geestverwanten via nerdfighters.ning.com ('a place where nerds gather and play').

Fans zijn soms wel griezelig
En zelfs in Nederland wordt hij af en toe herkend op straat. 'Ik was hier pas net en ik werd al aangesproken door een meisje, gewoon op straat. Ik ben ik maar een blokje om gelopen.'
Zijn Nederlandse fans heten Eline, Tessa, Lianne, Rosa, Simone of Lidewij driekwart is meisje , zitten in het eerste of tweede jaar van een universiteit en hebben iets met lezen en schrijven. Ze komen massaal op zijn signeersessies en lezingen af. Green, de moeilijkste niet, drinkt een biertje met ze, gaat mee naar de film en wordt zelfs gevraagd om bij ouders thuis te komen dineren.
Griezelig vindt hij de passie van zijn fans soms wel. Thuis in Indianapolis bellen ze bij hem aan, sinds iemand zijn adres heeft achterhaald en via internet verspreid. 'Meestal gewoon om te vertellen dat ze je werk geweldig vinden, maar soms zie je dat er meer aan de hand is. Het is niet gemakkelijk om dan te zeggen: fijn, maar ik heb geen tijd. Er zal er net een tussen zitten die net in een diepe emotionele crisis zit. Dat vind ik wel eens moeilijk aan mijn werk: het ráákt ze allemaal zo. Gelukkig heb ik gemerkt dat mijn fans hier rustig en respectvol zijn. De Nederlandse nerds zien er, volgens mijn vrouw althans, een stuk verzorgder uit dan die bij ons, haha.'
In zijn volgende roman reizen zijn twee nieuwe protagonisten af naar het liberale Nederland waar hij z'n zwak voor heeft. En niet om marihuana te roken, maar om de alcoholistische opa van een van de twee te vinden, die aan het Vondelpark woont. De afgelopen week zette Green een punt achter het manuscript, dat hij in de Amsterdamse bibliotheek en eindeloos veel treinen op weg van en naar lezingen heeft voltooid. 'Het moet het eerste grappige boek over kanker worden. Dat was me lastig!'
John Greens boeken worden in Nederland uitgegeven door Lemniscaat. Zijn nieuwe nog titelloze roman verschijnt volgend jaar.

http://johngreenbooks.com
http://nerdfighters.ning.com

CV
1977 Geboren in Indianapolis, Indiana
2000 Voltooit Kenyon College met twee majors: Engels en godsdienstwetenschappen
2001 Recensent bij Booklist Magazine en The New York Times Book Review
2005 Looking for Alaska (vertaald als Het grote misschien, Michael L. Printz Award)
2006 An Abundance of Catherines (vertaald als 19 Keer Katherine, finalist Los Angeles Times Book Prize)
2008 Paper Towns (shortlist Jongerenliteratuur Prijs 2010)
2010 Will Grayson, Will Grayson, samen met David Leviathan (longlist Jongerenliteratuur Prijs, genomineerd voor de publieksprijs)
2011 Writer in Residence in Amsterdam in april en mei

6 opmerkingen:

  1. Die alcoholistische opa is uiteindelijk een gestoorde schrijver geworden. Gek dat Green dat nog niet wist ten tijde van dit interview; het is een erg belangrijk personage in de roman (heb het boek net uit).

    Verder wil ik zeggen dat ik je blog geweldig vind. Ik ben docent Nederlands en zoek moderne titels voor 3 vwo. Dan mogen ze nog jeugdliteratuur lezen, maar moet het wel een stapje verder gaan dan chicklit en Carry Slee. Vanaf de vierde moeten ze de overstap maken naar 'echte' literatuur. Helaas... zucht... Ik vind het jammer dat de betere jeugdliteratuur tussen wal en schip valt.
    Maar goed, dank en ik blijf je volgen!
    Elin Meijnen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Elin, dank voor je compliment. Zo hou je een noest bloggende recensent gaande! Jongerenliteratuur in de bovenbouw is een strijd die we nog tot een goed einde moeten zien te brengen, want er zitten boeken tussen die voor 3 vwo nog écht te zwaar of te moeilijk zijn. Ik snap eerlijk gezegd ook niet waarom sommige auteurs die moeilijke weg kiezen. Want de beste jongerenliteratuur kun je met een gerust hart (bijvoorbeeld) historische of ontwikkelingsromans noemen. En dus bij een 'volwassen' uitgever onder brengen. Probleem opgelost. Andersom vind ik het niveau van bepaalde, ooit als literatuur voor volwassenen uitgegeven werk, om te huilen. Met Giphart als mijn favoriete voorbeeld. Niet meer dan een zesje waard en toch mag je hem op veel scholen gewoon op je lijst zetten. Onbekend maakt onbemind, ten onrechte, zoals bekend soms even onterecht tot bemind maakt. Ik hoop daar op deze manier wat aan te doen. Voor suggesties sta ik open!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als je me trouwens je mailadres geeft kan ik je mijn overzicht jongerenliteratuur van begin deze zomer sturen.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. En wat de alcoholistische opa betreft: hij was toen nog vreselijk aan het herschrijven en hij vertelde mij dat hij vaak tot op het laatste moment alle kanten opvliegt met manuscripten.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dag Pjotr,
    Leuk dat je zo uitgebreid geantwoord hebt op mijn reactie! Zo houd je een bevlogen juf Nederlands zeker gaande. Ik lees nu '15 wilde zomers'. Bijzonder boek.

    Mijn 'ergste' volwassen schrijvers zijn Simone van der Vlucht en Saskia Noort. Ook zij mogen gelezen worden in de 4e klas...
    Ik stuur je mijn mailadres wel even via facenbook...

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ja, dat is slim. Die hou ik er in!

    Ik vind het heel treurig dat Simone van der Vlugt en Saskia Noort wel mogen, en veel bijzonderder jeugdliteratuur niet.

    Of is dit te kort door de bocht?

    Als ik docent was zou ik Floortje Zwigtman tot in den treure aanbevelen.

    Ik ben me bewust van de moeilijkheden van literatuurdocenten tegenwoordig. Maar ik vond Giphart al een onacceptabele knieval.

    Er is zo veel betere literatuur die wél toegankelijk is maar niet plat.

    BeantwoordenVerwijderen