Posts tonen met het label non-fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label non-fictie. Alle posts tonen

zaterdag 16 juni 2018

Weekgreep #18-13: De A is van Os (Westera/Autobahn), Nu is later vroeger (Joke van Leeuwen), Kwie kwie kwie kwie kwie (Camilla Dreef) en Haren vol banaan (Erik van Os/Noëlle Smit)

1. Autobahn & Bette Westera A is van Os
A is helemaal niet van Aap, maar van Os. De de D is van Deur. De E van Hé, jij daar! En de M van water. Boek om blij van te worden, eentje waar je echt wat van gaat snappen. Zo zie ik non-fictie graag: geen weetjes-potpourri maar een helder verhaal waaraan die weetjes goed zijn opgehangen. Hoe zijn onze letters ontstaan? Is vaker verteld, maar niet zó. De letterspecialisten van ontwerpbureau Autobahn vonden een ingenieus eenvoudige manier om de de ontwikkeling van letters vanuit het Proto-Sinaïtisch naar het Grieks en Latijn vorm te geven. Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en met verstand van zaken in beeld gebracht. En in dit geval nog geestig en goed geschreven ook. Westera verbindt onze letters, voor sommigen weerbarstig abstract, weer aan concrete waarden uit het dagelijks leven van drieduizend jaar geleden, waar iedereen die plaatjes gebruikt bij het Whatsappen, zich iets bij kan voorstellen. Os. Deur. Hek. Water. Hé, jij daar! Een dikke tien.

2. Joke van Leeuwen Nu is later vroeger
Joke van Leeuwen schrijft ook wel eens een non-fictieboek, maar is meer van de potpourri, zie boven. Deze alleskunner met gevoel voor humor zet verhaal, gedicht, strip, beeldbewerking en illustratie in om haar te verhaal te vertellen. Dat gaat niet altijd goed, in Waarom een buitenboordmotor eenzaam is, over taal, maakte ze er een tamelijk onnavolgbaar en vooral weinig boeiend potje van. Nu is later vroeger, over tijd, ziet er meteen al bij de eerste indruk beter uit. Interessant onderwerp waar ze, onvermijdelijk, vele verrassende en grappige invalshoeken bij heeft gevonden.

3. Camilla Dreef en Liset Celie Kwie kwie kwie kwie kwie
We verdrinken een beetje in boeken over vogels, maar deze van schrijvende televisiebioloog Camilla Dreef is erg geslaagd. Meestal zijn vogelboekjes erg plaatje-praatje, hier lezen we prachtig geïllustreerde verhalen over wat Camilla beleeft met doodgewone vogels die je overal in Nederland kunt tegenkomen. Meteen al mooi is haar inleiding over mantelmeeuwenonderzoek met GPS-rugzakjes. Er is maar één ding jammer en dat is dat je de vogels waar de verhalen over gaat niet per se gaat herkennen, omdat illustrator Liset Celie lekker haar eigen gang gaat, wat goed is voor de uitstraling, maar niet voor ornitonerds in de dop. Een overzichtje van de besproken soorten achterin was - hoe saai misschien ook - toch fijn geweest. Maar: opvallend mooi uitgegeven en alleen al daarom de aanschaf waard.

4. Erik van Os en Noëlle Smit Haren vol banaan
Kinderen en smerig, je maag draait er van om, maar je ontkomt er niet aan. In het titelgedicht omschrijft liedjesdichter Erik van Os treffend zijn kleine zusje na het ontbijt: om op te eten. Not. Maar toch houden we van haar - al is het dan met banaan erin. Andere meezingers: Ik Keek Net In Mijn Onderbroek, Pudding Met Vel en natuurlijk het Nakie Nakie Nonsenslied. Van dit zo voor de hand liggende kinderonderwerp zien we eigenlijk veel te weinig. Hoog tijd voor een Kinderen Weer Lekker Vies Manifest. Erik van Os en Noëlle Smit doen een fijne voorzet.

maandag 20 mei 2013

**** (4) voor Schutten / Rieder Het raadsel van alles wat leeft


Nog steeds zo’n een op de vijf van de Nederlanders gelooft in het scheppingsverhaal, zo blijkt uit opinieonderzoek van Synovate. En aangezien drie op de vijf vertrouwt op de evolutieleer, twijfelt dus nog altijd bijna de helft van ons land aan een van de meest succesvolle ontdekkingen van de moderne wetenschap.

Reden voor Jan Paul Schutten (Gouden Griffel 2008) de evolutietheorie vurig te verdedigen in Het raadsel van alles wat leeft. Hij gaat een stuk verder dan de principes uitleggen, want dat hebben al genoeg mensen gedaan. Voor vijanden en fans van de evolutie zijn er prangender vragen. Hoe wéten we dit allemaal eigenlijk? En hoeveel bewijs is er nodig om een theorie wáár te maken?

Het goede van Schutten is dat hij in zijn twee duimen dikke meesterproef als schrijver van informatieve boeken de overweldigend rijke werkelijkheid ook overweldigend rijk laat zijn. Je stap voor stap voorstellen hoe dode materie ‘zomaar’ tot leven kon komen en hoe er in honderden miljoenen jaren uit bacteriën uiteindelijk makrelen, merels en mensen zijn ontstaan is namelijk zo makkelijk niet.

In Het raadsel van alles wat leeft trekken duizelingwekkende eeuwigheden als een op strategische plekken vertraagde film aan de lezer voorbij. Zelfs dan blijft het tempo hoog: ook aankomende gymnasiasten zullen er even voor moeten gaan zitten als Schutten begint te jongleren met getallen en praktijkvoorbeelden en zich via eindeloos veel fossielen en onderzoeken een weg baant door de Darwinvinken, DNA en RNA, seksuele selectie en zelfzuchtige genen.

Maar dan bekijk je de wereld wel met andere ogen. Wij bestaan potdorie pás 200.000 jaar! We stammen helemaal niet af van de apen! En de werkelijke winnaars van de evolutie zijn bacteriën en andere eencelligen, die zich onvoorstelbaar veel generaties suf hebben moeten delen om zoiets even nietigs als briljants uit te vinden als de flagellum, het buitenboordaandrijfzweepje waarmee het wilde leven pas echt begon.

In al dat enthousiasme schuilt wel een kleine zwakte van de auteur. Om veel mensen te bereiken moet hij toeteren, grapjes verzinnen en objectieve dingen zo persoonlijk mogelijk vertellen. Vaak pakt dat goed uit, soms schiet hij er in door. Vaststellen dat het knap is dat bepaalde bacteriën kunnen overleven in giftige, dodelijk hete of juist ijskoude poelen is wel erg vanuit de mens gedacht: voor die bacteriën is die poel helemaal niet giftig, heet of koud en daar draait het in de evolutie nu net om.

Apert onjuist is zijn emotionele uitroep bij het afronden van zijn betoog dat ‘een theorie ook een vaststaand feit kan zijn’. Daar ziet hij toch even een eeuw wetenschapsfilosofie en in elk geval Karl Popper over het hoofd. Een tekening van een pijp is geen pijp en een theorie is nooit een feit. Dat debat over de evolutieleer is niet voor niets zo lastig.

Misschien moet Schutten maar gauw aan een wetenschapsfilosofisch vervolg beginnen. De tijd is er rijp voor: goed geschreven non-fictie is in de mode. Het genre krijgt steeds meer aandacht en prijzen, de roep om kinderen en jongeren op school gewoon weer kennis bij te gaan brengen klinkt al maar harder en in de media koketteren bekende Nederlanders met bekende wetenschappers.

Het raadsel van alles wat leeft bewijst dat succes alleen al in zijn prachtige vorm, gefinancierd door een bevlogen uitgever en indrukwekkend geïllustreerd door nieuwkomer Floor Rieder. Verscheen het debuut van Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (Houtekiet, 2001) nog in een goedkoop vormgegeven paperback, iets meer dan tien jaar later is een kloek informatief boek met linnen band en goud op snee de dag van verschijnen al op tv. Dat mag ook wel, want het is zonder twijfel een van de mooiste kinderboeken in jaren.

**** (4)
Het raadsel van alles dat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel
Jan Paul Schutten
Met illustraties van Floor Rieder
Gottmer, 160 pagina’s, € 19,95
ISBN 9789025753467
Vanaf 11 jaar