Posts tonen met het label historisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label historisch. Alle posts tonen

maandag 22 oktober 2018

Weekgreep #18-18: Meneer de Uil is terug, Ieber en Knoert, broerdebuut Hank Green, Jef Aerts slaat de vleugels uit met Martijn van der Linden, gaaf flapjesboek Wie eet wat?

1. Patrick Bremmers Hallo, Meneer de Uil
Deze liefdesbetuiging aan de bekendste Nederlandse kindertelevisieserie ooit, is te veel een hagiografie geworden. Hoewel de auteur, fan van het eerste uur Patrick Bremmers, in zijn voorwoord meteen aandoenlijk toegeeft dat bij het herbekijken van alle afleveringen het bijna omvallen van decorstukken of het iets te vaak voorlezen uit de krant van gisteren hem wel begon op te vallen, weerhoudt dat hem niet om verder een grote lofzang op de serie te houden. Eindigend met een wat tenenkrommend interview met uitgever Maurits Rubinstein, die aan de wieg stond van een nieuw seizoen Meneer de Uil, nu in 3D. Rubinstein is uitgever van dit boek. Hij gelooft heel erg in, de comeback van Meneer de Uil. Da's niet zo heel verassend, meneer Rubinstein. Neemt niet weg dat het fijn nostalgisch bladeren is in Hallo, meneer de uil voor wie de serie als kind zag.

Sanne te Loo Ieber en Knoert
Mooie kleine geschiedenis van twee vrienden of broers of zussen of een ouder en een kind - wie zal het zeggen? Ieber vindt een vogel en Knoert laat hem weer vrij. Ieber besluit dat de cactus van Knoert dan ook maar vrij moet worden gelaten. Knoert is erg van de kaart als zijn cactus vermist blijft. Tot blijkt dat vogel én plant het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Bijzonder vriendschapsverhaal, waarin Sanne te Loo wat strakkere lijnen en wat meer kleurcontrast laat zien dan anders. Lekker fris.

Hank Green Een zeer opmerkelijk verschijnsel
Wie zich ook maar enigszins verdiept heeft in de succesvolle jongerenauteur John Green weet dat die een minstens even getalenteerde jongere broer heeft. Hank en John Green hadden jarenlang een succesvolle vlog, toen dit genre nog jong was en ze delen een volgerschare van tienduizenden Nerdfighters. Hank maakt muziek en debuteert nu met Een zeer opmerkelijk verschijnsel, over een grafisch ontwerper die een vreemd beeld vindt op straat en als ze daarover vlogt, ineens wereldberoemd is. Ze weet niet zeker of ze dat nu heel geweldig vindt. Net zo goed als Green? We gaan het zien!

Jef Aerts De blauwe vleugels
Wat verschijnen er dit jaar toch mooi vormgegeven boeken! Elke keer denk ik de mooiste van het jaar in handen te hebben en dan ligt er weer een uitdager in mijn postbus. Martijn van der Linden maakte niet alleen prachtige illustraties voor de nieuwste van Jef Aerts, de manier waarop deze illustraties in het boek verwerkt zijn en Herman Houbrechts de vormgeving verzorgde is zeer geslaagd. Het verhaal doet denken aan de gebroeders Leeuwenhart, die tot het uiterste gaan om voor elkaar te zorgen. Josh en Jadran vinden een gewonde kraanvogel en leren hem vliegen. Josh valt van de brandladder die ze voor de vlieglessen gebruiken. Jadran, die het ongeluk veroorzaakte, dreigt opgesloten te worden. Samen besluiten ze op zoek te gaan naar de kraanvogel.

Babin & Kiko Wie eet wat?
Dit knalgele schuifjesboek is goed voor uren speel- en voorleesplezier. Links zien we de dieren eten, rechts mogen we raden wie ook weer bij welk eten hoort. De kracht van dit verder eenvoudige boek is het strakke ontwerp en het fijne, oerdegelijke dikke karton waarmee het gemaakt is. Klein minpuntje: als je het boek scheef houdt gaan alle schuifjes weer open. Vergt enige handigheid om dit zonder gedoe voor te lezen. Iets oudere kinderen zouden wijsneuzig kunnen protesteren dat dieren veel meer eten dan dat ene product. Echt voor beginners dus.

zaterdag 6 oktober 2018

Weekgreep #18-16: Bart Moeyaert zegt sorry, Prutje, vrolijk doodgaan met Jacques Vriens, Majoor Rosalie, een dierenboek dat groot en klein tegelijk is

1. Bart Moeyaert Tegenwoordig heet iedereen Sorry
Dat Bart Moeyaert vaak óver jongeren schrijft, is een feit. Maar schrijft hij vóór jongeren? Daar heb ik al vaak openlijk aan getwijfeld. Veel van wat aantrekkelijk is aan Bart Moeyaert, is aantrekkelijk voor volwassen. Uitgevers. Recensenten. Zuchtende dames in de zaal. Toch debuteerde hij ooit met een lekkere jeugdroman, Duet met valse noten. Misschien bewijst hij eindelijk mijn ongelijk in Tegenwoordig heet iedereen sorry. De titel schreeuwt in elk geval om lezen.

2. Pieter Koolwijk Prutje
Ik begrijp niet goed hoe dit omslag van Linde Faas het ooit tot de drukkerij heeft geschopt, maar de inhoud van dit boek is veelbelovend. Arbeiderszoon Hens werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in een fabriek en is verantwoordelijkvoor zijn broertje Walm, die niet goed mee kan komen. Na een zoveelste aanvaring met de fabrieksopzichters, gaan op zoek naar een betere wereld.

3. Jacques Vriens Code Kattenkruid
Onze vriendelijkste verteller, zelf al een tijd grootvader, over een gewaagd onderwerp. De opa van Stijn is niet van plan te wachten tot hij doodgaat. Als hij hoort dat hij niet lang meer heeft, gaat de geplande driedaagse fietstocht gewoon door. Misschien dat het vanzelf ergens ophoudt, misschien dat hij kiest voor euthanasie. Eerder wist Vriens te raken met het verfilmde Achtste groepers huilen niet over een klasgenoot met kanker. Openhartig schreef hij voor volwassenen over de moeilijke relatie met zijn moeder in Moeders knie. Alleen die titel en dat omslag: onbegrijpelijk, gauw wat aan doen, want deze auteur en dit onderwerp verdienen beter.

4. Timothée de Fombelle en Isabelle Arsenault Majoor Rosalie
Schitterend uitgegeven en geïllustreerd verhaal van de Franse schrijver Timothée de Fombelle. Zijn boeken over Toby Lolness, een piepklein mannetje dat in de groeven van de bast van een boom woont, trokken aandacht maar werden geen heel groot succes in Nederland. Ook de barokke opvolger Vango bleek geen blijver. Majoor Rosalie gaat over een meisje in de Eerste Wereldoorlog. Haar meester leest voor uit de krant, haar moeder uit de brieven van haar vader aan het front. Ze vermoedt dat ze niet de hele waarheid hoort. Maar ze kan nog niet lezen. Daar vindt ze wat op.

5. Christina Banti en Cristina Peraboni en Fracesca Cosanti Het grote grotedierenboek en Het kleine kleinedierenboek
De allergrootste dieren in Het grote grotedierenboek, de allerkleinste in Het kleine kleinedierenboek. Dat kleine boek is verstopt in de kaft van het grote. Gewoon geestig. Boem. Niets meer aan doen. We verzuipen in de dierenboeken, maar het blijft mogelijk om er een originele draai aan te geven. Van het Itialiaanse trio met de moeilijk te onthouden namen verscheen niet eerder iets in Nederland.



zaterdag 3 februari 2018

Weekgreep #18-4: Oliver Jeffers versus Britta Teckentrup, Evelien de Vlieger heeft wat nieuws en het slavernijboek van Arend van Dam ligt bijna in de winkel

#1 Oliver Jeffers Die eland is van mij versus Britta Teckentrup De muis en de muur
Veel prentenboekengetetter afgelopen anderhalve week en terecht natuurlijk. Het belang van voorlezen en dus prentenboeken in de opvoeding kan nauwelijks worden overdreven. Geen reden om er een humorloze bedoening van te maken. Denk volgend jaar bijvoorbeeld eens aan deze prentenboekenmaker. Die eland van mij is niet zo ijzersterk als De krijtjes staken maar kom over zo'n geniaal boek nog maar eens heen. Wat illustraties betreft doet het er zeker niet aan onder. Wilfred heeft een eland, denkt hij. De hilarische lijst met zaken die 'zijn' eland allemaal voor hem gaat doen wordt langer en langer, ondertussen doet de eland lekker wat hij zelf wil.

Waarom iedereen ondertussen zo wegloopt met Britta Teckentrup? Haar brave boek Ssst! De tijger slaapt is prentenboek van het jaar en vlak voor de Nationale Voorleesdagen verscheen De muis en de muur. De muis en zijn vrienden zijn opgesloten binnen een hoge muur, de muis gaat buiten kijken en merkt dat de muur helemaal niet bestaat. En poef, de muur is weg. Nu zijn de dieren vrij, behalve de leeuw die binnen blijft. 'Want bange ogen durven niet te kijken, die zien niets.' Wat een moralistisch draakje! Ze zouden er in de jaren zeventig van gesmuld hebben. Laten we het over het sombere drukwerk maar niet hebben. Houten-kralenkettingen-pedagogiek. Er is zoveel frisser, moderner en vooral geestiger werk in de aanbieding.

2. Evelien De Vlieger Wish you were here
En wat is het toch met die Engelse titels op Nederlandse boeken de laatste tijd? Snap dat niet. Evelien De Vlieger kan schrijven en heeft dit niet nodig zou je zeggen. Na haar geestige Brei met mij verschenen een aantal jongerenromans die het midden opzoeken tussen chicklit en literair. De Vlieger pakt de meidenroman net even anders en wat ruiger aan dan het gebruikelijke getut in dit genre, daar kun je op vertrouwen. De motto's van René Char, de Pixies en Samuel Beckett voorin alleen al. Hazel heeft een gebroken hart en gaat als nanny aan de slag in een Engelse badplaats. Beetje vreemd: waar is de moeder van het jongetje van acht en zijn pasgeboren zusje?

3. Arend van Dam De reis van Syntax Bosselman
De geschiedenisleraar des vaderlands presenteert binnenkort een boek met een intrigerende titel over een wel bijzonder gevoelig onderwerp, het Nederlandse slavernijverleden. Syntax Bosselman is een Surinamer die tijdens de Wereldtentoonstelling van 1883 naar Nederland werd gehaald. Zijn verhaal en dat van vele anderen staan in dit boek. Arend van Dam publiceert in een moordend tempo over geschiedenis en aardrijkskunde en doet dat verdienstelijk. Naar Syntax Bosselman ben ik erg benieuwd.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net (of in een enkel geval: bijna) en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 28 oktober 2017

Weekgreep #2: Rob Ruggenberg, Arabische sprookjes en een spectaculair dinoboek

1. Rob Ruggenberg Piratenzoon
Sinds Thea Beckman is er geen auteur van historische jeugdboeken geweest die zo'n frisse nieuwe kijk op de geschiedenis zo verslavend onder de aandacht wist te brengen. Jonge lezers houden van Rob Ruggenberg en terecht. De kracht van Beckman lag in de tijdreizigerstruc: een herkenbaar hedendaags personage in een historische setting. Het aantrekkelijke van Ruggenbergs werk ligt een journalistieke kijk op de geschiedenis: hij haalt zaken naar boven die we nog niet of nauwelijks wisten en dat maakt elk nieuw boek weer spannend. Dat hij daarmee ook dingen bespreekt die Hollanders in een wat minder gunstig daglicht stellen maakt hem bovendien interessant voor lezers die nog niet doordrenkt zijn met volkslied, roodwitblauw en VOC-mentaliteit. Zijn werk doet het goed in de onderbouw van de middelbare school, maar hij blijft er zelf op hameren dat het voor tienjarigen is bedoeld. (Vanaf 10 jaar, maar 14 is ook goed.)

2. Rodaan Al Galidi en Geertje Aalders Arabische sprookjes
In kinderboeken voltrekken zich kleine revoluties in relatieve stilte en soms is dat maar beter ook. Wie op de bank of in de klas kennis wil maken met andere blikken op andere culturen en dan in het bijzonder de Midden-Oosterse wordt verwend deze maand. Vier titels zijn interessant: Arabische sprookjes van de voormalige vluchteling Rodaan Al Galdi en Geertje Aalders (prachtig uitgegeven met een los knippatroon op de voorkant), de Koran-hervertelling Kinderen van Adam van Petra van Helden (sterke nieuwe loot aan de stam religieuze en filosofische standaardwerken voor kinderen van Ploegsma), Twintig parels van Ed Franck en Martijn van der Linden (duizend-en-een-nacht-verhalen, wel erg kleine letter en daardoor ontoegankelijke uitstraling) en ten slotte het al eerder besproken En toen, Sheherazade, en toen? van Imme Dros en Annemarie van Haeringen. De laatste blijft van dit toevallig ongeveer tegelijk verschenen rijtje de aantrekkelijkste voor kinderen. Mooi uitgegeven, fijn geïllustreerd en ritmisch verteld door Imme Dros. Boekt zoek klas! (Voorlezen vanaf 8 jaar, zelf lezen vanaf 10 jaar.)

Mark Janssen Dino's bestaan niet
Spectaculair prentenboek over Tim en Jesse die op zoek gaan naar een dino. De kijker verdwijnt bijna zelf in de enorme uitklapplaten. Tim en Jesse kunnen maar geen dino ontdekken... maar het publiek wel. Bijna te spannend om voor te lezen aan jongens en meisjes die ondanks de hausse rond T-rix maar geen genoeg krijgen van het meest spraakmakende reptiel uit de geschiedenis van de aarde. (Vanaf 5 jaar.)

In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

donderdag 18 juni 2015

Net uit: Wim Bos De bende van Lijp Kot

Een opvallend debuut in de eindeloze stroom geschiedkundige fictie die jaarlijks over kinderhoofden wordt uitgestort (en met plezier geconsumeerd):
De bende van Lijp Kot van Wim Bos, die in het dagelijks leven kinderen rondleidt in historisch Amsterdam. Dat heeft als groot voordeel dat hij weet wat kinderen boeit en dat merk je aan de pittige inhoud van zijn verhaal over visbezorger Pontus die ten onrechte wordt beschuldigd van een moord en terechtkomt bij de bende van Lijp Kot. Bos valt te plaatsen in de buurt van Rob Ruggenberg, die met onverbloemd ruige passages succesvol de gebruikelijke braafheid uit dit populaire genre blaast. En dat is nodig. Jammer genoeg doet Bos wel heel erg zijn best om geschiedenislesjes en authentieke woorden in het spannende verhaal te verwerken, wat de toon nog wat krampachtig maakt.

dinsdag 9 juni 2015

Floortje Zwigtman Een groene bloem weer in druk

Een groene bloem, de magistrale Victoriaanse trilogie van Floortje Zwigtman is weer in druk, doorschijnend Bijbels dundruk zelfs - en dat is nodig om het in één pil van meer dan 1600 bladzijden te krijgen met een nawoord, een nieuw verhaal, diverse appendices en een bekentenis. Onder het lezen de rug van je partner wrijven is er voor wie dit boek voor het eerst gaat lezen of nog maar een keer de komende maand niet bij. Waarom dat zulk goed nieuws is? Hierom, hierom en hierom. Een nieuwe sfeer, bij een nieuwe uitgever. Dat is goed, denk ik, omdat Een groene bloem niet thuishoort in een niche.

zaterdag 23 maart 2013

**** (4) Joyce Pool Castraat



Muziek is zijn eerste liefde, maar misschien ook meteen zijn laatste. Het populaire citaat van popcomponist John Miles krijgt een dubbelzinnige lading, wanneer het als motto wordt gebruikt op de eerste bladzijde van De castraat. In haar nieuwste historische jeugdroman verhaalt Joyce Pool over een leerlooierszoon die goed kan zingen, een Florentijns conservatorium met misschien iets té doortastende docenten en een wel erg opdringerige mecenas.

Interessant, want: liefde, hoe werkt dat als je vlak voor je puberteit onvrijwillig bent ontmand, op een slaapzaal tussen hitsige koorknapen slaapt en bent voorbestemd tot een leven in de kerk? De tot nu toe weinig opvallende schrijfster van ietwat brave historische jeugdboeken mikt met bronstige zinnetjes over bonkende jongens, rijpe bramen en ronde peren zonder omhaal op de onderbuik.

Ook de literaire lat lijkt Pool ineens een stuk hoger te leggen in een poging om een aantrekkelijk compromis te vinden tussen de degelijkheid van de school van Thea Beckman en meer moderne, confronterende en ontregelende historische jongerenromans als Wolfsroedel (2003) en Schijnbewegingen (2005) van Floortje Zwigtman. Dat belooft een kijkje in het verleden dat rode oortjes geeft, leerzaam is én aan het denken zet.

Haar onderwerp is daar boeiend en veelzijdig genoeg voor. Niemand kan zich het stemgeluid van een castraat nog voorstellen. Misschien wel de enige wiens zang ooit is opgenomen, Allesandro Moreschi (1858-1922) van de Sixtijnse Kapel, klinkt totaal anders dan de machinaal uit een countertenor en een mezzosopraan samengestelde, geplaybackte stem van de castratenfilm Farinelli (1994). Het geluid van een castraat is niet vergelijkbaar met man noch vrouw. Zelfs een kind klinkt werkelijk anders.

Wie dat hoort, kan zich iets voorstellen van de begerigheid van monniken en priesters uit eeuwen. Met praktische overwegingen – vrouwen mochten van de paus niet optreden – heeft hun passie niets van doen: mannen zonder mannelijkheid symboliseren de hemelse engelen, niets meer en niets minder.

Dat aspect van de roman heeft Pool goed aangepakt. De details boeien en overtuigen en de vanzelfsprekende en allesoverheersende aanwezigheid van God en het hiernamaals is geloofwaardig getekend en maakt van hoofdpersoon Angelo een veel geslaagder historisch personage dan de gebruikelijke, individualistisch denkende en dus niet geloofwaardige jongeren die de doorsnee geschiedenisroman bevolken.

Hier en daar komt is Pool voor haar doen humoristisch als ze vertelt over de strijd tussen verschillende conservatoria om castraten te verhuren aan huishoudens waar een dode te betreuren valt. En met het opvoeren van mecenas Ferdinando de’ Medici, die duidelijk niet alleen in de gezang van de castraten is geïnteresseerd, brengt ze zelfs een niet meteen te duiden element van onafwendbaar onheil in de roman.

Nee, klassieke muziek was geen stoffige bezigheid rond 1698; zo veel is duidelijk. Pools enige zonde is dan ook dat ze van Angelo Montegne na al zijn avonturen toch weer een zo gewoon mogelijke jongen probeert te maken. Ondanks zijn onwaarschijnlijke talent, de rijkdom en het lonkende succes, blijft hij terugverlangen naar een eigen leerlooierij, een vrouw en kinderen. Dat al dat andere hem zo goed als koud laat en hij er van het begin af aan met een irritant soort vanzelfsprekendheid voor wegloopt, wringt. Natuurlijk wil je geen seks met die machtige man die je gouden bergen belooft, je ligt veel liever te creperen in de modder!

Daar staat tegenover dat Pool, in het dagelijks leven leraar op een middelbare school, haar materie bijzonder toegankelijk heeft gemaakt. Dat al dat moois de kans loopt om daadwerkelijk door jongeren gelézen te worden, is ook wat waard. De castraat mag dan wat kleinburgerlijk blijven, desalniettemin is het een van de interessantere bijdragen aan de historische jeugdliteratuur van de laatste tijd.

**** (4)
De castraat
Joyce Pool
Lemniscaat, 285 pagina’s, € 17,95
9789047705345
Vanaf 13 jaar

zaterdag 28 januari 2012

**** (4) Rob Ruggenberg IJsbarbaar

Gisteren gaf ik vier sterren aan IJsbarbaar. Van zijn eerdere boeken Het verraad van Waterdunen, Slavenhaler en Manhatan was ik niet zo onder de indruk. Ruggenberg schrijft wel iets beter dan de gemiddelde historische jeugdauteur - waar we er in Nederland nogal veel van hebben - maar ook hij bedient zich hoofdstukken lang van opsteldialogen en maakt van die nobele mopperpotten als personages. Toch heeft hij een belangrijk pluspunt: bij hem spelen kinderen - terecht - een veel bescheidener rol in de geschiedenis dan bij zijn collega's, die knorrig de rotzooi van het gekozen tijdvak opruimen en in en uitlopen bij beroemde tijdgenoten alsof het niets is. Tot de negentiende eeuw maalde men niet zo om een leven, en zeker niet dat van een kind. Dat maakt Ruggenberg voelbaar. In IJsbarbaar voegt hij daar ook nog een paar hoofdstukken kippenvelverwekkend overleven in de natuur aan toe. Zijn bezoek aan Groenland is niet voor niets geweest. Ik ben heel benieuwd of Ruggenberg in zijn volgende boeken de cliché's van zijn collega's nog verder achter zich kan laten.

vrijdag 19 februari 2010

***** (5) voor Floortje Zwigtman Spiegeljongen

Wat jammer dat je dat niet meer hebt: feuilletons zoals in de tijd van Couperus, Dickens en Dostojevski. De verslavende Victoriaanse trilogie Schijnbewegingen (2005, Gouden Uil en Gouden Zoen), Tegenspel (2007) en Spiegeljongen van Floortje Zwigtman, in totaal 1600 pagina’s dik, zou in dagelijkse in de kiosk verkochte afleveringen nog het best tot zijn recht zijn gekomen.

Miljoenen lezers zouden dan tegelijkertijd snikkend en huiverend de laatste bladzijden hebben kunnen lezen. In tram, trein en metro, tijdens de lunch op het werk of ’s avonds in de kroeg zou zijn besproken wie van de twee geliefden uiteindelijk de juiste keuze heeft gemaakt: Adrian Mayfield, de zoon van een aan lager wal geraakte kroegbaas of upper class kunstenaar Vincent Farley?

De roekeloze Adrian, gewend om zijn vuisten te gebruiken, durft de in negentiende-eeuws Londen levensgevaarlijke herenliefde wel aan. Voorzichtige Vincent, lid van een familie stinkend rijke verzekeraars die rijk is geworden van een degelijke reputatie, besluit om zich door een dokter te laten ‘genezen’, trouwt met een meisje van zijn stand en zet Adrian met een zak geld op straat.

Het aardige aan de romanreeks is dat de lezer tegelijkertijd de artistieke vriendenkring rond de Brits-Ierse dandyschrijver Oscar Wilde van binnenuit leert kennen. In Spiegeljongen komt zijn sodomierechtszaak tot een tragische ontknoping en wordt Wilde veroordeeld tot twee jaar dwangarbeid. Als een spiegel daarvan zakt het leven van Adrian naar een peilloos dieptepunt, terwijl hij een laatste poging waagt om iedereen die hem lief is mee te sleuren naar de hel.

Er is weinig jeugdliteratuur te vinden waar zo veel seks en geweld zo rechtdoorzee, bijna zakelijk beschreven wordt. De eerste vierhonderd bladzijden van Spiegeljongen dampen van het ‘zweet, wijn en sperma’ zoals Adrian zijn eigen lichaamsgeur na een feestje omschrijft. Later komen er ook nog een hoop opgehoest bloed, longgerochel en andere enge, negentiende-eeuwse ziektes bij kijken waar de auteur zich uitstekend over heeft laten voorlichten.

Toch wordt het nergens smerig. Spiegeljongen is sensationeel zonder sensatiezucht. Zwigtman heeft meer te melden dan harde historische realiteit en cynische observaties alleen. Het is aan het eind dan ook nog steeds niet helemaal duidelijk of haar meesterwerk nu over homoseksualiteit of over armoede gaat. Was Adrian eigenlijk wel verliefd op Vincent? Of was hij verliefd op de droom van een rijk en veilig leven? En als dat laatste waar is, waarom doet hij dan toch zo zijn best om alles wat hij heeft te gronde te richten?

Het zijn die vragen, die zich in het derde deel zo verontrustend aan de lezer opdringen dat de trilogie uiteindelijk afsluit op het niveau waar het vijf jaar geleden begonnen is. Spiegeljongen broeit van een verpletterende haat tegen kleinburgerlijkheid en het vertrouwen in een hiernamaals waar alles wel goed zal komen. In haar fanatisme om de naïviteit en het idealisme van haar lezers te ondermijnen, doet ze nog het meest denken aan de groten van de naoorlogse literatuur. Zwigtman staat als jeugdromancier op eenzame hoogte, met een uniek oeuvre dat nog steeds nieuwsgierig blijft maken naar meer.

vrijdag 2 februari 2007

**** (4) voor Floortje Zwigtman Tegenspel

Tweede delen vallen vaak tegen. De verrassing van deel één is er af en de groeiende gehechtheid aan de personages krijgt onherroepelijk iets gezapigs. De auteur kan nauwelijks meer aan het kunstwerk toevoegen dan plotwendingen. En behalve bij uitzonderlijk grote vertellers – zeg maar: kaliber Tolkien – doemt dan stilaan de vraag op of hij niet lijdt aan een onvermogen om afscheid te nemen.

Het moet helaas gezegd worden: bij het lezen van Tegenspel van Floortje Zwigtman, de opvolger van het ijzersterke Schijnbewegingen, is het wel eens uit het raam staren geblazen. De Zeeuwse schrijfster heeft bij het afronden van haar tweeluik, want dat was het toen nog, besloten om er een derde deel aan vast te breien. 462 bladzijden lang blijft de vraag doorzeuren: waarom?

Schijnbewegingen, bekroond met de Belgische Gouden Uil en de Nederlandse Gouden Zoen, en volgens haar uitgever met meer dan tienduizend exemplaren ook nog een bestseller, was de sensatie van 2005. Zwigtman werd in één verpletterende klap lid van die piepkleine club Nederlandse jeugdauteurs die we zonder ons te schamen naar het buitenland kunnen sturen.

Zelfs met haar verteltalent is het uitsmeren van dat succes over drie vuistdikke pillen - en ook nog de novelle Kersenbloed die in maart verschijnt - een riskante onderneming.

Dat Adrian Mayfield, zoon van een Oost-Londense kroegbaas die aan zijn eigen drank raakte, zijn schatrijke West-Londense kunstenaar Vincent Farley krijgt, dat weten we al aan het einde van deel één. En de volkse, mannelijke Mayfield dan eindelijk zien smelten in de armen van de mollige, nog maagdelijke intellectueel Farley is er gelukkig niet minder ontroerend om.

Te veel van het goede is het echter om de in het eerste deel zorgvuldig opgebouwde dreiging van deze verboden en ook nog eens onmogelijke liefde wéér een heel boek lang rekken. Wie niet komt om eindeloos beziggehouden te worden, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de schrijfster het vuurtje met iets te veel moeite aan de gang probeert te houden zodat ze aan drie volwaardige boeken komt.

En dan is de liefde, zo ontroerend begonnen, op een gegeven moment niet meer helemaal serieus te nemen. Hij houdt van me, hij houdt niet van me, hij houdt tóch van me: de pagina’s trekken aan de lezer voorbij als afgescheurde bloemblaadjes.

Adrian doet er in Tegenspel meer moeite dan nodig is om het zichzelf zo ingewikkeld mogelijk te maken. Hij gaat boven zijn jeugdvriend Peter wonen, die de kroeg van zijn vader heeft overgenomen en natuurlijk niet mag weten dat hij homo is. Hij maakt iedereen wijs dat hij een vriendinnetje in Parijs heeft en dat hij op haar kosten studeert om hogerop te komen.

Dat gaat een tijdje goed. Maar het kan niet anders of geesten uit zijn oude leven als herenhoer komen hem weer lastigvallen, dit keer in de vorm van het dagboek van Vincent dat hij ooit gestolen heeft en nu in handen is van een niet te onderschatten vijand. En als zelfs de onbeduidende Adrian betrokken raakt in de historische rechtszaak tegen ‘sodomist’ Oscar Wilde, gaat het nog falikanter verkeerd dan in Schijnbewegingen.

Eerlijk is eerlijk: zelfs aan een mindere Zwigtman is nog meer dan genoeg te beleven. Wie zich niet stoort aan het amoureuze kontgedraai en Adrians wel erg snelle carrière van barman en tot rechtbankjournalist, kan zich blijven vergapen aan het sfeervolle portret dat Zwigtman schetst van Victoriaans Londen en de pijnlijke tegenstelling tussen arm en rijk.

We zien dagloners kapot gaan in havenkroegen, jonge meisjes afglijden tot een dakloos bestaan vol slecht betaalde seks en uiteindelijk moet het Leger des Heils er aan te pas komen om Adrian en zijn alcoholistische vader bij te staan. Sommige mensen, stelt Zwigtman, hebben gewoon geen geluk. En daar verandert wet noch gebed wat aan.

In haar zwartgalligste momenten is Zwigtman ook in dit boek op haar best: sarcastisch, scherp en stuurs als een puber die weet dat ze gelijk heeft. Haar nu driedelige tweeluik is begonnen als een van de meest fascinerende jeugdliteraire projecten van dit afgelopen decennium en kan dat dankzij deze passages nog blijven. Maar laat Zwigtman in deel drie dan alsjeblieft terugkeren naar het bijna onaantastbare kwaliteitsniveau van deel één.

Want het tekent haar eigenzinnigheid dat zij juist in een tijd dat toonaangevende jeugdauteurs in ziekelijk dunne boekjes op het nietszeggende af weinig proberen te zeggen, kiest voor het negentiende-eeuwse feuilletongenre. En krijgt haar boeken als een van de weinige kwaliteitsschrijvers ook nog eens gelézen door de moeilijk te interesseren jongeren van de internetgeneratie. Eeuwig jammer is het dan, als ze zich in dat bloemrijke vergaloppeert en haar meesterwerk laat verworden tot een soap.