Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen

zaterdag 6 oktober 2018

Weekgreep #18-16: Bart Moeyaert zegt sorry, Prutje, vrolijk doodgaan met Jacques Vriens, Majoor Rosalie, een dierenboek dat groot en klein tegelijk is

1. Bart Moeyaert Tegenwoordig heet iedereen Sorry
Dat Bart Moeyaert vaak óver jongeren schrijft, is een feit. Maar schrijft hij vóór jongeren? Daar heb ik al vaak openlijk aan getwijfeld. Veel van wat aantrekkelijk is aan Bart Moeyaert, is aantrekkelijk voor volwassen. Uitgevers. Recensenten. Zuchtende dames in de zaal. Toch debuteerde hij ooit met een lekkere jeugdroman, Duet met valse noten. Misschien bewijst hij eindelijk mijn ongelijk in Tegenwoordig heet iedereen sorry. De titel schreeuwt in elk geval om lezen.

2. Pieter Koolwijk Prutje
Ik begrijp niet goed hoe dit omslag van Linde Faas het ooit tot de drukkerij heeft geschopt, maar de inhoud van dit boek is veelbelovend. Arbeiderszoon Hens werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in een fabriek en is verantwoordelijkvoor zijn broertje Walm, die niet goed mee kan komen. Na een zoveelste aanvaring met de fabrieksopzichters, gaan op zoek naar een betere wereld.

3. Jacques Vriens Code Kattenkruid
Onze vriendelijkste verteller, zelf al een tijd grootvader, over een gewaagd onderwerp. De opa van Stijn is niet van plan te wachten tot hij doodgaat. Als hij hoort dat hij niet lang meer heeft, gaat de geplande driedaagse fietstocht gewoon door. Misschien dat het vanzelf ergens ophoudt, misschien dat hij kiest voor euthanasie. Eerder wist Vriens te raken met het verfilmde Achtste groepers huilen niet over een klasgenoot met kanker. Openhartig schreef hij voor volwassenen over de moeilijke relatie met zijn moeder in Moeders knie. Alleen die titel en dat omslag: onbegrijpelijk, gauw wat aan doen, want deze auteur en dit onderwerp verdienen beter.

4. Timothée de Fombelle en Isabelle Arsenault Majoor Rosalie
Schitterend uitgegeven en geïllustreerd verhaal van de Franse schrijver Timothée de Fombelle. Zijn boeken over Toby Lolness, een piepklein mannetje dat in de groeven van de bast van een boom woont, trokken aandacht maar werden geen heel groot succes in Nederland. Ook de barokke opvolger Vango bleek geen blijver. Majoor Rosalie gaat over een meisje in de Eerste Wereldoorlog. Haar meester leest voor uit de krant, haar moeder uit de brieven van haar vader aan het front. Ze vermoedt dat ze niet de hele waarheid hoort. Maar ze kan nog niet lezen. Daar vindt ze wat op.

5. Christina Banti en Cristina Peraboni en Fracesca Cosanti Het grote grotedierenboek en Het kleine kleinedierenboek
De allergrootste dieren in Het grote grotedierenboek, de allerkleinste in Het kleine kleinedierenboek. Dat kleine boek is verstopt in de kaft van het grote. Gewoon geestig. Boem. Niets meer aan doen. We verzuipen in de dierenboeken, maar het blijft mogelijk om er een originele draai aan te geven. Van het Itialiaanse trio met de moeilijk te onthouden namen verscheen niet eerder iets in Nederland.



zaterdag 26 mei 2018

Weekgreep #18-11: voodooboek met horrorhumor, De Tunnels van Dave Eggers en Naar de rand van de wereld van Dirk Weber

1. Jeff Strand Geen beste dag voor voodoo
Tyler Churchill wil, aangezet door zijn een tikkeltje psychotische boezemvriend Adam, wraak nemen op hun geschiedenisleraar. Adam regelt een voodoopop. Die werkt iets beter dan verwacht. Hoe vertel ik niet, want dan is de grap eraf. Ik pakte dit boek op in de categorie Meer Meters Maken Met Lezen en vanwege het strak vormgegeven omslag, maar dit boek is meer dan een lekkere weglezer. Aanstekelijk grappig, moeilijk weg te leggen.

2. Dave Eggers De Tunnels
Een kinderboek schrijft men door de zinnen kort te houden en de hoofdpersoon bijna elke zin bij naam te noemen. Dat lijkt bestsellerauteur Dave Eggers tenminste te denken in zijn enigszins teleurstellende kinderboekendebuut. Gran Bloempjes is tegen zijn zin verhuisd en ontdekt in zijn nieuwe dorp samen met zijn nieuwe vriendin een ondergronds netwerk vol mysterieuze en gevaarlijke wereld. Ze gaan het dorp redden. De kortademige, irritatie oproepende vertaling valt de auteur niet te verwijten, de voorspelbaarheid van het verhaal zeker wel.

3. Dirk Weber Naar de rand van de wereld
Het is vier jaar geleden dat het met een Zilveren Griffel bekroonde De goochelaar, de geit en ik verscheen. Auteur Dirk Weber probeert elke keer wat anders en neemt daar ook de tijd voor. Hij beheerst het vak van literair tot thriller en van historisch toekomstroman. Na de Crisis leven mensen in dorpen, zonder techniek. Kennis is verboden. Wie er toch wat mee doet, wordt vreselijk gestraft. Pijnlijk: een tikfout op het, overigens prachtige, omslag. Oh oh Querido.

zondag 25 maart 2018

Weekgreep #18-7: Gerda De Preter, Zoek de Streep, Dank je wel van Stefan Boonen en Jan Van Lierde, Eiland van Mark Janssen, Alice in Wiskunde Wonderland

1. Gerda De Preter: Toen Alfie verdween
Gerda De Preter is een van die stug overkomende Vlaamse auteurs bij een Nederlandse uitgeverij, die in praktijk toch vooral de Vlaamse markt bedient. Spookpijn (2005) vond ik knap en aanstekelijk. Ze maakt ook spannende boeken, zoals Op de rug van de duivel (2010) over treinsurfen. Deze lerares Nederlands en Engels uit Haagt schrijft net iets te weinig om voet aan de grond te krijgen, maar het is de moeite waard om in de gaten te houden. Toen Alfie verdween gaat over een boos meisje van gescheiden ouders dat een broertje of zusje krijgt en de astmatische Alfie, die uit het buitenland komt en woordenlijsten maakt. Ook dit keer is het verhaal vrolijker en luchtiger dan het klinkt... en het omslag oogt.

2. Andy Mansfield: Zoek de streep
Net zo geweldig als Een boek van Hervé Tullet, belooft de uitgever in de begeleidende brief. Dat is nogal een belofte. Papieringenieur Andy Mansfield verstopt in elke illustratie een streep, die je kunt vinden, of samenstellen uit losse onderdelen, door flapjes om te klappen. Iedere volgende pagina is moeilijker, tot er op de laatste een heel kasteel uit het boek omhoog komt, waarin je diverse strepen kunt ontdekken door op de juiste manier door de drie-dimensionale tekening heen te kijken. Toch heeft het boek niet veel diepte. Elke keer die saaie streep vinden, na een paar keer proberen weet je het wel. Ook laat het prutsen sporen achter, waardoor tweede en derde pogingen minder moeilijk worden, je ziet waar je moet vouwen. Aardig boek dat zeker wel een minuut of tien vermaakt, maar wint het niet van dat van Tullet, dat dit na tien keer bekijken nog steeds doet.

3. Stefan Boonen en Jan Van Lierde: Dank je wel
Nog zo'n actief boek vandaag, waarin je het verhaal volgt van flatbewoners, die in een wild avontuur van alles met elkaar te maken krijgen. Dat illustrator Jan Van Lierde ook animator is zie je af aan de tekeningen die je bijna uit de pagina lijkt te kunnen pakken. Tegelijkertijd verscheen van beide heren ook het aanstekelijke Verliefd, waar je zowel bij kunt zwijmelen als stoer gniffelen. En da's niet altijd zo bij boeken over de liefde, die jongens meestal aan zich voorbij laten gaan.

4. Mark Janssen: Eiland
Mark Janssen, die vorig jaar wist te vermaken met het geestige en opvallend kleurrijke Dino's bestaan niet, komt nu met een sprakeloos prentenboek. Janssen kan zijn fantasie heerlijk laten ontsporen en is in Eiland het best te zien als een uitbundige mix van de rijke realistische en humoristische wereld van Charlotte Dematons en de kronkelige golf associatieve beelden van Marije Tolman. Waarbij hij, wat toegankelijkheid betreft, meer aan de kant van Dematons blijft. Een vader en een dochter lijden schipbreuk en gaan op een eiland wonen. Blijkt de rug van een schildpad te zijn. Boven water ontvouwt zich een ander avontuur dan onder water. Het meisje verbindt op de valreep, als ze gered worden door een groot schip, de twee werelden. We kunnen weer reuzenposters gaan drukken!

5. Carlo Frabetti en Wendy Panders: Alice in Wiskunde Wonderland
Interessant project van de in Spanje wonende en werkende Italiaanse wiskundige Carlo Frabetti en de Nederlandse illustrator Wendy Panders, die de illustraties van de oorspronkelijke Spaanse uitgave vervangt. Alle grote wiskundige problemen en hun bedenkers/oplossers komen de elfjarige Alice tegen die natuurlijk eerst niet en later wel van wiskunde houdt.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 3 februari 2018

Weekgreep #18-4: Oliver Jeffers versus Britta Teckentrup, Evelien de Vlieger heeft wat nieuws en het slavernijboek van Arend van Dam ligt bijna in de winkel

#1 Oliver Jeffers Die eland is van mij versus Britta Teckentrup De muis en de muur
Veel prentenboekengetetter afgelopen anderhalve week en terecht natuurlijk. Het belang van voorlezen en dus prentenboeken in de opvoeding kan nauwelijks worden overdreven. Geen reden om er een humorloze bedoening van te maken. Denk volgend jaar bijvoorbeeld eens aan deze prentenboekenmaker. Die eland van mij is niet zo ijzersterk als De krijtjes staken maar kom over zo'n geniaal boek nog maar eens heen. Wat illustraties betreft doet het er zeker niet aan onder. Wilfred heeft een eland, denkt hij. De hilarische lijst met zaken die 'zijn' eland allemaal voor hem gaat doen wordt langer en langer, ondertussen doet de eland lekker wat hij zelf wil.

Waarom iedereen ondertussen zo wegloopt met Britta Teckentrup? Haar brave boek Ssst! De tijger slaapt is prentenboek van het jaar en vlak voor de Nationale Voorleesdagen verscheen De muis en de muur. De muis en zijn vrienden zijn opgesloten binnen een hoge muur, de muis gaat buiten kijken en merkt dat de muur helemaal niet bestaat. En poef, de muur is weg. Nu zijn de dieren vrij, behalve de leeuw die binnen blijft. 'Want bange ogen durven niet te kijken, die zien niets.' Wat een moralistisch draakje! Ze zouden er in de jaren zeventig van gesmuld hebben. Laten we het over het sombere drukwerk maar niet hebben. Houten-kralenkettingen-pedagogiek. Er is zoveel frisser, moderner en vooral geestiger werk in de aanbieding.

2. Evelien De Vlieger Wish you were here
En wat is het toch met die Engelse titels op Nederlandse boeken de laatste tijd? Snap dat niet. Evelien De Vlieger kan schrijven en heeft dit niet nodig zou je zeggen. Na haar geestige Brei met mij verschenen een aantal jongerenromans die het midden opzoeken tussen chicklit en literair. De Vlieger pakt de meidenroman net even anders en wat ruiger aan dan het gebruikelijke getut in dit genre, daar kun je op vertrouwen. De motto's van René Char, de Pixies en Samuel Beckett voorin alleen al. Hazel heeft een gebroken hart en gaat als nanny aan de slag in een Engelse badplaats. Beetje vreemd: waar is de moeder van het jongetje van acht en zijn pasgeboren zusje?

3. Arend van Dam De reis van Syntax Bosselman
De geschiedenisleraar des vaderlands presenteert binnenkort een boek met een intrigerende titel over een wel bijzonder gevoelig onderwerp, het Nederlandse slavernijverleden. Syntax Bosselman is een Surinamer die tijdens de Wereldtentoonstelling van 1883 naar Nederland werd gehaald. Zijn verhaal en dat van vele anderen staan in dit boek. Arend van Dam publiceert in een moordend tempo over geschiedenis en aardrijkskunde en doet dat verdienstelijk. Naar Syntax Bosselman ben ik erg benieuwd.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net (of in een enkel geval: bijna) en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

woensdag 18 februari 2015

Net uit: Monique Samuel Dansen tussen golven traangas

Geweldig, natuurlijk, de éérste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdroman over de Arabische Lente. Misschien wel de eerste jeugdroman over dit onderwerp ter wereld? In Dansen tussen golven traangas vertelt Midden-Oostendeskundige Monique Samuel over haar vaderland Egypte, waar vier jongeren elk op hun eigen manier betrokken raken bij de revolutie van 2011. Mohammed moet het kruidenierszaakje van zijn vader overnemen, maar wil liever dansen. Zijn beste vriend (of meer dan dat?) Abdelrahman wordt steeds geloviger en wil iets gaan doen aan de corruptie in zijn land. De christelijke Samya is verliefd op Mohammed. Maar ja, die is dus moslim. Layla, Mohammeds zus, is net begonnen met bloggen, maar wil liever de straat op. Kan ze vergeten, want ze is een meisje. Door Samuels deskundigheid en persoonlijke betrokkenheid voelt het verhaal meteen dichtbij. De details kloppen. We lezen van binnenuit en door jonge ogen over wat er gebeurt in het Midden-Oosten en dat maakt best indruk. Best. Want wat jammer dat Samuel bij al dat nieuws zo'n voorspelbare, obligate vorm kiest. Het is alsof Thea Beckman naar Caïro is gevlogen en het kunstje dat ze zo vaak in de Middeleeuwen deed ('ik ben jong en ik wil wat, maar mag niet van mijn vader') verplaatst naar het Egypte van vandaag. Van die schematische jongeren in schematische situaties waar we wel van móeten houden, want ze willen vrij zijn, net als wij. En dat is, zelfs als je voor jongeren schrijft, een te gemakkelijke vertelstrategie om écht te raken.

maandag 5 september 2011

*** (3) voor Aidan Chambers Dit is mijn dag

Aidan Chambers is al een jaar of tien niet meer in vorm, maar zijn bundel met korte verhalen Dit is mijn dag is ronduit teleurstellend. De auteur staat erom bekend erg lang te doen over zijn boeken (ruwweg zo'n vijf jaar per boek) en deze verhalen hebben duidelijk niet de aandacht gehad die ze nodig hebben. Alle zwakheden van Chambers - hij is nooit erg goed geweest in dialogen en heeft nogal wat irritante stokpaardjes - komen bovendrijven en zijn sterke kanten - bevlogenheid, verleiden tot nadenken en bieden van intrigerende perspectieven op het leven - komen niet of nauwelijks uit de verf. Jammer. Lees mijn onderbouwing in de krant van afgelopen zaterdag.

zaterdag 9 juli 2011

***** (5) Derk Visser Prikkeldraad

Vandaag in de boekenkatern van de Volkskrant: vijf sterren voor Derk Visser Prikkeldraad.

Droge zinnen die pijn doen van het opgekropte verdriet

De vijftienjarige Chelsea is de enige getuige van het ongeluk van haar alcoholistische vader. Als ze op geleende rode hoge hakken de trap af zwalkt, probeert hij haar met een onhandige beweging overeind te houden. Hij struikelt, breekt zijn nek en raakt in coma. En dat is maar een van de problemen waar het van diepvriesfrikadellen levende gezin tot dan toe mee omging: hun café Het Klokje is failliet en zus Jewel moet zich melden bij de politie omdat ze de neus van haar gymleraar heeft gebroken.

Het kan niet anders of Derk Visser (1959) slaat met zijn nieuwe jongerenroman Prikkeldraad dezelfde weg in als met de zeer geslaagde voorgangers Patatje Oorlog en Landjepik (Nieuw Amsterdam, 2007 en 2009). Daarin proberen aandoenlijke, goedgebekte jongeren iets van de wereld te begrijpen en van hun eigen leven te maken. Vissers dialogen zijn verslavend: een mengelmoes van volkswijsheden, roddels, geruchten, grappen en gekke invallen die helemaal nergens heen lijken te gaan.

Goed dat hij in deze stijl een dikker boek heeft aangedurfd. Zijn in kleine oplagen verschenen novellen zagen er dankzij de zachte, romantische potloodtekeningen op de omslag uit als christelijke voorlichtingsboekjes over zwangerschap en het huwelijk. De omslagfoto van Prikkeldraad is weliswaar slecht gekozen - een schaars gekleed vwo-meisje in een duur opgeknapt tweeverdienersappartement kan onmogelijk Chelsea zijn - en de vormgeving even smakeloos als die van de gemiddelde jongerenlectuur, maar misschien helpt dat wel en krijgt Visser eindelijk lezers. Want die verdient hij.

Derk Visser benadert met zijn compromisloosheid de indringende jeugdromans van Floortje Zwigtman en doet met zijn heldere stijl en wrange humor denken aan de beste verhalen van de op middelbare scholen zo populaire Mensje van Keulen. In zijn kleine, maar hopelijk nog lang niet voltooide oeuvre gaat het er niet zachtzinnig aan toe. Zijn jongeren verzuipen in de problemen, die ze meestal nog zelf veroorzaakt hebben ook.

Uniek aan Visser is dat hij voor die achterbuurttypes zo veel sympathie weet op te roepen. Het zijn de probleemfiguren die opdoemen uit bezorgde krantenberichten, types die hun school niet afmaken, torenhoge schulden hebben die ze met hun vakkenvullersbaantjes niet kunnen afbetalen en wier bezopen ouders de wijkagent en de ambulancebroeder in elkaar slaan. Ze willen een ander leven, en tegelijkertijd doen ze er álles aan om dat niet te krijgen.

Toch doet Visser je werkelijk geloven dat deze jongeren iemand of iets anders zouden kunnen zijn. Indrukwekkend is de onnadrukkelijkheid waarmee hij die verhalen vertelt. De meiden rommelen met condooms en praten over de bedkwaliteiten van jongens alsof het niets is. Seks is de normaalste zaak van de wereld, net als midden op de dag bier drinken en de Polen die voor de deur staan te barbecuen.

Eigenlijk gebeurt er niet veel: Chelsea pakt Duncan Douma, de ambitieuze rioolontstopper, van haar zus af en haar beste vriendin Jennifer gaat het helemaal maken in de muziekindustrie dankzij haar 'manager', de loensende Mickey Dielemans. Ondertussen zit het achterliggende tragische verhaal knap in elkaar. De ouwehoerende en zichzelf tegensprekende meiden sluipen in je ziel en de niet te vermijden uitbarsting wordt uitgesteld tot het bittere einde, met droge zinnen die pijn doen van het opgekropte verdriet.

Over de auteur is weinig bekend. Hij is werkzaam in de jeugdzorg en bouwt in vrije uurtjes aan zijn gestaag groeiende oeuvre. Misschien is het dankzij die afzijdige positie dat hij bij geen enkele literaire of populaire stroming hoort. Het werk van Visser staat op zichzelf en verdient veel meer aandacht dan het tot nu toe gekregen heeft. Lees die man.
(Recensie door Pjotr van Lenteren, gepubliceerd op 11-07-2011)

zondag 12 december 2010

*** Gerda De Preter: Op de rug van de duivel

Afgelopen zaterdag besprak ik in de boekenkatern van De Volkskrant de grimmige jeugdroman van Gerda De Preter: Op de rug van de duivel, over de middelbare scholieren Lars, Maan en Birdie die in hun vrije tijd voor de lol op rijdende treinen springen. Het verhaal over de ontsporende vriend- en vijandschappen is indringend, maar wordt verstoord door razend irritant geciteer uit films en boeken. Ik gaf er drie sterren aan. Zodra de recensie is gepubliceerd op internet, maak ik hier een link.

donderdag 2 december 2010

De beste boeken van 2010

1. Janne Teller: Niets
2. Beate Teresa Hanika: Achter de stilte
3. Floortje Zwigtman: Spiegeljongen
4. Dirk Weber: Hij of ik
5. Marvin Halleraker: Hoog boven de huizen
6. Rindert Kromhout: Soldaten huilen niet
7. Michael Thomas Ford: Suïcide Notes
8. Anna Kemp en Sara Ogilvie: Honden doen niet aan ballet
9. Agave Kruijssen: Afscheid van Arthur
10. Han van der Vegt: Het rode ei

zaterdag 20 november 2010

**** (4) Agave Kruijssen: Afscheid van Arthur

Vorige week besprak ik in de Volkskrant het nieuwe boek van Agave Kruijssen: Afscheid van Arthur. Ik constateer dat ze zich enigszins heeft vertild aan de thematiek van het boek, dat zou moeten gaan over de aftakeling van de koning voor eens en voor altijd. Die aftakeling krijgt Kruijssen niet voldoende overtuigend op papier. Maar dat minpunt wordt ruimschoots gecompenseerd door de met smaak opgediste ridderavonturen. Daarbij put Kruijssen uit haar grote kennis van de Middelnederlandse ridderromans en ze weet de sfeer van die verhalen goed te treffen. Mijn recensie kun je hier lezen. Net als de rest van de boeken van Kruijssen is Afscheid van Arthur zeer geschikt om, in de onderbouw van de middelbare school, verslingerd te raken aan middeleeuwse literatuur.

zondag 7 november 2010

***** (5) voor Hanika: Achter de stilte

Er zijn niet veel taboes meer te verzinnen, maar de Duitse debutant Beate Teresa Hanika (1976) heeft er een gevonden: een opa die zijn handen niet thuishoudt. De dertienjarige Justine heeft zo’n opa en dat is wel even wat anders dan de vriendelijke grijsaards die de kinderboekenplanken doorgaans bevolken. Tot overmaat van ramp wordt ze ook nog verliefd op Klap, de verkeerde jongen uit de verkeerde wijk.

Het gaat ook over incest maar is geen probleemboek
Achter de stilte speelt zich af in de twee weken voorafgaand aan de verjaardag van Justine. Het is vakantie en ze moet als een moderne Roodkapje elke dag eten brengen naar haar eenzame grootvader. Haar beste vriendin Lizzy is op skivakantie en kan haar niet helpen. Thuis is het ook niet zo gezellig. Haar moeder ligt meestal met migraine in een geblindeerde slaapkamer, haar vader is onbeholpen rechtlijnig, haar gothic grote zus alleen met zwarte make-up en vriendjes bezig en haar grote broer studeert in een stad ver weg. Toch hebben we hier niet te maken met een probleemboek, zoals de ongelukkig gekozen titel suggereert. Integendeel. Hanika ontvouwt het drama op een luchtige, bijna achteloze toon en laat de lezers verpletterd achter. De taal is vanaf de eerste regel griezelig overtuigend. Justine blijkt een ongewoon sterk en humoristisch meisje en haalt in elke zin haar schouders nóg hoger op. Je zou er om kunnen lachen, als het niet zo pijnlijk was. Dat is de belangrijkste reden dat het hier en daar naar de keel grijpende incestverhaal nergens onleesbaar wordt: Achter de stilte jongleert op een knappe manier met moeilijk te verenigen emoties plezier en verontwaardiging, walging en een grijns. De taal is hier en daar bijna fysiek voelbaar, bijvoorbeeld als Justine op het hoogste punt van de schommel springt om indruk op de jongens te maken en bijna haar arm breekt. De krakende klap is misselijkmakend. Ook de onaangename sfeer in het ouderlijk huis van Justine zet Hanika met veel overtuiging neer. Iedereen is met zichzelf bezig en vader met iedereen. Hij probeert de boel bij elkaar te houden, maar op de verkeerde manier. Als Justine voor het eerst iets durft te zeggen over de handtastelijke weduwnaar praat iedereen door haar heen. De tweede poging oogst hoongelach en ongeloof. De echte beklemming is niet te vinden in opa’s flat, maar hier. Eigenlijk is de oorzaak van haar lijden maar bijzaak: deze roman gaat over waardeloze ouders.

Er zit een tweede verhaal in dat veel luchtiger is
En dan is er dat tweede verhaal, dat zo veel luchtiger van toon is. Daar vertelt Justine over haar hartverwarmende meisjesvriendschap-voor-het-leven met Lizzy en hun avonturen een jaar eerder, in de zomervakantie. Ze verschansen zich in een voor sloop klaarstaande villa en knokken met de jongens uit de nieuwbouwwijk. Dat Justine nu net verliefd wordt op een van hen, en dat hij haar maar blijft opzoeken tot ze niet meer kan ontkennen dat ze verliefd is, verbindt de twee verhalen. Maar ‘optimistisch en hoopvol’ zoals de achterflap babbelt? Gelukkig niet zeg. Zelden verscheen er zo’n briljante, gitzwarte kijk in een meisjeskop. Dit boek zit psychologisch zo goed in elkaar dat je je bezorgd afvraagt of het voormalige fotomodel Hanika zich zelf ooit zo gevoeld heeft. Als dat zo is dan heeft ze het razend knap opgeschreven. Als het niet zo is, is haar prestatie des te knapper. Rotkäppchen muss weinen – de oorspronkelijke titel – leverde Hanika meteen een nominatie voor de prestigieuze Deutsche Jugendliteraturpreis op. Die won ze niet, maar haar naam gevestigd. En terecht. De smetteloze vertaling van Merel de Vink en het prachtig vormgegeven, suggestieve omslag maken de weg vrij voor evenveel waardering in Nederland.

Deze recensie verscheen op 30 oktober maar staat om technische redenen nog niet op de website van de Volkskrant.

dinsdag 7 september 2010

*** (3) voor David Almond: Slangenkuil

Mijn bespreking staat nog niet online, maar afgelopen zaterdag gaf ik drie sterren aan Slangenkuil van David Almond. Dat gaat over de veertienjarige Liam die zijn laatste zomer als jongen en eerste zomer als man meemaakt. Ik constateer dat de auteur tien jaar geleden met te veel tamtam is binnengehaald. Na De schaduw van Skellig heeft hij eigenlijk niets werkelijk indrukwekkends geschreven. Zijn werk, waarin nauwelijks ontwikkeling zit, lijkt nog steeds vooral te willen zeggen: 'Kijk, je kunt ook kunst voor jongeren maken.' Dat is in Engeland misschien nog nieuws - hoewel dat me met grootmeester Aidan Chambers hoogst onwaarschijnlijk lijkt. Hier weten we het al een tijdje.

vrijdag 20 augustus 2010

***** (5) voor Janne Teller: Niets

‘Ik snap niet waarom iedereen pronkt met kennis die andere mensen vergaard hebben. Het ontmoedigt jonge mensen, die zelf nog niets bedacht hebben.’ Dat verzucht de dertienjarige Agnes, hoofdpersoon van de Deense jeugdroman Niets. In dit tamelijk schokkende jongerendebuut van Janne Teller gaan de zevendeklassers van de dorpsschool van Tering op zoek naar de zin van het leven. Dat hadden ze beter niet kunnen doen.

Het komt allemaal door Pierre Anthon. Die is als een moderne Diogenes in een pruimenboom gaan wonen en weigert de rest van het jaar nog naar school te gaan. De andere leerlingen halen in eerste instantie hun schouders op. Maar elke ochtend bestookt hij hen met pruimpitten en lastige vragen. ‘Je gaat naar school om werk te krijgen, en je werkt om vrij te krijgen. Waarom zou je niet meteen vrij nemen?’ Of: ‘Jullie zijn zeker bang voor het niets.’

Op een dag is de maat vol. De klasgenoten besluiten om allemaal iets af te staan dat van grote betekenis voor hen is. Wie heeft geofferd, mag het volgende offer bepalen. Dat begint met een paar Dungeons & Dragons-boeken van Dennis en de nieuwe zomerschoenen van Agnes, waar ze een winter lang om gezeurd heeft. Agnes neemt wraak, door Gerda te dwingen om haar hamster Oscar mee te nemen. En dan loopt het project natuurlijk volledig uit de hand.

Niets verscheen in 2000. Het is een raadsel waarom het pas nu in het Nederlands is vertaald. In eigen land kreeg het de prijs voor het beste jeugdboek van het jaar en in Frankrijk twee jaar geleden de Prix Libbylit. En zeer verdiend: de Nederlandstalige jongeren die de afgelopen tien jaar te groot zijn geworden om jeugdliteratuur te lezen, hebben echt iets gemist.

Er wordt wel vaker geprobeerd om middelbare scholieren aan het denken te zetten, maar dat leidt meestal tot brave en schoolse projecten zoals het geromantiseerde collegedictaat De wereld van Sofie. Niets confronteert de lezers met de enige vraag die écht relevant is als je een jaar of veertien bent: waar doen we al die moeite toch voor, en moet ik de antwoorden van mijn ouders – die ook niet gelukkig zijn – nog wel geloven?

Teller heeft het lef om deze vraag te stellen en niet te beantwoorden. Zelden verscheen er voor jongeren een boek dat zo zwart en cynisch durft te zijn én niet aan het einde terugkrabbelt. Dat de verteller Agnes heet – naar de heilige die op dertienjarige leeftijd werd verkracht – is vast niet toevallig. En dat de stoere Sofie het meest schokkende en onterende offer moet doen, evenmin.

Natuurlijk hebben we hier en daar met bewust choqueren te maken, iets waar de Denen van alle Scandinaviërs het beste in zijn. Maar het is functioneel en dan mag het. Teller kan bovendien prachtig schrijven. Tussen haar korte, feitelijke zinnen blijft veel ongezegd. En toch is het glashelder wat ze probeert over te brengen en wordt het nergens zweverig.

Het enige wat niet helemaal lekker zit, is de hier en de enigszins slordige afronding van het verhaal. Pierre Anthon is ijzersterk als motor van het verhaal, maar dat hij ongehinderd een heel jaar in een pruimenboom woont, wordt niet helemaal geloofwaardig gemaakt. En aan het einde schijnt alles een beetje flauw en over de top te moeten: de Berg van Betekenis wordt als kunstwerk voor een paar miljoen aan de Amerikanen gekocht en de kinderen worden belaagd door nieuwsgeile televisieverslaggevers.

Maar dat ene idee waar alle energie in is gestoken en andere dingen kennelijk voor hebben moeten wijken is zo krachtig dat een paar onvolkomenheden het boek niet onderuit kunnen halen. Niets is een sensationele jeugdroman waarvan de confronterende beelden lang blijven nabranden. Jammer dat de schrijfster hierna weer wat anders is gaan doen. Maar ja, zoiets schrijf je maar één keer.

Recensie staat om de een of andere reden niet op de gebruikelijke, gratis plek op de site van de Volkskrant. Wie een abonnement voor de site heeft, kan het artikel hier lezen.

woensdag 18 augustus 2010

Jonge schrijvers = jonge lezers?

In Frankrijk is een nieuwe tienerauteur opgestaan, de vijftienjarige Carmen Bramly. Dit meldt onder meer The Independent en het weblog De Papieren Man. Haar verhaal gaat over een veertienjarig meisje dat haar maagdelijkheid verliest. De bij meisjes in die leeftijdsgroep (soms) populaire rock-n-roll pastiche Pete Doherty van de Babyshambles, die als enige popartiest ter wereld pronkt met zijn puisten, speelt ook een rol in het boek. De Britse krant constateert dat als je in Frankrijk uitgegeven wilt worden zonder literair agent aan je zijde, het een pré is als je eerste roman al klaar is voor je de middelbare school verlaat. Alsof dichtende en prozaschrijvende pubers niet van alle tijden zijn. Het geeft wel hoop, kennelijk is het nog steeds nastrevenswaardig om schrijver te worden. Benieuwd naar de vertaling en of dat in Nederland als jeugdboek wordt uitgegeven. Carmen is de dochter van de schrijver Serge Bramly. The Independent stelt, op overigens vriendelijke toon, vast dat ook andere tienerauteurs van deze hype kinderen van bekende Fransen zijn, en dat ze allemaal in het zesde arondissement wonen, zeg maar de Parijse grachtengordel.

dinsdag 22 juni 2010

**** (4) Ford: Suicide notes

Op 12 juni besprak ik recente Young Adult-titels in de Volkskrant. Het beste vond ik Michael Thomas Ford: Suicide Notes. De eerste serieuze concurrent voor de grote hedendaagse jeugdschrijver John Green. Amerikaanse Young Adult (zou een pleonasme moeten zijn, is het volgens de liefhebbers niet meer) blijft naar mening echter gebukt gaan onder cliché's. Leesbevorderaars die met droge ogen blijven volhouden dat genre als geheel iets is dat volwassenen ook serieus zouden moeten nemen als literatuur, heeft waarschijnlijk nog nooit literatuur voor volwassenen gelezen. Mijn bespreking vind je hier.

**** (4) Kromhout: Soldaten huilen niet

Op 15 mei gaf ik in de boekenkatern van de Volkskrant vier sterren aan Soldaten huilen niet van Rindert Kromhout. Een hoogtepunt waar we erg lang op hebben moeten wachten. De bespreking zou je hier moeten vinden. Aangezien dit door technische problemen nog steeds niet gelukt is, zet ik hieronder mijn tekst.

Schrijftips voor het neefje van Virginia Woolf

In het forse oeuvre van kinderboekenschrijver Rindert Kromhout, dit jaar precies dertig jaar actief, ontbreekt het al jaren aan één ding: een overtuigend hoogtepunt. In het merendeel van zijn ruim honderdtwintig titels toont hij zich een brave kinderboekenroutinier, die van zijn pen kan leven mits hij vier ISB-nummers per jaar produceert.

Maar met Soldaten huilen niet heeft Kromhout een boek geschreven dat zich niet zomaar in de hoek laat zetten. Je zou bijna denken dat hij er een paar jaar tussenuit is geweest om er aan te werken, als zijn recente bibliografie niet de gebruikelijke drukte liet zien.

De jeugdroman, gebaseerd op de werkelijkheid, vertelt het verhaal van twee broers door de ogen van de jongste, Quentin Bell. Dit is de zoon van schilder Vanessa Bell die weer de zus is van de wereldberoemde schrijfster Virginia Woolf. De twee financieel gefortuneerde zussen vormen het middelpunt van de Bloomsbury Group, een bonte verzameling kunstenaars, dichters, critici, uitgevers en vrijdenkers die zich in de jaren dertig steeds meer terugtrekt op het platteland van Sussex om te ontsnappen aan de sociale bekrompenheid van Londen.

Quentin en zijn oudere broer Julian hebben een droomjeugd op boerderij Charleston met hun pasteibakkende dienstbodes, speelvarken, boomhut en de knettergekke gasten. Ondanks de landelijke rust trekt van een afstandje de fascinerende eerste helft van de vorige eeuw aan ze voorbij in de vorm van eerste auto's en vliegtuigen, maar de familie maakt zich vooral druk over vrijheid, vriendschap en kunst.

Behalve Julian dan, die door de mijnwerkersstakingen van de jaren twintig geïnteresseerd raakt in het communisme en zich aan het einde van het boek aanmeldt bij de Internationale Brigades, het vrijwilligersleger dat tegen Franco vecht in de Spaanse Burgeroorlog. Julian krijgt een steeds eenzamer positie in het in zijn ogen hypocriete kunstenaarsgezin. Zijn zachtaardige broertje, dat zo graag weer gewoon met zijn broer en beste vriend in de boomhut wil spelen, is daar bedroefd om.

De twee broers en hun relatie vormen de ruggengraat van het boek. Hun tegengestelde ontwikkeling is tragisch en geloofwaardig en houdt de aandacht vast. Ook het decor blijft boeien: het warme gezin en de kunstenaarsentourage, die regelmatig alle verkleedkleren uit de kast haalt voor een idioot toneelstuk. Het is een plek waar je zelf zo graag zou willen wonen.

Dat wil nog niet zeggen dat het resultaat volmaakt is. De schrijver heeft nog steeds last van zijn gebruikelijke kwalen, waarvan de belangrijkste een drang tot uitleggen is. Quentin kan niet gewoon schrijver worden zoals andere mensen, maar moet steeds bij zijn beroemde tante op bezoek om nogal voor de hand liggende adviezen aan te horen.

Ook de politieke beschouwingen staan als nare traktaatjes tussen de verder zo fijne dialogen. Wat communisme en nazisme is, vindt de doorsnee brugklasser razendsnel op Wikipedia. En met dikke strepen eronder uitleggen dat Adolf Hitler een slechte man is, zou zelfs vijfenzestig jaar na de bevrijding niet nodig moeten zijn. Kromhout probeert vlak voor het einde nog snel met een schokkende inconsequentie de Bells een menselijker gezicht te geven, maar echt schuren gaat het nergens.

En toch is Soldaten huilen niet een roman die je uit wilt lezen. 'Een schrijver die zich niet ongemakkelijk durft te voelen, schrijft veilige, laffe boeken', wijst tante Virginia neef Quentin terecht, op het moment dat hij in wel erg bedekte termen over zijn eerste seksuele ervaring schrijft. Het kan niet anders of dit prijzenswaardige zelfinzicht is van de auteur zelf.

Nu net dát maakt dit boek zo sympathiek. Kromhout heeft volhard in het volgen van een persoonlijke passie en de beker tot het einde uitgedronken. Dat doet goed. Soldaten huilen niet is een hoogtepunt waar de mensen die hem in het begin van zijn carrière veelbelovend noemden, lang op hebben moeten wachten.

woensdag 10 februari 2010

Het dagboek van Idilia is net even anders

Het is een beetje jammer van de schrijfstijl. Odilia Dubb babbelt als een romantisch ingesteld negentiende-eeuws meisje over haar bemoeizuchtige moeder en onderdanige vader en o, o die vreselijke jongens. Onbetrouwbaar gespuis! Aan Idilia Dubb is een groot chicklitschrijfster verloren gegaan toen ze in 1851 tijdens een vakantie verdween en haar lichaam pas jaren later werd gevonden. Of misschien toch het leven van een literaire wannabe, zoals haar vriendin Genevieve die het aan haar gerichte dagboek uitgaf in Edinburough toen haar eigen avonturenverhaal maar niet wilde lukken.
Maar het feit dat dit allemaal echt gebeurd is, maakt ontzettend veel goed. Op deze website kun je zelfs een fragment van het handschrift zien. Wel érg dat van een hedendaags pubermeisje, dat handschrift. Het blijft bij me kriebelen: is het nu echt of knap nep? Voor sommigen de definitie van lekker lezen. Voor mij wel in elk geval!

vrijdag 22 januari 2010

Shaun Tan is ook nog een begenadigd verteller

We wisten dankzij De aankomst al dat Shaun Tan prachtige beeldverhalen kan vertellen, maar in woorden kan hij het ook. Het boek lag al een tijdje te wachten door alle najaarsdrukte maar vandaag heb ik het dan eindelijk besproken. Ik vind buitenlandse auteurs die nadrukkelijk op de literaire en in dit geval ook nog eens artistieke toer gaan over het algemeen een stuk frisser dan Nederlandse auteurs die 'het' doen. Toch raad ik de sfeervolle Verhalen uit een verre voorstad, een 'kinderboek' volgens de uitgever, zeker niet aan kinderen aan. Vanaf 12, misschien. Lezers moeten er vooral tegen kunnen dat al de teksten in dit boek een open einde hebben. De clou laat zich goed raden, maar je moet er wel wat voor doen.

woensdag 2 december 2009

De misser van 2009

Het opstellen van mijn top tien is altijd een moment van harde zelfreflectie. Waar sta ik nog steeds achter en wat heb ik dit jaar verkeerd gedaan? Tijd is een onderschatte factor bij het recenseren. Niet zelden denk ik aan het eind van het jaar: dat boek besprak ik negatief, maar het is wél blijven hangen. Of ik besprak een boek heel positief, maar ik heb er maanden later totaal geen gevoel meer bij. Daarom ben ik ook zo wantrouwig als recensenten een boek 'nu al klassiek' noemen. Dat weet je pas na jaren! Recenseren op technische kenmerken kan heel goed snel, maar een gevoel dat een boek geeft, kan veranderen. In positieve, maar ook in negatieve zin. Het lastigst is sterren geven. Ik vind toch dat vijf sterren betekent: kopen dat boek. Maar dat ik heel enthousiast ben over een titel, wil niet zeggen dat ook iedereen het moet kopen. Dat ging dit jaar mis met Tiffany Dop van de door mij zeer gewaardeerde auteur Tjibbe Veldkamp. Stilistisch hoogstandje, zeer orgineel en lekker confronterend. Achterbuurtmeisje van 13 probeert zwanger te worden en gaat daar schokkend voortvarend mee aan de slag. Ik vond het met name interessant omdat het zo deed denken aan Zazie dans le métro (1959) van Raymond Queneau waar ik een gevoelig plekje voor heb. Maar zitten kinderen daarop te wachten? Ik denk het niet. Ik preludeerde al op mijn twijfels in mijn recensie. Die twijfels zijn gebleven en gegroeid. Daarom staat dit boek ondanks de sterren niet in lijstje met beste boeken van 2009. Maar het blijft een interessant boek. Als curiosum.

zondag 29 november 2009

Slavernij maar dan anders

In 2006 prees ik Medicijnmeester van Bené Alfonso de hemel in, en ik vind dat nog steeds een erg goed gelukt boek over slavernij. Het vertelt niet dat slaverij erg is, dat weet ieder kind, maar verhaalt gewoon de geschiedenis via persoonlijkheden. Dit jaar las ik voor het eerst een nieuw slavernijboek, dat in aanzet nog beter leek te worden dan Medicijnmeester. Dat is helaas niet gelukt, vind ik in mijn recensie van afgelopen vrijdag. Maar Elia is nog altijd ruim beter dan dat ongeloofwaardige avonturengedoe van Rob Ruggenberg. Van dat Thea Beckman-werk maar dan minder moeten we toch echt eens af.