Ter voorbereiding van het interview met Martha Heesen in de Volkskrant, vond ik deze oude recensie van Bregje Boonstra over Toen Faas niet thuiskwam. De recensie gaat eigenlijk meer over de vraag waarom een zekere Pjotr van Lenteren zo'n hekel aan zulke boeken zou hebben en staat - natuurlijk - weer bol van de expres iets verdraaid weergegeven standpunten. Die van mij dus. Maar van Bregje Boonstra moet je dat kunnen hebben. Ik wel in elk geval.
Literatuur zonder lezers
Was ik echt zo 'boos' als ze me omschrijft in die dagen? Ja, dat was ik wel. Alle aandacht ging al bijna twintig jaar naar dunne boekjes die niemand las. Literatuur zonder lezers. Kan dat, vroeg ik me hardop af: literatuur zonder lezers? Bregje Boonstra wreef me, niet helemaal onterecht, aan dat ik overdreef, dat die lezers er natuurlijk wél zijn. Dat erken ik. Toen ook al trouwens. Het probleem is dat het er zo ontzettend weinig zijn. Dat ze over het algemeen de veertig al zijn gepasseerd. En dat je voor die drie boekenwurmen van onder de veertien, die geïnteresseerd zijn zulke puntgave poëtische meesterwerkjes, in een heel grote spagaat moet gaan staan om nog van jeugdliteratuur te kunnen spreken. Ik denk dan eerder dat er een vorm van literatuur is ontstaan waarin het kinderperspectief literair wordt verkend, die per ongeluk wordt uitgegeven als kinderboek. Zoals Martha Heesen zegt: dat je vanuit een kinderhoofd schrijft, betekent niet dat het voor kinderen is. Ik heb niets tegen volwassenen die zulke boeken graag lezen, maar doe niet alsof er iets mis is als vrijwel alle kinderen liever wat anders uit de kast trekken. Eigenlijk zijn die boeken gewoon aan een verkeerd publiek verkocht.
Overal het zelfde verhaal, dat is niet goed
Iets wat de vorige generatie recensenten nooit heeft willen erkennen, in elk geval niet tegen mij: hoezeer een groep grijzende dames in bijna alle relevante media van die tijd de aandacht wisten te beperken tot een heel klein groepje auteurs, bijna allemaal ondergebracht bij één uitgever, en hun carrières bekrachtigden met subsidies en prijzen, waar ze niet zelden ook nog eens bij betrokken waren als adviseur of jurylid. Dat we in een jeugdliteraire Gouden Eeuw zaten, dat kinderboeken Nog Nooit Zo Geweldig Waren geweest. Ik geloof nog steeds dat die eenzijdige kijk op kinderboeken niet goed was, dat er gevarieerder aandacht moest worden besteed aan kinderboeken, en dat we af moesten van het toenemend dedain waarmee gepraat werd over succesvolle verhalenvertellers uit het verleden. Ik heb nooit geroepen om een nieuwe Dahl, Beckman of Dragt. Ik heb wel het klimaat willen bestrijden waarin schrijvers die op een vergelijkbare manier kinderboeken gingen maken, behandeld werden als mindere goden terwijl auteurs als Toon Tellegen - die door maar heel weinig kinderen worden gewaardeerd en begrepen - werden vereerd.
De strijdbijl begraven? Ja en nee.
Maar de tijden zijn veranderd. De literaire anorexia is verpletterd onder goedkoop gemaakte serie-obesitas. Graphic-novelpulp en youngadultgejodel, boeken die al marketingconcepten zijn voordat er een punt op papier staat. Tijd om de strijdbijl te begraven? Ja en nee. Met Bregje Boonstra ben ik het in grote lijnen vaak juist eens geweest. Schrijvers schrijven wat ze schrijven. Je kunt ze, als recensent, niet máken. Maar het klimaat om schrijvers heen wel. Waarom is die discussie eigenlijk verstomd? Moeten we ons inmiddels niet zorgen gaan maken over lezers zonder literatuur? Dit debat lijkt me, in een andere vorm, juist harder nodig dan ooit.
Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen
woensdag 23 september 2015
vrijdag 16 mei 2014
Waarom ik tegen jeugdliteratuur voor bovenbouwleerlingen ben
Ik ben niet voor jeugdliteratuur in de bovenbouw; ik ben voor het wegvallen van dat malle onderscheid. Er is in de volwassenenkast genoeg waar 'jeugdliteratuur' op had moeten staan (Giphart) en tussen de jongerenboeken wemelt het van de titels die door dat label tekort worden gedaan (Floortje Zwigtman, John Green). Het komt voor dat je bij het vak Engels wel fantasy mag lezen, maar bij Nederlands geen jeugdliteratuur. Idioot. Leraren lezen te weinig moderne literatuur, doen nauwelijks mee aan het broodnodige debat daarover en kijken te veel naar marketingkreten op achterflappen. Maar het ergste: dat er onder leesbevorderaars een sfeer is ontstaan dat je tot je vijfentwintigste van die weinig uitdagende young adult of crossover zou moeten lezen. Aangezien je na je vijfentwintigste werkt en kindert, kom je nooit meer aan Kafka toe. Vanaf je zestiende moet je dus grote literatuur lezen. Als we het daar over eens zijn, hoeft alleen nog dat vooroordeel weg dat jeugdliteratuur niet groot kan zijn.
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
zaterdag 1 februari 2014
Polare is niet 'het' probleem van 'de' markt
In eerdere opmerkingen van mijn kant leek het misschien dat ik niet verdrietig ben over het verdwijnen van twee boekhandels waar ik al mijn hele leven kom. Dan ben ik wel. Selexyz en daarna Polare hebben Kooyker en De Slegte kapot gemaakt. Voor veel mensen is de zaterdag niet meer hetzelfde. Maar ik snap de reacties niet. Boeken bestaan niet bij gratie van de boekhandel. De boekhandel bestaat bij gratie van boeken. Dat de boekenmarkt krimpt zou geen failliet hoeven betekenen. De kinderboekenmarkt groeit zelfs. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Dat Polare misschien failliet gaat is treurig, maar vooral voor de mensen die daar werken. Do(e)mdenken en preken in praatprogramma's over 'de' markt en 'het' boek lost niets op. Schrijvers moeten zorgen dat ze ertoe doen voor lezers. Lezers moeten zorgen dat schrijvers dat merken. Bij voorkeur op een stabiele en duurzame manier. Iets anders is er niet.
woensdag 2 oktober 2013
Positieve trend in het kinderboekenvak
Misschien gaat het in het kinderboekenvak wel beter dankzij de crisis, stelde ik vanochtend in een interview voor de bij depersdienst.nl aangesloten regionale kranten. Journaliste Annemieke van Dongen was opgevallen dat de Griffeljury sprak van een 'niet overweldigende' opbrengst. Tegelijkertijd komt CPNB met juichende cijfers: het kinderboek doet al sinds 2011 niet mee aan de dalende trend in de rest van het literaire bedrijf. Hoe kan dat? Natuurlijk is het zo dat er veel geld verdiend wordt aan gemakkelijk gemaakte series. Maar er is meer. Het kwaliteitskinderboek is er weer gewoon voor de lezer, zoals blijkt uit de favoriet van de Griffeljury gisteren.
Een Griffelboek als lievelingsboek!
Het is alleen daaraan te danken dat deze week voor het eerst in tijden kritiek én jury unaniem te spreken zijn over het Goud. Nog mooier: ik kon voor mijn stukje van vanochtend over de kinderboekenweek moeiteloos een meisje vinden dat Spinder van Simon van der Geest 'haar lievelingsboek' noemde. Dat was bij de meeste Griffelwinnaars van de afgelopen twee decennia een kansloze missie. Zelfs onder boekenwurmen! Oké, het was veellezer Yrsa van het Leidse Leesblog. Maar dat bepaalde boeken voor een kleine groep liefhebbers zijn, is altijd zo geweest en zal ook niet veranderen. Het gaat erom dat het kinderboekenvak het in de hele breedte goed lijkt te doen, en niet alleen aan de onderkant.
Crisis? Niet als we dicht bij de lezers blijven
Hoe dat komt? Alleen de crisis is een te simpele verklaring. Er zijn grotere bewegingen gaande. De klassiekers ('eversellers') zullen er niet altijd meer zijn. Bestsellers komen, maar gaan vooral ook weer. De Griffelwinnaars worden niet meer ongezien in hoge oplagen gekocht. Ik denk wel dat de crisis helpt. Ouders denken kritischer na waar ze hun geld aan uitgeven. Subsidiepotten zoals die van de Fonds voor de Letteren worden langzaam dichtgeschroefd. Boekhandels hebben het zo mogelijk nog moeilijker dan uitgeverijen en richten overal lezersclubs op. En met succes, laat ik me vertellen. Of is er gewoon een toenemende belangstelling voor kwaliteit? Volgens oud-docent Piet Mooren zijn ouders zich tegenwoordig veel bewuster van de bijdrage die lezen levert aan maatschappelijk succes. Allemaal dingen waar we niet in door moeten schieten (We moeten lezers ook weer niet té serieus gaan nemen. Schrijven moet een asociale bezigheid mogen blijven. En lezen trouwens ook.) maar die me op de eerste dag van de Kinderboekenweek tóch vrolijk stemmen.
Een Griffelboek als lievelingsboek!
Het is alleen daaraan te danken dat deze week voor het eerst in tijden kritiek én jury unaniem te spreken zijn over het Goud. Nog mooier: ik kon voor mijn stukje van vanochtend over de kinderboekenweek moeiteloos een meisje vinden dat Spinder van Simon van der Geest 'haar lievelingsboek' noemde. Dat was bij de meeste Griffelwinnaars van de afgelopen twee decennia een kansloze missie. Zelfs onder boekenwurmen! Oké, het was veellezer Yrsa van het Leidse Leesblog. Maar dat bepaalde boeken voor een kleine groep liefhebbers zijn, is altijd zo geweest en zal ook niet veranderen. Het gaat erom dat het kinderboekenvak het in de hele breedte goed lijkt te doen, en niet alleen aan de onderkant.
Crisis? Niet als we dicht bij de lezers blijven
Hoe dat komt? Alleen de crisis is een te simpele verklaring. Er zijn grotere bewegingen gaande. De klassiekers ('eversellers') zullen er niet altijd meer zijn. Bestsellers komen, maar gaan vooral ook weer. De Griffelwinnaars worden niet meer ongezien in hoge oplagen gekocht. Ik denk wel dat de crisis helpt. Ouders denken kritischer na waar ze hun geld aan uitgeven. Subsidiepotten zoals die van de Fonds voor de Letteren worden langzaam dichtgeschroefd. Boekhandels hebben het zo mogelijk nog moeilijker dan uitgeverijen en richten overal lezersclubs op. En met succes, laat ik me vertellen. Of is er gewoon een toenemende belangstelling voor kwaliteit? Volgens oud-docent Piet Mooren zijn ouders zich tegenwoordig veel bewuster van de bijdrage die lezen levert aan maatschappelijk succes. Allemaal dingen waar we niet in door moeten schieten (We moeten lezers ook weer niet té serieus gaan nemen. Schrijven moet een asociale bezigheid mogen blijven. En lezen trouwens ook.) maar die me op de eerste dag van de Kinderboekenweek tóch vrolijk stemmen.
zondag 30 januari 2011
Schrijven met een geodriehoek
Ik ben Naat! van de Vlaamse boekverkoopster Joke Guns is een prima boekje, goed geschreven en mooi geïllustreerd. Het gaat over een jongen van zes die liever leest dan gilt en een beetje gepest wordt. Ik moet bij de stijl van Guns denken aan die van Sylvia Vanden Heede en dat is bedoeld als een compliment. Een heel boek met woorden van één lettergreep en toch leest het - als je er eenmaal aan gewend bent - lekker weg. De eerste keer dat ik zoiets moest voorlezen kreeg ik bijna de slappe lach. Schrijven met je geodriehoek: hoe krijg je het voor elkaar? Zo'n beperking leidt bij fantasieloze mensen tot krampachtig gedoe, maar bij kunstenaars tot creativiteit: soms staat er in zulke boekjes een hallucinerende zin. Joke Guns heeft dat talent zeker ook.Ik snap alleen niet waarom ze met dat talent zoiets maakt als Ik ben Naat! Wie wil dit nu lezen? Waarom gaan zulke verhaaltjes altijd over klassen, met een pestkop, een nobele allochtoon en een lief juf? Waarom gaan ze niet, zoals de kartonboeken van Vos en Haas, over koek of verjaardag of sneeuw of een mysterieuze bezoeker in het bos? Vier, vijf, zesjarigen vinden de boeken van Vanden Heede prachtig om wat er in staat. En o ja, er komen ook alleen eenlettergrepige woorden in voor, maar wie zal dat verdommen behalve een paar rare deskundigen met beroepsdeformatie?
In het AVI-boekje van Joke Guns staan twee hoofdstukjes die een zesjarige graag zou willen lezen (‘er drijft een drol in het zwembad’ en ‘juf speelt boef’) en verder is het zoet gesus waar vooral uit blijkt dat juffen niet zo heel veel van jongens begrijpen. Wat op zich al erg genoeg is, maar waarom moet ik lezen ‘jongens van zes hebben het nu eenmaal erg druk?’ Wat is daar de boodschap van? Waarom moet ik als ik zes ben en niet zo goed mee kan komen in de klas in bijna debiliserend Nederlands horen dat ik niet zo goed mee kan komen in de klas? Welke wereld opent dat voor mij? Welke reis ga ik dan maken? Wat ga ik ontdekken? Dat het leven moeilijk is maar er een aardige mevrouw is die Joke Guns heet die mij begrijpt?
Ik ben Naat! is een prima boekje, dat wat vorm betreft voldoet aan hoge kwaliteitscriteria. Maar de inoud roept de vraag op: waarom maken we die AVI-boekjes eigenlijk? Kinderen lezen niet omdat het mooi is, of toegankelijk, maar omdat ze de inhoud graag tot zich willen nemen. Willen zesjarigen lezen dat het niet erg is dat ze niet helemaal goed bij hun hoofd zijn? Ik denk het niet. Beperkingen die tot iets leiden zijn niet domweg goed omdat ze tot iets leiden. Joke Guns zou haar talent eens ergens anders op moeten richten en kijken wat er dan voor moois gebeurt.
Deze recensie is verschenen op JipJip van Richard Thiel in het kader van De Maand Van De Onbekende Schrijver.
zondag 9 januari 2011
Tien jaar kinderboeken in tien trends
Op 29 september 2000 verscheen mijn eerste stuk. Sindsdien is er een hoop gebeurd. Ik heb tien jaar samengevat in tien trendanalyses. Je kunt erop klikken en aan het einde van de trend krijg je een link terug.1. Het leesplezier is terug
2. Van veel te dunne boeken naar te veel dikke
3. De puinhopen van Potter
4. Van big business naar fast business
5. Oeuvres verdwijnen, maar worden toch bekroond
6. Volwassenen lezen kinderboeken
7. De fladdergeneratie kan niet kiezen
8. Aandacht in de kranten blijft stabiel
9. De jongsten en de oudsten mogen niet klagen
10. Het kinderboek is nog niet terug
vrijdag 7 januari 2011
X. Het kinderboek is nog niet terug
Dat in de recente kinderboekverfilmingshype steeds maar boeken uit de jaren zestig en zeventig en zelfs een paar van voor de oorlog worden verfilmd is niet toevallig. Natuurlijk, het zijn de kinderboeken die de makers zelf lazen. Maar er is meer: het zijn boeken die de verfilmers zijn bijgebleven, omdat ze er ooit diep door zijn geïnspireerd. Wat je het liefst verfilmt is een boek dat op eigen kracht de tijden overstijgt. Zo'n boek is in het afgelopen decennium niet geschreven. Ondanks het goede voor- en nagerecht is de nasmaak van het gelag daarom toch bitter: een stevig hoofdgerecht ontbreekt. Mijn terugblik over een kleine driehonderd recensies bevestigt dat: in de categorie van 6 tot 13 vond ik wel een paar mooie eervolle vermeldingen, maar geen overtuigende winnaar. En daarmee is de sombere voorspelling van Anne de Vries in 1990 nog altijd waar: het echte kinderboek is aan het verdwijnen. Vanaf het moment dat kinderen kunnen lezen totdat ze naar de de brugklas gaan, zijn ze aangewezen op schoolpulp en spannende series. Aanstekelijk maar oppervlakkig, vermaak dat je op de drempel van de literatuur brengt maar geen stap verder. Boekenwurmen kunnen natuurlijk teruggrijpen naar de klassiekers van vóór het midden van de jaren tachtig, Schmidt, Biegel, Dragt, Kuijer en als ze wat ouder zijn Beckman en Terlouw, maar die auteurs verliezen terrein. Beetje terecht ook wel, want je kunt niet blijven volhouden dat al die boeken altijd fris en modern blijven. Nog treuriger wordt het als je de resultaten van een klein onderzoek onder leraren in dit verhaal betrekt: de kennis van kinderboeken van basisschoolleraren is bedroevend: 55% van hen schaamt zich er niet voor om hun eigen leerlingen aan te wijzen als belangrijkste bron van hun gebrekkige kennis. Begrijp me niet verkeerd: kinderen worden heus niet slechter van de sympathieke boeken van Oomen, Slee, Vriens en Van Loon. De sterren die ze van kinderen krijgen opgespeld zijn welverdiend. Maar worden ze er beter van? Nee, niet als ze in die alleen zichzelf bevestigende cirkel van geruststellende gezelligheid blijven hangen. Je gunt kinderen boeken die ze op hun dertigste terugvinden en waarvan ze zeggen: dát was mooi. Dát moet ik aan mijn kinderen doorgeven. We weten nu wel dat Toon Tellegen en Ted van Lieshout dit probleem ondanks allerbeste bedoelingen niet gaan oplossen. Maar een andere oplossing heeft het afgelopen decennium óók niet opgeleverd. Al wat we horen zijn een handvol zachtjes door elkaar kakelende deskundigen. Die doen erg denken aan de dodo uit Alice in Wonderland en zijn wedstrijd die niemand kon winnen. Met die wedstrijd zijn we nu wel lang genoeg bezig. Er is ondertussen een verliezer: de lezer. En dat stemt mij, ondanks verwoede pogingen tot optimisme, somber. Het hartstochtelijke wachten is op de heruitvinding van het kinderboek.Terug naar het overzicht. Illustratie: John Tenniel.
Labels:
analyse,
jaren negentig,
jaren nul,
jaren tachtig,
leesbevordering,
onderzoek,
opinie,
trend
maandag 3 januari 2011
IX. Jongsten en oudsten mogen niet klagen
Ik herlas al mijn recensies van de afgelopen tien jaar, een kleine driehonderd stuks. Daaruit stelde ik een lijst samen van de beste boeken van het begin van deze eeuw, waard om nog een decennium of meer mee te gaan. Het goede nieuws: geslaagde prentenboeken en boeken voor de middelbareschoolleeftijd waren er in overvloed. Het was nog lastig kiezen. Kleuters, tieners, jongvolwassenen: ze hebben wat het aanbod betreft niet te klagen. Ook is er een interessante nieuwe trend, namelijk de opkomst het journalistieke jeugdboek, met als opvallendste voorbeeld de Slash-reeks van Querido, waarin op een indringde en persoonlijke manier de werkelijkheid aan de orde komt. Charlotte Dematons en Tjibbe Veldkamp (prentenboeken), Bibi Dumon Tak, Jan Paul Schutten en Bas van Lier (jeugdjournalistiek), Marco Kunst en Tanneke Wigersma (tienerliteratuur) en Floortje Zwigtman en Derk Visser (jongerenliteratuur) zijn in het oog springende Nederlandse auteurs die het afgelopen decennium interessant maakten en boeken schreven of tekenenden waarvan sommige ooit nog wel eens klassiek zouden kunnen worden. En dan laat ik de buitenlanders even buiten beschouwing.Terug naar het overzicht. Illustratie: Piet Grobler.
vrijdag 10 december 2010
VIII. Aandacht in de kranten bleef stabiel
Plek voor kinderboeken in de kranten is stabiel gebleven, ondanks grote zorgen aan het einde van de vorige eeuw. Kranten gingen gewoon door met bespreken en aandacht besteden aan belangrijke evementen en gebeurtenissen. Eigenlijk veranderde er niets: er was niet heel veel plek, er is nog steeds niet heel veel plek. Maar het ís er. Er wordt ook niet meer eenzijdig geklaagd over het aantal centimeters en daarmee is de kinderboekenrecensent van haar klagerige imago af. Dat heeft ook iets te maken met de toegenomen journalistieke professionaliteit van recensenten. Het is niet meer gek dat ze een journalistieke opleiding genoten hebben en ook ander journalistiek werk doen. Dat is te merken aan de stijl en inhoud van de recensies. Eigen kinderen - of die van de buren - erbij halen om een punt te maken is een faux pas geworden en preken voor eigen parochie komt niet zo veel meer voor. Op internet kwam er aandacht voor kinderboeken bij, maar de kwaliteit en functie ervan is heel wisselend. De krantenrecensenten zouden meer kunnen doen op internet en hun oeuvres zouden veel beter vindbaar moeten zijn. Dat geldt ook voor de consument. Nu is de mening van ouders en kinderen zelf - die ik graag op regelmatige basis zou zien - versplinterd en nauwelijks te vinden. Het wachten is op een soort Iens of Rotten Tomatoes voor kinderboeken, dat een gezond tegenwicht kan bieden aan intellectuele deskundigdoenerij in de kranten.Terug naar het overzicht. Illustratie: de makers van het plaatje vind je in het plaatje.
woensdag 8 december 2010
VII. Fladdergeneratie kan niet kiezen
Het is niet per definitie een slechte zaak en het sluit aan op de tijdgeest: in de ‘jonge’ generatie schrijvers - dertigers en veertigers – lijkt genrehoppen het genre te zijn. Tjibbe Veldkamp, Tanneke Wigersma, Daan Remmerts de Vries, Edward van de Vendel en ook nieuwkomers waarvan we nog niet weten of het blijvertjes zijn zoals Mariken Jongman, Dirk Weber en Simon van der Geest weten niet wat ze willen of willen niet wat ze weten. Bij sommige auteurs is het gefladder wel charmant. Ze proberen dan weer eens dit, dan weer eens dat en het resultaat is bijna altijd aardig en interessant. Bij andere auteurs blijven pijnlijke kwaliteitsverschillen bestaan. Is het een gebrekkig zelfinzicht, een te grote dwang om veel en vaak het geluk ergens anders te proberen of de tijdgeest? In een programma over drugs hoorde ik de huidige generatie gebruikers een cocktailgeneratie noemen: ze gebruiken alles door elkaar. Zelf word ik vooralsnog niet high van het gefladder. Schoenmaker blijf bij je leest zou een tegeltje moeten zijn dat het Fonds voor de Letteren gratis aan schrijvers verstrekt.Terug naar het overzicht. Illustratie: Peter Hannan.
zaterdag 20 november 2010
VI. Volwassenen lezen kinderboeken
De alweer op zijn retour zijnde term ’crossover’ probeerde er cachet aan te geven, maar in normaal Nederlands komt de trend hier op neer: volwassenen kopen steeds meer kinderboeken voor zichzelf. En zijn daarmee een lastig te duiden rol gaan spelen in de cijfers. In het Nederlandse taalgebied verschenen van de Potterboeken hogere oplages dan er kinderen waren in de bedoelde leeftijdsgroep. Ook het succes van de Grijze Jager-serie lijkt deels van volwassenen te komen, wat te merken is op drukbezochte lezingen in boekhandels. Studentes Nederlands van negentien die zwelgen in de seksloze Twilight-boeken, zijn ook niet met goed fatsoen kinderen meer te noemen. Ook al willen ze zich kennelijk nog een tijdje als zodanig gedragen. Hoewel sommige vakgenoten dit duiden als een bewijs dat de kwaliteit van jeugdboeken toeneemt, lijkt het eerder een bewijs dat de belangstelling voor literatuur voor volwassenen afneemt.Terug naar het overzicht. Illustratie: Jennifer Young.
vrijdag 12 november 2010
V. Oeuvres verdwijnen en worden toch bekroond
Sjoerd Kuyper kaartte het in 2009 eloquent aan: oeuvres verdwijnen. Dat kan naast wat we hiervoor besproken hebben maar aan één ding liggen: die boeken verkopen niet goed genoeg. De uitgevers en de boekhandels hiervan de schuld geven, zoals Sjoerd Kuyper en een deel van de kinderboekendeskundigen doen, is te gemakkelijk. Schrijvers moeten zich ook afvragen of ze wel een interessante oeuvres maken. Bepaalde auteurs uit de jaren zestig en zeventig zijn immers nog wél goed verkrijgbaar. Dat komt niet echt niet alleen doordat de uitgever zo vriendelijk is om te blijven herdrukken. Toen Peter van Gestel in 2006 de Theo Thijssenprijs kreeg voor zijn gehele oeuvre, lagen er maar enkele titels van in de winkel. Dit is na het krijgen van die prijs iets, maar niet structureel verbeterd. Kinderboekenbekroners zouden hier een les uit moeten trekken, maar dat gebeurt niet. Het afgelopen jaar is er zelfs een internationale oeuvreprijs gegaan naar een auteur waar in Nederland geen enkele titel meer verkrijgbaar was: Citty Crowther. De uitgever herdrukt razendsnel één titel om te voorkomen dat nieuwsgierige krantenlezers in de boekwinkel bot vangen, maar dat is dan ook het enige wat er gebeurt. Dat een internationale jury niet perse rekening te hoeft te houden met wat Citty Crowther in één land omzet, doet niet ter zake: het gaat erom dat jury's zich überhaupt niet afvragen of de boeken wel door kinderen worden gelezen. Er is geen enkele relatie meer tussen jury en publiek. Met als resultaat dat de jury's bijna niets meer waard zijn. Weinig belangwekkende jury's bekronen weinig belangwekkende boeken en bereiken daar weinig belangwekkends mee. Ze kunnen er net zo goed mee ophouden. Dat geldt ook voor recensenten en andere publicisten die auteurs waarvan iedereen wel weet dat ze niet zo veel 'doen' bij hun 'doelgroep' de hemel in blijven schrijven zonder zich af te vragen of er wel naar ze geluisterd wordt. En te schamperen over auteurs die het wél goed doen, zonder daar iets van te willen leren.Terug naar het overzicht. Illustratie: Studio Bones.
donderdag 11 november 2010
Leraren maken kennis met literaire bloggers
Op de Dag van het Literatuuronderwijs geef ik met Dirk Leyman van De Papieren man een workshop over literair bloggen. Het doel van de workshop is dat er aan de hand van een discussie duidelijk wordt hoe literaire blogs ingezet kunnen worden in het literatuuronderwijs. Is het fenomeen slechts interessant als achtergrond voor docenten of ook voor leerlingen? Ook de opkomst van sociale netwerken als Facebook en Hyves wordt besproken. Wat valt hier te winnen voor het literatuuronderwijs? Ik citeer hier het programmaboekje. Nou ben ik wel benieuwd, beste lezers: wat vinden jullie ervan? Wat kunnen of wat zouden literaire bloggers moeten betekenen voor leraren? Wat zouden leerlingen aan dit weblog kunnen of moeten hebben?
maandag 8 november 2010
IV. Van big business naar fast business
Het gedroomde businessmodel van kwaliteitsuitgevers, die zich met een paar geldkanonnen en een hoop kleintjes staande houden, werkt niet meer. Of de meeste uitgevers wíllen niet meer zo graag investeren in langzame kwaliteitsauteurs. Waarom zou je kiezen voor sloom, als er ook snel succes is? En wat doe je als je dat wel wilt, maar iedereen de andere kant op rent? Hoe dan ook: big business, aangejaagd door de fabelachtige successen van Joanne Rowling, werd het niet. Want kannonnen van dat kaliber, die krijg je maar eens in de tien, twintig jaar. Dus werd het fast business. Het aantal nieuwe titels is de afgelopen tien jaar verdubbeld: gemiddeld 1200 per jaar calculeerde Stichting Speurwerk toen ik begon, 2365 nieuwe titels in 2009, volgens een telling van het feitelijke geweten van de kinderboekendeskundige Richard Thiel. Schrijvers opperen al als vuistregel: elk kwartaal een boek als je ervan wilt leven. En dan mag je blij zijn als je oplage hoog genoeg is om de ramsj te halen. Want dan is je oeuvre tenminste nog érgens te koop.Terug naar het overzicht. Illustratie: Carl Barks.
zondag 7 november 2010
III. De puinhopen van Potter
In de jaren negentig van de vorige eeuw bloeiden er in het kinderboekenreser- vaat duizend bloemen en was er in de boekenwinkel voor elk wat wils : van populaire pulp tot eigenzinnige nichekunst. Sterker nog: de nichekunst werd uit de winst van populaire auteurs betaald. Toen kwam Joanne Rowling en maakten we kennis met middernachtelijke rijen voor de boekhandel en een vorm van populariteit die een agressiever soort zakenmensen aantrekt. Die bestsellerhysterie was natuurlijk niet nieuw, maar kwam overwaaien uit de wereld van het volwassenenboek. Het kinderboek werd big business, met literaire agenten die belachelijke bedragen bieden op manuscripten en vechten om filmrechten. In blinde paniek werd naar opvolgers gezocht, die bijna allemaal flopten. Wat veel mensen over het hoofd hebben gezien is dat het succes van Potter wel begon op schoolpleinen maar dat volwassen lezers de hand hadden in de hype: de oplagen van de vierde editie in Nederland was al veel hoger dan het aantal kinderen dat er toen in die leeftijdsgroep rondliep. Tegelijkertijd deed zich nog een ander raar fenomeen voor: beroemde mensen die ook even een kinderboek gingen schrijven. Madonna deed het. Paul de Leeuw deed het ook. Zonder ook maar iets van waarde achter te laten. Al die literaire goudzoekerij is met Potter begonnen en de schade is enorm: het kinderboekenvak is in een enorme versnelling geraakt en niemand durft als eerste aan de noodrem te trekken. Daarom mogen wij, ook al heeft hij dit vast niet voorzien laat staan gewild, wel spreken van de puinhopen van Potter.Terug naar het overzicht. Illustratie: Warner Bros.
dinsdag 26 oktober 2010
I. Het leesplezier is terug
Onmiskenbaar pluspunt van de de terugkeer van het dikke boek: het zijn betere tijden voor leesplezier. Een leesbaar boek schrijven is voor kwaliteitsschrijvers niet meer taboe, zodat lezers voor hun plezier niet meer alleen aangewezen zijn op pulp. Om een verklaring voor deze langverwachte terugkeer te vinden, moeten we in de geschiedenis van het leesplezier duiken. Leesplezier is in Nederland altijd verdacht geweest. Misschien heeft dat iets met het calvinisme te maken. Voor leesplezier heb je in de eerste plaats een plot nodig en wat in Nederland voor literatuur doorgaat is opvallend arm aan plot. Voor ervaren lezers is dat niet zo'n punt, maar voor kinderen is dat echt een probleem. Kinderen lezen om zich te ontspannen. Een beetje puzzelen en iets leren is niet erg, maar het moet niet de boventoon voeren. Een ander probleem is de boodschap van boeken. In de eerste helft van de vorige eeuw domineerde de pedagogiek. Kinderen moesten lezen over mensen met een hoge morele standaard. In werkelijkheid waren natuurlijk vooral tegendraadse boeken populair, zoals Dik Trom en Pietje Bell. In de jaren zestig en zeventig bloeide even het knap geschreven sprookjesachtige avonturenboek op, met als beste voorbeelden Paul Biegel en Tonke Dragt. Jan Terlouw en Thea Beckman zijn daarnaast goede voorbeelden van leerzaam en spannend tegelijk. Dit is de enige periode in de geschiedenis van de jeugdliteratuur die ik ken, waarin critici en jonge lezers wel eens op één lijn zaten. Daarna kwam het literaire kinderboek, dat in de jaren tachtig werd gezien als een bevrijding, maar in werkelijkheid de terugkeer betekende van de pedagogische stroming: kinderen werden nu niet met straffe hand naar het Goede geleid, maar met een even straffe hand naar het Waardevolle. Voor een opdringerige ethiek kwam een opdringerige esthetiek in de plaats. Die laatste stroming is het afgelopen decennium duidelijk op de achtergrond geraakt. De verklaring van de terugkeer van het leesplezier ligt dáár: de pedagogische draak is voorlopig weer even verslagen. Misschien voerde een bepaalde tovenaar wiens naam wij pas in de derde trend noemen de troepen aan, maar er is sprake van een bredere trend: lezen mag weer in de eerste plaats om leesplezier gaan. Boeken draaien weer om inhoud en niet alleen om vorm. Het kwaliteitsniveau mag in veel gevallen hoger, maar er is onmiskenbaar een ontwikkeling in de goede richting.Terug naar het overzicht. Illustratie: Maurice Sendak.
Labels:
analyse,
jaren negentig,
jaren nul,
jaren tachtig,
jaren zestig,
jaren zeventig,
opinie,
trend
maandag 25 oktober 2010
II. Van veel te dunne boeken naar te veel dikke
Toen ik begon met recenseren was het hoe kariger hoe beter. Het kinderboek heeft anorexia, zo stelde ik in mijn eerste opiniestuk. De leus: less is more. Althans in de boeken die werden aanbevolen en bekroond. Dat kinderen niet zaten te wachten op piepkleine bordjes met nauwelijks verhaal, deed niet ter zake. Hapje voor hapje genieten van een rauwe wortel is goed voor je fantastie! Gelukkig is het negentiende-eeuwse lezen weer helemaal in de mode, met dikke boeken vol krullerige zinnen en lange, vermakelijke zijpaden. Kinderen houden niet van lezen? Ze zijn er dól op! En er zijn zelfs een paar kwaliteitsschrijvers die wat dikker durven. Helaas schieten we van het ene uiterste in het andere. Sommige dikke boeken brengen hele families met nog dikkere en spuuglelijke zussen mee. Het wordt tegenwoordig chique gevonden om bij je debuut maar meteen de rest van de negendelige reeks aan te kondigen. We moeten daarom vandaag vrezen voor het tegenovergestelde van literaire anorexia: obesitas, suikerziekte en jojo-effect. Maar terug naar de graatmagere modelletjes met sterallures, die na het ontvangen van hun erelinten dood neervallen in de coulissen? Liever niet. Want ook al is de kwaliteit van al die dikkerdjes niet altijd even hoog, dat ze de meest in het oog springende bijdrage leveren aan de terugkeer van het leesplezier, is evident.Terug naar het overzicht. Illustratie: Marcus Blättermann.
zondag 24 oktober 2010
Tien jaar in tien trends
Op 29 september 2000 verscheen mijn eerste stuk. Sindsdien is er een hoop gebeurd. De komende weken zal ik tien jaar samenvatten in tien trends. Hier alvast mijn lijstje. De bijbehorende korte analyses komen een voor een.1. Van veel te dunne boeken naar te veel dikke
2. Het leesplezier is terug
3. De puinhopen van Potter
4. Van big business naar fast business
5. Oeuvres verdwijnen… maar worden toch bekroond
6. Volwassenen lezen kinderboeken
7. De cocktailgeneratie kan niet kiezen
8. Aandacht in de kranten blijft stabiel
9. De jongsten en de oudsten mogen niet klagen
10. Het kinderboek is nog steeds niet terug
dinsdag 7 september 2010
Onderzoek: van lezen word je beter
De Zeeuwse filosoof Jan-Jaap van Peperstraten is onlangs gepromoveerd op een proefschrift over de morele dimensie van leesonderwijs. Hij beweert daarin dat het lezen over personages die worstelen met kwesties rond goed en kwaad een diepere werking heeft dan straffen en belonen. 'Door literatuur kunnen we leren wat het goede is, en ook wat kwaad is, en waar goed en kwaad door elkaar lopen. Loyaliteit en trouw zijn de grondwaarden in Tolkien's Lord of the Rings, Lyra Belacqua, de protagoniste uit His Dark Materials is een toonbeeld van moed en nooit, nooit in mijn leven heb ik zo`n doortrapte schurk ontmoet als Franny Roote in Reginald Hill's thrillers An Advancement of Learning en Death's Jest Book', betoogt hij op zijn weblog. Daar vind je ook een krantenartikel met de vertaling van dit onderwerp in de taal van de Telegraaf: boek beter dan boefjeskamp. Alle goeds komt uit Zeeland zullen we maar zeggen; wel pikant dat de bedenkster van de meest amorele personages van dit moment - Floortje Zwigtman - in dezelfde provincie werkt.
donderdag 26 augustus 2010
De rol van het kind in kunst voor volwassenen
De Volkskrant van vandaag heeft een interessant artikel over kinderen in films voor volwassenen. Kevin Toma schrijft daarin over regisseurs die gebruik maken van het kinderperspectief. Realistisch drama wordt versterkt door kinderlijk onbegrip. Een kind dat huilt omdat hij niet begrijpt waarom hij straf heeft, is indrukwekkender dan de emotie van de volwassene die wél weet waar hij mee bezig is. Verder biedt de fantasie van kinderen ook veel artistieke vrijheid: een onbevangen kind kan met ongekunstelde observaties prachtige metaforen bieden voor het leed van volwassenen, zonder het zelf door te hebben. Het artikel doet me erg denken aan de moderne jeugdliteratuur, waarin je nog steeds regelmatig volwassenenboeken vermomd als kinderboeken vindt. Het artistieke doel van zo'n boek begrijp ik - ik kan zelf ook genieten van de boeken van Margriet Heymans, om maar een voorbeeld te noemen - maar schrijven vanuit het perspectief van kinderen is niet hetzelfde als schrijven voor kinderen. Ik heb al vaker op dat feit gewezen en ik ben kennelijk niet de enige: het genre is duidelijk op zijn retour. Toch zou ik wel eens willen dat schrijvers net zoveel zelfkennis lieten zien als de in dit artikel aangehaalde filmmakers. Want ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze het zelf niet doorhebben, dat ze helemaal niet voor kinderen schrijven. Of schreven.
Abonneren op:
Posts (Atom)