Posts tonen met het label avonturenverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label avonturenverhaal. Alle posts tonen

maandag 29 oktober 2018

Weekgreep #18-19: kindergedichten van Robbert-Jan Henkes, sprookjes van Janneke Schotveld, De goudvisjongen, De spooktoren, Klaas kan alles, Het grote bomenboek

Robbert-Jan Henkes Wit als een wat
Robbert-Jan Henkes is vooral bekend als vertaler, samen met Erik Bindervoet vertaalt hij Beatles, Dylan, Joyce. Voor kinderen maakte hij in 2016 een prachtige selectie Russische kindergedichten op swingende wijze toegankelijk in Bij mij op de maan. Zo swingend, dat meteen duidelijk was: voor dit soort taal heeft hij die Russen helemaal niet nodig. Overigens een kwaliteit die alle vertalers zouden moeten hebben. Vorig jaar debuteerde hij inderdaad als kinderdichter: Jij met mij en afgelopen zomer kwam Wit als een wat uit. Klassieke kindergedichten waarbij je een kamerjas, een leunstoel en een pijp vermoedt. De barokke trekjes van zijn geliefde Russen zijn er ook zeker nog in te vinden. Beetje slap en zwart-wit uitgegeven, als een voorlichtingsbrochure uit de jaren tachtig, da's wel jammer. Maakt de gedichten niet minder onderhoudend.

Janneke Schotveld De kikkerbilletjes van de koning
Superjuffieschrijfster Janneke Schotveld (lees hier mijn interview met haar) geeft al langer aan dat ze wel eens wat anders wil dan Superjuffie. Haar kinderboekenweekgeschenk Kattensoep slaat nog geen nieuwe weg in, maar De kikkerbilletjes van de koning wel. Kloeke uitgave met de crème de la crème van de Nederlandse kinderboekenillustratoren en meteen al in de titel die stoute Schotveld-knipoog, die kinderen haar boeken op doet pakken. Zeker geen sprookjesboek dat in de kast zal blijven staan.

Keir Graff De spooktoren
Heel prettig vertaald avonturenverhaal over een Amerikaanse tweeling Mal en Colm, die van Dallas naar Chicago verhuist. In de torenflat naast die van hen is iets vreemds aan de hand. Staat die toren er wel echt? En zijn de bewoners wel van deze tijd? Mal en Colm, die liever niet verhuisd waren, raken steeds meer in de ban van hun nieuwe woonomgeving. Niet vreselijk origineel maar lekkere weglezer, goed uitgeven met dikke kaft en een heel wat beter omslag dan de mierzoete Amerikaanse versie.

Yannick Fritschy en Marleen Hoebe Klaas kan alles. Jij ook?
Voor wie maar niet genoeg kon krijgen van de televisieserie: nu het boek. Met extra wetenschappelijke weetjes over de achtergronden van de gekke en gewaagde experimenten die voormalige Checkpoint-presentator Klaas van Kruistum op televisie doet. Spoiler-alert van zoonlief: eerst de afleveringen kijken, anders weet je door het boek de uitkomst al.

Piotr Socha en Wojciech Grajkowski Het grote bomenboek
Hoezeer je ook van bomen houdt, het is makkelijker er boeken van te maken dan over. Saai! Niet in Het grote bomenboek en dat is vooral te danken aan de verbluffende illustraties van de Pool Piotr Socha. Ze bewandelen niet het geijkte pad. Bizarre bomen hebben hun eigen pagina. Wilde wortels een andere. Prehistorische bomen. Boom-eters. De hoogste bomen. Houten kerken en tempels. Houten voertuigen. En voor de liefhebbers: de enten van Tolkien staan er ook in. Blijft het suf klinken? Ga dan vooral zelf kijken.

zaterdag 6 oktober 2018

Weekgreep #18-16: Bart Moeyaert zegt sorry, Prutje, vrolijk doodgaan met Jacques Vriens, Majoor Rosalie, een dierenboek dat groot en klein tegelijk is

1. Bart Moeyaert Tegenwoordig heet iedereen Sorry
Dat Bart Moeyaert vaak óver jongeren schrijft, is een feit. Maar schrijft hij vóór jongeren? Daar heb ik al vaak openlijk aan getwijfeld. Veel van wat aantrekkelijk is aan Bart Moeyaert, is aantrekkelijk voor volwassen. Uitgevers. Recensenten. Zuchtende dames in de zaal. Toch debuteerde hij ooit met een lekkere jeugdroman, Duet met valse noten. Misschien bewijst hij eindelijk mijn ongelijk in Tegenwoordig heet iedereen sorry. De titel schreeuwt in elk geval om lezen.

2. Pieter Koolwijk Prutje
Ik begrijp niet goed hoe dit omslag van Linde Faas het ooit tot de drukkerij heeft geschopt, maar de inhoud van dit boek is veelbelovend. Arbeiderszoon Hens werkt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in een fabriek en is verantwoordelijkvoor zijn broertje Walm, die niet goed mee kan komen. Na een zoveelste aanvaring met de fabrieksopzichters, gaan op zoek naar een betere wereld.

3. Jacques Vriens Code Kattenkruid
Onze vriendelijkste verteller, zelf al een tijd grootvader, over een gewaagd onderwerp. De opa van Stijn is niet van plan te wachten tot hij doodgaat. Als hij hoort dat hij niet lang meer heeft, gaat de geplande driedaagse fietstocht gewoon door. Misschien dat het vanzelf ergens ophoudt, misschien dat hij kiest voor euthanasie. Eerder wist Vriens te raken met het verfilmde Achtste groepers huilen niet over een klasgenoot met kanker. Openhartig schreef hij voor volwassenen over de moeilijke relatie met zijn moeder in Moeders knie. Alleen die titel en dat omslag: onbegrijpelijk, gauw wat aan doen, want deze auteur en dit onderwerp verdienen beter.

4. Timothée de Fombelle en Isabelle Arsenault Majoor Rosalie
Schitterend uitgegeven en geïllustreerd verhaal van de Franse schrijver Timothée de Fombelle. Zijn boeken over Toby Lolness, een piepklein mannetje dat in de groeven van de bast van een boom woont, trokken aandacht maar werden geen heel groot succes in Nederland. Ook de barokke opvolger Vango bleek geen blijver. Majoor Rosalie gaat over een meisje in de Eerste Wereldoorlog. Haar meester leest voor uit de krant, haar moeder uit de brieven van haar vader aan het front. Ze vermoedt dat ze niet de hele waarheid hoort. Maar ze kan nog niet lezen. Daar vindt ze wat op.

5. Christina Banti en Cristina Peraboni en Fracesca Cosanti Het grote grotedierenboek en Het kleine kleinedierenboek
De allergrootste dieren in Het grote grotedierenboek, de allerkleinste in Het kleine kleinedierenboek. Dat kleine boek is verstopt in de kaft van het grote. Gewoon geestig. Boem. Niets meer aan doen. We verzuipen in de dierenboeken, maar het blijft mogelijk om er een originele draai aan te geven. Van het Itialiaanse trio met de moeilijk te onthouden namen verscheen niet eerder iets in Nederland.



zaterdag 26 mei 2018

Weekgreep #18-11: voodooboek met horrorhumor, De Tunnels van Dave Eggers en Naar de rand van de wereld van Dirk Weber

1. Jeff Strand Geen beste dag voor voodoo
Tyler Churchill wil, aangezet door zijn een tikkeltje psychotische boezemvriend Adam, wraak nemen op hun geschiedenisleraar. Adam regelt een voodoopop. Die werkt iets beter dan verwacht. Hoe vertel ik niet, want dan is de grap eraf. Ik pakte dit boek op in de categorie Meer Meters Maken Met Lezen en vanwege het strak vormgegeven omslag, maar dit boek is meer dan een lekkere weglezer. Aanstekelijk grappig, moeilijk weg te leggen.

2. Dave Eggers De Tunnels
Een kinderboek schrijft men door de zinnen kort te houden en de hoofdpersoon bijna elke zin bij naam te noemen. Dat lijkt bestsellerauteur Dave Eggers tenminste te denken in zijn enigszins teleurstellende kinderboekendebuut. Gran Bloempjes is tegen zijn zin verhuisd en ontdekt in zijn nieuwe dorp samen met zijn nieuwe vriendin een ondergronds netwerk vol mysterieuze en gevaarlijke wereld. Ze gaan het dorp redden. De kortademige, irritatie oproepende vertaling valt de auteur niet te verwijten, de voorspelbaarheid van het verhaal zeker wel.

3. Dirk Weber Naar de rand van de wereld
Het is vier jaar geleden dat het met een Zilveren Griffel bekroonde De goochelaar, de geit en ik verscheen. Auteur Dirk Weber probeert elke keer wat anders en neemt daar ook de tijd voor. Hij beheerst het vak van literair tot thriller en van historisch toekomstroman. Na de Crisis leven mensen in dorpen, zonder techniek. Kennis is verboden. Wie er toch wat mee doet, wordt vreselijk gestraft. Pijnlijk: een tikfout op het, overigens prachtige, omslag. Oh oh Querido.

zaterdag 3 maart 2018

Weekgreep #18-6: Björn, Ministerie van Oplossingen, de tweede van Ellen van Velzen, een Gouden Boekje van Paulien Cornelisse en een geestig prentenboek van Jon Klassen

Soms zit het een weekje niet mee. Griep en zo. Daarom deze week, waarin ook de derde Julius Zebra verscheen en Het slijmerigste slijmboek een bestseller bleek, een paar extra.

1. Delphine Perret: Björn, zes berenverhalen
Franse vertalingen, die zien we niet vaak. Er lijkt een harde scheidslijn te lopen tussen de doorgaans vrije en vrolijk anti-autoritaire Noord-Europese jeugdliteratuur en de meestal wat opvoedkundige en volgzame Zuid-Europese en die grens ligt zo'n beetje halverwege België al. Dat betekent niet dat er geen te gekke dingen gebeuren daar. Schrijver en illustrator Delphine Perret is er eentje om in de gaten te houden. In het strak vormgegeven Björn zes humoristische en filosofische berenverhalen met grappige pentekeningen. Het geheel heeft in de verte iets weg van Arnold Lobel (Uil) en Syvlia Vanden Heede / Thé Tjong-Khing (Vos en haas). Het is niet eens haar eerste boek, vorig jaar verscheen ook bij Davidsfonds Infodok Maurice de krokodil en Arsène de alligator. Op haar website is meer veelbelovend werk te vinden. Leuk om voor te lezen (vanaf 6 jaar), even leuk om zelf te lezen (vanaf 8 jaar).

2. Sanne Rooseboom: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh
Tweede deel in de serie van het Ministerie van Oplossingen. Mag wel wat meer aandacht hebben deze serie, al was het maar omdat de boeken - in tegenstelling tot veel ander werk in dit genre - zo verzorgd zijn uitgegeven en lekker geïllustreerd door Mark Janssen, vooral de krachtige kleuromslagen. Natuurlijk, in de verhalen vind je het standaardclubje met het enthousiaste leidermeisje, het te fantasievolle vriendje en de nerd die liever over robots leest dan raft. Maar dan heb je geen rekening gehouden met de 89-jarige blinde buurvrouw Vis die ook in het team zit! Meters maken met lezen doe je zo.

3. Ellen van Velzen: Kinderen van de Eindeloze Vlakte
Haar debuut Jonge Vlieger (2013), over een dorp dat zich tegen een onbekend gevaar beschermt door dag en nacht vliegers in de lucht te houden, vond ik erg interessant. We hebben erg lang moeten wachten op een nieuw boek van de evolutiebioloog, die tegenwoordig in Potsdam wiskundige modellen maakt van planktondynamica. Dus die heeft overdag wel wat anders aan haar hoofd. De kinderen van de Eindeloze Vlakte gaat over Sen, de zoon van een stamhoofd, die wordt gevangengenomen door zijn aartsvijanden en daar ontdekt dat die een bijzondere rol voor hem in gedachten hebben. Dat belooft wat. Vanaf 12 jaar.

4. Paulien Cornelisse en Emanuel Wiemans: Het mooiste geluid ter wereld
Dit boekje had precies zo in de jaren vijftig gemaakt kunnen zijn, de tijd waarin de beroemde Gouden Boekjes voor het eerst verschenen. Maar toen was Paulien Cornelisse echt nog niet geboren en illustrator Emanuel Wiemans ook niet. Erg goed gelukte, aanstekelijke pastiche met gegarandeerd voorleesplezier. Iedere muzikant vindt zijn of haar eigen instrument verantwoordelijk voor het mooiste geluid ter wereld. Ping! Vomp! Zwie zwie zwie! Boem! Wat zouden al die lawaaimakers nu eens moeten doen? Drie keer raden. Vanaf 5 jaar.

5. Jon Klassen en Mac Barnett: De wolf, de eend & de muis
Jon Klassen maakt echt fantastische platen, maar waarom mag geestig werk er niet gewoon geestig uitzien? Dat vraag ik me bij al zijn boeken af maar zeker bij deze. Muis wordt opgegeten door vos en ontdekt in diens buik een eend die daar al een tijd woont. Zou echt een voorleeshit kunnen zijn, maar een hoop lezers zullen dit prentenboek niet oppakken, domweg vanwege de grijsbruine sombere uitstraling. Jammer! Vanaf 5 jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zondag 18 februari 2018

Weekgreep #18-5: Mark Lowery Charlie en ik, Lenneke Westera De muizen en een mooi evolutieprentenboek van Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck

De week waarin Pipi Langkous definitief zonder n-woord is (volgens de aanbiedingsfolder van de uitgever), de Waanzinnige boomhut alweer 91 verdiepingen blijkt te hebben en de verfilming van Leven van een loser ook weer tot een boek leidt: Leven van een loser, niet te filmen.

1. Mark Lowery: Charlie en ik ver van huis
Charlie, het drie jaar jongere broertje van Martin, is veel te vroeg geboren en heeft dat maar net overleefd. Hij is vaak ziek maar beschikt over een grote fantasie, ziet nergens gevaar in en is zijn grote broers beste maatje. Ze gaan samen, stiekem, op reis naar het zuidelijkste puntje van het land om een dolfijn te zien. Charlie en ik is Lowery's debuut in Nederland, maar de vijfde titel in eigen land. Hoewel ook dit boek erg humoristisch is, is het wat serieuzer van ondertoon dan de vorige vier, die titels hebben als The Chicken Nugget Ambush. Vanaf 10 jaar.

2. Lenneke Westera De muizen
Fien wordt van achter de klikobak door 160 kraaloogjes aangestaard. 'Peru' zeggen de muizen, en 'San Francisco'. Een ander zou aan de pillen gaan, maar Fien gaat op reis. Met heel veel muizen, je kan er maar beter niet bang van zijn, door illustrator Marc Suvaal. Lenneke Westera (1962) is een laat- en langzaambloeier. Na een werkzaam leven in de gezondheidszorg debuteerde ze in 2004 met het bijzonder aardige, filosofische vriendschapsboek Schaap en geit. Heel wat later volgde Vergeten. Ze is nu terug met De muizen. Vanaf 8 jaar, voorlezen.

3. Floor Bal en Sebastiaan Van Doninck Het hele soepzooitje
Erg leuk evolutieprentenboek van wetenschapsjournalist Floor Bal en de Vlaamse illustrator Sebastiaan Van Doninck. Het boek dat nog ontbrak naast Het raadsel van alles dat leeft van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, en er wat illustraties betreft de concurrentie zeker mee aan kan. Het hele verhaal, maar dan razendsimpel en razendsnel. Van Doninck weet een mooi midden te vinden tussen geestig en kleurrijk modern en de statige sfeer van oude schoolplaten, waarin je tijdens de les kunt wegdromen. Vanaf 6 jaar.

zaterdag 20 januari 2018

Weekgreep #18-3: Edward van de Vendel & Sanne te Loo gaan olympisch schaatsen, voorleesboek met Ingrid & Dieter Schubert, de nieuwe David Almond

1. Edward van de Vendel, Sanne te Loo en Beorn Nijenhuis: De jongen die met de dieren schaatste
Querido heeft een inmiddels zeer uitgebreide serie waarin schrijvers verhalen maken met jongeren die iets indrukwekkends hebben meegemaakt. Je krijgt dan echte verhalen, maar wel goed geschreven. Edward van de Vendel, die met De gelukvinder toch al met stip de beste bijdrage leverde aan die bijzondere reeks, maakte een prentenboek volgens hetzelfde principe. Wat een gaaf idee. Schaatser Beorn Nijenhuis vertelt het verhaal van zijn jeugd in Canada en hoe hij daar trainde op een meer met alleen de dieren als gezelschap. Bijzondere aandacht verdienen de verbluffende illustraties van Sanne te Loo. Op het wat rommelige omslag van dit klein formaat prentenboek zie je het er niet aan af maar het binnenwerk had een veel groter formaat verdiend. Vanaf 8 jaar.

2. Annette Herzog, Ingrid en Dieter Schubert: Moemf heeft een vriend
De stompzinnige, koppig gelukkige grijns. Daarin verslaat geen enkele illustrator het wereldberoemde duo Ingrid en Dieter Schubert. Ze hebben met Moemf weer een fantastisch fantasiedier geschapen voor de voorleesverhalen van Annette Herzog. Moemf en zijn vriend gaan op zoek naar de lente, waar blijft die toch? Ongeduldig beginnen ze alvast een feest te organiseren. Als ze afscheid nemen van de winter, zijn ze ook een beetje verdrietig. Het boek verschijnt tegelijkertijd, met dezelfde illustraties, in het Duits. Vanaf 5 jaar.

3. David Almond Het avontuurlijke verhaal van Angelino Brown
Ik moet bekennen dat ik geen fan ben van het nogal geconstrueerde literaire oeuvre van David Almond, maar dit boek ziet er wel aardig uit. Om het truttige omslag moet je even heenkijken, het binnenwerk van Alex T. Smith is heel wat beter. Buschauffeur Bert Brown is zijn baan beu. Wie heeft bushaltes en passagiers uitgevonden? Ze hangen hem de keel uit. Dan vindt hij een engel in zijn borstzak. Die zet de boel op stelten. Niet heel origineel, geen hoogvlieger, wel lekker levendige weglezer. Vanaf 10 jaar.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 6 januari 2018

Weekgreep #18-1: Zeb. van Gideon Samson, Meneer Hummeling van Joukje Akveld en Schroot van Danny De Vos

Een goed leesjaar gewenst! Omdat het wat rustig is in de postbus, een aankondiging en twee laatkomers die zijn blijven liggen in de kerstvakantie.

1. Gideon Samson Zeb.
Meester van de soepele stijl Gideon Samson staat bekend om zijn indringende realistische boeken, die steeds de grenzen opzoeken van wat nog kan in een jeugdroman. In Zeb. gaat hij, samen met de nog niet zo bekende illustrator Joren Joshua, voor iets jongere lezers, op zoek naar de grenzen van zijn fantasie. Op een dag zit er een zebra in de klas, maar niemand lijkt het gek te vinden. Ozzie gaat een grap kopen om indruk te maken op een meisje, maar de grappen zijn te duur. Er wordt een demonstratie georganiseerd omdat het huilen is afgeschaft. Veelbelovend. Vanaf 17 januari in de winkel.

2. Joukje Akveld Meneer Hummeling zoekt een vrouw
Ze maakte naam met journalistieke boeken over dieren in de knel, maar begon haar schrijfcarrière met prentenboeken. Ze werkt graag samen met zoveel mogelijk verschillende illustratoren. Nu met kleurenknaller Noëlle Smid. Samen vertellen ze het verhaal van een vrijgezelle walrus, die op zoek is naar een vrouw. Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Ze moet namelijk wel van roze houden.

3. Danny De Vos Schroot
Een bankroete autosloperij is het spannende decor van Schroot, een avonturenverhaal van de laat gedebuteerde Vlaamse kinderboekenschrijver Danny De Vos (1967). Rico's vader werkt voor de kort geleden verdwenen eigenaar van de sloperij en van de ene op de andere dag is zijn speelterrein verboden gebied. Dat maakt het bezoek ervan natuurlijk alleen maar aantrekkelijker. Hij blijkt alleen niet de enige die er graag komt.

In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net of bijna en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

zaterdag 21 oktober 2017

Weekgreep #1: Ted van Lieshout, Dokter Corrie en Jorrik de Ork

1. Ted van Lieshout Kunst?
Ted van Lieshout schreef en ontwierp al zoveel boeken over kunst, maar Kunst? is net even anders. De verteller legt aan een eigenwijs jongetje uit hoe een pispot op een sokkel een kunstwerk kan zijn. Het eigenwijze jongetje wil er niet van weten. Hilarisch. (Vanaf 8 jaar.)


2. Niki Padidar Dokter Corrie geeft antwoord
Bekend van televisie en nu als boek berucht bij het minder vooruitstrevende volksdeel. Maar het is ook niet niets: op pagina 124-125 spreid je de benen van een man open en slaat er een papieren piemel in je gezicht. 'Niet op ware grootte', staat erbij. Gelukkig maar. Voorlichting kan nog altijd zo angstaanjagend serieus zijn. Hier niet. (Vanaf 12 jaar.)

3. Thijs Goverde Jorrik de Ork, De Steen van de Schimmen
Deel twee van de fijne voor- en zelfleesserie over een jonge Ork met een bijl. Dit keer moet het bijtgrage ventje met het groene gezicht op zoek naar een voorwerp met grote toverkracht. Onderweg maakt hij uiteraard weer vreemde vrienden. Boek zoekt klas! (Vanaf 6 jaar voorlezen, vanaf 7 jaar zelf lezen.)

In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.

donderdag 18 juni 2015

Net uit: Wim Bos De bende van Lijp Kot

Een opvallend debuut in de eindeloze stroom geschiedkundige fictie die jaarlijks over kinderhoofden wordt uitgestort (en met plezier geconsumeerd):
De bende van Lijp Kot van Wim Bos, die in het dagelijks leven kinderen rondleidt in historisch Amsterdam. Dat heeft als groot voordeel dat hij weet wat kinderen boeit en dat merk je aan de pittige inhoud van zijn verhaal over visbezorger Pontus die ten onrechte wordt beschuldigd van een moord en terechtkomt bij de bende van Lijp Kot. Bos valt te plaatsen in de buurt van Rob Ruggenberg, die met onverbloemd ruige passages succesvol de gebruikelijke braafheid uit dit populaire genre blaast. En dat is nodig. Jammer genoeg doet Bos wel heel erg zijn best om geschiedenislesjes en authentieke woorden in het spannende verhaal te verwerken, wat de toon nog wat krampachtig maakt.

dinsdag 2 juni 2015

***** (5) voor Simon van der Geest Spijkerzwijgen

Spijkerzwijgen is er zo een waarbij je op de eerste bladzijden voelt: deze zou wel eens helemaal gelukt kunnen zijn. Het boek werd een half jaar uitgesteld omdat Simon van der Geest het kinderboekenweekgeschenk mocht gaan schrijven, een boekje met een nachtmerrieverwekkende oplage en bijpassende deadline, maar het moet toch bijna af geweest zijn want snel nadat hij dat boekje voltooide kwam Spijkerzwijgen uit. Als hij dan last heeft gehad van te veel hooi op zijn vork, dan is dat nauwelijks te merken. Halverwege wordt het boek iets gehaast, iets slordiger dan in het begin maar dat is dan ook alles. Belangrijker is dat het inhoudelijk zo goed gelukt is. Van der Geest heeft de neiging om boeken te overladen en vervolgens veel te weinig spanning mee te geven. Er gebeurt dan veel in de diepte, maar te weinig aan de oppervlakte. Spijkerzwijgen is juist op dát punt goed gelukt: de avonturen van Vonkie, die bij haar opa gaat logeren zodat haar ouders kunnen besluiten of ze bij elkaar blijven of niet, is ronduit meeslepend en wie het aan het einde droog houdt, heeft geen hart. Lees dat boek.

maandag 2 maart 2015

Net uit: Carl Hiaasen Hap!

‘Poeh! Nooit laten merken dat je bang bent. Dat voelen dieren aan,’ zei Derek. ‘Weet je eigenlijk wel hoe doodsangst ruikt?’ ‘Niet echt. Naar asperges?’ Je moet een sterke maag hebben en niet bang zijn voor slangen. Dat zijn de helden in Hap! namelijk ook niet en het is nog maar de vraag of dat terecht is. Het kan niet anders of Carl Hiaasen is terug, de columnist en thrillerschrijver uit Florida wiens hart zo hard klopt voor de natuur in het algemeen en alligators in het bijzonder. Zijn kinderboekendebuut Uil (Lemniscaat, 2003) was een klein succes in Nederland. Hij zat daarna zeker niet stil maar zijn latere kinderboeken vonden geen uitgever. Tot Hap!, opnieuw onweerstaanbaar vormgegeven en even spannend als vermakelijk. Wahoo, vernoemd naar een zoutwatervis en een worstelaar, heeft het zwaar te stellen met zijn vader, die door een bevroren leguaan op zijn hoofd arbeidsongeschikt is geworden. Dus moet Wahoo maar proberen om geld te verdienen met de typische moerasdieren in hun tuin. En dat is geen sinecure. Eerder verloor hij al een duim tijdens het voeren van krokodil Alice. Als zijn vader met python Beulah speelt, wordt hij bijna gewurgd en in zijn geheel doorgeslikt, omdat Wahoo vergeten is de slang te voeren. Geen nood: men neme een fles goedkope whiskey en giete die in de keel van de slang. Televisiester Derek, die namaak-survivalseries maakt, ziet wel brood in de moordlustige dierentuin en als hij samen met zijn senior producer aan de slag gaat, loopt alles pas echt uit de hand. Geen hoogstaande literatuur, wel een hilarische good read die zorgt dat je na het lezen voorlopig geen trek meer hebt.

woensdag 25 februari 2015

Achterstallig onderhoud: Robert Wolfe Bangschool

Eind vorig jaar blijven liggen: Bangschool van Robert Wolfe. Wolfe is mijn soort schrijver: zijn avonturen beginnen in de alledaagse, Hollandse werkelijkheid, waarin zijn helden een deurtje weten te vinden naar een ándere werkelijkheid. De lezer kan dat, als hij goed zoekt, ook vinden. En dus kijk je de volgende dag met andere ogen naar de wereld om je heen. In Bangschool volgt de eenzame Mads Wester een spoor dat speciaal voor hem getrokken is - 'als met een frietje in de appelmoes' - en ontdekt bruggetjes en steegjes tussen flatgebouwen die hij alleen kent. Zo komt hij terecht in een school waar je leert om bang te zijn. Écht bang zijn. Als hij slaagt voor zijn toelatingsexamen wil Mads nog maar één ding: wegwezen. Robert Wolfe (1967) werd geboren in Australië en groeide vanaf zijn achtste op in Nederland. Net als Roald Dahl is hij een schrijver met een vliegbrevet. Die Angelsaksische bravoure en fantasie zie je terug in zijn boeken. Maar de belofte die ik meende te zien in zijn verrassend intelligente en onderhoudende debuut Joshua Joshua Tango deed, maakt Robert Wolfe in zijn latere boeken niet écht waar. Hij blijft te veel hangen bij wat grote schrijvers al gedaan hebben. Wat geen reden is om er niet lekker mee door te gaan. Fijn om te lezen blijft het.

vrijdag 5 september 2014

Jenny Smelink-IBBYprijs voor Hans Hagen en Philip Hopman Het hanengevecht

Het is niet zo'n hele bekende prijs, maar wel eentje die dit jaar wat extra aandacht verdient: de Jenny Smelink-IBBYprijs, bedoeld voor boeken die aandacht besteden aan andere culturen, gaat dit jaar naar Het hanengevecht van Hans Hagen en Philip Hopman. En terecht. Juist omdat dit boek de gebruikelijke, tenenkrommende derdewereldvlijt van dit genre met kop en schouders overstijgt. Nog steeds een aanrader, dit boek.

maandag 1 juli 2013

*** (3) voor Ilse Bos en Linde Faas Troep

Dertien kinderen wonen op woonboot Blauwtje bij het Vieze Landje in de Oude Haven: Pola, Vladimir, Wanja, Wolke, Nillem, Knut, Aznar, Mo, Wally, Trijn, Hidde, Flip en Tuitje. Taatje is de moeder van Pola, Flip en Tuitje en de pleegmoeder van de rest. Verder hebben we nog Willem Vanderwerff, de vader van Pola en duikbootkapitein de Witt, die met de moeder van Taatje de vader van Wanja is, en een hele rits vermisten en afwezigen.

Volgt u het nog? Geeft niet hoor, want inderdaad: juf en journaliste Ilse Bos (1966) maakt het in haar even rommelige als interessante kinderboekendebuut Troep wel erg bont. Troep gaat gebukt onder te veel te's.

Het belangrijkste probleem: te veel personages. Ook na driehonderd bladzijden blijft de lijst achterin onontbeerlijk. Dat zou niet erg zijn, ware het noodzakelijk. Maar: slechts vier of vijf kinderen spelen een serieuze rol, de rest staat er een beetje bij voor de sfeer en is alleen aan de hand van kleding en haarkleur uit elkaar te houden. Ook illustrator Linde Faas (1985) weet ze geen eigen gezicht te geven.

Vervolgens zijn de gebeurtenissen te langdradig en veel te ingewikkeld. Pleegmoeder Taatje is in het buitenland op zoek naar Willem, vader van haar oudste en de kinderen zorgen voor zichzelf. Tot mevrouw Wijfjes van het Zorgbureau zich ermee begint te bemoeien en een inspectiebezoek aankondigt. De toevallig opduikende mislukte acteur Maarten, de broer van Willem, treedt op als invalvader.

Als dat achter de rug is, ontwikkelt zich een wilde zoektocht in verschillende teams naar een nieuwe verstopplek en nog maar een vader. Ze worden daarbij geholpen door een geheimzinnig pissebeddenvolkje, dat kan praten en andere gedaanten aannemen. Ze hebben misschien iets te maken met de gaten die overal in de stad ontstaan.

Op dat punt krijgt het verhaal ook nog psychedelische trekken. De Onbedoelden, zoals de kriebeldiertjes zich noemen, sluiten zich aan bij het verkeerde team, want ze doen altijd precies wat níet de bedoeling is. Ze veranderen zich in zwervers en in skaters die zich verstoppen tussen échte zwervers in de nieuwe metrotunnels.

De kinderen verdwalen, de boel loopt onder water en in die heksenketel lijkt een van de kinderen even te bestaan uit mollen. Na heel veel heen-en-weer-gewandel tussen de woonboot en het buurtschooltje is het logistieke hoogtepunt dat Blauwtje honderd meter wordt verplaatst en iedereen weer naar school mag.

Toch is Troep ook een interessant boek. De thematiek - het redden zonder ouders, de gespannen vriendschap tussen gelijken die hun eigen boontjes doppen, de hoogstpersoonlijke bijdrage van ieder individu aan de groep - is klassiek in de kinderliteratuur, maar verveelt in dit geval zeker niet.

Bos dwingt ondanks alles als verteller toch ook bewondering af. Haar manier van schrijven - los, ironisch, geestig, scherp - en haar warme pleidooi voor al die levende wezens die geen plek hebben in de maatschappij, raakt wel degelijk een snaar. Zoals in de woorden van Maarten, die op een van zijn beste momenten denkt: 'Als zulke beestjes mochten bestaan, dan gold dat voor hemzelf misschien ook wel.'

En zo ontpopt Troep, voor wie het geduld weet te bewaren, zich een beetje te laat nog als een mooi pleidooi tegen altijd maar ergens een bedoeling mee hebben. Naar aanleiding van haar korte verhalen in Hollands Maandblad kreeg Bos al een schrijversbeurs. Het componeren van een groter geheel bleek ondanks het sterke idee technisch een brug te ver. Alleen om die reden hier niet meer dan drie sterren.

*** (3)
Troep
Ilse Bos
Lemniscaat, 333 pagina's, € 16,95.
ISBN 9789047705406
Vanaf 10 jaar

zaterdag 6 oktober 2012

**** (4) voor Hans Hagen / Philip Hopman Het hanengevecht

Pio vindt op een dag een haan bij de waterval, waar hij drankjes uitdeelt aan toeristen. Als hij die nu eens traint voor de komende hanengevechten! Dan kan zijn werkloze vader een nieuwe motortaxi kopen. En mag Pio weer naar school. Maar dan moet zijn haan wel eerst die dikke dure dopingkampioenen van de rijke fokkers verslaan.

Verhalen over mensen in arme landen kunnen spannend zijn. Niet omdat je er wat van leert over de wereld, maar omdat er in geleefd wordt en keuzen er echt toe doen. Als er iets misgaat, dan is het meteen heel erg. Zo'n verhaal is Het hanengevecht van Hans Hagen. Van alle boeken die naar aanleiding van het thema van de kinderboekenweek ('Hallo wereld!') verschenen, is dit veruit het beste.

Laten we eerlijk zijn: het leven van het gemiddelde Nederlandse kind is een beetje saai. Wie het avontuur zoekt in boeken, moet het hebben van sprookjes, historische romans, griezelverhalen en andere fictie. Of 'buitenlandboeken', vaak gesitueerd in derdewereldlanden. Dit vaak wat zoetige genre was populair in de idealistische jaren zeventig en is dankzij de Kinderboekenweek weer even helemaal terug.

Hagen nam een goede beslissing toen hij zijn onderwerp koos. Stoere vechthanen zijn vrijwel overal buiten West-Europa populair en vaak niet eens verboden. In de zogenoemde cockpits gaat het er niet mals aan toe: Pio's haan krijgt een vlijmscherp mes aan zijn poot en opa knipt zonder verdoving of scrupules de kam en de lellen van zijn kop. De verliezers gaan in de kookpot van Cecil.

Hagen slaagt er in om deze wereld indringend, maar ook objectief te beschrijven. Hij bespaart de lezer geen enkel detail, maar oordeelt niet. Het is dierenleed in een land met mensenleed. Kies maar wat je het ergste vindt. Je mag er het jouwe van vinden.

Alleen met twee krantenknipsels over hanen die hun trainers dodelijk verwonden en in de laatste zin van zijn nawoord ('Aan de hanen wordt niets gevraagd') laat hij even doorschemeren naar wie zijn sympathie uitgaat.

Hagen schrijft prettig proza: precies, kort en krachtig. Aan de steeds op een nieuwe regel geplaatste zinnen van boekjes voor beginnende lezers is bij zijn collega's meestal weinig te beleven, maar deze schrijver is ook dichter en kan zulke zinnetjes laten swingen.

En hij weet het tot eenvoud uitgeklede verhaal - ondanks een iets te ingewikkelde flashback en een wat flauwe droom, waarvan we pas naderhand merken dat het een droom is - opmerkelijk meeslepend te krijgen.

De illustraties zijn spectaculair, vooral die met de krottenbuurt en de natuur als decor. Philip Hopman is bekend om zijn volvette pasteltinten, maar dit ruige zwart-wit gaat hem erg goed af.

Met één lijn kan Hopman een landschap neerzetten, met een paar krabbels de wereld van verschil tussen een tanig derdewereldjongetje en een vadsige Hollandse toeristengroep. Die rauwe tegenstelling tussen de mollige zoon van een rijke fokker en die van een arme gokker wordt niet onnodig zoet gemaakt met kleurtjes.

De hanenbusiness levert ook te veel ellende op voor zoetigheid. Mooi dat Hagen er na het bloederige einde van de naamloze haan toch nog een geestige, positieve draai aan weet te geven. Zwartgallig is hij nergens en dat is knap.

Nee, braver dan dit jaar kon het thema van de Kinderboekenweek niet. Maar Het hanengevecht steekt met kop en schouders uit boven alle goedbedoelde derdewereldvlijt waar de boekwinkels deze week mee vol liggen.

zaterdag 25 augustus 2012

*** (3) Frank Cottrell Boyce: Chitty Chitty Beng Beng vliegt weer

Worstel een beetje met mijn sympathie (hoog) en de kwaliteit (matig) bij deze nieuwe versie van het zo klassieke Chitty Chitty Bang Bang - The Magical Car (1964) van Ian Fleming. Ik geef het drie sterren. Zeer geschikt als vakantieboek, maar Boyce houdt het verhaal net als in zijn debuut Miljoenen lang niet tot het einde overeind en de vertaling is moeizaam.

zaterdag 10 maart 2012

** (2) voor Marco Kunst De Sleuteldrager

Timeo zit hoog in de grote, oude eik verstopt als hij ziet hoe een rustende reiziger door de snel groeiende wilde wikke wordt aangeraakt en versteent. Zijn vader, met wie hij in een armoedig hutje in het bos woont, weet wat dit betekent: de Gruwel is terug. Voordat de onstuitbare struiken de stad zullen overspoelen, moet hij een sleutel die hij al zijn hele leven om zijn nek draagt naar de koning brengen.

Dit alles volgens een oude mythe die in statige, van vader op zoon vertelde verzen is vervat. Alleen raakt hij voor hij die opdracht kan vervullen raakt zelf versteend. Samen met het eerste meisje van zijn leeftijd dat hij na een eenzame jeugd ontmoet, Manou, gaat de dappere Timeo met zijn zware last op pad om het koninkrijk Myr te redden.

Het is treurig, maar Marco Kunst maakt in zijn nieuwste roman De Sleuteldrager hooggespannen verwachtingen niet waar. Die zijn vooral gebaseerd op zijn veelbelovende filosofische sciencefictionroman Gewist (Querido, 2004), waarvoor hij in 2007 het Charlotte Köhler Stipendium in de wacht sleepte. Zijn tweede roman, het fantasieverhaal Isa’s Droom (Querido, 2008) lukte wat minder goed. Van De Sleuteldrager werd gehoopt dat die hem weer op zijn oude niveau terug zou brengen.

Maar daarvoor bevat zijn nieuwste avontuurlijke fantasieverhaal veel te oppervlakkig proza en te veel cliché's. Een indrukwekkend stilist toonde Kunst zich ook in Gewist al niet, maar een bepaalde rust en gedragenheid en oog voor detail maakte zijn debuut toen toch tot een prettige leeservaring.

De Sleuteldrager gaat gebukt onder gênant middelbareschoolproza met uitbundig gebruik van inadequate bijvoeglijke naamwoorden (‘glunderende’ meisjes die ‘scheef’ lachen of ‘meewarig’ het hoofd schudden) en een mislukte poging om ouderwets galmend sprookjesachtig te schrijven (‘ziedend en zengend’, ‘grauwer en grijzer’). Als dit al enig effect zou sorteren, dan doorbreekt hij dat met harde, ongecontroleerde stijlbreuken, bijvoorbeeld als Timeo een ‘houten kont’ krijgt van het lange zitten. En de details zijn nogal eens slecht gekozen: van zo’n beetje alles wat er gegeten wordt krijgen we wel het recept, maar totaal geen trek.

Met een zekere prikkelbare vermoeidheid sleept onze knorrige held Timeo zich van poging tot poging om zijn volgende handeling geloofwaardig te maken in wat niet beter kan worden omschreven als een malle griezelversie van Doornroosje. Die ten slotte op onnavolgbare wijze culmineert in de keuken van het paleis, tussen de borrelende pannen van chef-kok Stovertsen die zich terwijl buiten een reusachtige sidderaal de stad teistert, alleen maar druk maakt om zijn lobbige saus.

Wat leren we van De Sleuteldrager, als we tot het einde volhouden? Dat het Kwaad ontstaat als je je te veel verdiept in ‘kennis die beter onbekend had kunnen blijven’ en dat domme mensen bereid zijn om alles te geloven wat hun leiders zeggen, doordat ze elkaar bang maken met praatjes over vreemdelingen, besmettelijke ziektes en boeven. Het antwoord op die Gruwel is dan ook: gewoon niet bang zijn.

Kom nu toch. Er zijn in het leven van het moderne kinderen echt wel wat meer nuances te ontdekken. Kunst zoekt die ook wel, als hij het verdrietige verhaal vertelt van de broer van de koning die houdt van dezelfde koningin en in de wetenschap geen bevrediging vindt voor zijn gefnuikte liefde. Maar dan is het al veel te laat. Pas op de laatste bladzijde vinden we de enige rake zin van het hele boek.

Marco Kunst moet een aantal jaar geleden zijn vertrokken met een goed idee, maar is onderweg hopeloos verdwaald. Kennelijk is hij ook gedrevenheid kwijtgeraakt om er nog iets van te maken wat bij zijn eerder aangetoonde kwaliteiten past. Het resultaat is echt te mager voor een auteur die bij twee van de beste kinderboekenuitgevers van het land verschijnt.

zaterdag 28 januari 2012

**** (4) Rob Ruggenberg IJsbarbaar

Gisteren gaf ik vier sterren aan IJsbarbaar. Van zijn eerdere boeken Het verraad van Waterdunen, Slavenhaler en Manhatan was ik niet zo onder de indruk. Ruggenberg schrijft wel iets beter dan de gemiddelde historische jeugdauteur - waar we er in Nederland nogal veel van hebben - maar ook hij bedient zich hoofdstukken lang van opsteldialogen en maakt van die nobele mopperpotten als personages. Toch heeft hij een belangrijk pluspunt: bij hem spelen kinderen - terecht - een veel bescheidener rol in de geschiedenis dan bij zijn collega's, die knorrig de rotzooi van het gekozen tijdvak opruimen en in en uitlopen bij beroemde tijdgenoten alsof het niets is. Tot de negentiende eeuw maalde men niet zo om een leven, en zeker niet dat van een kind. Dat maakt Ruggenberg voelbaar. In IJsbarbaar voegt hij daar ook nog een paar hoofdstukken kippenvelverwekkend overleven in de natuur aan toe. Zijn bezoek aan Groenland is niet voor niets geweest. Ik ben heel benieuwd of Ruggenberg in zijn volgende boeken de cliché's van zijn collega's nog verder achter zich kan laten.

maandag 2 januari 2012

***** (5) voor Harm de Jonge: Vuurbom

Op de laatste dag van het afgelopen jaar gaf ik vijf sterren aan Harm de Jonge: Vuurbom. Jimmy wordt hierin verdacht van het gooien van een bom naar Bram. Inspecteur Ratelbuis probeert het hele verhaal uit Jimmy te krijgen, die zich echter maar weinig herinnert. De Molukse verpleegster Agnes heeft meer succes. Harm de Jonge blijft verrassen met altijd weer hetzelfde boek. Maar dan toch weer net even anders. Als Vuurbom niet zijn beste boek tot nu toe is, dan in elk geval zijn aantrekkelijkste. Mijn favoriet voor een Gouden Griffel.

zaterdag 26 november 2011

**** (4) Goverde en Dematons De glanzende stad

Thijs Goverde ontpopte zich in De wraak van de meesterdief (2006) tot een meeslepend verteller die sprookjes en middeleeuwse elementen in een wervelende fantasiewereld. Een heel andere toon kiest hij in het buitenaards ogende De glanzende stad. Sooike wil graag avonturen beleven en ontmoet Mex de Motorman, niet de enige verwijzing naar de Mad Max-films. Mex heeft een boodschap voor hem die het begin is van een woestijnverhaal vol spanning, stof en science fiction. Wat bijdraagt aan de surrealistische sfeer is het feit dat hij voor het eerst samenwerkt met Charlotte Dematons, bekend van Ga je mee?, De gele ballon en het ongetwijfeld op dit moment wéér bijgedrukte Sinterklaas. De recensie staat inmiddels online, je leest hem hier.