1. Mette Eike Neerlin: Paard paard tijger tijger
Als Bernadette Custers het vertaald heeft, dan weet je bijna zeker dat het goed is. Deze in elk geval: Mette Eike Neerlin, interessante Deense debutante, met Paard paard tijger tijger, over Honey, die in een gezin opgroeit dat anders is. Ze zorgt voor een verstandelijk gehandicapte zus en haar vader leent regelmatig geld van haar en is trots op nieuwe tatoeages. Vooral een boek waarvan in de eerste regels de sterke stem opvalt, een stem waar je naar wilt luisteren.
2. Lydia Rood: Niemands meisje
Nog een geluid dat je meteen meeneemt: dat van Liesbeth in Niemands meisje, de nieuwe jongerenroman van Lydia Rood. Rood heeft patent op sterke stemmen, maar is de afgelopen jaren hoofdzakelijk bezig geweest met vlot geschreven lekkere weglezers en series. Niets mis mee, maar ik mis de emotionele wervelwind uit haar beste boeken en dit lijkt er eentje waar veel meer inzit. Sowieso spannend: van begin tot eind dialoog tussen een (vermoedelijke) hulpverlener en (vermoedelijke) patiënt nadat er (vermoedelijk) iets vreselijks is gebeurd. Voor het te veel over het plot gaat: het is de toon die Liesbeth aanslaat, die smeekt om gelezen te worden.
3. Janny van der Molen: Grote gevoelens
Niet zo'n mediamagneetje als televisiefilosoof Stine Jensen: Janny van der Molen. Van haar verscheen net Grote gevoelens, de psychologische opvolger van Grote gedachten. Wat mooi vormgegeven weer. Over onderwerpen die iedereen bezighouden: ben ik mijn genen of mijn opvoeding, doe ik wat ik zelf wil of doe ik anderen na, geestesziekten, gender en identiteit en de hamvraag: kun je jezelf kennen en je reacties voorspellen? Belangrijk verschil met Jensen is dat Van der Molen gaat voor degelijkheid en haar boeken grondig doordenkt, waar Jensen meer door de materie vlindert. Dat maakt Van der Molen, zoals ik al vaker heb verzucht, wel wat braaf. In dit boek komt daar met bacootjes, seks en mindfucking wellicht verandering in.
In De Weekgreep signaleer ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Posts tonen met het label jongerenliteratuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jongerenliteratuur. Alle posts tonen
zondag 3 december 2017
zaterdag 25 november 2017
Weekgreep #6: De stad van Ingela, prachtige uitgave van De Notenkraker en ver gaan met Annemarie Bon
1. Ingela P. Arrhenius De stad van Ingela
Dieren, het onderwerp van haar vorige boek, werken misschien beter bij kinderen dan de stad, waar iets lastiger een verhaal bij te vertellen is. Winkels en gebouwen en lekkere lettertypes, daar draait het dit keer om. Daarom meer een slingerboek dat je elke dag op een andere bladzijde openlegt, dan om mee te gaan zitten. Toch blijft het blijft een oogpakker, die Ingela. Volwassen fans hangen posters van haar in de huiskamer op. In steden als Kopenhagen en Stockholm is daar via huisraadboetiekjes levendige handel in. Ingela heeft die zeldzame kracht die bijvoorbeeld Fiep Westendorp ook had. Toch hoop ik op eerst veel meer prentenboeken en pas dan brooddoosjes en melkbekers en kinderchampagne met Ingela. Boek zoekt kleuterklas!
2. E.T. A. Hoffman De Notenkraker
Excuses voor het Scandinavische design in deze weekgreep; het kan nog een graadje erger. De Fins-Britse Sanna Annukka ontwerpt prints voor onder meer kussens in Brighton en laat zich daarbij inspireren door de Sami-cultuur. Ze doet nu ook kinderboeken, waarvan de eerste Nederlandstalige deze prachtige uitgave van Hoffmans Notenkraker is. Niet de versie van Pjotr Iljitsj, maar de oorspronkelijke. Hoffman schrijft lekker bloemrijk, hijgerig proza en mocht Dostojevski en Couperus tot zijn fans rekenenen. Blijven uitgeven van dit soort werk is noodzaak. Fijn als het in dit soort prikkelende samenwerkingsvormen gebeurt, modern maar met het gevoel alsof er een ijskoude wind van achter de Wolga tussen de regels waait. In het Engels zijn ook verhalen van Andersen in deze vorm verkrijgbaar.
3. Annemarie Bon Challenge
Er verschijnen wel erg veel Nederlandstalige boeken met een Engelse titel en dat valt op geen enkele manier goed te praten. Verder is deze jongerenthriller niet onverdienstelijk geschreven. Lekker strak vormgegeven met een Dematons-achtig vogelperspectief op het omslag. Jens is net zijn natuurminnende vader kwijt en gaat met zijn moeder op vakantie in Horrormolinos. Raakt met nieuw gemaakte vrienden verstrikt in een uitdagingenwedstrijd. Bon noemt zichzelf een 'literaire kinderlokker'. Meters maken met lezen doe je ook zó, dat is waar.
In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Dieren, het onderwerp van haar vorige boek, werken misschien beter bij kinderen dan de stad, waar iets lastiger een verhaal bij te vertellen is. Winkels en gebouwen en lekkere lettertypes, daar draait het dit keer om. Daarom meer een slingerboek dat je elke dag op een andere bladzijde openlegt, dan om mee te gaan zitten. Toch blijft het blijft een oogpakker, die Ingela. Volwassen fans hangen posters van haar in de huiskamer op. In steden als Kopenhagen en Stockholm is daar via huisraadboetiekjes levendige handel in. Ingela heeft die zeldzame kracht die bijvoorbeeld Fiep Westendorp ook had. Toch hoop ik op eerst veel meer prentenboeken en pas dan brooddoosjes en melkbekers en kinderchampagne met Ingela. Boek zoekt kleuterklas!
2. E.T. A. Hoffman De Notenkraker
Excuses voor het Scandinavische design in deze weekgreep; het kan nog een graadje erger. De Fins-Britse Sanna Annukka ontwerpt prints voor onder meer kussens in Brighton en laat zich daarbij inspireren door de Sami-cultuur. Ze doet nu ook kinderboeken, waarvan de eerste Nederlandstalige deze prachtige uitgave van Hoffmans Notenkraker is. Niet de versie van Pjotr Iljitsj, maar de oorspronkelijke. Hoffman schrijft lekker bloemrijk, hijgerig proza en mocht Dostojevski en Couperus tot zijn fans rekenenen. Blijven uitgeven van dit soort werk is noodzaak. Fijn als het in dit soort prikkelende samenwerkingsvormen gebeurt, modern maar met het gevoel alsof er een ijskoude wind van achter de Wolga tussen de regels waait. In het Engels zijn ook verhalen van Andersen in deze vorm verkrijgbaar.
3. Annemarie Bon Challenge
Er verschijnen wel erg veel Nederlandstalige boeken met een Engelse titel en dat valt op geen enkele manier goed te praten. Verder is deze jongerenthriller niet onverdienstelijk geschreven. Lekker strak vormgegeven met een Dematons-achtig vogelperspectief op het omslag. Jens is net zijn natuurminnende vader kwijt en gaat met zijn moeder op vakantie in Horrormolinos. Raakt met nieuw gemaakte vrienden verstrikt in een uitdagingenwedstrijd. Bon noemt zichzelf een 'literaire kinderlokker'. Meters maken met lezen doe je ook zó, dat is waar.
In De Weekgreep bespreek ik vers uit de postbus de interessantste titels voor lezers, ouders en leerkrachten. Deze boeken liggen er net en zijn een bezoek aan de boekhandel waard.
Labels:
jongerenliteratuur,
klassieker,
prentenboek,
thriller,
weekgreep
woensdag 17 juni 2015
Net uit: Emiel de Wild Wie ik ben
Het vervolg op het meer dan prima debuut van Emiel de Wild is eindelijk uit. Wie ik ben begint meteen spannend met bokkige jongeren die vooral druk zijn met niet naar school hoeven, diepzinnige dialogen met mooiste meisjes ('Hé!' 'Hé!') en de aanschaf van werpsterren. Tot ze horen van de zelfmoord van een klasgenoot. De Wild steekt meteen in het eerste hoofdstuk Derk Visser naar de kroon, en dat is ook al niet de minste. Sterker nog, van mij mag er veel meer van dit.
dinsdag 9 juni 2015
Floortje Zwigtman Een groene bloem weer in druk
Een groene bloem, de magistrale Victoriaanse trilogie van Floortje Zwigtman is weer in druk, doorschijnend Bijbels dundruk zelfs - en dat is nodig om het in één pil van meer dan 1600 bladzijden te krijgen met een nawoord, een nieuw verhaal, diverse appendices en een bekentenis. Onder het lezen de rug van je partner wrijven is er voor wie dit boek voor het eerst gaat lezen of nog maar een keer de komende maand niet bij. Waarom dat zulk goed nieuws is? Hierom, hierom en hierom. Een nieuwe sfeer, bij een nieuwe uitgever. Dat is goed, denk ik, omdat Een groene bloem niet thuishoort in een niche.
dinsdag 2 juni 2015
***** (5) voor Simon van der Geest Spijkerzwijgen
Spijkerzwijgen is er zo een waarbij je op de eerste bladzijden voelt: deze zou wel eens helemaal gelukt kunnen zijn. Het boek werd een half jaar uitgesteld omdat Simon van der Geest het kinderboekenweekgeschenk mocht gaan schrijven, een boekje met een nachtmerrieverwekkende oplage en bijpassende deadline, maar het moet toch bijna af geweest zijn want snel nadat hij dat boekje voltooide kwam Spijkerzwijgen uit. Als hij dan last heeft gehad van te veel hooi op zijn vork, dan is dat nauwelijks te merken. Halverwege wordt het boek iets gehaast, iets slordiger dan in het begin maar dat is dan ook alles. Belangrijker is dat het inhoudelijk zo goed gelukt is. Van der Geest heeft de neiging om boeken te overladen en vervolgens veel te weinig spanning mee te geven. Er gebeurt dan veel in de diepte, maar te weinig aan de oppervlakte. Spijkerzwijgen is juist op dát punt goed gelukt: de avonturen van Vonkie, die bij haar opa gaat logeren zodat haar ouders kunnen besluiten of ze bij elkaar blijven of niet, is ronduit meeslepend en wie het aan het einde droog houdt, heeft geen hart. Lees dat boek.
zaterdag 14 maart 2015
**** (4) voor Piet De Loof Mijn vriend Hitler
Van alle boeken die je kunt lezen ter gelegenheid van vijfenzeventig jaar Tweede Wereldoorlog, lees in elk geval Mijn vriend Hitler van Pieter De Loof. Een 'meeslepend, licht beklemmend jeugdportret van de grootste misdadiger van de vorige eeuw door de ogen van diens beste en misschien wel enige vriend.' Mijn bespreking staat vandaag in de Volkskrant.
woensdag 18 februari 2015
Net uit: Monique Samuel Dansen tussen golven traangas
Geweldig, natuurlijk, de éérste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdroman over de Arabische Lente. Misschien wel de eerste jeugdroman over dit onderwerp ter wereld? In Dansen tussen golven traangas vertelt Midden-Oostendeskundige Monique Samuel over haar vaderland Egypte, waar vier jongeren elk op hun eigen manier betrokken raken bij de revolutie van 2011. Mohammed moet het kruidenierszaakje van zijn vader overnemen, maar wil liever dansen. Zijn beste vriend (of meer dan dat?) Abdelrahman wordt steeds geloviger en wil iets gaan doen aan de corruptie in zijn land. De christelijke Samya is verliefd op Mohammed. Maar ja, die is dus moslim. Layla, Mohammeds zus, is net begonnen met bloggen, maar wil liever de straat op. Kan ze vergeten, want ze is een meisje. Door Samuels deskundigheid en persoonlijke betrokkenheid voelt het verhaal meteen dichtbij. De details kloppen. We lezen van binnenuit en door jonge ogen over wat er gebeurt in het Midden-Oosten en dat maakt best indruk. Best. Want wat jammer dat Samuel bij al dat nieuws zo'n voorspelbare, obligate vorm kiest. Het is alsof Thea Beckman naar Caïro is gevlogen en het kunstje dat ze zo vaak in de Middeleeuwen deed ('ik ben jong en ik wil wat, maar mag niet van mijn vader') verplaatst naar het Egypte van vandaag. Van die schematische jongeren in schematische situaties waar we wel van móeten houden, want ze willen vrij zijn, net als wij. En dat is, zelfs als je voor jongeren schrijft, een te gemakkelijke vertelstrategie om écht te raken.
vrijdag 5 september 2014
Voorbeschouwing Melvin Burgess Hype
Over anderhalve week in de winkel: Hype van Melvin Burgess, de Britse shock-auteur waar we ruim tien jaar niets meer van hebben gehoord. Wie is Melvin Burgess ook alweer? Hij debuteert met het in Engeland bejubelde The Cry of the Wolf. In de jaren negentig maakt hij indruk met het rauwe Junkies (Carnegie Medal 1996), waarmee hij hoopt te bereiken dat jongeren wel twee keer zullen nadenken voor ze aan de drugs gaan. Een tijd lang verschijnt het ene na het andere boek. Een oeuvre dat hem een aantal positieve recensies en nominaties voor prijzen oplevert, maar ook veel boze brieven van bezorgde ouders en collega's. Nooit helemaal begrepen, die prijzen. Bloedtij (2000) is een slordige, maar ook grove en opwindende roman, maar daarna zakt hij hard weg. Foxy, mijn leven als een teef (2002) is origineel, maar ‘overtuigt maar half' en Testosteron (2003) is gewoon een mislukt voorlichtingsboek. Daarna wordt het – in elk geval – in Nederland stil. Hij is hier nooit zo heel erg aangeslagen en na hem opgekomen auteurs in het zelfde genre, Kevin Brooks en Floortje Zwigtman, schrijven veel beter dan hij. Dat verandert niet dat een nieuwe Burgess nog altijd nieuwsgierig maakt. En terecht. In Hype gaat het er vanaf de eerste bladzij meteen weer vertrouwd rauw aan toe: een populaire zanger pleegt op het podium zelfmoord met een populaire nieuwe drug, die je eerst de week van je leven geeft. Vervolgens breken er rellen uit. Hype speelt in de nabije toekomst. Engeland is een totalitaire staat geworden en arm en rijk gaan niet meer met elkaar om. Helaas ook terug: de belabberde schrijfstijl.
vrijdag 16 mei 2014
Waarom ik tegen jeugdliteratuur voor bovenbouwleerlingen ben
Ik ben niet voor jeugdliteratuur in de bovenbouw; ik ben voor het wegvallen van dat malle onderscheid. Er is in de volwassenenkast genoeg waar 'jeugdliteratuur' op had moeten staan (Giphart) en tussen de jongerenboeken wemelt het van de titels die door dat label tekort worden gedaan (Floortje Zwigtman, John Green). Het komt voor dat je bij het vak Engels wel fantasy mag lezen, maar bij Nederlands geen jeugdliteratuur. Idioot. Leraren lezen te weinig moderne literatuur, doen nauwelijks mee aan het broodnodige debat daarover en kijken te veel naar marketingkreten op achterflappen. Maar het ergste: dat er onder leesbevorderaars een sfeer is ontstaan dat je tot je vijfentwintigste van die weinig uitdagende young adult of crossover zou moeten lezen. Aangezien je na je vijfentwintigste werkt en kindert, kom je nooit meer aan Kafka toe. Vanaf je zestiende moet je dus grote literatuur lezen. Als we het daar over eens zijn, hoeft alleen nog dat vooroordeel weg dat jeugdliteratuur niet groot kan zijn.
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
zaterdag 15 februari 2014
***** (5) voor Sjoerd Kuyper Hotel de grote L
Omringd door 'drie krankzinnige meiden en drie halfdode mannen' woont de moederloze Kos in het duinhotel van zijn vader. Het is voorjaar en het hotel krijgt een nieuwe naam. Ze zijn al bij de L. Maar eerst maakt hij nog even een bijna onmogelijk doelpunt voor de ogen van Isabel én een Ajax-scout. Kortom: zo'n dag 'om je naam met een spuitbus op de maan te zetten'. Van blijdschap krijgt zijn kettingrokende en bierdrinkende vader een hartaanval.
Dan gaat alles verkeerd. Vooral voor Kos, die het moet zien te redden met zijn drie rare zussen, waar hij niets, maar dan ook niets van begrijpt. Hij lucht zijn hart op de oude taperecorder van Walput, de kok van het hotel. Het liefst zou hij God zelf spreken. 'Maar als God bestaat, heeft hij ook de meisjes geschapen en met zo iemand praat ik liever niet.'
Je kunt blijven citeren uit Hotel de grote L van Sjoerd Kuyper (1952). Liefde en dood, man en vrouw, seks en houden van, held zijn en niet durven, proza en poëzie, diepe gedachten en kolder: Kuyper gooit al zijn favoriete thema's door en over elkaar in een wilde kruiwagenrace over een hobbelig traject. Dat heeft hij vaker gedaan, maar dit keer houdt hij alles binnenboord.
Want als Kuyper schrijft, dan is het met beide hartkleppen open, op leven en dood. Gaat het met hem niet goed, dan ook niet met zijn proza. En het gíng de afgelopen jaren een paar keer niet goed. Kuyper mag een virtuoos taaljongleur zijn, een feilloos evenwichtskunstenaar is hij niet.
Nu had hij ook wel wat te verhapstukken. Hij dacht, de zestig naderend, te mogen terugkijken op een mooi oeuvre van zo'n vijftig titels. Hoogtepunten waren Het zakmes (1981/1991), Majesteit, Uw ontbijt (1988), De rode zwaan (1996) en zijn zeer gewaardeerde serie voorleesboeken voor kleuters, waarvan Robin en God (1995) een Gouden Griffel kreeg. Toch bleek er ineens bijna niets meer van te koop, vond hij wat er over was in de ramsj en toonden zijn uitgevers in zijn ogen alleen nog belangstelling voor nieuwe series, die lekker makkelijk in de markt liggen.
Kuyper heeft er in een geruchtmakende lezing geen geheim van gemaakt: ze konden allemaal zijn rug op, die uitgevers. Hij verdiende zijn geld liever met het maken van musicals en films. En dat was te merken. Over Morrison krijgt een zusje (2008) en Mijn opa de bankrover (2011) geen gemopper, maar serieus nieuw werk kwam nauwelijks meer van de grond. Met het malle voorlichtingssprookje voor pubers Het hart en het mes (2004) als dieptepunt. Alleen zijn gedichten bleven krachtig als altijd.
Twee jaar geleden was er ineens bij een nieuwe uitgever een nieuwe Robin: O rode papaver, boem pats knal. Overrompelend vrolijk, ontroerend wijs, bulkend van geluk. Kort daarna kreeg hij, als om alles goed te maken, de Theo Thijssenprijs voor zijn hele oeuvre.
Toch ontbrak er nog iets, maar niemand wist wat. Tot vandaag dan, want nu is er Hotel de grote L. Kos heeft de innerlijke strijd, de worsteling die Robin mist, die Kuyperiaanse drang om alles tegelijk te willen zijn: gelukkig en verdrietig, bang en moedig, vol branie en verlegen, held en kluns, leugen en waarheid, hoffelijke geliefde en stoere lul.
En hoe komisch de ontwikkelingen oppervlakkig bezien ook lijken, álles is dubbel en dubbelzinnig, tot de titel aan toe. De vader, die zo veel schulden heeft dat het hotel over een week failliet verklaard zal worden. De vier verliefde kinderen. Libbie op de suïcidale dichter Felix. Briek op de aanvoerder van het Tuvaluaanse jeugdelftal. De kleine Pel op een zeerob. Kos moet alles in zijn eentje oplossen. Uiteindelijk doet hij dat door als een meisje verkleed met de pruik van zijn overleden moeder mee te doen aan dezelfde missverkiezing als zijn geliefde Isabel.
Is Hotel de grote L écht zijn allerbeste? Dat blijft er in het hele boek om spannen, zo erg dat het lijkt of Kuyper het erom doet. Alleen aan het eind voel je even dat hij alles wat hij in gang heeft gezet bijna niet meer kan beteugelen en dreigt het verhaal even een houterige zwart-witfilm met te veel gooi- en smijtwerk te worden. Gelukkig maakt hij er dan razendsnel een glorieus eind aan.
Maar waar hebben we het over. Liever citeren we nog wat. 'Je kunt het leukste meisje ter wereld hebben, zet er twee andere bij en je hebt drie trutten.' 'Alsof je je hand in een croissant steekt.' 'Bij dieren zijn mannetjes ook de mooiste vrouwtjes.' Dit proza is onweerstaanbaar. Je kunt niet anders concluderen dat Kuyper een geboren schrijver voor puberjongens is, maar wel een die daar kennelijk eerst zestig voor moest worden.
***** (5)
Hotel de grote L
Sjoerd Kuyper
Lemniscaat, 228 pagina's, € 7,50
ISBN 9789047705420
Vanaf 12 jaar
Dan gaat alles verkeerd. Vooral voor Kos, die het moet zien te redden met zijn drie rare zussen, waar hij niets, maar dan ook niets van begrijpt. Hij lucht zijn hart op de oude taperecorder van Walput, de kok van het hotel. Het liefst zou hij God zelf spreken. 'Maar als God bestaat, heeft hij ook de meisjes geschapen en met zo iemand praat ik liever niet.'
Je kunt blijven citeren uit Hotel de grote L van Sjoerd Kuyper (1952). Liefde en dood, man en vrouw, seks en houden van, held zijn en niet durven, proza en poëzie, diepe gedachten en kolder: Kuyper gooit al zijn favoriete thema's door en over elkaar in een wilde kruiwagenrace over een hobbelig traject. Dat heeft hij vaker gedaan, maar dit keer houdt hij alles binnenboord.
Want als Kuyper schrijft, dan is het met beide hartkleppen open, op leven en dood. Gaat het met hem niet goed, dan ook niet met zijn proza. En het gíng de afgelopen jaren een paar keer niet goed. Kuyper mag een virtuoos taaljongleur zijn, een feilloos evenwichtskunstenaar is hij niet.
Nu had hij ook wel wat te verhapstukken. Hij dacht, de zestig naderend, te mogen terugkijken op een mooi oeuvre van zo'n vijftig titels. Hoogtepunten waren Het zakmes (1981/1991), Majesteit, Uw ontbijt (1988), De rode zwaan (1996) en zijn zeer gewaardeerde serie voorleesboeken voor kleuters, waarvan Robin en God (1995) een Gouden Griffel kreeg. Toch bleek er ineens bijna niets meer van te koop, vond hij wat er over was in de ramsj en toonden zijn uitgevers in zijn ogen alleen nog belangstelling voor nieuwe series, die lekker makkelijk in de markt liggen.
Kuyper heeft er in een geruchtmakende lezing geen geheim van gemaakt: ze konden allemaal zijn rug op, die uitgevers. Hij verdiende zijn geld liever met het maken van musicals en films. En dat was te merken. Over Morrison krijgt een zusje (2008) en Mijn opa de bankrover (2011) geen gemopper, maar serieus nieuw werk kwam nauwelijks meer van de grond. Met het malle voorlichtingssprookje voor pubers Het hart en het mes (2004) als dieptepunt. Alleen zijn gedichten bleven krachtig als altijd.
Twee jaar geleden was er ineens bij een nieuwe uitgever een nieuwe Robin: O rode papaver, boem pats knal. Overrompelend vrolijk, ontroerend wijs, bulkend van geluk. Kort daarna kreeg hij, als om alles goed te maken, de Theo Thijssenprijs voor zijn hele oeuvre.
Toch ontbrak er nog iets, maar niemand wist wat. Tot vandaag dan, want nu is er Hotel de grote L. Kos heeft de innerlijke strijd, de worsteling die Robin mist, die Kuyperiaanse drang om alles tegelijk te willen zijn: gelukkig en verdrietig, bang en moedig, vol branie en verlegen, held en kluns, leugen en waarheid, hoffelijke geliefde en stoere lul.
En hoe komisch de ontwikkelingen oppervlakkig bezien ook lijken, álles is dubbel en dubbelzinnig, tot de titel aan toe. De vader, die zo veel schulden heeft dat het hotel over een week failliet verklaard zal worden. De vier verliefde kinderen. Libbie op de suïcidale dichter Felix. Briek op de aanvoerder van het Tuvaluaanse jeugdelftal. De kleine Pel op een zeerob. Kos moet alles in zijn eentje oplossen. Uiteindelijk doet hij dat door als een meisje verkleed met de pruik van zijn overleden moeder mee te doen aan dezelfde missverkiezing als zijn geliefde Isabel.
Is Hotel de grote L écht zijn allerbeste? Dat blijft er in het hele boek om spannen, zo erg dat het lijkt of Kuyper het erom doet. Alleen aan het eind voel je even dat hij alles wat hij in gang heeft gezet bijna niet meer kan beteugelen en dreigt het verhaal even een houterige zwart-witfilm met te veel gooi- en smijtwerk te worden. Gelukkig maakt hij er dan razendsnel een glorieus eind aan.
Maar waar hebben we het over. Liever citeren we nog wat. 'Je kunt het leukste meisje ter wereld hebben, zet er twee andere bij en je hebt drie trutten.' 'Alsof je je hand in een croissant steekt.' 'Bij dieren zijn mannetjes ook de mooiste vrouwtjes.' Dit proza is onweerstaanbaar. Je kunt niet anders concluderen dat Kuyper een geboren schrijver voor puberjongens is, maar wel een die daar kennelijk eerst zestig voor moest worden.
***** (5)
Hotel de grote L
Sjoerd Kuyper
Lemniscaat, 228 pagina's, € 7,50
ISBN 9789047705420
Vanaf 12 jaar
zaterdag 23 maart 2013
**** (4) Joyce Pool Castraat

Muziek is zijn eerste liefde, maar misschien ook meteen zijn laatste. Het populaire citaat van popcomponist John Miles krijgt een dubbelzinnige lading, wanneer het als motto wordt gebruikt op de eerste bladzijde van De castraat. In haar nieuwste historische jeugdroman verhaalt Joyce Pool over een leerlooierszoon die goed kan zingen, een Florentijns conservatorium met misschien iets té doortastende docenten en een wel erg opdringerige mecenas.
Interessant, want: liefde, hoe werkt dat als je vlak voor je puberteit onvrijwillig bent ontmand, op een slaapzaal tussen hitsige koorknapen slaapt en bent voorbestemd tot een leven in de kerk? De tot nu toe weinig opvallende schrijfster van ietwat brave historische jeugdboeken mikt met bronstige zinnetjes over bonkende jongens, rijpe bramen en ronde peren zonder omhaal op de onderbuik.
Ook de literaire lat lijkt Pool ineens een stuk hoger te leggen in een poging om een aantrekkelijk compromis te vinden tussen de degelijkheid van de school van Thea Beckman en meer moderne, confronterende en ontregelende historische jongerenromans als Wolfsroedel (2003) en Schijnbewegingen (2005) van Floortje Zwigtman. Dat belooft een kijkje in het verleden dat rode oortjes geeft, leerzaam is én aan het denken zet.
Haar onderwerp is daar boeiend en veelzijdig genoeg voor. Niemand kan zich het stemgeluid van een castraat nog voorstellen. Misschien wel de enige wiens zang ooit is opgenomen, Allesandro Moreschi (1858-1922) van de Sixtijnse Kapel, klinkt totaal anders dan de machinaal uit een countertenor en een mezzosopraan samengestelde, geplaybackte stem van de castratenfilm Farinelli (1994). Het geluid van een castraat is niet vergelijkbaar met man noch vrouw. Zelfs een kind klinkt werkelijk anders.
Wie dat hoort, kan zich iets voorstellen van de begerigheid van monniken en priesters uit eeuwen. Met praktische overwegingen – vrouwen mochten van de paus niet optreden – heeft hun passie niets van doen: mannen zonder mannelijkheid symboliseren de hemelse engelen, niets meer en niets minder.
Dat aspect van de roman heeft Pool goed aangepakt. De details boeien en overtuigen en de vanzelfsprekende en allesoverheersende aanwezigheid van God en het hiernamaals is geloofwaardig getekend en maakt van hoofdpersoon Angelo een veel geslaagder historisch personage dan de gebruikelijke, individualistisch denkende en dus niet geloofwaardige jongeren die de doorsnee geschiedenisroman bevolken.
Hier en daar komt is Pool voor haar doen humoristisch als ze vertelt over de strijd tussen verschillende conservatoria om castraten te verhuren aan huishoudens waar een dode te betreuren valt. En met het opvoeren van mecenas Ferdinando de’ Medici, die duidelijk niet alleen in de gezang van de castraten is geïnteresseerd, brengt ze zelfs een niet meteen te duiden element van onafwendbaar onheil in de roman.
Nee, klassieke muziek was geen stoffige bezigheid rond 1698; zo veel is duidelijk. Pools enige zonde is dan ook dat ze van Angelo Montegne na al zijn avonturen toch weer een zo gewoon mogelijke jongen probeert te maken. Ondanks zijn onwaarschijnlijke talent, de rijkdom en het lonkende succes, blijft hij terugverlangen naar een eigen leerlooierij, een vrouw en kinderen. Dat al dat andere hem zo goed als koud laat en hij er van het begin af aan met een irritant soort vanzelfsprekendheid voor wegloopt, wringt. Natuurlijk wil je geen seks met die machtige man die je gouden bergen belooft, je ligt veel liever te creperen in de modder!
Daar staat tegenover dat Pool, in het dagelijks leven leraar op een middelbare school, haar materie bijzonder toegankelijk heeft gemaakt. Dat al dat moois de kans loopt om daadwerkelijk door jongeren gelézen te worden, is ook wat waard. De castraat mag dan wat kleinburgerlijk blijven, desalniettemin is het een van de interessantere bijdragen aan de historische jeugdliteratuur van de laatste tijd.
**** (4)
De castraat
Joyce Pool
Lemniscaat, 285 pagina’s, € 17,95
9789047705345
Vanaf 13 jaar
maandag 16 juli 2012
Een kleine literatuurgeschiedenis van young adult
Met stip de leukste opdracht van 2012: vertel nu eens wat jij de tien jongerenboeken vindt die iedereen gelezen moet hebben. Ik was het geleuter over young adult al beu voor het begon, maar werd al bloemlezend en grasduinend toch weer verliefd op dat rare, onnodige hoekje van de literatuur. En met dat laatste bedoel ik: het is onnodig een hoekje.
NUR 285: van snacklit tot volwassenwordingskunst
Rauwe werkelijkheid, taboes, romantiek, drank, drugs en levensvragen, daar gaat het om in de young adult-kast, die je in steeds meer boekwinkels en bibliotheken ziet. Het etiket is nogal doorzichtig, maar het werkt: NUR 285, de boekwinkelcode van fictie voor 15 jaar en ouder, groeide de afgelopen jaren hard.
Je vindt er vooral veel snackliteratuur uit Amerika en Engeland. Smakelijke paginavreters, helaas meestal tergend slecht vertaald, waarin meisjes avonturen beleven in dezelfde spijkerbroek, honderden pagina's lang twijfelen over seks met hun nieuwe vriendje (hij is vampier) of in een nabije toekomst geld verdienen als gladiator.
Sommige schrijvers hebben nobeler bedoelingen dan meeverdienen aan de meest succesvolle hype sinds Harry Potter. Met goed geschreven jongerenliteratuur valt nog wel wat meer te verdienen.
Want wie aan het einde van de derde klas van de middelbare school écht te oud is geworden voor Thea Beckman, hikt vaak nog aan tegen de 'echte' literatuur. Voor hen kan de iets ambitieuzer jongerenroman, uitdagend van inhoud en vorm, een uitkomst zijn. Zeg maar: bijna-literatuur voor bijna-volwassenen.
Daar zitten pareltjes bij, je reinste volwassenwordingskunst. Boeken die zelfs voor ervaren lezers een bijzondere belevenis zijn. Misschien dat de triomftocht van young adult, zo lang die nog duurt, déze auteurs de aandacht en waardering brengt die ze verdienen.
Tegelijkertijd blijft het de vraag waarom schrijvers voor vijftienplussers zo nodig bedekt met etiketjes, smekend om aandacht op de knieën zouden moeten. Ontwikkelingsromans behoren al eeuwenlang tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur. Als je zó kunt schrijven, waarom dan niet gewoon voor iedereen?
1) Miep Diekmann: De dagen van Olim (1971)
Josje Walther, de dochter van de commandant van de Nederlandse militaire politie op Curaçao, misdraagt zich op de nonnenschool, is hevig verliefd op Bubi en heeft een confrontatie met een van haar vaders officieren, die het zwarte dienstmeisje Aura heeft verkracht. Spraakmakend vanwege de seks, de interraciale vriendschappen en een tamelijk heftige zelfmoordpoging. Hoewel modieus van stijl is De dagen van Olim nog steeds goed leesbaar en psychologisch sterk. Vergeten klassieker die nodig moet worden herdrukt.
(Leopold)
2) Kai Hermann en Horst Riek: Christiane F. (1979/1980)
Twee Berlijnse journalisten beschrijven pijnlijk nauwgezet het leven van Christiane F., een meisje dat als dertienjarige aan de heroïne verslaafd raakt en tippelt rond Bahnhof Zoo. Het boek werd onbedoeld een hit onder jongeren in de jaren tachtig en kan gelden als het oervoorbeeld van veel jongerenfictie die daarna is gekomen: lekker huiveren van een rauwe werkelijkheid waar jij ook terecht zou kunnen komen. Christiane F. werd vorig jaar voor de 38e keer herdrukt.
(Gottmer)
3) Aidan Chambers, Je moet dansen op mijn graf (1982/1985)
Hal en Barry zijn verliefd en beloven elkaar in een dolle bui dat als de een zal overlijden, de ander zal dansen op zijn graf. Met deze geruchtmakende titel begon de Brit Aidan Chambers de moderne adolescentenliteratuur. Het verhaal is heftig en de vorm verrassend: Chambers vertelt speels, met krantenknipsels, puzzels, cartoons en een getypt schoolopstel. Je moet dansen op mijn graf inspireerde een aantal Nederlandse en Vlaamse auteurs. Een stroming die helaas schoolmeesterachtige trekjes heeft gekregen: kijk eens hoe mooi en leuk literatuur kan zijn.
(Querido)
4) Ted van Lieshout: Gbr. (1996)
Een van de hoogtepunten uit het oeuvre van alleskunner Ted van Lieshout. De zestienjarige Lukas vindt net voor zijn moeder de spullen van zijn overleden broertje in de tuin wil verbranden diens dagboek. Hij zet het voort, en zo ontstaat er een indringend gesprek. Zoals in meer goede jongerenromans speelt de ontdekking van homoseksualiteit een belangrijke rol. Het dagboek komt als vertelvorm irritant veel voor in young adult, maar Van Lieshout doet er iets bijzonders mee.
(Gottmer)
5) Mark Haddon: Het merkwaardige voorval met de hond in de nacht (2003)
De tot dan toe weinig ambitieuze kinderboekenschrijver Mark Haddon maakt ook tot zijn eigen verbazing ineens iets veel beters: een experimentele roman door de ogen van een autistische jongen die nog nooit de straat uit is geweest en nu op het punt staat dingen te ontdekken die zijn leven zullen veranderen. De uitgever weet er geen raad mee en geeft het daarom twee keer uit: als jeugdboek én als roman voor volwassenen. Deze malle zet trekt veel aandacht en speelt een grote rol in de aandacht voor het fenomeen jongerenliteratuur.
(De Fontein)
6) Floortje Zwigtman: Schijnbewegingen (2005)
Eerste deel van het drie vuisten dikke meesterwerk van Zeeuwse schrijfster over Adrian Mayfield, de zoon van een kroegbaas en een naaister uit een achterbuurt in Viktoriaans Londen. Adrian is homoseksueel en dat is levensgevaarlijk in een stad vol potenrammers, valse nichten, dodelijke geslachtsziektes en politie-invallen. Even lijkt hij gered als hij verliefd wordt op de zoon van een rijke verzekeringsmagnaat en wordt opgenomen in de kunstenaarskring rond Oscar Wilde. Het expliciete, harde en soms fel antiburgerlijke materiaal zal niet elke ouder aanspreken. Dat is in dit geval een goed teken.
(De Fontein)
7) Meg Rosoff: Hoe ik nu leef (2005)
Wat over het paard getilde, pretentieuze meelifters als Jenny Valentine niet lukt, lukt de Amerikaans-Britse schrijfster Meg Rosoff wél. Haar jongerendebuut is geil, wild, oorspronkelijk, eigenzinnig en vernietigend. Met nauwelijks leestekens vertelt ze van de eerste sigaretten en seks van de onhandelbare Daisy met haar veertienjarige neef. Dan breekt de derde wereldoorlog uit en raken de twee in het geweld van elkaar gescheiden. Een aan al je zekerheden vretende roman over verslaving, afkicken en het volstrekte toeval van geweld, rampspoed en de dood. Hoe ik nu leef is in augustus weer verkrijgbaar als goedkope zomerpocket.
(Dutch Media)
8) John Green: Het grote misschien (2006)
Het woord ‘young adult’ is Nederland binnengedrongen met de eerste vertaling van dit briljante debuut van John Green. Het vertelt een geromantiseerde versie van zijn jeugd op een vooruitstrevende kostschool, waar ontzettend veel wordt gerookt en gedronken. Iedereen is verliefd op Alaska, vooral verteller Miles, die een fascinatie heeft voor beroemde laatste woorden. Dat leidt tot filosofische gesprekken, fatale liefde en harde grappen. Toen hij het schreef wist hij nog niet dat hij een jongerenauteur was en dat is ook de kracht van dit boek. Paper towns (de Nederlandse vertaling heeft dezelfde titel) is een filosofisch nóg interessantere opvolger, maar dan begint zijn werk al bijna een maniertje te worden.
(Lemniscaat)
9) Janne Teller: Niets (2010)
Pierre Anthon besluit van de ene op de andere dag om niet meer naar school te gaan, want daar leer je toch niets. Hij klimt als een moderne Diogenes in een boom en bestookt klasgenoten elke ochtend met lastige vragen en pruimpitten. Ze gaan een weddenschap met hem aan: als zij een verzameling kunnen aanleggen van dingen die werkelijk van betekenis zijn, dan komt hij uit de boom. Terwijl ze elkaar dwingen om steeds grotere offers te doen, loopt de situatie volledig uit de hand. Scandinavische landen zijn een broeinest van vaak taboedoorbrekende jongerenliteratuur, maar zelden zó indringend.
(Clavis)
10) Derk Visser: Prikkeldraad (2011)
De Nederlandse jongerenauteur van morgen is Derk Visser. Die schreef tot nu toe twee indrukwekkende korte verhalen en één verbluffend goede jeugdroman: Prikkeldraad. Als de vijftienjarige Chelsea op geleende hoge hakken van de trap zwalkt, struikelt haar alcoholistische vader over haar heen, breekt zijn nek en raakt in coma. Als dan ook nog eens zijn café failliet gaat, houdt zijn gezin zich overeind met diepvriesfrikadellen, bewonderenswaardige nonchalance en een totaal op het verkeerde been zettende humor. Chelsea versiert Duncan, de minnaar van haar grote zus, die de politie moet komen omdat ze de neus van haar gymleraar heeft gebroken. Haar beste vriendin Jennifer gaat het helemaal maken in de muziekindustrie.
(Gottmer)
NUR 285: van snacklit tot volwassenwordingskunst
Rauwe werkelijkheid, taboes, romantiek, drank, drugs en levensvragen, daar gaat het om in de young adult-kast, die je in steeds meer boekwinkels en bibliotheken ziet. Het etiket is nogal doorzichtig, maar het werkt: NUR 285, de boekwinkelcode van fictie voor 15 jaar en ouder, groeide de afgelopen jaren hard.
Je vindt er vooral veel snackliteratuur uit Amerika en Engeland. Smakelijke paginavreters, helaas meestal tergend slecht vertaald, waarin meisjes avonturen beleven in dezelfde spijkerbroek, honderden pagina's lang twijfelen over seks met hun nieuwe vriendje (hij is vampier) of in een nabije toekomst geld verdienen als gladiator.
Sommige schrijvers hebben nobeler bedoelingen dan meeverdienen aan de meest succesvolle hype sinds Harry Potter. Met goed geschreven jongerenliteratuur valt nog wel wat meer te verdienen.
Want wie aan het einde van de derde klas van de middelbare school écht te oud is geworden voor Thea Beckman, hikt vaak nog aan tegen de 'echte' literatuur. Voor hen kan de iets ambitieuzer jongerenroman, uitdagend van inhoud en vorm, een uitkomst zijn. Zeg maar: bijna-literatuur voor bijna-volwassenen.
Daar zitten pareltjes bij, je reinste volwassenwordingskunst. Boeken die zelfs voor ervaren lezers een bijzondere belevenis zijn. Misschien dat de triomftocht van young adult, zo lang die nog duurt, déze auteurs de aandacht en waardering brengt die ze verdienen.
Tegelijkertijd blijft het de vraag waarom schrijvers voor vijftienplussers zo nodig bedekt met etiketjes, smekend om aandacht op de knieën zouden moeten. Ontwikkelingsromans behoren al eeuwenlang tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur. Als je zó kunt schrijven, waarom dan niet gewoon voor iedereen?
1) Miep Diekmann: De dagen van Olim (1971)
Josje Walther, de dochter van de commandant van de Nederlandse militaire politie op Curaçao, misdraagt zich op de nonnenschool, is hevig verliefd op Bubi en heeft een confrontatie met een van haar vaders officieren, die het zwarte dienstmeisje Aura heeft verkracht. Spraakmakend vanwege de seks, de interraciale vriendschappen en een tamelijk heftige zelfmoordpoging. Hoewel modieus van stijl is De dagen van Olim nog steeds goed leesbaar en psychologisch sterk. Vergeten klassieker die nodig moet worden herdrukt.
(Leopold)
2) Kai Hermann en Horst Riek: Christiane F. (1979/1980)
Twee Berlijnse journalisten beschrijven pijnlijk nauwgezet het leven van Christiane F., een meisje dat als dertienjarige aan de heroïne verslaafd raakt en tippelt rond Bahnhof Zoo. Het boek werd onbedoeld een hit onder jongeren in de jaren tachtig en kan gelden als het oervoorbeeld van veel jongerenfictie die daarna is gekomen: lekker huiveren van een rauwe werkelijkheid waar jij ook terecht zou kunnen komen. Christiane F. werd vorig jaar voor de 38e keer herdrukt.
(Gottmer)
3) Aidan Chambers, Je moet dansen op mijn graf (1982/1985)
Hal en Barry zijn verliefd en beloven elkaar in een dolle bui dat als de een zal overlijden, de ander zal dansen op zijn graf. Met deze geruchtmakende titel begon de Brit Aidan Chambers de moderne adolescentenliteratuur. Het verhaal is heftig en de vorm verrassend: Chambers vertelt speels, met krantenknipsels, puzzels, cartoons en een getypt schoolopstel. Je moet dansen op mijn graf inspireerde een aantal Nederlandse en Vlaamse auteurs. Een stroming die helaas schoolmeesterachtige trekjes heeft gekregen: kijk eens hoe mooi en leuk literatuur kan zijn.
(Querido)
4) Ted van Lieshout: Gbr. (1996)
Een van de hoogtepunten uit het oeuvre van alleskunner Ted van Lieshout. De zestienjarige Lukas vindt net voor zijn moeder de spullen van zijn overleden broertje in de tuin wil verbranden diens dagboek. Hij zet het voort, en zo ontstaat er een indringend gesprek. Zoals in meer goede jongerenromans speelt de ontdekking van homoseksualiteit een belangrijke rol. Het dagboek komt als vertelvorm irritant veel voor in young adult, maar Van Lieshout doet er iets bijzonders mee.
(Gottmer)
5) Mark Haddon: Het merkwaardige voorval met de hond in de nacht (2003)
De tot dan toe weinig ambitieuze kinderboekenschrijver Mark Haddon maakt ook tot zijn eigen verbazing ineens iets veel beters: een experimentele roman door de ogen van een autistische jongen die nog nooit de straat uit is geweest en nu op het punt staat dingen te ontdekken die zijn leven zullen veranderen. De uitgever weet er geen raad mee en geeft het daarom twee keer uit: als jeugdboek én als roman voor volwassenen. Deze malle zet trekt veel aandacht en speelt een grote rol in de aandacht voor het fenomeen jongerenliteratuur.
(De Fontein)
6) Floortje Zwigtman: Schijnbewegingen (2005)
Eerste deel van het drie vuisten dikke meesterwerk van Zeeuwse schrijfster over Adrian Mayfield, de zoon van een kroegbaas en een naaister uit een achterbuurt in Viktoriaans Londen. Adrian is homoseksueel en dat is levensgevaarlijk in een stad vol potenrammers, valse nichten, dodelijke geslachtsziektes en politie-invallen. Even lijkt hij gered als hij verliefd wordt op de zoon van een rijke verzekeringsmagnaat en wordt opgenomen in de kunstenaarskring rond Oscar Wilde. Het expliciete, harde en soms fel antiburgerlijke materiaal zal niet elke ouder aanspreken. Dat is in dit geval een goed teken.
(De Fontein)
7) Meg Rosoff: Hoe ik nu leef (2005)
Wat over het paard getilde, pretentieuze meelifters als Jenny Valentine niet lukt, lukt de Amerikaans-Britse schrijfster Meg Rosoff wél. Haar jongerendebuut is geil, wild, oorspronkelijk, eigenzinnig en vernietigend. Met nauwelijks leestekens vertelt ze van de eerste sigaretten en seks van de onhandelbare Daisy met haar veertienjarige neef. Dan breekt de derde wereldoorlog uit en raken de twee in het geweld van elkaar gescheiden. Een aan al je zekerheden vretende roman over verslaving, afkicken en het volstrekte toeval van geweld, rampspoed en de dood. Hoe ik nu leef is in augustus weer verkrijgbaar als goedkope zomerpocket.
(Dutch Media)
8) John Green: Het grote misschien (2006)
Het woord ‘young adult’ is Nederland binnengedrongen met de eerste vertaling van dit briljante debuut van John Green. Het vertelt een geromantiseerde versie van zijn jeugd op een vooruitstrevende kostschool, waar ontzettend veel wordt gerookt en gedronken. Iedereen is verliefd op Alaska, vooral verteller Miles, die een fascinatie heeft voor beroemde laatste woorden. Dat leidt tot filosofische gesprekken, fatale liefde en harde grappen. Toen hij het schreef wist hij nog niet dat hij een jongerenauteur was en dat is ook de kracht van dit boek. Paper towns (de Nederlandse vertaling heeft dezelfde titel) is een filosofisch nóg interessantere opvolger, maar dan begint zijn werk al bijna een maniertje te worden.
(Lemniscaat)
9) Janne Teller: Niets (2010)
Pierre Anthon besluit van de ene op de andere dag om niet meer naar school te gaan, want daar leer je toch niets. Hij klimt als een moderne Diogenes in een boom en bestookt klasgenoten elke ochtend met lastige vragen en pruimpitten. Ze gaan een weddenschap met hem aan: als zij een verzameling kunnen aanleggen van dingen die werkelijk van betekenis zijn, dan komt hij uit de boom. Terwijl ze elkaar dwingen om steeds grotere offers te doen, loopt de situatie volledig uit de hand. Scandinavische landen zijn een broeinest van vaak taboedoorbrekende jongerenliteratuur, maar zelden zó indringend.
(Clavis)
10) Derk Visser: Prikkeldraad (2011)
De Nederlandse jongerenauteur van morgen is Derk Visser. Die schreef tot nu toe twee indrukwekkende korte verhalen en één verbluffend goede jeugdroman: Prikkeldraad. Als de vijftienjarige Chelsea op geleende hoge hakken van de trap zwalkt, struikelt haar alcoholistische vader over haar heen, breekt zijn nek en raakt in coma. Als dan ook nog eens zijn café failliet gaat, houdt zijn gezin zich overeind met diepvriesfrikadellen, bewonderenswaardige nonchalance en een totaal op het verkeerde been zettende humor. Chelsea versiert Duncan, de minnaar van haar grote zus, die de politie moet komen omdat ze de neus van haar gymleraar heeft gebroken. Haar beste vriendin Jennifer gaat het helemaal maken in de muziekindustrie.
(Gottmer)
maandag 25 juni 2012
Charlotte Köhler Stipendium voor Derk Visser
Derk Visser (1959) krijgt kort na de zomer het Charlotte Köhler Stipendium, een prijs voor beginnende auteurs in verschillende disciplines. Eens in de vijf jaar gaat de prijs naar een jeugdauteur. Had niet verwacht dat Visser de prijs zou krijgen: hij is al een tijdje actief. Zijn debuut Patchouli is van 2005. Blij dat de jury hier niet kinderachtig in is geweest. Zijn oeuvre begint pas echt met Patatje oorlog (2007) en Landjepik (2009). Ik besprak hem drie keer op rij met vijf sterren, maar Prikkeldraad (2011) is zijn mooiste boek tot nu toe. Meer weten? Volg de links! En... nog maar een keer: laat je niet op het verkeerde been zetten door de vreselijke omslagen.
zaterdag 2 juni 2012
***** (5) voor Jan De Leeuw: Vijftien wilde zomers
Er verschijnen zelden jeugdboeken die echt anders zijn dan de rest, zeker in het snel afgegraasde 'nieuwe' genre young adult. Jongere plus probleem plus hier en daar een heftige, taboedoorbrekende scène en je bent er. Gelukkig verschijnt af en toe die ene uitzondering. De uitgever moet snel iets aan dat gruwelijke omslag en die titel doen, maar wát een oorspronkelijkheid in Vijftien wilde zomers van Jan De Leeuw. Thomas is dood en bezoekt zijn nog levende geliefde, zijn moeder en zijn grootvader. Iedereen denkt dat ze gek aan het worden zijn. De sprookjesachtige verhalen die opa over vroeger vertelt, zijn adembenemend. zaterdag 21 april 2012
Net uit: Steven Herrick Zwartgelakte nagels
Van de Australische schrijver Steven Herrick zijn al een paar boeken in het Nederlands vertaald die opvielen door hun bijzondere vorm en sfeer. In een soort vrije verzen, zonder rijm, roept hij dromerige beelden op van ingeslapen stadjes aan de rand van de wildernis. Zwartgelakte nagels is een wat meer alledaags vormgegeven verhaal over een jonge leraar op weg naar zijn eerste werkgever. Hij krijgt een liftster naast zich met een groot geheim. James en Sophie en de ouders van James vertellen om en om hun verhaal. Young adult van een schrijver die dat al deed voordat iedereen het ging doen.
Net uit: Riggs De bijzondere kinderen van Mevrouw Peregrine
Kleinzoon gaat op zoek naar een weeshuis op een afgelegen eiland, waarin zijn opa tijdens de Tweede Wereldoorlog is opgevangen. Met alle kinderen was iets aan de hand. Eén kon er vliegen, een ander rotsblokken tillen met één hand. Als hij de fantastische zwart-witfoto’s tenminste mag geloven, die zijn opa hem laat zien en ook in het boek zijn afgedrukt. De laatste tijd worden we overspoeld met dit soort op zich interessante bizarre geschiedenissen uit het Angelsaksische taalgebied, waarin historische feiten, familiegeheimen en fantasie worden gemengd. Kwaliteit vertaling is helaas wat minder.
vrijdag 13 april 2012
Net uit: Hans Hangen Hoe angst klinkt
Eindelijk weer eens wat gedichten van Hans Hagen voor adolescenten en misschien zelfs volwassenen. Samen met zijn vrouw Monique verkocht hij verrassend veel van de monumentaal geïllustreerde tedere kinderdichtbundels Jij bent de liefste (2000) en Van mij en van jou (2007) en op eigen titel verwierf hij veel bekendheid met de voor- en zelfleesboeken over Jubelientje. Maar hij heeft ook een spannender en duisterder kant die pubers aan zou moeten spreken. Schaamte, angst en seks maar ook veel humor is te vinden in zijn nieuwe bundel Hoe angst klinkt.
Labels:
jongerenliteratuur,
jongvolwassenen,
poëzie,
tienerliteratuur
**** (4) Iduna Paalman Hee maisje!
De zucht naar jong talent gaat ook de literatuur niet voorbij. Terwijl de hemelbestormers van Spunk.nl hun tienjarige bestaan alweer vieren, worden zij sinds vorig jaar vergezeld door de bloggers van Abcyourself.nl. Eén van die jonge schrijvers valt op: Iduna Paalman (21). Haar eerste bundel Hee maisje! is net uit en een feest om te lezen.De schrijvende studenten – winnaars van wedstrijden als Doe maar dicht maar en Write now! – krijgen literaire begeleiding van kinderdichter Edward van de Vendel. Op alfabetische volgorde dromen ze enkele malen per week over liefde en leven; soms lollig, soms diepzinnig, aangevuld met puntige observaties uit het leven van alledag. Vaak gaat het dus over feestjes, pleinen en treinperrons. Wat op zich natuurlijk niet zo vreemd is, maar wel saai.
Paalman, die Duits studeert, doet hetzelfde maar haar stijl is anders. Geen minzame maatschappijkritiek of onnavolgbare filosofietjes bij haar. Haar verhalen lees je met plezier uit, benieuwd naar de volgende zin. Ze observeert zó precies, noteert zó eerlijk en nauwkeurig, dat geen enkel woord toevallig lijkt. Zo hoort het ook in goed kort proza: elke zin kan de laatste zijn.
Waar ze het over heeft doet er dan niet eens toe: haar taal lijkt juist te draaien om wat er niet staat. Het titelverhaal is daardoor bijna beklemmend. De vertelster wordt op weg naar Amsterdam Noord, toch al niet zo’n vrolijke plek, op de veerpont aangesproken door een motorrijder. Zijn openingszin lijkt alles al te zeggen: ‘Hee maisje!’
Plompverloren en zonder enige introductie vraag hij haar of ze met hem meegaat. Nee, probeert de studente zo neutraal mogelijk te zeggen, want zulke mensen moet je niet boos maken. ‘Dan niet’, zegt de motorrijder, ‘fijne avond nog.’ En hij scheurt de veerpont af.
Ook het donkere gesprek met de reiger op haar balkon, is beladen met iets ongrijpbaars. ‘De dood is een interessant thema, vooral als je daar eens goed met een reiger over kunt praten.’ Maar de reiger zegt: ‘hou je waffel’ en vliegt geïrriteerd bij haar vandaan.
Haar observaties zijn soms alleen maar grappig. In de metaalbewerkingsklas van haar Vrije School volstaan twee zinnen: ‘Tik, tik, tik, deden de meisjes op het metaal. Báf, báf, báf, deden de jongens.’ Hilarisch is het verhaaltje ‘Schijt’. Paalman heeft moeite met mannen, maar gelukkig heeft ze een jonger broertje, die al een vriendin heeft en haar belooft om wijze raad op haar kussen te leggen. Dit blijkt te zijn: ‘SCHIJT HEBBEN.’
Maar meestal blijft de humor terloops en toevallig. Verleidelijk natuurlijk, om een soort blunderende cabaretier met gitaar van jezelf te maken, zoals zo veel vrouwelijke leeftijdgenoten doen. Om haar proza mág je grinniken, maar daarna zakt de schrijfster gelukkig altijd weer terug in het aangenaam soort dromerige loomheid dat wel eens haar handelsmerk zou kunnen worden.
Er is stille afstandelijkheid in haar zinnen, die onder de huid kruipt; alsof ze je in je oor fluistert en zich daarbij heel erg inhoudt. Dat is fijn, want iemand die zo dichtbij komt en ook nog gaat zitten schreeuwen, duw je van je af. Paalman praat nauwelijks over de echte emoties, maar doet ze je voelen. Er zit een weemoed in haar zinnen die niet helemaal bij die piepjonge kop met krullen past.
Natuurlijk is ze er met dit geslaagde pennenprobeersel nog niet. De vraag blijft knagen: kwam dit niet te vroeg? Wat als dit alles is? Maar nee. Dat kan bijna niet. Gemakzuchtige meisjes schrijven niet zo. En ze studeren al helemaal geen Duits.
woensdag 28 maart 2012
Dioraphte daagt uitgevers uit
Het valt niet meer te ontkennen: de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs daagt Nederlandse uitgevers van jongerenliteratuur uit. In het derde jaar van de prijs zijn usual suspects van alle andere prijzen die zich op de lezende jeugd richten als Lemniscaat, Querido en Gottmer niet eens tot de shortlist doorgedrongen. Eerder lijkt bijvoorbeeld De Geus hard op weg dé jongerenuitgever van Nederland te worden. Althans, volgens de jury van DJP. Laat duidelijk zijn: van mij hoeft jongerenliteratuur niet van een daarin gespecialiseerde uitgever te komen. Sterker nog, ik denk dat zichzelf serieus nemende zestienplussers helemaal geen doelgroepliteratuur zouden moeten willen lezen. Maar goed. Die prijs is er en neemt schrijvers en uitgevers de maat. En daarbij valt al sinds de oprichting van de prijs op dat jeugduitgevers en auteurs die zich speciaal op die groep richten het er niet zo heel goed vanaf brengen. In 2011 deden ze het wat beter, 2010 aan de onderkant van gemiddeld. Wat vinden de uitgevers daarvan? Wat vinden schrijvers ervan die een carrière proberen te maken in dit genre? En wat vinden, andersom, de niet speciaal voor jongeren schrijvende auteurs die voor de DJP genomineerd worden van zo'n bekroning? Of is dit helemaal geen trend en ligt het gewoon aan het aanbod dit jaar? Trouwens, de organisatoren van DJP zelf mogen zo langzamerhand (bijvoorbeeld via het juryrapport) ook wel eens laten vinden wat zij jongerenliteratuur vinden en wat niet, wat de noodzaak is van zo'n apart genre, en wat hun eigen bestaansrecht is. Tot nu toe kwam de jury niet verder dan dat jongerenboeken rock 'n roll zijn. Dat kan beter.
maandag 12 maart 2012
Net uit: John Green Een weeffout in onze sterren
De succesvolle Amerikaanse jongerenauteur John Green kwam vorig jaar als gastschrijver naar Amsterdam om zijn nieuwste roman Een weeffout in onze sterren af te maken in de omgeving waar het verhaal zich deels afspeelt. Het verhaal gaat over twee jonge kankerpatiënten die verliefd op elkaar worden en naar Nederland reizen op zoek naar de mysterieuze auteur van hun lievelingsboek. Een weeffout in onze sterren is het eerste boek van John Green dat, in elk geval in Nederland, in een fonds verschijnt dat bedoeld is voor volwassenen. De sprong naar een groter en volwassener publiek, of die nu lukt of niet, zal ongetwijfeld niet ten koste gaan van de vele jonge fans die hier nu al heeft.
Abonneren op:
Posts (Atom)














