Er komt maar geen einde aan de fantasie van prentenboekenmakers Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer. Van hun humoristische serie Agent en boef is het derde deel verschenen, met de geestige titel Agent en boef en de boefagent. Kleren maken de man, dus als boef de kleren van agent pikt kan die hem niet meer arresteren. Als hij zich onderweg steeds weer anders verkleedt, is de chaos compleet. Feest om voor te lezen en samen op zoek te gaan naar boef. Het wachten blijft op de tekenfilm. Want eigenlijk kunnen deze twee met hun wilde, fysieke jongensachtige fantasie nauwelijks meer anders.
maandag 16 mei 2011
Net uit: Veldkamp en De Boer Agent en boef en de boefagent
Er komt maar geen einde aan de fantasie van prentenboekenmakers Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer. Van hun humoristische serie Agent en boef is het derde deel verschenen, met de geestige titel Agent en boef en de boefagent. Kleren maken de man, dus als boef de kleren van agent pikt kan die hem niet meer arresteren. Als hij zich onderweg steeds weer anders verkleedt, is de chaos compleet. Feest om voor te lezen en samen op zoek te gaan naar boef. Het wachten blijft op de tekenfilm. Want eigenlijk kunnen deze twee met hun wilde, fysieke jongensachtige fantasie nauwelijks meer anders.
donderdag 12 mei 2011
**** (4) Linda Groeneveld Een pannenkoek voor de koningin
Dit buitengewoon verfrissende verhaal is misschien iets te van de hak op de tak verteld en de illustraties lijken wel heel erg op het werk van de gezusters Heymans, maar Groeneveld laat tenminste dromen uitkomen. En dát is wat we willen: gewoon een gelukkig einde zonder moralistisch en artistiek verantwoord gezeur. Goeneveld schrijft met overduidelijk plezier het verhaal van Kobus de kok, die zo graag zou willen koken voor de koningin. In haar zinnen neemt ze de stijve stijl en ongeloofwaardige overdrijvingen van oude sprookjes lichtvoetig op de hak. Voor kinderen die dat níet doorhebben, blijft er een vrolijk en onderhoudend verhaal over.
Net uit: Linda Groeneveld Een olifant op de thee
Linda Groeneveld debuteerde in 2007 met het lichtvoetige en aanstekelijke sprookje Een pannenkoek voor de koningin. Eindelijk schreef en tekende ze een wat dikker boek: Een olifant op de thee. Groeneveld doet een beetje denken aan Joke van Leeuwen en de gezusters Heymans, die hun humoristische verhalen zelf illustreren in een stijl die tussen het komische en het romantische hangt. Een prinses die graag een hondje had willen hebben krijgt tot ieders verrassing een olifant bezorgd. En die is bijzonder welkom in het saaie paleis, waar papa nooit tijd heeft en de lakeien braveriken zijn die niets durven.
woensdag 11 mei 2011
Het leven van een loser jeugdboek van het jaar bij Selexyz
Boekhandelketen Selexyz heeft Het leven van een loser - Vette pech! van de Amerikaan Jeff Kinney uitgeroepen tot Jeugdboek van het Jaar. Vette pech! is het tweede deel van de serie, die je wel de jongensversie van Hoe Overleef Ik kunt noemen. Ik besprak het hilarische eerste deel in 2009. Bram Botermans komt terug van een vakantie waar hij liever niet wil praten en merkt dat het leven op school niet veel beter is. Gelukkig is er weer KaasTik.
Labels:
humor,
jongensboek,
kinderboek,
makkelijk lezen,
schoolverhaal
maandag 9 mei 2011
*** (3) Timothée de Fombelle: Vango
Receptromantiek voor onverzadigbare lezeressen
Wie wil er nu niet met de Graf Zeppelin in een vliegend restaurant naar Brazilië zweven? Over de daken van Parijs naar de Jardin du Luxembourg vluchten? Met een bloedmooie 16-jarige miljonairsdochter door Europa racen in een 12-cilinder Napier Railton? Of in hotellobby’s worden opgewacht door een spion achter een krant?
Timothée de Fombelle (1973) roept in zijn nieuwste jeugdroman Vango, tussen hemel en aarde de wereld op van detectives uit het midden van de vorige eeuw. De jonge helden beleven hun Europese avonturen precies zoals de Schaduw van Havank, commissaris Maigret van Simenon en de jonge James Bond van Fleming: tegen de even bruisende als dreigende achtergrond van de crisisjaren en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, toen het telegram nog zo gewoon was als tegenwoordig een sms-je en de stoomtrein nog een snel en sjiek vervoermiddel.
Personages opnieuw ondergeschikt aan moralisme
Maar dat is dan ook meteen al het goeds dat te melden is over Vango. Want verder weet je 380 bladzijden weet je nog steeds niets van de diepere beweegredenen van de hoofdpersoon, die vloeiend Frans, Russisch, Engels, Duits, Italiaans en Siciliaans spreekt, een opleiding tot priester volgt, als een hagedis tegen gebouwen opklimt, kookt als een chef-kok en zonder duidelijke bron van inkomsten toch het ene moment in Londen opduikt en het andere onder de rook van de Stromboli op het Eolische eiland Salina. Net waar De Fombelle hem nodig heeft.
Dit willekeurige geschuif met personages is het grote euvel van De Fombelle. Hij liet het ook al zien in zijn goed verkochte debuut Tobie Lolness (Querido, 2007, Zilveren Griffel) over millimetergrote boommensjes die in de bast van een eik wonen. Zijn beschrijving van een verborgen wereld is meeslepen, maar daarna komt een moralistisch en knullig verhaaltje over projectontwikkelaars die de boom onleefbaar maken.
Holderdebolder verhaallijn
In zijn derde jeugdroman Vango blijken De Fombelles compositie en karaktertekening verbeterd, maar nog lang niet voldoende om te overtuigen. Zijn nazifascinatie – ook al weinig subtiel aanwezig in Tobie Lolness – voert onveranderd de boventoon. De lezer wordt met voorspelbare vertellerstrucs en moeizaam gewrochte oneliners gedwongen om de helden aardig en de slechteriken, de helpers van Adolf Hitler en Josef Stalin dit keer, gemeen te vinden. Alle oorlogen zijn de schuld van gewetenloze wapenenhandelaren en alleen internationale vriendschap kan ons nog redden, is de mierzoete boodschap.
De holderdebolder verhaallijn – driejarige jongen spoelt met kindermeisje aan op Eolisch eiland en ontdekt gaandeweg dat de halve wereld achter hem aan zit – is één langgerekte slapstick, waarvan je de struikelpartijen en persoonsverwisselingen over elkaar heen buitelen en voor het begrip van de situatie essentiële informatie zo lang mogelijk wordt uitgesteld. Ja, zo komen die vuistdikke delen er wel. Vango is, uiteraard, pas het eerste deel van een reeks.
Een verteller met afgekeken maniertjes
De Fombelle is een verteller met afgekeken maniertjes. Zoals tegenwoordig in de seri
eliteratuur mode is, introduceert een in krullerige zinnen sprekende alwetende verteller het ene na het andere personage met zijn of haar complete verleden en een knipoog naar de toekomst. Bij elke nieuwe naam weet je dus hoe laat het is: daar komt weer een levensgeschiedenisje van enkele bladzijden dat voor het hoofdverhaal bijzonder irrelevant zal blijken. Het resultaat is een barokke revue: bij vlagen amusant, maar de grof geschetste emoties treffen geen doel.
Zelfs die kleurrijke sfeer, opgeroepen door vlijtig verzamelde natuurdetails (bougainville, aardbeiboom, bloeiende wilde venkel) gaat uiteindelijk irriteren. Jongleur De Fombelle babbelt vlot maar houdt niet meer dan één bal omhoog. Zijn nieuwste roman Vango is receptromantiek. Ongetwijfeld bevredigend voor onverzadigbare lezeressen – zakdoeken in de aanslag! - maar zeker geen hoogstaande jeugdliteratuur.
zondag 8 mei 2011
Kitty Crowther En? wint Leespluim
Of je een prentenboek in het formaat van een Enkhuizer almanakje en met de dikte van een stapeltje ansichtkaarten pagina voor pagina, centimeter voor centimeter moet beschrijven vraag ik me af. Het levert in elk geval een meligmakend juryrapport op. Gelijk heeft de Leespluimjury met deze bekroning voor de maand juni wél. En? van Kitty Crowther is een bijzonder geslaagd prentenboekje van verbluffende eenvoud. De gevierde tekenares won vorig jaar een ALMA, zonder nog in een Nederlandse boekwinkel te vinden te zijn. Kennelijk niet gelukkig met de uitgever die dit op haar geweten had stapte ze over naar De Eenhoorn, waar ze nog kleiner dan gebruikelijk maar niet minder veelbelovend van start is gegaan.
*** (3) voor Pieter Feller Grimmie
Er is al jaren een ernstig tekort aan goede avonturenboeken voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ze zijn aangewezen op internationale auteurs (voor zover vertaald), klassiekers (voor zover beschikbaar) en die paar Nederlandse auteurs die nog een poging wagen. In opkomst is Reggie Naus, maar zijn De piraten van hiernaast is wel erg bloedeloos van stijl. Origineel is Pieter Feller's Grimmie, maar die had zijn rommelige manuscript nog wel een keer kritisch mogen lezen voor het naar de drukker ging.Door een gat in de bladzijde je favoriete sprookje in
Waarom schrijft er niemand meer een goed avonturenboek voor kinderen tussen de acht en tien jaar? Als het sprookje de koningin is van de kinderliteratuur, dan is het avonturenboek de koning. Toch waagt geen auteur van naam zich er nog aan. En ondertussen grazen mindere goden het genre helemaal kaal, zodat de hedendaagse lezer bijna gaat geloven dat het niet beter kán.
Voor degelijk avontuur zijn kinderen hoofdzakelijk aangewezen op buitenlandse auteurs, zoals de Australische schrijver Odo Hirsch (1962), waarvan De glittergrot (Gottmer, € 12,95, vanaf 9 jaar, ***) onlangs prima in het Nederlands werd vertaald. Darius Bell, een telg van een familie die al generaties gratis op een landgoed woont, dreigt zijn mooie huis te verliezen en komt in actie. Onderhoudend, meeslepend en humoristisch maar nergens overweldigend en wat stijl en opzet betreft oubollig: Enid Blyton zou dit verhaal bijna precies zo hebben verteld.
Of ze grijpen naar het snel groeiende oeuvre van de nieuwe Nederlandse griezelschrijver Reggie Naus (1973). Van hem verscheen kort geleden De piraten van hiernaast (Ploegsma, € 13,50, vanaf 8 jaar, ***). Michiel verveelt zich in de zomervakantie te pletter. Gelukkig krijgt hij nieuwe buren: een familie piraten met een waakhaai, die in de slotgracht rond hun piratenhuis zwemt. Ze zijn in een nette buurt gaan wonen zodat hun zoon naar school kan.
De aangenaam jongensachtige Naus overstijgt het niveau van veel van zijn reeksen schrijvende collega’s met net een beetje meer humor en originaliteit en zou wat succes betreft nog wel eens de nieuwe Paul van Loon kunnen blijken. Alleen heeft die laatste heeft echt een aanmerkelijk betere en meer tegen de tijd bestendige pen. Een verhaal met een haai hoeft niet zo bloedeloos geschreven hoeven te zijn als Naus het doet.
Slechts heel af en toe verschijnt er iets dat aangenaam weet te verrassen, zoals enkele maanden geleden het nauwelijks opgemerkte Grimmie van Pieter Feller (1952). Grimmie is een genetisch gemanipuleerde rat, die gaten in bladzijden knaagt en op die manier kinderen naar sprookjesland kan ontvoeren. Hij doet dit bij voorkeur met kinderen die zich vervelen; die ruikt hij van grote afstand.
Het resultaat is drie spontane kolderverhalen die ter plekke verzonnen lijken. Juliette wil graag een nacht op twintig matrassen slapen zoals de prinses op de erwt. Lucas heeft het sprookje van de kikkerprins nooit begrepen: hoe kan een prinsesje een massief gouden bal omhoog gooien? En Kevin en Sharona zijn benieuwd naar het verhaal van Hans en Grietje. Hun versie van het verhaal is bijna nog spannender dan het origineel eindigt met Grimmie nog net niet aan het spit.
Helaas voor Feller is een goed idee pas het begin van een boek. Maar zijn uitgever zag dat anders. Aan passages als de volgende had nog het nodige moeten gebeuren: ‘We kennen alleen Sneeuwwitje en daar vond ik niets aan’, zegt Kevin. ‘Die ging trouwens dood.’ ‘Nee man,’ zegt Sharona, ‘ze was bewusteloos. Ze had drugs gebruikt of zo. Een prins kuste haar wakker.’ ‘Jakkes,’ zegt Kevin met een vies gezicht. Het proza in dit boek is heus wel eens geestig, maar meestal zo sleets als een te vaak gebruikte bank.
Feller zal wel zo’n vader zijn die ’s avonds rond bedtijd verhalen verzon voor zijn zoons. Zulke verhalen mogen best opgeschreven worden, maar hebben daarna nog een kritische tweede lezer nodig. Ook over de fantasieloze vormgeving, met een veel te kleine letter op een veel te volle pagina, is niet langer dan een minuut nagedacht. Zelfs de levendige, tegendraadse illustraties van opkomende illustrator Loes Riphagen redden daar niets meer aan.
Nee, wie vandaag in de winkel een goed avonturenboek zoekt, vindt vooral veel artistieke armoe. Wat zou fijn zijn als schrijvers en uitgevers eindelijk weer eens écht in dit genre gingen investeren. De huidige generatie achtjarigen komt te kort.
Abonneren op:
Posts (Atom)