maandag 7 februari 2011

*** (3) Boonen en Meijer: Een zoen, alles voor een zoen

Verraderlijk is eenvoud, die toch niet zo eenvoudig is als gedacht. Een zoen, alles voor een zoen (***, Van Goor, € 13,99, vanaf 6 jaar) van Stefan Boonen en Marja Meijer lijkt op het eerste gezicht alles te hebben van een goed prentenboek: een aansprekend onderwerp – prins zoekt prinses – en frisse illustraties vol details. Aanwijzing dat het dat toch níet is, zijn de wel erg lange teksten. Meer dan een vuist zinnen per bladzijde is zelden een aanbeveling. Want zoveel woorden heeft een goed geïllustreerd verhaal helemaal niet nodig. En inderdaad: Stefan Boonen verliest zich in hijgerige mooischrijverij die onaangenaam voorleest, veel te abstract is en niet veel toevoegt. Zoenen pas lekker als je verliefd bent? Kleuters weten écht niet waar je het over hebt. Dan werken de grapjes erover ook niet zo.

** (2) voor Ingrid Godon: Is het nog ver?

De Vlaamse Ingrid Godon heeft een paar interessante titels op haar naam staan, gevuld met licht wereldvreemde, zachte krijttekeningen. Haar boeken zijn altijd een beetje verstild en vaag, maar Is het nog ver? (**, Querido, € 14,95, vanaf 5 jaar) is gewoon mislukt. Een mannetje die in een boom klimt is elke bladzij hetzelfde. Het mannetje concludeert dan ook aan het einde dat het wel eenzaam is, daar bovenin de boom.

*** (3) voor Oliver Jeffers: Het hart in de fles

Het hart in de fles van Oliver Jeffers (***, Pimento, € 15,-) is een werkelijk subliem geïllustreerde en vormgegeven metafoor over een meisje dat haar vader of opa verliest. Ze stopt haar hart in een fles en slaagt er pas in die er weer uit te krijgen als ze zelf moeder wordt. Wel duidelijk wie de doelgroep van dit prachtige prentenboek is: moeders.

Prentenboeken zijn het vaak nét niet

Een geschikt prentenboek uitzoeken voor peuters en kleuters is zo gemakkelijk nog niet, zullen veel ouders weer gemerkt hebben tijdens de Nationale Voorleesdagen. Er verschijnen in Nederland veel goede prentenboeken, maar nog veel meer zijn het net niet. Na één keer voorlezen is het wel mooi geweest. Wat is nu het geheim van het succes van die prentenboeken die wél jarenlang meegaan? Dat is nogal lastig in vuistregels te vatten. Maar wat níet werkt, laat zich aan de hand van een paar recente voorbeelden gemakkelijk uitleggen.

Belangrijkste advies: kijk uit met artistiek ogende, stijlvol vormgegeven boeken. Heb je het gevoel dat je de hippe catalogus van een uiterst verantwoorde schilderijententoonstelling in handen te hebben, lees dan de tekst goed door voor je het boek koopt. Vaak is het verhaal eigenlijk bedoeld voor volwassenen, al beweert de auteur en de uitgever wat anders.

Zoals Het hart in de fles van Oliver Jeffers (***, Pimento, € 15,-), dat een werkelijk subliem geïllustreerde en vormgegeven metafoor is over een meisje dat haar vader of opa verliest. Ze stopt haar hart in een fles en slaagt er pas in die er weer uit te krijgen als ze zelf moeder wordt. Wel duidelijk wie de doelgroep van dit prachtige prentenboek is: moeders.

Voor wie zich geneert om het hele prentenboek in de winkel te lezen: let bij het doorbladeren op afwisseling in de illustraties. De Vlaamse Ingrid Godon heeft een paar interessante titels op haar naam staan, gevuld met licht wereldvreemde, zachte krijttekeningen. Haar boeken zijn altijd een beetje verstild en vaag, maar Is het nog ver? (**, Querido, € 14,95, vanaf 5 jaar) is gewoon mislukt. Een mannetje die in een boom klimt is elke bladzij hetzelfde. Het mannetje concludeert dan ook dat het wel eenzaam is, bovenin de boom.

Verraderlijk is eenvoud, die toch niet zo eenvoudig is als gedacht. Een zoen, alles voor een zoen (***, Van Goor, € 13,99, vanaf 6 jaar) van Stefan Boonen en Marja Meijer lijkt op het eerste gezicht alles te hebben van een goed prentenboek: een aansprekend onderwerp – prins zoekt prinses – en frisse illustraties vol details. Aanwijzing dat het dat toch níet is, zijn de wel erg lange teksten.

Meer dan een vuist zinnen per bladzijde is zelden een aanbeveling. Want zoveel woorden heeft een goed geïllustreerd verhaal helemaal niet nodig. En inderdaad: Stefan Boonen verliest zich in hijgerige mooischrijverij die onaangenaam voorleest, veel te abstract is en niet veel toevoegt. Zoenen pas lekker als je verliefd bent? Kleuters weten écht niet waar je het over hebt. Dan werken de grapjes erover ook niet zo.

Nee, prentenboeken maken is een vak en je kunt dan maar beter de juiste ambachtslieden kennen. Marjet Huiberts is er een tekstdichter waarvan je altijd wel wat kunt vinden in de winkel. Haar verzen ontsporen heel soms in rijmelarij maar zijn altijd prettig kinderlijk. Circus Pientje (Gottmer, ****, € 14,95, vanaf 6 jaar) is haar nieuwste. Kunstenares Hanneke de Jager knutselde decors van stoffen en patronen. Pientje wil circusartiest worden en probeert in elk berijmd verhaaltje iets uit, wat natuurlijk weer mis gaat.

Ook iemand om in de gaten te houden is Leo Timmers, die met indrukwekkende penseelvoering levensechte platen maakt van dingen die je wel uit de bladzij zou willen pakken. Meneer René (Querido, ****, € 14,95, vanaf 5 jaar) vertelt over een kunstenaar wiens schilderijen echt worden. Net als in het klassieke verhaal van koning Midas, die alles wat hij aanraakt in goud veranderde, maakt dit hem niet gelukkig.

Het meest geslaagde prentenboek was in de afgelopen periode het kekke Mama kwijt (Gottmer, *****, € 10,95, vanaf 3 jaar) van de Ier Chris Haughton. Klassiek gegeven: uilenkind valt uit nest, eekhoorn zoekt zijn moeder en komt steeds met het verkeerde beest aanzetten. Met zo’n boek is voorlezen ineens weer leuk.

Deze recensie verscheen 5 februari 2011 in de boekenkatern van De Volkskrant.

dinsdag 1 februari 2011

***(3) voor Kees van Nieuwkerk: Het is weer raak met Kees en Sjaak

Kees van Nieuwkerk (1988) is het helemaal voor tienermeisjes: zoon van een BN’er, ziet er uit als een lekker hapje en schrijft columns in beautyblad Fancy over dingen waar ze zelf nog niet van durven dromen. Dat Van Nieuwkerk nu een boekje heeft gemaakt over zijn avonturen, Het is weer raak met Kees en Sjaak, is voor zijn fans waarschijnlijk niets te veel van het goede.

Kees heeft net eindexamen gedaan en komt de dagen door met dvd’s kijken op zijn kamer. Hij hoopt die zomer toegelaten te worden op de filmacademie en komt op het idee om in de tussentijd een boek te schrijven over zichzelf. Zijn beste vriend Sjaak gaat hem helpen, want ‘ik weet precies wat je denkt en dat is allemaal gay’.

Sjaak heeft gelijk: Kees komt niet veel verder dan wat mijmeren over een toneelstudente uit Maastricht die ‘piemelvrees’ heeft. Over haar maakt hij een best ontroerend gedicht: ‘En zonder dat ik het horen of ruiken kan / laat ze een heel klein scheetje in mijn hand’. Daarna noteert hij tot in detail zijn favoriete recept: pannenkoekencanneloni. Zo kan het niet verder, en dus rammelen de twee vrienden in de gammele Peugeot van Sjaak naar Berlijn, in blijde afwachting van veel verschillende billen en pillen.

Vraag niet of het allemaal echt gebeurd is, want Sjaak bestaat niet. Kees van Nieuwkerk wel en het is niet de eerste keer dat hij van zich laat horen. Hij is actief als redacteur bij jongerensite Spunk.nl en zijn afstudeerproject van de filmacademie Sterke verhalen (2010, samen met Teddy Cherim) kwam uit in 32 zalen. Met dezelfde bluf schrijft hij in hetzelfde jaar ook nog even zijn debuut. Op de laatste bladzijde verzucht de schrijver, blij dat hij klaar is: ‘kan ik eindelijk weer met jullie boys gaan hangen.’

Grappig is dat, want in het boek doet hij niet anders, net als in de film trouwens, waarin een boer naar Amsterdam komt en alleen mee mag doen met de hippe stedelingen als hij naar het eerstvolgende feest een levende pinguïn meeneemt. Opperste cool-heid, daar gaat het om. Dat schijnt iets te maken te hebben met pissen in het bad waar in het bier ligt te koelen, onbewaakte meisjes ontmaagden en jezelf bekijken in spiegels omlijnd met coke.

Van Nieuwkerk schrijft het allemaal droogkomisch op, volledig gespeend van zelfrelativering. Schoolkrantproza van het soort balorige lolbroekerij, waar iedere jaargang er wel één of twee auteurs in de aanbieding heeft. Geloofwaardige details ontbreken; waar is bijvoorbeeld tijdens die romantische nacht in de Ikea die dikke bewaker gebleven, die de minnaars op de camera volgt, voor hij de politie belt? En waarom beperkt de beschrijving van Berlijn zich tot wat iedereen kan opzoeken in de Rough guide? Het ergste zijn nog de wijsneuzige filosofietjes van het kaliber ‘deze generatie heeft een oorlog nodig’, over de angst om per ongeluk burgerlijk te worden en hoe weinig inspirerend een gelukkige jeugd is. Dat blijkt.

Maar zijn timing is goed. Hoe oppervlakkig het ook allemaal blijft, het middenrif wordt vakkundig bekieteld en het is moeilijk om die langer dan een paar bladzijden strak te houden. Met als hoogtepunt zijn bespiegelingen over hoe de lezer van dit boekje met de juist gekozen woorden door het ‘tien-minutengesprekje’ van de literatuurles kan komen. Dat is een verdienste; in de meeste Nederlandse jeugdboeken valt inderdaad bitter weinig te lachen.

Het is ook maar een spelletje, zal Van Nieuwkerk denken: waar maak je je druk over? En die gedachte is terecht: Het is weer raak met Kees en Sjaak is een leuke aaneengeregen column, met gegarandeerd hier en daar een vette lach, waarmee deze beginnende schrijver een heel klein scheetje laat in het gezicht van zijn leraar Nederlands.

Recensie verschenen in de Volkskrant op 22 januari 2011.

zondag 30 januari 2011

Schrijven met een geodriehoek

Ik ben Naat! van de Vlaamse boekverkoopster Joke Guns is een prima boekje, goed geschreven en mooi geïllustreerd. Het gaat over een jongen van zes die liever leest dan gilt en een beetje gepest wordt. Ik moet bij de stijl van Guns denken aan die van Sylvia Vanden Heede en dat is bedoeld als een compliment. Een heel boek met woorden van één lettergreep en toch leest het - als je er eenmaal aan gewend bent - lekker weg. De eerste keer dat ik zoiets moest voorlezen kreeg ik bijna de slappe lach. Schrijven met je geodriehoek: hoe krijg je het voor elkaar? Zo'n beperking leidt bij fantasieloze mensen tot krampachtig gedoe, maar bij kunstenaars tot creativiteit: soms staat er in zulke boekjes een hallucinerende zin. Joke Guns heeft dat talent zeker ook.

Ik snap alleen niet waarom ze met dat talent zoiets maakt als Ik ben Naat! Wie wil dit nu lezen? Waarom gaan zulke verhaaltjes altijd over klassen, met een pestkop, een nobele allochtoon en een lief juf? Waarom gaan ze niet, zoals de kartonboeken van Vos en Haas, over koek of verjaardag of sneeuw of een mysterieuze bezoeker in het bos? Vier, vijf, zesjarigen vinden de boeken van Vanden Heede prachtig om wat er in staat. En o ja, er komen ook alleen eenlettergrepige woorden in voor, maar wie zal dat verdommen behalve een paar rare deskundigen met beroepsdeformatie?

In het AVI-boekje van Joke Guns staan twee hoofdstukjes die een zesjarige graag zou willen lezen (‘er drijft een drol in het zwembad’ en ‘juf speelt boef’) en verder is het zoet gesus waar vooral uit blijkt dat juffen niet zo heel veel van jongens begrijpen. Wat op zich al erg genoeg is, maar waarom moet ik lezen ‘jongens van zes hebben het nu eenmaal erg druk?’ Wat is daar de boodschap van? Waarom moet ik als ik zes ben en niet zo goed mee kan komen in de klas in bijna debiliserend Nederlands horen dat ik niet zo goed mee kan komen in de klas? Welke wereld opent dat voor mij? Welke reis ga ik dan maken? Wat ga ik ontdekken? Dat het leven moeilijk is maar er een aardige mevrouw is die Joke Guns heet die mij begrijpt?

Ik ben Naat! is een prima boekje, dat wat vorm betreft voldoet aan hoge kwaliteitscriteria. Maar de inoud roept de vraag op: waarom maken we die AVI-boekjes eigenlijk? Kinderen lezen niet omdat het mooi is, of toegankelijk, maar omdat ze de inhoud graag tot zich willen nemen. Willen zesjarigen lezen dat het niet erg is dat ze niet helemaal goed bij hun hoofd zijn? Ik denk het niet. Beperkingen die tot iets leiden zijn niet domweg goed omdat ze tot iets leiden. Joke Guns zou haar talent eens ergens anders op moeten richten en kijken wat er dan voor moois gebeurt.

Deze recensie is verschenen op JipJip van Richard Thiel in het kader van De Maand Van De Onbekende Schrijver.

donderdag 13 januari 2011

Fiet wil rennen op i-Phone, lezers gezocht

Nou, daar gaan we: prentenboek op I-phone als eerste serieuze begin van het digitale boek. Ik vind elektrisch lezen niet vies, ook al sta ik ook niet te juichen, om voor de hand liggende redenen. Als recensent ben ik benieuwd hoe ik die boeken moet beoordelen zolang ze niet niet gratis op één platform worden aangeboden. Ik heb geen I-phone. Maar voor prentenboeken is digitaal lezen een heel logische stap, al was het maar vanwege de animatiemogelijkheden. Tegelijkertijd kun je je afvragen of de grens tussen een geanimeerd prentenboek en een tekenfilm niet heel kunstmatig is. En dus het digitale prentenboek nu in de vierde versnelling zit op de snelweg naar het einde van het prentenboek. Tegelijkertijd heb ik groot vertrouwen in de onvervangbaarheid van het voorlezen. Hoe dan ook ben ik erg benieuwd naar eerste reacties van lezers op Fiet wil rennen en Voordat jij er was. Ik was over allebei de boeken niet vreselijk enthousiast, maar ik kan me bij de eerste wel voorstellen dat de digitale versie net dat toevoegt wat ik miste. Beweging namelijk. Laat weten wat je vindt, hier of op Facebook.