dinsdag 9 september 2014
Prachtige heruitgave Toon Tellegen Is er dan niemand boos?
Een liefhebberige uitstraling, dat hadden de petieterige bundeltjes dierenverhalen van Toon Tellegen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij werd bejubeld en won Gouden Griffels, maar zijn boeken deden het vooral goed bij jongeren en volwassenen. Als parabels dus. Pas de laatste jaren zien zijn boeken er steeds meer als kinderboeken uit, zoals deze prachtige heruitgave van een aantal verhalen uit Is er dan niemand boos? uit 2002. Die was met illustraties van Annemarie van Haeringen al een stuk toegankelijker dan zijn eerdere boeken, maar de Bourgondische illustrator Marc Boutavant maakt er helemaal wat prachtigs van. Grote letters, stevig in de hand en fijne plaatjes.
vrijdag 5 september 2014
Voorbeschouwing Melvin Burgess Hype
Over anderhalve week in de winkel: Hype van Melvin Burgess, de Britse shock-auteur waar we ruim tien jaar niets meer van hebben gehoord. Wie is Melvin Burgess ook alweer? Hij debuteert met het in Engeland bejubelde The Cry of the Wolf. In de jaren negentig maakt hij indruk met het rauwe Junkies (Carnegie Medal 1996), waarmee hij hoopt te bereiken dat jongeren wel twee keer zullen nadenken voor ze aan de drugs gaan. Een tijd lang verschijnt het ene na het andere boek. Een oeuvre dat hem een aantal positieve recensies en nominaties voor prijzen oplevert, maar ook veel boze brieven van bezorgde ouders en collega's. Nooit helemaal begrepen, die prijzen. Bloedtij (2000) is een slordige, maar ook grove en opwindende roman, maar daarna zakt hij hard weg. Foxy, mijn leven als een teef (2002) is origineel, maar ‘overtuigt maar half' en Testosteron (2003) is gewoon een mislukt voorlichtingsboek. Daarna wordt het – in elk geval – in Nederland stil. Hij is hier nooit zo heel erg aangeslagen en na hem opgekomen auteurs in het zelfde genre, Kevin Brooks en Floortje Zwigtman, schrijven veel beter dan hij. Dat verandert niet dat een nieuwe Burgess nog altijd nieuwsgierig maakt. En terecht. In Hype gaat het er vanaf de eerste bladzij meteen weer vertrouwd rauw aan toe: een populaire zanger pleegt op het podium zelfmoord met een populaire nieuwe drug, die je eerst de week van je leven geeft. Vervolgens breken er rellen uit. Hype speelt in de nabije toekomst. Engeland is een totalitaire staat geworden en arm en rijk gaan niet meer met elkaar om. Helaas ook terug: de belabberde schrijfstijl.
Jenny Smelink-IBBYprijs voor Hans Hagen en Philip Hopman Het hanengevecht
Het is niet zo'n hele bekende prijs, maar wel eentje die dit jaar wat extra aandacht verdient: de Jenny Smelink-IBBYprijs, bedoeld voor boeken die aandacht besteden aan andere culturen, gaat dit jaar naar Het hanengevecht van Hans Hagen en Philip Hopman. En terecht. Juist omdat dit boek de gebruikelijke, tenenkrommende derdewereldvlijt van dit genre met kop en schouders overstijgt. Nog steeds een aanrader, dit boek.
Labels:
avonturenverhaal,
kinderboek,
makkelijk lezen,
prijs
zaterdag 12 juli 2014
Brooks Bunkerdagboek en Woltz Honderd uur nacht
Linus wordt wakker in een ondergrondse bunker met zes kamers, een keukentje, een lift en een klok. Naast elk bed staat een nachtkastje met een bijbel. Eerst is hij een paar dagen alleen, dan krijgt hij gezelschap van het basisschoolmeisje Jenny, de drugsverslaafde bouwvakker Fred, makelaar Anja, consultant Bird en ten slotte de homoseksuele natuurkundige Russell. In Bunkerdagboek van Kevin Brooks, uitstekend vertaald door Jenny de Jonge, vertelt Linus hun uitzichtloze verhaal.
De lift brengt elke dag een verrassing. Heroïne en een injectienaald voor de net afgekickte Fred, sigaretten voor Anja, vergiftigd eten, schoonmaakmiddelen, op een ochtend een dolle dobermann, die zijn tanden in de keel van Bird zet. En dan een hele tijd niets. Pogingen om te ontsnappen of de camera’s onklaar te maken zijn zinloos: ze worden afgestraft met een bijtend zuur uit het plafond. Fred komt zo ver dat hij een fles bleek opdrinkt, Linus zet zijn tanden in de bijbel.
Kan het nóg gemener? Dat is de vraag die elk nieuw buikpijnboek van Kevin Brooks oproept. De Britse schrijver heeft het niet zo op met de mensheid en weet in de kleur zwart meer schakeringen te ontdekken dan gewone mensen in de regenboog. Zijn negentiende boek in twaalf jaar is zo cynisch, dat sommige lezers het ook grappig zouden kunnen vinden.
Er is een tijd geweest, dat dit soort straffe, nihilistische kost alleen was voorbehouden aan volwassenen. Als Floortje Zwigtman met het geniale Wolfsroedel (Fontein, 2002) feitelijk en zonder een oordeel te geven laat zien hoe een groep jongens wordt meegesleurd in een maalstroom van geweld, krijgt ze tweeslachtige reacties. Het boek wordt met bezorgdheid besproken, maar wint ook een Gouden Uil en een Zilveren Zoen. De gemene novelle met de veelzeggende titel Niets (Clavis, 2010) van Janne Teller brengt acht jaar later de wenkbrauwen al nauwelijks meer in beweging.
Toch blijven sommige auteurs nog verdere grenzen opzoeken. Brooks is van die schrijvers ongetwijfeld de meest fanatieke. Dat leidt er, helaas, toe dat hij zichzelf een beetje dreigt te marginaliseren. Want zo veel boeken in zo weinig tijd maakt lezers murw en roept ook de vraag op of hij wel genoeg rust neemt om dat ene, allerbeste manuscript af te leveren.
Ook Bunkerdagboek heeft hier en daar last van haast en losse eindjes. De armoedige vormgeving van zijn in het Nederlands vertaalde boeken helpt daarbij niet. Eeuwig zonde, want Bunkerdagboek – afgelopen week in Engeland bekroond met een Carnegie Medal – is een van zijn meest intrigerende boeken tot nu toe.
Grenzen verleggen kan natuurlijk best zonder een nietsontziende uitzichtloosheid. Het scherpe Honderd uur nacht van jongerenauteur Anna Woltz is bij Brooks vergeleken zachtaardig. Maar ook Woltz is er zo eentje die met zichtbaar plezier het allervreselijkste verzint dat een tiener kan overkomen, en pas daarna bedenkt hoe haar personages zich al dan niet redden.
De veertienjarige Emilia ontdekt dat de rector, haar vader, is vreemdgegaan met een meisje van school. Ze slaat op de vlucht voor alle haat-mail en pesterijen, pikt zijn creditcard en boekt een reis naar New York. Als ze aankomt blijkt ze opgelicht. Het appartement dat ze vooruit heeft betaald, wordt bewoond door Seth en zijn lastige zusje Abby. Ineens is Emilia dakloos in New York, waar net orkaan Sandy losbarst.
De storm is, hoe kan het ook anders bij de artistiekste jeugduitgever Querido, een metafoor voor alles wat er in haar omgaat. De woede op haar vader, de desinteresse van haar moeder, haar smetvrees en de angst voor de twee jongens waar ze verliefd op wordt, ook al maakt het idee om ze aan te raken haar al bij voorbaat misselijk. Uiteindelijk blijkt al die ellende en dat schoppen tegen een oneerlijke wereld een heerlijke opmaat naar een zoen.
Wat het boek sterk maakt, is dat ze dit avontuur deels zelf heeft beleefd. Woltz woonde in het najaar van 2012 in New York en je kunt duidelijk merken waar ze haar grimmige dagboekaantekeningen overschrijft en zo haar verhaal een echtheid meegeeft, die jongeren in de meeste andere voor hen bedoelde lectuur wordt onthouden.
Woltz weet rechttoe-rechtaan meidenthematiek iets rauws, poëtisch én filosofisch mee te geven. Haar boeken worden stapje voor stapje beter en de transfer naar een van de strengste kinderboekenredacteuren van het land heeft Woltz zeker goed gedaan: haar zinnen zijn fris en origineel en hebben een prettig ritme.
Brooks schurkt aan tegen de thriller, Woltz tegen de chicklit. Toch geven ze allebei veel meer. Boeken die je niet weghalen bij de werkelijkheid, maar je er met de neus opdrukken en er een fascinerend perspectief aan toevoegen. Die vragen durven stellen, waarop de schrijvers het antwoord ook nog niet weten.
**** (4)
Bunkerdagboek
Kevin Brooks
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge
De Harmonie, 248 pagina’s. € 17,50
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789076168883
**** (4)
Honderd uur nacht
Anna Woltz
Querido, 214 pagina’s, € 13,99
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789045116396
De lift brengt elke dag een verrassing. Heroïne en een injectienaald voor de net afgekickte Fred, sigaretten voor Anja, vergiftigd eten, schoonmaakmiddelen, op een ochtend een dolle dobermann, die zijn tanden in de keel van Bird zet. En dan een hele tijd niets. Pogingen om te ontsnappen of de camera’s onklaar te maken zijn zinloos: ze worden afgestraft met een bijtend zuur uit het plafond. Fred komt zo ver dat hij een fles bleek opdrinkt, Linus zet zijn tanden in de bijbel.
Kan het nóg gemener? Dat is de vraag die elk nieuw buikpijnboek van Kevin Brooks oproept. De Britse schrijver heeft het niet zo op met de mensheid en weet in de kleur zwart meer schakeringen te ontdekken dan gewone mensen in de regenboog. Zijn negentiende boek in twaalf jaar is zo cynisch, dat sommige lezers het ook grappig zouden kunnen vinden.
Er is een tijd geweest, dat dit soort straffe, nihilistische kost alleen was voorbehouden aan volwassenen. Als Floortje Zwigtman met het geniale Wolfsroedel (Fontein, 2002) feitelijk en zonder een oordeel te geven laat zien hoe een groep jongens wordt meegesleurd in een maalstroom van geweld, krijgt ze tweeslachtige reacties. Het boek wordt met bezorgdheid besproken, maar wint ook een Gouden Uil en een Zilveren Zoen. De gemene novelle met de veelzeggende titel Niets (Clavis, 2010) van Janne Teller brengt acht jaar later de wenkbrauwen al nauwelijks meer in beweging.
Toch blijven sommige auteurs nog verdere grenzen opzoeken. Brooks is van die schrijvers ongetwijfeld de meest fanatieke. Dat leidt er, helaas, toe dat hij zichzelf een beetje dreigt te marginaliseren. Want zo veel boeken in zo weinig tijd maakt lezers murw en roept ook de vraag op of hij wel genoeg rust neemt om dat ene, allerbeste manuscript af te leveren.
Ook Bunkerdagboek heeft hier en daar last van haast en losse eindjes. De armoedige vormgeving van zijn in het Nederlands vertaalde boeken helpt daarbij niet. Eeuwig zonde, want Bunkerdagboek – afgelopen week in Engeland bekroond met een Carnegie Medal – is een van zijn meest intrigerende boeken tot nu toe.
Grenzen verleggen kan natuurlijk best zonder een nietsontziende uitzichtloosheid. Het scherpe Honderd uur nacht van jongerenauteur Anna Woltz is bij Brooks vergeleken zachtaardig. Maar ook Woltz is er zo eentje die met zichtbaar plezier het allervreselijkste verzint dat een tiener kan overkomen, en pas daarna bedenkt hoe haar personages zich al dan niet redden.
De veertienjarige Emilia ontdekt dat de rector, haar vader, is vreemdgegaan met een meisje van school. Ze slaat op de vlucht voor alle haat-mail en pesterijen, pikt zijn creditcard en boekt een reis naar New York. Als ze aankomt blijkt ze opgelicht. Het appartement dat ze vooruit heeft betaald, wordt bewoond door Seth en zijn lastige zusje Abby. Ineens is Emilia dakloos in New York, waar net orkaan Sandy losbarst.
De storm is, hoe kan het ook anders bij de artistiekste jeugduitgever Querido, een metafoor voor alles wat er in haar omgaat. De woede op haar vader, de desinteresse van haar moeder, haar smetvrees en de angst voor de twee jongens waar ze verliefd op wordt, ook al maakt het idee om ze aan te raken haar al bij voorbaat misselijk. Uiteindelijk blijkt al die ellende en dat schoppen tegen een oneerlijke wereld een heerlijke opmaat naar een zoen.
Wat het boek sterk maakt, is dat ze dit avontuur deels zelf heeft beleefd. Woltz woonde in het najaar van 2012 in New York en je kunt duidelijk merken waar ze haar grimmige dagboekaantekeningen overschrijft en zo haar verhaal een echtheid meegeeft, die jongeren in de meeste andere voor hen bedoelde lectuur wordt onthouden.
Woltz weet rechttoe-rechtaan meidenthematiek iets rauws, poëtisch én filosofisch mee te geven. Haar boeken worden stapje voor stapje beter en de transfer naar een van de strengste kinderboekenredacteuren van het land heeft Woltz zeker goed gedaan: haar zinnen zijn fris en origineel en hebben een prettig ritme.
Brooks schurkt aan tegen de thriller, Woltz tegen de chicklit. Toch geven ze allebei veel meer. Boeken die je niet weghalen bij de werkelijkheid, maar je er met de neus opdrukken en er een fascinerend perspectief aan toevoegen. Die vragen durven stellen, waarop de schrijvers het antwoord ook nog niet weten.
**** (4)
Bunkerdagboek
Kevin Brooks
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge
De Harmonie, 248 pagina’s. € 17,50
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789076168883
**** (4)
Honderd uur nacht
Anna Woltz
Querido, 214 pagina’s, € 13,99
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789045116396
donderdag 26 juni 2014
Intrigerend voorwoord van de Griffeljury dit jaar
Ik waag me ook eens aan close reading. Als je de inleiding van het juryrapport van de Zilveren Griffels leest, vallen twee dingen op. Er wordt voor het eerst in tijden weer eens nadrukkelijk gezegd dat het de jury niets kan schelen of het boek 'door 100, 1.000, 10.000 of 100.000 kinderen met plezier is gelezen'. En de wat overbodige, maar daar door des te intrigerender opmerking aan het eind, dat de jury zich niet mengt in religieuze vraagstukken en stelt dat 'ketterij een zegen is in het belang van een levendige kinderboekencultuur'.
De eerste opmerking moet haast wel gaan over Jef Aerts, die met zijn tobberige proza vol verstikkend taalspel en gezochte metaforen vooral volwassen weet te bekoren op een manier die we sinds de jaren negentig van de vorige eeuw niet meer hebben gezien. Aerts is met twee boeken genomineerd en dat doe je natuurlijk niet zomaar. De tweede opmerking moet naar Jan Paul Schutten verwijzen, die veel lef heeft getoond door in een ambitieus informatief boek de strijd aan te gaan met bijna de helft van alle Nederlanders, die volgens onderzoek nog twijfelt aan de evolutieleer. Wie mijn voorkeur heeft, daar hebben we dan weer geen close reading voor nodig.
Het lijstje geeft verder een prima beeld van 2013, hoewel de jury met 9 Zilveren Griffels en 12 Vlag en Wimpels zich blijft gedragen alsof we met een bekroning minder iemand groot onrecht doen. Wel aardig dat de jury nog eens aandacht vestigt op de toegankelijke kinderbiografie ABC Dragt, die een Vlag en Wimpel krijgt, net als het zeer aardige Sammie en opa van Enne Koens. De regels van drie van Marjolijn Hoff, eerder dit jaar goed voor de Woutertje Pieterseprijs, heeft het terecht niet verder dan een eervolle vermelding geschopt. Verder een aantal interessante debutanten, waaronder Jonge Vlieger van Ellen van Velzen en het interessante Broergeheim van Emiel de Wild, die Zilver heeft gekregen. Bette Westera krijgt haar tweede Zilveren Griffel voor het geestige Held op sokken. En de mooi uitgegeven bloemlezing Ik zoek een woord van Hans en Monique Hagen ook. Kinderpoëzie doen we volgens de jury ook te weinig aan. Daar hebben ze een punt.
Overzicht van de bekroningen vindt u hier.
De eerste opmerking moet haast wel gaan over Jef Aerts, die met zijn tobberige proza vol verstikkend taalspel en gezochte metaforen vooral volwassen weet te bekoren op een manier die we sinds de jaren negentig van de vorige eeuw niet meer hebben gezien. Aerts is met twee boeken genomineerd en dat doe je natuurlijk niet zomaar. De tweede opmerking moet naar Jan Paul Schutten verwijzen, die veel lef heeft getoond door in een ambitieus informatief boek de strijd aan te gaan met bijna de helft van alle Nederlanders, die volgens onderzoek nog twijfelt aan de evolutieleer. Wie mijn voorkeur heeft, daar hebben we dan weer geen close reading voor nodig.
Het lijstje geeft verder een prima beeld van 2013, hoewel de jury met 9 Zilveren Griffels en 12 Vlag en Wimpels zich blijft gedragen alsof we met een bekroning minder iemand groot onrecht doen. Wel aardig dat de jury nog eens aandacht vestigt op de toegankelijke kinderbiografie ABC Dragt, die een Vlag en Wimpel krijgt, net als het zeer aardige Sammie en opa van Enne Koens. De regels van drie van Marjolijn Hoff, eerder dit jaar goed voor de Woutertje Pieterseprijs, heeft het terecht niet verder dan een eervolle vermelding geschopt. Verder een aantal interessante debutanten, waaronder Jonge Vlieger van Ellen van Velzen en het interessante Broergeheim van Emiel de Wild, die Zilver heeft gekregen. Bette Westera krijgt haar tweede Zilveren Griffel voor het geestige Held op sokken. En de mooi uitgegeven bloemlezing Ik zoek een woord van Hans en Monique Hagen ook. Kinderpoëzie doen we volgens de jury ook te weinig aan. Daar hebben ze een punt.
Overzicht van de bekroningen vindt u hier.
vrijdag 16 mei 2014
Waarom ik tegen jeugdliteratuur voor bovenbouwleerlingen ben
Ik ben niet voor jeugdliteratuur in de bovenbouw; ik ben voor het wegvallen van dat malle onderscheid. Er is in de volwassenenkast genoeg waar 'jeugdliteratuur' op had moeten staan (Giphart) en tussen de jongerenboeken wemelt het van de titels die door dat label tekort worden gedaan (Floortje Zwigtman, John Green). Het komt voor dat je bij het vak Engels wel fantasy mag lezen, maar bij Nederlands geen jeugdliteratuur. Idioot. Leraren lezen te weinig moderne literatuur, doen nauwelijks mee aan het broodnodige debat daarover en kijken te veel naar marketingkreten op achterflappen. Maar het ergste: dat er onder leesbevorderaars een sfeer is ontstaan dat je tot je vijfentwintigste van die weinig uitdagende young adult of crossover zou moeten lezen. Aangezien je na je vijfentwintigste werkt en kindert, kom je nooit meer aan Kafka toe. Vanaf je zestiende moet je dus grote literatuur lezen. Als we het daar over eens zijn, hoeft alleen nog dat vooroordeel weg dat jeugdliteratuur niet groot kan zijn.
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
PS: Ik zou zelf helemaal de andere kant op willen. Waarom moeten jongeren eigenlijk die provinciale Nederlandse literatuur lezen, waar nauwelijks genoeg hoogtepunten in te ontdekken zijn om een canon mee te vullen? Waarom niet een vak wereldliteratuur? Met meer dan genoeg ruimte voor iedere jonge lezer om dat ene boek te vinden dat écht bij hem of haar past?
dinsdag 13 mei 2014
Nieuwe Vlaamse prijs: de Gouden Poëziemedaille
In België is er een nieuwe prijs: de Gouden Poëziemedaille. Alle kandidaten voor de eerste bekroning, die morgen op 14 mei bekend wordt gemaakt, zijn Nederlandse dichters: Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Jaap Robben en Bette Westera. Een vakjury kiest de winnaar uit een poëziebundel van de afgelopen twee jaar. Kinderjury's gaan beste gedichten aanwijzen, als ik het goed begrijp uit de genomineerde boeken. Die worden op posters in scholen opgehangen. Of een vakjury ervoor kan zorgen dat kinderen meer gedichten gaan lezen betwijfel ik; maar dat posters in klassen ophangen werkt, weet ik zeker. Goed idee. Zouden we hier ook moeten doen. En met die kinderjury's zorg je er meteen voor dat het juiste gedicht de juiste prijs wint: aandacht. Want een muurgedicht is het beste alternatief op uit het raam staren.
Abonneren op:
Posts (Atom)


