donderdag 9 oktober 2014
Titel van het jaar: Hoe ik per ongeluk een boek schreef (Annet Huizing)
Dit debuut van Annet Huizing gaat voor de titel van het jaar: Hoe ik per ongeluk een boek schreef. Het had Hoe ik per ongeluk een briljante titel bedacht moeten heten. Katinka heeft een beroemde oude romanschrijfster als buurvrouw. Ze leert hoe het moet en schrijft al doende, dus, per ongeluk een boek. Annet Huizing schrijft daar dan trouwens ook weer onderhoudend over op haar blog.
woensdag 8 oktober 2014
Jan Paul Schutten vestigt record: hoogste notering van Gouden Griffel in twaalf jaar
Het prentenboek van de kinderboekenweek op één in de verkooptop-60 is niet zo bijzonder: dat gebeurt sinds de invoering van dat bijna-geschenk (het kost maar vijf euro, sinds dit jaar zeven) bijna altijd. Ook Francine Oomen, Paul van Loon en Vivian den Hollander zijn vaste gasten. Wat is hoog voor een Gouden Griffelwinnaar in de verkooptop-60? De hoogste positie in de afgelopen twaalf jaar is de derde plek, en die is deze week gehaald door Jan Paul Schutten. De laagste positie is de zesendertigste, gehaald door Marjolijn hof in 2007. Godje van Daan Remmerts de Vries haalde in 2003 de top-60 helemaal niet. Je kunt discussiëren over de precieze herkomst en betrouwbaarheid van de cijfers en wat een plaatsing werkelijk zégt, maar andere cijfers hebben we niet. Een overzicht.
1. Het raadsel van alles wat leeft van Jan Paul Schutten (2014), tot nu toe 1 week in de lijst, waarvan hoogste op 3
2. Spinder van Simon van der Geest (2013), tot nu toe 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 4, in de tweede week (eerste boek dat stijgt in de top-60 in plaats van daalt)
3. Dissus van Simon van der Geest (2011), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 7
4. Kinderen van Amsterdam van Jan Paul Schutten (2008), 4 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 8
5. Het boek van alle dingen van Guus Kuijer (2005), 1 week in de lijst, waarvan de hoogste op 8
6. Winterdieren van Bibi Dumon Tak (2012), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 10
7. Voordat jij er was van Daan Remmerts de Vries en Philip Hopman (2010), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 15
8. Big van Mireille Geus (2006), twee weken in de lijst, waarvan de hoogste 19
9. Het geheim van de keel van de nachtegaal van Peter Verhelst (2009), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 33
10. De dans van de drummers van Hans Hagen (2004), 1 week in de lijst, waarvan de hoogste 34
11. Een kleine kans van Marjolijn Hof (2007), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 36
12. Godje van Daan Remmerts de Vries (2003), 0 weken in de lijst, waarvan de hoogste positie 0
Als je teruggaat door al die jaargangen zie je tussen Vijftig tinten grijs, Khaled Hosseini en de nieuwe Dan Brown ineens het prentenboekje van de kinderboekenweek opduiken. Altijd in week 41. In die week is ook altijd de hoogste notering van het boek dat de Gouden Griffel heeft gewonnen. De meeste Gouden Griffelwinnaars staan er twee weken in. Langste notering is vier weken. Echt interessant zijn titels die jarenlang gestaag verkopen, dat hoeft niet eens heel veel te zijn. Dat zijn de klassiekers en die kunnen lang leven zonder ooit in de BS60 terecht te komen. Even twee weken goed verkopen zegt, zeker in de kinderboekenweek, heel wat minder over je succes. Wel is duidelijk dat er grote onderlinge verschillen zijn. Je zou kunnen zeggen dat de kopers de laatste jaren steeds enthousiaster worden over de Gouden Griffel, in elk geval ten opzichte van kopers van andere boeken. Maar het zou ook kunnen betekenen dat 'Gouden Griffel kopen' op steeds meer teiltje-lijsten staat.
1. Het raadsel van alles wat leeft van Jan Paul Schutten (2014), tot nu toe 1 week in de lijst, waarvan hoogste op 3
2. Spinder van Simon van der Geest (2013), tot nu toe 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 4, in de tweede week (eerste boek dat stijgt in de top-60 in plaats van daalt)
3. Dissus van Simon van der Geest (2011), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 7
4. Kinderen van Amsterdam van Jan Paul Schutten (2008), 4 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 8
5. Het boek van alle dingen van Guus Kuijer (2005), 1 week in de lijst, waarvan de hoogste op 8
6. Winterdieren van Bibi Dumon Tak (2012), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste op 10
7. Voordat jij er was van Daan Remmerts de Vries en Philip Hopman (2010), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 15
8. Big van Mireille Geus (2006), twee weken in de lijst, waarvan de hoogste 19
9. Het geheim van de keel van de nachtegaal van Peter Verhelst (2009), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 33
10. De dans van de drummers van Hans Hagen (2004), 1 week in de lijst, waarvan de hoogste 34
11. Een kleine kans van Marjolijn Hof (2007), 2 weken in de lijst, waarvan de hoogste 36
12. Godje van Daan Remmerts de Vries (2003), 0 weken in de lijst, waarvan de hoogste positie 0
Als je teruggaat door al die jaargangen zie je tussen Vijftig tinten grijs, Khaled Hosseini en de nieuwe Dan Brown ineens het prentenboekje van de kinderboekenweek opduiken. Altijd in week 41. In die week is ook altijd de hoogste notering van het boek dat de Gouden Griffel heeft gewonnen. De meeste Gouden Griffelwinnaars staan er twee weken in. Langste notering is vier weken. Echt interessant zijn titels die jarenlang gestaag verkopen, dat hoeft niet eens heel veel te zijn. Dat zijn de klassiekers en die kunnen lang leven zonder ooit in de BS60 terecht te komen. Even twee weken goed verkopen zegt, zeker in de kinderboekenweek, heel wat minder over je succes. Wel is duidelijk dat er grote onderlinge verschillen zijn. Je zou kunnen zeggen dat de kopers de laatste jaren steeds enthousiaster worden over de Gouden Griffel, in elk geval ten opzichte van kopers van andere boeken. Maar het zou ook kunnen betekenen dat 'Gouden Griffel kopen' op steeds meer teiltje-lijsten staat.
Bibi Dumon Tak: We gingen achter de hamsters aan
Bibi Dumon Tak is terug bij het genre waar ze mee begon én het beste in is: het journalistieke kinderboek. In We gingen achter de hamsters aan rijdt ze mee op de dierenambulance. In plaats van de informatie te fictionaliseren of in eigen woorden na te vertellen, zoals in kinderboeken de gewoonte is, zet ze juist de schijnwerpers op haar eigen rol en die van haar informanten. Ze legt bijvoorbeeld uit waarom de foto's snapshots zijn: omdat ze ze met haar telefoon gemaakt heeft en vanwege het welzijn van de dieren maar één korte kans kreeg. Juist die minder-gefilterde werkelijkheid en haar treffende portretten maken haar boeken écht. Het is eigenlijk gek dat deze werkwijze Dumon Tak, vier Zilveren en één Gouden Griffel, zo weinig navolging heeft gehad. Zelf stapte ze er een paar jaar geleden ook vanaf en maakte een aantal prachtig uitgegeven maar inhoudelijk minder geslaagde in-eigen-woorden-boeken over dieren. We gingen achter de hamsters aan is Bibi zoals we haar het liefste zien: met haar pootjes in de klei.
dinsdag 9 september 2014
Prachtige heruitgave Toon Tellegen Is er dan niemand boos?
Een liefhebberige uitstraling, dat hadden de petieterige bundeltjes dierenverhalen van Toon Tellegen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij werd bejubeld en won Gouden Griffels, maar zijn boeken deden het vooral goed bij jongeren en volwassenen. Als parabels dus. Pas de laatste jaren zien zijn boeken er steeds meer als kinderboeken uit, zoals deze prachtige heruitgave van een aantal verhalen uit Is er dan niemand boos? uit 2002. Die was met illustraties van Annemarie van Haeringen al een stuk toegankelijker dan zijn eerdere boeken, maar de Bourgondische illustrator Marc Boutavant maakt er helemaal wat prachtigs van. Grote letters, stevig in de hand en fijne plaatjes.
vrijdag 5 september 2014
Voorbeschouwing Melvin Burgess Hype
Over anderhalve week in de winkel: Hype van Melvin Burgess, de Britse shock-auteur waar we ruim tien jaar niets meer van hebben gehoord. Wie is Melvin Burgess ook alweer? Hij debuteert met het in Engeland bejubelde The Cry of the Wolf. In de jaren negentig maakt hij indruk met het rauwe Junkies (Carnegie Medal 1996), waarmee hij hoopt te bereiken dat jongeren wel twee keer zullen nadenken voor ze aan de drugs gaan. Een tijd lang verschijnt het ene na het andere boek. Een oeuvre dat hem een aantal positieve recensies en nominaties voor prijzen oplevert, maar ook veel boze brieven van bezorgde ouders en collega's. Nooit helemaal begrepen, die prijzen. Bloedtij (2000) is een slordige, maar ook grove en opwindende roman, maar daarna zakt hij hard weg. Foxy, mijn leven als een teef (2002) is origineel, maar ‘overtuigt maar half' en Testosteron (2003) is gewoon een mislukt voorlichtingsboek. Daarna wordt het – in elk geval – in Nederland stil. Hij is hier nooit zo heel erg aangeslagen en na hem opgekomen auteurs in het zelfde genre, Kevin Brooks en Floortje Zwigtman, schrijven veel beter dan hij. Dat verandert niet dat een nieuwe Burgess nog altijd nieuwsgierig maakt. En terecht. In Hype gaat het er vanaf de eerste bladzij meteen weer vertrouwd rauw aan toe: een populaire zanger pleegt op het podium zelfmoord met een populaire nieuwe drug, die je eerst de week van je leven geeft. Vervolgens breken er rellen uit. Hype speelt in de nabije toekomst. Engeland is een totalitaire staat geworden en arm en rijk gaan niet meer met elkaar om. Helaas ook terug: de belabberde schrijfstijl.
Jenny Smelink-IBBYprijs voor Hans Hagen en Philip Hopman Het hanengevecht
Het is niet zo'n hele bekende prijs, maar wel eentje die dit jaar wat extra aandacht verdient: de Jenny Smelink-IBBYprijs, bedoeld voor boeken die aandacht besteden aan andere culturen, gaat dit jaar naar Het hanengevecht van Hans Hagen en Philip Hopman. En terecht. Juist omdat dit boek de gebruikelijke, tenenkrommende derdewereldvlijt van dit genre met kop en schouders overstijgt. Nog steeds een aanrader, dit boek.
Labels:
avonturenverhaal,
kinderboek,
makkelijk lezen,
prijs
zaterdag 12 juli 2014
Brooks Bunkerdagboek en Woltz Honderd uur nacht
Linus wordt wakker in een ondergrondse bunker met zes kamers, een keukentje, een lift en een klok. Naast elk bed staat een nachtkastje met een bijbel. Eerst is hij een paar dagen alleen, dan krijgt hij gezelschap van het basisschoolmeisje Jenny, de drugsverslaafde bouwvakker Fred, makelaar Anja, consultant Bird en ten slotte de homoseksuele natuurkundige Russell. In Bunkerdagboek van Kevin Brooks, uitstekend vertaald door Jenny de Jonge, vertelt Linus hun uitzichtloze verhaal.
De lift brengt elke dag een verrassing. Heroïne en een injectienaald voor de net afgekickte Fred, sigaretten voor Anja, vergiftigd eten, schoonmaakmiddelen, op een ochtend een dolle dobermann, die zijn tanden in de keel van Bird zet. En dan een hele tijd niets. Pogingen om te ontsnappen of de camera’s onklaar te maken zijn zinloos: ze worden afgestraft met een bijtend zuur uit het plafond. Fred komt zo ver dat hij een fles bleek opdrinkt, Linus zet zijn tanden in de bijbel.
Kan het nóg gemener? Dat is de vraag die elk nieuw buikpijnboek van Kevin Brooks oproept. De Britse schrijver heeft het niet zo op met de mensheid en weet in de kleur zwart meer schakeringen te ontdekken dan gewone mensen in de regenboog. Zijn negentiende boek in twaalf jaar is zo cynisch, dat sommige lezers het ook grappig zouden kunnen vinden.
Er is een tijd geweest, dat dit soort straffe, nihilistische kost alleen was voorbehouden aan volwassenen. Als Floortje Zwigtman met het geniale Wolfsroedel (Fontein, 2002) feitelijk en zonder een oordeel te geven laat zien hoe een groep jongens wordt meegesleurd in een maalstroom van geweld, krijgt ze tweeslachtige reacties. Het boek wordt met bezorgdheid besproken, maar wint ook een Gouden Uil en een Zilveren Zoen. De gemene novelle met de veelzeggende titel Niets (Clavis, 2010) van Janne Teller brengt acht jaar later de wenkbrauwen al nauwelijks meer in beweging.
Toch blijven sommige auteurs nog verdere grenzen opzoeken. Brooks is van die schrijvers ongetwijfeld de meest fanatieke. Dat leidt er, helaas, toe dat hij zichzelf een beetje dreigt te marginaliseren. Want zo veel boeken in zo weinig tijd maakt lezers murw en roept ook de vraag op of hij wel genoeg rust neemt om dat ene, allerbeste manuscript af te leveren.
Ook Bunkerdagboek heeft hier en daar last van haast en losse eindjes. De armoedige vormgeving van zijn in het Nederlands vertaalde boeken helpt daarbij niet. Eeuwig zonde, want Bunkerdagboek – afgelopen week in Engeland bekroond met een Carnegie Medal – is een van zijn meest intrigerende boeken tot nu toe.
Grenzen verleggen kan natuurlijk best zonder een nietsontziende uitzichtloosheid. Het scherpe Honderd uur nacht van jongerenauteur Anna Woltz is bij Brooks vergeleken zachtaardig. Maar ook Woltz is er zo eentje die met zichtbaar plezier het allervreselijkste verzint dat een tiener kan overkomen, en pas daarna bedenkt hoe haar personages zich al dan niet redden.
De veertienjarige Emilia ontdekt dat de rector, haar vader, is vreemdgegaan met een meisje van school. Ze slaat op de vlucht voor alle haat-mail en pesterijen, pikt zijn creditcard en boekt een reis naar New York. Als ze aankomt blijkt ze opgelicht. Het appartement dat ze vooruit heeft betaald, wordt bewoond door Seth en zijn lastige zusje Abby. Ineens is Emilia dakloos in New York, waar net orkaan Sandy losbarst.
De storm is, hoe kan het ook anders bij de artistiekste jeugduitgever Querido, een metafoor voor alles wat er in haar omgaat. De woede op haar vader, de desinteresse van haar moeder, haar smetvrees en de angst voor de twee jongens waar ze verliefd op wordt, ook al maakt het idee om ze aan te raken haar al bij voorbaat misselijk. Uiteindelijk blijkt al die ellende en dat schoppen tegen een oneerlijke wereld een heerlijke opmaat naar een zoen.
Wat het boek sterk maakt, is dat ze dit avontuur deels zelf heeft beleefd. Woltz woonde in het najaar van 2012 in New York en je kunt duidelijk merken waar ze haar grimmige dagboekaantekeningen overschrijft en zo haar verhaal een echtheid meegeeft, die jongeren in de meeste andere voor hen bedoelde lectuur wordt onthouden.
Woltz weet rechttoe-rechtaan meidenthematiek iets rauws, poëtisch én filosofisch mee te geven. Haar boeken worden stapje voor stapje beter en de transfer naar een van de strengste kinderboekenredacteuren van het land heeft Woltz zeker goed gedaan: haar zinnen zijn fris en origineel en hebben een prettig ritme.
Brooks schurkt aan tegen de thriller, Woltz tegen de chicklit. Toch geven ze allebei veel meer. Boeken die je niet weghalen bij de werkelijkheid, maar je er met de neus opdrukken en er een fascinerend perspectief aan toevoegen. Die vragen durven stellen, waarop de schrijvers het antwoord ook nog niet weten.
**** (4)
Bunkerdagboek
Kevin Brooks
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge
De Harmonie, 248 pagina’s. € 17,50
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789076168883
**** (4)
Honderd uur nacht
Anna Woltz
Querido, 214 pagina’s, € 13,99
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789045116396
De lift brengt elke dag een verrassing. Heroïne en een injectienaald voor de net afgekickte Fred, sigaretten voor Anja, vergiftigd eten, schoonmaakmiddelen, op een ochtend een dolle dobermann, die zijn tanden in de keel van Bird zet. En dan een hele tijd niets. Pogingen om te ontsnappen of de camera’s onklaar te maken zijn zinloos: ze worden afgestraft met een bijtend zuur uit het plafond. Fred komt zo ver dat hij een fles bleek opdrinkt, Linus zet zijn tanden in de bijbel.
Kan het nóg gemener? Dat is de vraag die elk nieuw buikpijnboek van Kevin Brooks oproept. De Britse schrijver heeft het niet zo op met de mensheid en weet in de kleur zwart meer schakeringen te ontdekken dan gewone mensen in de regenboog. Zijn negentiende boek in twaalf jaar is zo cynisch, dat sommige lezers het ook grappig zouden kunnen vinden.
Er is een tijd geweest, dat dit soort straffe, nihilistische kost alleen was voorbehouden aan volwassenen. Als Floortje Zwigtman met het geniale Wolfsroedel (Fontein, 2002) feitelijk en zonder een oordeel te geven laat zien hoe een groep jongens wordt meegesleurd in een maalstroom van geweld, krijgt ze tweeslachtige reacties. Het boek wordt met bezorgdheid besproken, maar wint ook een Gouden Uil en een Zilveren Zoen. De gemene novelle met de veelzeggende titel Niets (Clavis, 2010) van Janne Teller brengt acht jaar later de wenkbrauwen al nauwelijks meer in beweging.
Toch blijven sommige auteurs nog verdere grenzen opzoeken. Brooks is van die schrijvers ongetwijfeld de meest fanatieke. Dat leidt er, helaas, toe dat hij zichzelf een beetje dreigt te marginaliseren. Want zo veel boeken in zo weinig tijd maakt lezers murw en roept ook de vraag op of hij wel genoeg rust neemt om dat ene, allerbeste manuscript af te leveren.
Ook Bunkerdagboek heeft hier en daar last van haast en losse eindjes. De armoedige vormgeving van zijn in het Nederlands vertaalde boeken helpt daarbij niet. Eeuwig zonde, want Bunkerdagboek – afgelopen week in Engeland bekroond met een Carnegie Medal – is een van zijn meest intrigerende boeken tot nu toe.
Grenzen verleggen kan natuurlijk best zonder een nietsontziende uitzichtloosheid. Het scherpe Honderd uur nacht van jongerenauteur Anna Woltz is bij Brooks vergeleken zachtaardig. Maar ook Woltz is er zo eentje die met zichtbaar plezier het allervreselijkste verzint dat een tiener kan overkomen, en pas daarna bedenkt hoe haar personages zich al dan niet redden.
De veertienjarige Emilia ontdekt dat de rector, haar vader, is vreemdgegaan met een meisje van school. Ze slaat op de vlucht voor alle haat-mail en pesterijen, pikt zijn creditcard en boekt een reis naar New York. Als ze aankomt blijkt ze opgelicht. Het appartement dat ze vooruit heeft betaald, wordt bewoond door Seth en zijn lastige zusje Abby. Ineens is Emilia dakloos in New York, waar net orkaan Sandy losbarst.
De storm is, hoe kan het ook anders bij de artistiekste jeugduitgever Querido, een metafoor voor alles wat er in haar omgaat. De woede op haar vader, de desinteresse van haar moeder, haar smetvrees en de angst voor de twee jongens waar ze verliefd op wordt, ook al maakt het idee om ze aan te raken haar al bij voorbaat misselijk. Uiteindelijk blijkt al die ellende en dat schoppen tegen een oneerlijke wereld een heerlijke opmaat naar een zoen.
Wat het boek sterk maakt, is dat ze dit avontuur deels zelf heeft beleefd. Woltz woonde in het najaar van 2012 in New York en je kunt duidelijk merken waar ze haar grimmige dagboekaantekeningen overschrijft en zo haar verhaal een echtheid meegeeft, die jongeren in de meeste andere voor hen bedoelde lectuur wordt onthouden.
Woltz weet rechttoe-rechtaan meidenthematiek iets rauws, poëtisch én filosofisch mee te geven. Haar boeken worden stapje voor stapje beter en de transfer naar een van de strengste kinderboekenredacteuren van het land heeft Woltz zeker goed gedaan: haar zinnen zijn fris en origineel en hebben een prettig ritme.
Brooks schurkt aan tegen de thriller, Woltz tegen de chicklit. Toch geven ze allebei veel meer. Boeken die je niet weghalen bij de werkelijkheid, maar je er met de neus opdrukken en er een fascinerend perspectief aan toevoegen. Die vragen durven stellen, waarop de schrijvers het antwoord ook nog niet weten.
**** (4)
Bunkerdagboek
Kevin Brooks
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge
De Harmonie, 248 pagina’s. € 17,50
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789076168883
**** (4)
Honderd uur nacht
Anna Woltz
Querido, 214 pagina’s, € 13,99
Vanaf 14 jaar
ISBN 9789045116396
Abonneren op:
Posts (Atom)




