maandag 5 juli 2010

**** (4) voor Van der Geest: Dissus

Simon van der Geest is hard op weg om net zo’n carrière tegemoet te gaan als Edward van de Vendel. Deze dichter viel voor het eerst op met zijn Vondelbewerking Gijsbrecht (1998, Querido, Gouden Zoen). Van der Geest, ook in de eerste plaats dichter, scoort na een aantal geslaagde gedichten in bundels van Ted van Lieshout en een in mijn ogen matig debuut Geel gras met een opvallende Homerosbewerking: Dissus. Net als de Gijsbrecht niet bepaald iets waar jong publiek op zit te wachten en desondanks met net zo veel bravoure en uitstraling uitgegeven. Grappig is dat zelfs de verstrekte subsidie uit dezelfde pot komt. Er verandert toch maar weinig aan het kwaliteitskinderboekenfront. Maar verder valt er over Dissus veel goeds te zeggen, ik gaf het vier sterren in de krant. Ik vind Van der Geests gedichten erg goed. Hij weet een bepaalde urgentie te bereiken en schrijft echt voor kerels. Gedichten zonder getrut en getob. Fijn is dat.

Ruim een jaar later wint Simon van der Geest voor Dissus de Gouden Griffel 2011.

maandag 28 juni 2010

**** (4) voor Tijs Goverde: Donderkat

Afgelopen zaterdag besprak ik lovend: Donderkat van Thijs Goverde. Ik was al eerder enthousiast over zijn Hand-trilogie. Donderkat is wat oppervlakkiger en wat minder barok, maar zeldzaam humoristisch. Goverde is in de verkeerde tijd geboren, denk ik wel eens. Dertig jaar geleden zouden zijn boeken het goed gedaan hebben. De recensie staat hier op de website van de Volkskrant.

Ook uitgevers volwassenen doen mee aan GJP

Goed nieuws: Stichting Lezen bevestigt dat onder die ruim tachtig boeken die zijn ingezonden voor de Grote Jongerenliteratuur Prijs, zich ook boeken bevinden van uitgevers die uitsluitend voor volwassenen werken. Dit verklaart ook wel het hoge aantal inzendingen, dat tot vandaag voor wenkbrouwentopsport zorgde. Althans, bij mij. Maakt des te nieuwsgieriger naar de prijs en neemt mijn eerdere kritiek weg dat het een al te specialistische prijs is, dus voor boeken uit in mijn ogen doorgaans nogal truttige jongerengenre. Kennelijk kun je nu dus ook als nietsvermoedende auteur zo'n prijs aan je broek krijgen en dat is mooi. Bovendien is er dan vergelijking mogelijk en kunnen prestaties worden afgemeten tegen de brede oogst van een heel jaar. De vraag wordt zo wel levensgroot welke criteria zo'n jury dan moet aanleggen. Tot nu toe konden we ons altijd verschuilen achter ietwat sofistische formuleringen als 'jongerenliteratuur is literatuur die wordt uitgegeven door een jongerenuitgever' of 'jongerenliteratuur is die literatuur die specifiek voor jongeren is uitgegeven'. Maar nu? Moet er bijvoorbeeld een jonge hoofdpersoon zijn? Moet er jongerenthematiek in staan en wat is dat dan? Moet het makkelijke literatuur zijn, zoals de luchtige hap-slik-wegromannetjes van Giphart of Kluun? Ik mag hopen van niet. En hoe gaan ze uitleggen dat het redelijk populaire leeslijstboek Hersenschimmen van Berlef - ik noem maar een voorbeeld - geen jongerenliteratuur is? En is het om de seks veel gelezen werk van Jan Wolkers, stel dat er vorig jaar een was verschenen, dan wel? Benieuwd, benieuwd.

vrijdag 25 juni 2010

Nieuwe prijs voor Jongerenliteratuur

Het sudderde al een tijdje, maar de jury van De Grote Jongerenliteratuur Prijs is sinds gisteren officieel begonnen met het beoordelen van de ongeveer tachtig jongerenboeken die ze zijn opgestuurd. Dit meldt Stichting Lezen in een persbericht. Er komt een aparte bekroning voor een oorspronkelijk Nederlandse en een vertaalde titel.

Wel degelijk een nieuwe prijs
De prijs lijkt de Gouden Zoen te vervangen, maar dat is niet helemaal zo. De Gouden Zoen was voor 12+ en over de boeken van Floortje Zwigtman was bijvoorbeeld al behoorlijk wat discussie: wel of niet bekronen? Deze prijs is dus echt nieuw: we hadden nog niets voor jongeren- of adolescentenliteratuur. Prettig is dat er een nette prijzenpot is: twee maal 5000 euro. Met ruim tachtig inzendingen is er ook heel wat keus. Tegelijkertijd roept dat enorme getal vraagtekens op: om welke boeken gaat het hier eigenlijk? Zijn er echt tachtig jongerenboeken uitgegeven in 2009? Gaat deze prijs wel alleen over 2009? Doen uitgeverijen voor volwassenen ook mee? Hoe dan ook: de nieuwe prijs maakt nieuwsgierig.

Het is ook best een zware prijs
De initiatiefnemers mogen ook niet klagen over de jury. Die is met door de wol geverfde cultuurbestuurder Hedy d'Ancona zwaar te noemen. Interessant is de positie van Jenny de Jonge in de lijst. Zij heeft veel verstand van jongerenliteratuur. Maar hoe moet het nu met vorig jaar verschenen vertalingen van haar hand? Een door Jenny de Jonge vertaald jongerenboek is bij voorbaat een goede kanshebber voor de prijs. Maar in 2009 verschenen volgens de KB van haar hand alleen Gebroken soep van Jenny Valentine. Die gaat dus, lijkt mij, niet winnen. Met alle respect voor andere vertalingen van De Jonge: bepaald geen gemis wat mij betreft.

Is zo'n prijs nu nodig?
Ja en nee. Een prijs met ballen geeft status en glamour. Of deze prijs ballen heeft moet nog bewezen worden, maar de kaarten liggen op het eerste gezicht goed. En een beetje glamour kan de lezende jongere wel gebruiken, want die zit wel in een verdomhoekje. Aan de andere kant heeft de jongerenliteratuur dat verdomhoekje aan zichzelf te danken. Waarom worden boeken voor en over adolescenten apart uitgegeven en niet gewoon door een uitgever van literatuur voor volwassenen? Dit heeft iets met de kwaliteit te maken. In de jeugdliteratuur is een gekke tegenstelling: in de basisschoolleeftijd promoten we literaire meesterwerkjes die geen kind leest, voor jongeren gaan we op de knieën met vereenvoudigde, versimpelde en in de meeste gevallen ronduit brave krukjesliteratuur. Kinderen rukken we omhoog, jongeren drukken we naar beneden. Een prijs kan natuurlijk kwaliteitsbevorderend werken, maar draagt tegelijkertijd bij aan het idee dat het om een apart genre zou gaan, waar je een aparte deskundigheid voor zou moeten hebben. En dat is natuurlijk onzin. Goede literatuur is goede literatuur. Jongerenliteratuur is doelgroepliteratuur. En bevorderd worden tot doelgroepliteratuur is altijd een degradatie. Daarom ben ik als puntje bij paaltje komt tégen jongerenliteratuur als apart genre. Een prijs als de Inktaap vind ik dan zinniger.

Interessante kanshebbers van vorig jaar
Dat wil niet zeggen dat er geen interessante boeken te nomen zijn in dit 'genre'. Waar en met welke motieven deze boeken uitgeven zijn doet er niet toe. Ze zijn de belangstelling waard. Maar ik kom met drie titels niet in de buurt van de tachtig die Hedy d' Ancona deze zomer moet lezen.
De vriend van de vriendin van de moeder van Maja en andere novellen (Kieri, Custers, Van Goor)
Landjepik (Visser, Nieuw Amsterdam)
Paper towns (Green, Van Eekelen-Benders, Lemniscaat)

dinsdag 22 juni 2010

Te veel Griffels

Wie de Griffel moet winnen? Ik zou willen zeggen: wie niet? Het zijn er wel érg veel dit jaar. Te veel. Tien Zilveren Griffels, dertien Vlag & Wimpels. Daar gaat de suggestie van uit dat er vorig jaar maar liefst drieëntwintig boeken verschenen zijn die bovengemiddeld goed waren. Alsof onze kinderen dreigen te verdrínken in de geweldige, nu al bijna niet meer weg te denken boeken. Dat is gewoon niet waar. Hoog tijd dat de Griffeljury, toch al niet meer de meest serieus genomen jury van het land, zich bezint. En wat mij betreft weer zoals vroeger gaat voor één bekroning. Met als dat verdiend is een paar eervolle vermeldingen. Zoals Woutertje Pieterse het doet. Een prijs die soms nergens op slaat, maar tenminste duidelijk en geloofwaardig is. Je kunt een Griffel ook een keer níet uitreiken, trouwens. Staat in de reglementen. Niet dat dat dit jaar aan de orde zou zijn. Mijn favoriet: Aadje Piraatje van Marjet Huiberts en Sieb Posthuma. Hoog van kwaliteit én echt een succes bij kinderen.

Gemengde gevoelens over Penseel

Ik ben een boomhuttenfanaat. Ik heb zelfs als jongetje een boomhuttenhandboek geschreven en getekend. En mijn vader kocht ooit een prachtige lithografie van een hut, waar ik jarenlang bij heb weggedroomd. Toch kijk ik met gemengde gevoelens naar de Gouden Penseel 2010. Ik vind De boomhut van vader en dochter Tolman een prachtig en zeer geslaagd boek, maar ik heb twijfels of dit nu iets voor kinderen is. Het gegeven is mooi, maar het verhaal gaat niet echt ergens heen en er zijn veel zaken onaf. Dit in tegenstelling tot de wel complete verhalen-zonder-woorden van Charlotte Dematons (Ga je mee, De gele ballon, Sinterklaas), Thé Tjong-Khing (Waar is de taart? en vervolgdelen) en de seizoenenserie van Rotraut Suzanne Berner. Sterk aan De boomhut vind ik dat het niet gebukt gaat onder artistieke pretentie: het is een neuriënd en hummend berenboek dat niet moeilijk doet om het moeilijk doen. In een niet door mij gemaakt interview in de Volkskrant zeggen de makers dat kinderen meer begrijpen dan veel mensen denken. Maar dat vind ik dus het punt niet. Daar erger ik me aan. Dat is elke keer het argument. Natuurlijk begrijpen kinderen het best. Maar willen ze eruit 'voorgelezen' worden, liefst keer op keer? Dat mag je wel verwachten na het betalen van 14 euro 95. Nee, ik denk niet dat ik het als ouder gekocht zou hebben. Naar de tentoonstelling met de kinderen - kan vanaf 6 oktober weer in het Rijksmuseum Amsterdam - en een ijsje na afloop. Of liever nog, voor hetzelfde geld een grote poster voor in de kinderkamer. Dat wel.

**** (4) Ford: Suicide notes

Op 12 juni besprak ik recente Young Adult-titels in de Volkskrant. Het beste vond ik Michael Thomas Ford: Suicide Notes. De eerste serieuze concurrent voor de grote hedendaagse jeugdschrijver John Green. Amerikaanse Young Adult (zou een pleonasme moeten zijn, is het volgens de liefhebbers niet meer) blijft naar mening echter gebukt gaan onder cliché's. Leesbevorderaars die met droge ogen blijven volhouden dat genre als geheel iets is dat volwassenen ook serieus zouden moeten nemen als literatuur, heeft waarschijnlijk nog nooit literatuur voor volwassenen gelezen. Mijn bespreking vind je hier.