Met titels als Dooie dino’s, Wereldschokkende aardbevingen en Je spetterende spijsvertering bieden de ‘informatieve’ boeken uit de serie Waanzinnig om te weten naast echte kennis ook eindeloos veel flauwe humor waar jongens zo dol op zijn. WOTW, zoals fans de populaire pocketreeks noemen, bereikt een voorlopig hoogtepunt met De waanzinnige wetenschap over jou. Daarin kun je alles leren over slapen, door de hele nacht op te blijven en je ouders te bestuderen, en eer je een recept met oorsmeerballetjes. Bijna ongemerkt helpen deze boeken zelfs de meest rabiate letterhaters aan het lezen.
donderdag 10 maart 2011
Net uit: Arnold & De Saulles De waanzinnige wetenschap over jou
Met titels als Dooie dino’s, Wereldschokkende aardbevingen en Je spetterende spijsvertering bieden de ‘informatieve’ boeken uit de serie Waanzinnig om te weten naast echte kennis ook eindeloos veel flauwe humor waar jongens zo dol op zijn. WOTW, zoals fans de populaire pocketreeks noemen, bereikt een voorlopig hoogtepunt met De waanzinnige wetenschap over jou. Daarin kun je alles leren over slapen, door de hele nacht op te blijven en je ouders te bestuderen, en eer je een recept met oorsmeerballetjes. Bijna ongemerkt helpen deze boeken zelfs de meest rabiate letterhaters aan het lezen.
***** (5) Jowi Schmitz: Ik heet Olivia en daar kan ik ook niets aan doen
Afgelopen zaterdag gaf ik de volle mep sterren aan Ik heet Olivia en daar kan ik ook niets aan doen van Jowi Schmitz. Een uithuilboek van de allerbeste soort over een meisje dat haar moeder heeft verloren en nu met haar vader op een zeilboot woont in een tuin.‘Ik moest leren een beetje tegen het leven te kunnen.’
‘Verwerken? Wat was dat nou weer? Bloemen kon je tot een boeket verwerken, komkommers en fetakaas verwerkte je tot een salade. Maar een dode moeder?’ De verteller van Ik ben Olivia en daar kan ik ook niks aan doen, het jeugddebuut van Jowi Schmitz, is van kaft tot kaft echt. Bij haar hoef je niet aan te komen met pedagogische praatjes. ‘Dus’, zou ze daar waarschijnlijk aan toevoegen. Met een punt erachter, alsof de kous daarmee af is.
Sommige schrijvers denken dat je voor een meeslepend verhaal een ingenieus plot moet verzinnen in een exotisch decor. Maar met een origineel meisje in een onalledaagse situatie kom je soms zelfs verder. Olivia is zo’n meisje. Ze woont met haar vader John, die barbier is, in een zeilboot op een trailer in de tuin achter de zaak. Ze hebben niet veel en aan elkaar ook niet altijd genoeg.
Van de boot kunnen ze geen afscheid nemen; het was de lievelingsplek van Olivia’s moeder en ze zijn er meteen na haar crematie mee van Friesland naar de grote stad gezeild. Dus leven ze tussen stapels vieze kleren in de kajuit en op het dek waar ze, weer of geen weer, elke vrijdag een cake eten van de restjes uit de voorraadkast. John drinkt er het laatste pijpje pils bij. Daarna barst hij meestal in huilen uit.
Het is maar goed dat Olivia van wanten weet: ze regelt zelf via internet haar nieuwe school. De kinderen zijn er stom, maar dat geeft niet want het is maar voor even. Net als het geldgebrek van papa. Die knipt snorren in een volksbuurt met veel liefhebbers, dus dat gaat heus wel wat opleveren. En zijn nieuwe vriendin, dikke Sonja, is er alleen maar om te helpen. Meer niet. Olivia haalt haar schouders op, tot ze begint te beseffen dat de tijdelijkheid wel erg lang duurt.
Aan het realisme van Ik heet Olivia en daar kan ik ook niets aan doen kan een meisje haar hart ophalen: er wordt wat afgepuberd. Het laat zich raden dat de eerste keer ongesteld zijn bovenop een berg ongewassen ondergoed geen pretje is. Ook de prille verkering met de stille Sasha is even broeierig als moeilijk. Olivia verwoordt haar blunderbelevenissen direct en cynisch, een talent dat ze van haar moeder geërfd. ‘Ik moest leren een beetje tegen het leven te kunnen.’
Dat maakt het debuut van Schmitz tot veel meer dan een typisch probleemboek. Het verhaal overstijgt de dood, de verwaarloosvader, de verliefdheid en het pesten. Het is een portret van een incompleet gezin, verstrikt in ingewikkeld verdriet, dan een probleemboek. De kwetsbare en tegelijkertijd humoristische Olivia bedenkt steeds mallere oplossingen om de chaos te bestrijden en haar vader voor zichzelf te houden.
Zonde dat er een paar zwakheden niet uit de laatste versie van het boek zijn gehaald. Het meisje op de omslag kan onmogelijk Olivia zijn, aangezien die eerst een vies knotje heeft en later kort haar. Ook de stijl kan scherper: de zinnen hangen ritmisch soms wat rommelig tussen spreektaal en schrijftaal in. Het is daardoor niet helemaal duidelijk wat Schmitz nu wil: kindertaal of boekentaal.
Maar al die nurkse tienerwijsheden maken veel goed. En het belangrijkste is dat de mensen kloppen en de lezers mee weten te slepen naar hun bijzondere wereld, die om de hoek van je eigen straat zou kunnen zijn. Ik heet Olivia en daar kan ik ook niets aan doen is ondanks de aanstekelijke humor een boek geworden met een bijna tastbare, donkere sfeer, als een boswandeling in een kletsnatte regenjas: ellendig en fijn tegelijkertijd. Een uithuilboek van de allerbeste soort. De enige soort die mag.
zaterdag 19 februari 2011
***** (5) Amanda Maxwell: Als ik dat had geweten
Lof voor de prachtige bundel Als ik dat had geweten van de Nieuw-Zeelandse schrijfster Amanda Maxwell. De Engelstalige titel Nobody Told Me There Would Be Days Like These is sterker, maar dat is dan werkelijk ook het enige dat aan te merken valt op de prima vertaling van Boukje Verheij. Melancholieke en hier en daar ongemakkelijke kijkjes in het leveren van dolende jongeren.Prille verliefdheid: een verzameling afgebrande luciferhoutjes
Het meest veelzeggende verhaal in de bundel Als ik dat had geweten van de Nieuw-Zeelandse schrijfster Amanda Maxwell (1977) is het laatste, waarin de zeventienjarige Stella een baantje neemt als kantoormeisje in een homeopathisch onderzoekscentrum. Ze wordt verliefd op de warrige, ruim twintig jaar oudere onderzoeker Jerome die in een kamertje achteraf werkt en zich zelden laat zien. Ze denkt dat hij J.D. Salinger (1919-2010) is, de teruggetrokken levende schrijver van de klassieker Catcher in the rye, een van de weinige boeken die ze op de middelbare school helemaal heeft uitgelezen.
Salinger was in 2008, bij het verschijnen van de Engelstalige versie van de bundel, nog niet overleden en in het verhaal wordt naast een computer ook nog een ouderwetse typemachine gebruikt. Maar zelfs als de tijd van de verhaalwerkelijkheid de jaren tachtig zijn, was Salinger al een grijze oude man.
Die rekensom maakt Stella niet en de echte Jerome durft ze niet eens aan te spreken. Elke keer dat hij van hun gezamenlijke toilet komt, pikt ze het lucifertje dat hij gebrand heeft, om het te bewaren in een enveloppe die ze achter haar balie verstopt. Dat is alles. Pas als ze een aan New York geadresseerde brief naar het postkantoor brengt, kan ze zich niet inhouden.
Dit verhaal is Amanda Maxwell ten voeten uit. Ze laat de naïeve Stella zichzelf in de nesten werken en dan uitgebreid afgaan, eerst tegenover Jerome en daarna nog pijnlijker tegenover haar ongeïnteresseerde vriendin, die schouderophalend bekent dat ze op school het boekverslag van haar broer heeft ingeleverd.
Zo sneuvelen er steeds van die ondoordachte, op los zand gebouwde dromen in Maxwells debuut voor jongvolwassenen Nobody told me there’d be days like these. De vertaling verscheen eind vorig jaar, maar is te bijzonder om te laten liggen. Maxwells stijl is er een van indrukwekkend soepele, ultrakorte zinnen, soms aangenaam ironisch, soms op een lichtvoetige manier melancholiek.
Een goed kort verhaal is een tweetrapsraket die je aan de zwaartekracht helpt ontsnappen en daarna in het luchtledige verder laat zweven. Maxwell beheerst die techniek tot in de puntjes. Haar verhalen hebben steeds een effectief rood draadje: een gebarsten huis, een voorliefde voor donuts, een tweedehandse matras die slapeloosheid veroorzaakt of een paar geleende schoenen. Ze gaan over eerste baantjes, het ouderlijke huis verlaten, het einde van kalverliefdes; de bundel is boordevol schommelende zielen die op een dood punt hangen tussen de middelbare school en het ‘echte’ leven.
Jammer dat de Nederlandse flaptekst zo enthousiast het stempel ‘absurd’ op haar werk plakt, want zo absurd zijn de meeste verhalen van Maxwell niet. Het komische verhaal ‘Hoe word ik fotogeniek?’ misschien, waarin een foto van actrice Scarlett Johansson tegen iemand begint te praten in een vliegtuig. Een grapje. En voor het huis dat in tweeën breekt is een natuurlijke verklaring, verder gaat het over een jongen die terugkeert naar zijn vroegere buurt en daar iemand van zijn oude school neersteekt. Tragisch, niet absurd.
De vervreemding van Maxwell is juist subtiel, haar kracht ligt in de ongemakkelijke sfeer die ze weet op te roepen. Maxwell weet van kleine momenten grote, levensbepalende gebeurtenissen te maken die inspireren en treurig stemmen tegelijkertijd. De Australische titel drukt dit veel sterker uit dan de Nederlandse, maar de prettige vormgeving, de intrigerende omslagfoto en de uitstekende vertaling van Boukje Verheij maken dat helemaal goed.
Recensie in de Volkskrant 19 februari 2011.
vrijdag 18 februari 2011
Achter de stilte mogelijk mooiste boek 2011
Achter de stilte van Beate Teresa Hanika is genomineerd voor Mooiste Boekomslag 2011, melden verschillende literaire weblogs. Terechte bekroning. Wat mij betreft mag dit boek ook meedingen naar de Grote Jongerenliteratuur Prijs, vanwege de inhoud én de goede vertaling. Ik vond het in meerdere opzichten een van de beste jeugdboeken van 2010
woensdag 16 februari 2011
Dragt en Van Haeringen genomineerd voor Andersen Award
Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen zijn genomineerd voor de Hans Christian Andersen Awards 2012. Deze internationale bekroning wordt ook wel de Kleine Nobelprijs genoemd en is de hoogste eer die te behalen valt als kinderboekenmaker. De voordracht is gedaan door de Nederlandse sectie van het International Board on Books for Young People, die om de twee jaar een auteur en een illustrator nomineert. Uiteraard doen de andere nationale secties dit ook. De winnaars worden bekend gemaakt tijdens de Kinderboekenbeurs in Bologna in april 2012. Annie M.G. Schmidt en Max Velthuijs wonnen de prijs in 1988 en 2004.
dinsdag 8 februari 2011
Giphart zit tweede GJP voor
Ronald Giphart zal dit jaar de jury voorzitten die de Grote Jongerenliteratuur Prijs uitreikt. Dit gebeurt in mei. Stichting Lezen maakte de jurysamenstelling vanochtend bekend. Benieuwd wat Giphart gaat doen, aangezien de vorige jury - onder leiding van Hedy d'Ancona - er een potje van maakte en met de eerste bekroning geen enkel cachet wist te geven aan deze potentieel interessante nieuwe prijs.
maandag 7 februari 2011
***** (5) voor Chris Haughton: Mama kwijt
Het meest geslaagde prentenboek was in de afgelopen periode het kekke Mama kwijt (Gottmer, *****, € 10,95, vanaf 3 jaar) van de Ier Chris Haughton. Klassiek gegeven: uilenkind valt uit nest, eekhoorn zoekt zijn moeder en komt steeds met het verkeerde beest aanzetten. Met zo’n boek is voorlezen ineens weer leuk.
Abonneren op:
Posts (Atom)