14. Jacques Vriens Zullen we weer gewoon schooltje spelen?
Het spreekt voor zich dat de gelukkige lezer houdt van alle liefhebbers van Theo Thijssen. Gelukkig doet Jacques Vriens veel meer dan die bekende voorliefde bezingen in Zullen we weer gewoon schooltje gaan spelen? Hij geeft heel veel concrete voorbeelden hoe hij dat zelf deed. Je moet wel van steen zijn om geen zin te krijgen in lesgeven door dit boek. Trouwens: aanbevelenswaardig voor iedereen die weer van zijn of haar vak wil gaan houden. Zelfs geschikt voor managers. (Zij het niet op de manier die ze denken.) 16+
13. Tiny Fisscher en Annette Fienieg: Oliver Twist, naar Charles Dickens
Tiny Fisscher bewerkte de Engelse klassieker der klassiekers Oliver Twist tot een integrale hervertelde en geïllustreerde uitgave voor het hele gezin. Het boek is al een kleine week verkrijgbaar, maar morgen wordt de uitgave gevierd op de 150e sterfdag van de maatschappijkritische meesterverteller. Dat wordt schmieren geblazen, met het tranentrekkende avontuur van de jongen met het gouden hart die wel heel slecht terechtkomt. 9+
maandag 8 juni 2020
donderdag 4 juni 2020
Weekgreep #20-5
12. Annelies Verbeke Patrick
Bestaat Patrick, de chimpansee van buurmeisje Katinka nu echt of is hij verzonnen? En als de aap toch verzonnen blijkt, is het avontuur dat je met of door hem beleefd hebt, dan wel echt, en waar? Verrassend leuk boekje van de Vlaamse schrijfster die naar eigen zeggen een voorvechter van het korte verhaal is. Dat is te zien en te proeven. In korte, treffende zinnen zet ze haar personages neer. De hoofdstukken, telkens gewijd aan een van de drie personages, eindigen mooi open. Zoals het hoort in een kort verhaal zweeft de lezer na het eerste zetje verder. Past goed bij een kinderboek, het eerste van Verbeke, dat in het begin wel doet denken aan haar landgenoot Bart Moeyaert. Het is geschreven naar aanleiding van de maand van de filosofie, die eerder dit jaar vanwege corona werd uitgesteld naar juni. Waarheid is het thema. 9+
11. Karst-Janneke Rogaar Keizer ei
Illustrator Karst-Janneke Rogaar komt met haar eerste zelfstandige prentenboek, in de buurt van het niveau van Dr. Seuss' Groene eieren met ham. In Keizer ei probeert ze alle korte ei-woorden in een verhaal te gebruiken. Als Heid en Teit op reis gaan, wringt ze zich allerlei creatieve bochten om abstracte woorden als ‘arbeid’, ‘neiging’ en ‘aanleiding’ tóch te gebruiken. De meligheid is dan allang in de hoogste versnelling gegaan met ‘zeiknatte pleisters’ en een ‘geile meid met aambeien’. Ondertussen vertelt en tekent Rogaar in alleen rood en groen een alle kanten op fladderend avontuur over de vriendschap die ontstaat met de eenzame keizer van het eiland waar Heid en Teit naartoe zijn gezeild. Wat een taaltalent heeft deze tekenaar. 7+
10. Oliver Jeffers Het fortuin van Fausto
‘Jij bent van mij,’ zegt het directeur-achtige mannetje tegen de bloem. ‘Ja,’ antwoordt de bloem. ‘Ik ben van u.’ Daarna wil mijnheer Fausto ook een schaap, een boom en een berg bezitten. Hoe groter het object van zijn verlangen, hoe meer hij moet schelden en stampvoeten om zijn zin te krijgen. Als laatste komt de oceaan aan de beurt. Daar valt niet tegenop te stampvoeten, ontdekt Fausto te laat. Het gebeurt allemaal in Het fortuin van Fausto (Fontein, € 18,99), het verbluffend mooi uitgegeven nieuwe prentenboek van de artistieke mafkees Oliver Jeffers. In Nederland is hij vooral bekend geworden met het geniaal grappige De krijtjes staken (samen met Drew Daywalt, Fontein € 14,99) en de kolderieke serie over de Hugo’s, die allemaal dezelfde trui dragen. Kleurgebruik – knap oplichtende neontinten, die contrasteren met de ingetogen omgeving – en effect van veel lege ruimte zijn indrukwekkend. Maar het is het verhaal dat de lezer grinnikend, daarna ook wat stilletjes achterlaat. Is dit nu een grap of schuilt hier iets diepers achter? Hij laat het graag in het midden, zoals vaker in zijn werk. Humor en wijsheid kunnen bij Jeffers net zo slecht zonder elkaar als zijn taal en tekeningen. 6+
Bestaat Patrick, de chimpansee van buurmeisje Katinka nu echt of is hij verzonnen? En als de aap toch verzonnen blijkt, is het avontuur dat je met of door hem beleefd hebt, dan wel echt, en waar? Verrassend leuk boekje van de Vlaamse schrijfster die naar eigen zeggen een voorvechter van het korte verhaal is. Dat is te zien en te proeven. In korte, treffende zinnen zet ze haar personages neer. De hoofdstukken, telkens gewijd aan een van de drie personages, eindigen mooi open. Zoals het hoort in een kort verhaal zweeft de lezer na het eerste zetje verder. Past goed bij een kinderboek, het eerste van Verbeke, dat in het begin wel doet denken aan haar landgenoot Bart Moeyaert. Het is geschreven naar aanleiding van de maand van de filosofie, die eerder dit jaar vanwege corona werd uitgesteld naar juni. Waarheid is het thema. 9+
11. Karst-Janneke Rogaar Keizer ei
Illustrator Karst-Janneke Rogaar komt met haar eerste zelfstandige prentenboek, in de buurt van het niveau van Dr. Seuss' Groene eieren met ham. In Keizer ei probeert ze alle korte ei-woorden in een verhaal te gebruiken. Als Heid en Teit op reis gaan, wringt ze zich allerlei creatieve bochten om abstracte woorden als ‘arbeid’, ‘neiging’ en ‘aanleiding’ tóch te gebruiken. De meligheid is dan allang in de hoogste versnelling gegaan met ‘zeiknatte pleisters’ en een ‘geile meid met aambeien’. Ondertussen vertelt en tekent Rogaar in alleen rood en groen een alle kanten op fladderend avontuur over de vriendschap die ontstaat met de eenzame keizer van het eiland waar Heid en Teit naartoe zijn gezeild. Wat een taaltalent heeft deze tekenaar. 7+
10. Oliver Jeffers Het fortuin van Fausto
‘Jij bent van mij,’ zegt het directeur-achtige mannetje tegen de bloem. ‘Ja,’ antwoordt de bloem. ‘Ik ben van u.’ Daarna wil mijnheer Fausto ook een schaap, een boom en een berg bezitten. Hoe groter het object van zijn verlangen, hoe meer hij moet schelden en stampvoeten om zijn zin te krijgen. Als laatste komt de oceaan aan de beurt. Daar valt niet tegenop te stampvoeten, ontdekt Fausto te laat. Het gebeurt allemaal in Het fortuin van Fausto (Fontein, € 18,99), het verbluffend mooi uitgegeven nieuwe prentenboek van de artistieke mafkees Oliver Jeffers. In Nederland is hij vooral bekend geworden met het geniaal grappige De krijtjes staken (samen met Drew Daywalt, Fontein € 14,99) en de kolderieke serie over de Hugo’s, die allemaal dezelfde trui dragen. Kleurgebruik – knap oplichtende neontinten, die contrasteren met de ingetogen omgeving – en effect van veel lege ruimte zijn indrukwekkend. Maar het is het verhaal dat de lezer grinnikend, daarna ook wat stilletjes achterlaat. Is dit nu een grap of schuilt hier iets diepers achter? Hij laat het graag in het midden, zoals vaker in zijn werk. Humor en wijsheid kunnen bij Jeffers net zo slecht zonder elkaar als zijn taal en tekeningen. 6+
donderdag 23 april 2020
Weekgreep #20-4
9. Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda Oorlog in inkt
Elk jaar in maart en april menen uitgevers weer dat er nog lezers moeten zijn die gaan geloven dat er ondanks inmiddels vijfenzeventig jaar bevrijding toch nog verhalen zijn over de Tweede Wereldoorlog die niet verteld zijn. Mondjesmaat verschijnen er boeken die echt anders zijn. Ik heb daarbij een zwak voor dat andere perspectief, zoals het originele en goed gedocumenteerde Een aap op de WC van Joukje Akveld of de frisse invalshoek van Verboden te vliegen van Martine Letterie. Dit jaar ben ik onder de indruk geraakt van Oorlog in inkt van Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda. De schrijvers bestudeerden in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie dagboeken van oorlogskinderen en zochten de auteurs op, die vaak nog in leven bleken.
Elk jaar in maart en april menen uitgevers weer dat er nog lezers moeten zijn die gaan geloven dat er ondanks inmiddels vijfenzeventig jaar bevrijding toch nog verhalen zijn over de Tweede Wereldoorlog die niet verteld zijn. Mondjesmaat verschijnen er boeken die echt anders zijn. Ik heb daarbij een zwak voor dat andere perspectief, zoals het originele en goed gedocumenteerde Een aap op de WC van Joukje Akveld of de frisse invalshoek van Verboden te vliegen van Martine Letterie. Dit jaar ben ik onder de indruk geraakt van Oorlog in inkt van Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda. De schrijvers bestudeerden in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie dagboeken van oorlogskinderen en zochten de auteurs op, die vaak nog in leven bleken.
woensdag 4 maart 2020
Weekgreep #20-03
8. Robbert-Jan Henkes en Aart Clerkx De bende van Lieke
Henkes kan schrijven, dat weten we al van zijn swingende vertalingen van Russische gedichten en van zijn eigen poëzie in Wit als een wat. Lieke heeft twee bendes: een in haar kamer en een op straat, met haar vriendinnen. Ze maken de gekste dingen mee, in sterk geschreven kort proza. Geïllustreerd door alternatieve striptekenaar Aard Clerkx (1945). Dat maakt het geheel wel erg jaren zestig, zeventig en tachtig. De buitenspeel- en verveeljeugd van Henkes (1962) en trouwens ook die van mij. Daarom viel het me ook niet direct op hoe vertrouwd het voelde. Geen computer of telefoon te bekennen. 9+
7. Ed Franck en Thé Tjong-Khing Panda & Eekhoorn
Thé Tjong-Khing is een van de weinige, zo niet de enige, illustrator die niet illustreert maar vertelt. Hij doet dit niet door zijn tekeningen te vullen, maar juist door zorgvuldig te kiezen welke momenten hij laat zien en veel weg te laten. Eigenlijk hoeft daar geen tekst bij. Zijn tekeningen zijn zo aanwezig, dat hij vooraan zou moeten staan in de titelbeschrijving en maken ook dit boek een feest om te bekijken. De tekst van Ed Franck - in eigen land een grootheid, hier bij het publiek nauwelijks bekend - is teleurstellend. Meteen in het eerste verhaal gaat het al mis, als Panda en zijn vriend Eekhoorn de maan proberen te pakken. Dat mislukt, omdat de trap van bamboe breekt onder het gewicht van Panda, die te veel bamboe heeft gegeten. Ze besluiten dat ze de maan niet hebben, maar wel iets belangrijkers. Het zou allemaal best grappig kunnen zijn, als het niet zo dromerig en zoet en als een gedicht, maar toch weer net niet, was opgeschreven. Zeker in vergelijking met bestaande, zoveel overtuigender geportretteerde helden de eekhoorn en de mier van Toon Tellegen en vos en haas van Sylvia Vanden Heede, een onnodige exercitie. 6+
6. Carlo Frabetti en Wendy Panders: Alice in Wetenschapswonderland
Nummer twee van dezelfde auteur, in de herkenbare stijl van Wendy Panders. Die noemde ik al eerder een aanwinst. Galileo, Newton, Curie: ze staan er allemaal in. Jammer dat vertaalster Lies Lavrijsen van het Spaanse* (verwarrende achternaam, Frabetti) 'física' in het Nederlands 'wetenschap' maakt, terwijl het natuurlijk om de natuurwetenschappen gaat. Geeft een minder mooie titel, maar ook minder discriminerend. Na het vorige boek over wiskunde kan Fabretti nog wel even vooruit, voor hij álle wetenschap gehad heeft. Dat is zeker geen kritiek op dit goed geschreven en vertaalde en meeslepend geïllustreerde boek. 10+
*In reactie op de opmerking van Lies Lavrijsen, zie onder. Frabetti werd geboren in Bologna maar woont en werkt (en schrijft kennelijk) in Spanje en in het Spaans. De Italianen zeggen 'fisica', de Spanjaarden 'física'.
Henkes kan schrijven, dat weten we al van zijn swingende vertalingen van Russische gedichten en van zijn eigen poëzie in Wit als een wat. Lieke heeft twee bendes: een in haar kamer en een op straat, met haar vriendinnen. Ze maken de gekste dingen mee, in sterk geschreven kort proza. Geïllustreerd door alternatieve striptekenaar Aard Clerkx (1945). Dat maakt het geheel wel erg jaren zestig, zeventig en tachtig. De buitenspeel- en verveeljeugd van Henkes (1962) en trouwens ook die van mij. Daarom viel het me ook niet direct op hoe vertrouwd het voelde. Geen computer of telefoon te bekennen. 9+
7. Ed Franck en Thé Tjong-Khing Panda & Eekhoorn
Thé Tjong-Khing is een van de weinige, zo niet de enige, illustrator die niet illustreert maar vertelt. Hij doet dit niet door zijn tekeningen te vullen, maar juist door zorgvuldig te kiezen welke momenten hij laat zien en veel weg te laten. Eigenlijk hoeft daar geen tekst bij. Zijn tekeningen zijn zo aanwezig, dat hij vooraan zou moeten staan in de titelbeschrijving en maken ook dit boek een feest om te bekijken. De tekst van Ed Franck - in eigen land een grootheid, hier bij het publiek nauwelijks bekend - is teleurstellend. Meteen in het eerste verhaal gaat het al mis, als Panda en zijn vriend Eekhoorn de maan proberen te pakken. Dat mislukt, omdat de trap van bamboe breekt onder het gewicht van Panda, die te veel bamboe heeft gegeten. Ze besluiten dat ze de maan niet hebben, maar wel iets belangrijkers. Het zou allemaal best grappig kunnen zijn, als het niet zo dromerig en zoet en als een gedicht, maar toch weer net niet, was opgeschreven. Zeker in vergelijking met bestaande, zoveel overtuigender geportretteerde helden de eekhoorn en de mier van Toon Tellegen en vos en haas van Sylvia Vanden Heede, een onnodige exercitie. 6+
6. Carlo Frabetti en Wendy Panders: Alice in Wetenschapswonderland
Nummer twee van dezelfde auteur, in de herkenbare stijl van Wendy Panders. Die noemde ik al eerder een aanwinst. Galileo, Newton, Curie: ze staan er allemaal in. Jammer dat vertaalster Lies Lavrijsen van het Spaanse* (verwarrende achternaam, Frabetti) 'física' in het Nederlands 'wetenschap' maakt, terwijl het natuurlijk om de natuurwetenschappen gaat. Geeft een minder mooie titel, maar ook minder discriminerend. Na het vorige boek over wiskunde kan Fabretti nog wel even vooruit, voor hij álle wetenschap gehad heeft. Dat is zeker geen kritiek op dit goed geschreven en vertaalde en meeslepend geïllustreerde boek. 10+
*In reactie op de opmerking van Lies Lavrijsen, zie onder. Frabetti werd geboren in Bologna maar woont en werkt (en schrijft kennelijk) in Spanje en in het Spaans. De Italianen zeggen 'fisica', de Spanjaarden 'física'.
woensdag 26 februari 2020
Sterke nominaties WPP 2020
Bizar, Sjoerd Kuyper (Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren)
Brons, Linda Dielemans en Sanne te Loo (Fontaine Uitgevers)
Flin of de verloren liefde van een eenhoorn, Henry Lloyd en Laurens Rawie (Em. Querido’s Uitgeverij)
IJzerkop, Jean-Claude van Rijckeghem (Em. Querido’s Uitgeverij)
Uit elkaar, Bette Westera en Sylvia Weve (Uitgeverij Gottmer)
Zwerveling, Peter Van den Ende (Em. Querido’s Uitgeverij)
Brons, Linda Dielemans en Sanne te Loo (Fontaine Uitgevers)
Flin of de verloren liefde van een eenhoorn, Henry Lloyd en Laurens Rawie (Em. Querido’s Uitgeverij)
IJzerkop, Jean-Claude van Rijckeghem (Em. Querido’s Uitgeverij)
Uit elkaar, Bette Westera en Sylvia Weve (Uitgeverij Gottmer)
Zwerveling, Peter Van den Ende (Em. Querido’s Uitgeverij)
dinsdag 18 februari 2020
Weekgreep #20-02
5. Mark Janssen Raar
Mark Janssen is lekker bezig. Vorig jaar maakte hij indruk met Stop! Monsters! en zijn interpretatie van De kleine prins, vrijdag verschijnt alweer een prentenboek van eigen hand. Sinds deze illustrator voor zichzelf is begonnen, weet hij telkens te verrassen is het elke keer weer spannend waar hij mee komt. Maak je maar klaar voor Raar, want die is zeer de moeite waard.
4. Eva Eland Waar geluk begint
Voor Als verdriet op bezoek komt was ik nog wel te porren. Daarin komt een zwaarmoedige lichtblauwe Barbapapa bij een meisje op bezoek. Langzaam leert ze met hem leven. Mooie metafoor, maar wel wat zoet. In Waar geluk begint slaat dat een beetje door. Zelfde principe, nu met geluk als roze spookje. Eva Eland is Nederlander, maar werkt vanuit Londen en in het Engels. Aangezien er geen vertaler in het colofon staat, neem ik dat ze het zelf ook in het Nederlands schrijft.
3. Pieter Koolwijk en Linde Faas Gozert
Ties heeft een vriend die niemand kan zien. Samen gaan ze op de ene na de andere geheime missie, die steevast verkeerd afloopt. Net als je denkt dat Koolwijk de vertrouwde lijnen volgt, neemt het verhaal een verrassende wending. Sterke nieuwe jeugdroman van Pieter Koolwijk, waarin hij opnieuw stelling neemt voor fantasie en wie anders is. Eerder schreef hij Bens boot, Prutje en de boeken over Vlo en Stiekel, die mij wat minder wisten te bekoren. Gozert maakt grote indruk. Zoals zijn meeste werk, geïllustreerd door Linde Faas.
2. Andy Griffiths en Terry Denton De waanzinnige boomhut van 117 verdiepingen
Hij is er weer, een nieuwe editie voor de mateloos populaire serie over de steeds groter wordende boomhut, waarvan bijna niemand uit zijn hoofd kan roepen hoeveel delen er nu zijn. Er is maar een ding jammer aan deze serie: beetje jongen leest het in een avond en een ochtend uit en dan begint het grote wachten weer. De serie vol slapstick is diepzinniger dan je denkt. Er is een verhaalpolitie en een archiefmonster en er treden diverse bekende kinderboeken in op. Intertekstualiteit, mevrouw. Vertaler Edward van de Vendel heeft het er maar druk mee gehad. 8+
Mark Janssen is lekker bezig. Vorig jaar maakte hij indruk met Stop! Monsters! en zijn interpretatie van De kleine prins, vrijdag verschijnt alweer een prentenboek van eigen hand. Sinds deze illustrator voor zichzelf is begonnen, weet hij telkens te verrassen is het elke keer weer spannend waar hij mee komt. Maak je maar klaar voor Raar, want die is zeer de moeite waard.
4. Eva Eland Waar geluk begint
Voor Als verdriet op bezoek komt was ik nog wel te porren. Daarin komt een zwaarmoedige lichtblauwe Barbapapa bij een meisje op bezoek. Langzaam leert ze met hem leven. Mooie metafoor, maar wel wat zoet. In Waar geluk begint slaat dat een beetje door. Zelfde principe, nu met geluk als roze spookje. Eva Eland is Nederlander, maar werkt vanuit Londen en in het Engels. Aangezien er geen vertaler in het colofon staat, neem ik dat ze het zelf ook in het Nederlands schrijft.
3. Pieter Koolwijk en Linde Faas Gozert
Ties heeft een vriend die niemand kan zien. Samen gaan ze op de ene na de andere geheime missie, die steevast verkeerd afloopt. Net als je denkt dat Koolwijk de vertrouwde lijnen volgt, neemt het verhaal een verrassende wending. Sterke nieuwe jeugdroman van Pieter Koolwijk, waarin hij opnieuw stelling neemt voor fantasie en wie anders is. Eerder schreef hij Bens boot, Prutje en de boeken over Vlo en Stiekel, die mij wat minder wisten te bekoren. Gozert maakt grote indruk. Zoals zijn meeste werk, geïllustreerd door Linde Faas.
2. Andy Griffiths en Terry Denton De waanzinnige boomhut van 117 verdiepingen
Hij is er weer, een nieuwe editie voor de mateloos populaire serie over de steeds groter wordende boomhut, waarvan bijna niemand uit zijn hoofd kan roepen hoeveel delen er nu zijn. Er is maar een ding jammer aan deze serie: beetje jongen leest het in een avond en een ochtend uit en dan begint het grote wachten weer. De serie vol slapstick is diepzinniger dan je denkt. Er is een verhaalpolitie en een archiefmonster en er treden diverse bekende kinderboeken in op. Intertekstualiteit, mevrouw. Vertaler Edward van de Vendel heeft het er maar druk mee gehad. 8+
dinsdag 4 februari 2020
Weekgreep #20-01
1. Herman van de Wijdeven Leugenaar leugenaar
Na de vaste kwakkelmaand januari het eerste interessante boek van dit jaar: Leugenaar leugenaar van de toneelschrijver Herman van de Wijdeven. Rauw en nukkig tekent Charlie het onaangekondigde vertrek van haar vader op en alles wat daarna gebeurt. Er valt met niemand over te praten. Dat moet wel vlammend uit de hand lopen. Van de Wijdeven kan van die dialogen schrijven waaronder van alles sluimert. Dat is voor een toneelschrijver dan weer niet zo verrassend. Als romanschrijver voegt hij daar treffende details aan toe, zoals meteen al aan het begin het bijzondere geheim dat Charlie met haar vader deelt. Het is een klein, ogenschijnlijk onschuldig geheim, dat toch blijft zeuren. Knap. Bij zijn jeugddebuut in 2013 wenste ik hem een uitgever toe die beter bij zijn kaliber past en dan toch tenminste een verpletterend omslag. Dat eerste lukte hem al met het veel minder geslaagde Meneer Jules of het einde van alles. Ook dat laatste is nu, dankzij Karst-Janneke Rogaar, meer dan geslaagd.
Na de vaste kwakkelmaand januari het eerste interessante boek van dit jaar: Leugenaar leugenaar van de toneelschrijver Herman van de Wijdeven. Rauw en nukkig tekent Charlie het onaangekondigde vertrek van haar vader op en alles wat daarna gebeurt. Er valt met niemand over te praten. Dat moet wel vlammend uit de hand lopen. Van de Wijdeven kan van die dialogen schrijven waaronder van alles sluimert. Dat is voor een toneelschrijver dan weer niet zo verrassend. Als romanschrijver voegt hij daar treffende details aan toe, zoals meteen al aan het begin het bijzondere geheim dat Charlie met haar vader deelt. Het is een klein, ogenschijnlijk onschuldig geheim, dat toch blijft zeuren. Knap. Bij zijn jeugddebuut in 2013 wenste ik hem een uitgever toe die beter bij zijn kaliber past en dan toch tenminste een verpletterend omslag. Dat eerste lukte hem al met het veel minder geslaagde Meneer Jules of het einde van alles. Ook dat laatste is nu, dankzij Karst-Janneke Rogaar, meer dan geslaagd.
Abonneren op:
Posts (Atom)













