
Als veertienjarige droomde ik weg bij de lange rode haren van mijn juf Nederlands én de door haar warm aanbevolen 'spannende, geestige, absurde en vooral ongewone verhalen' in de speciaal voor jongeren gemaakte bloemlezing
Ooitgedacht. De samenstellers probeerden hiermee, in mijn geval met succes, belangstelling op te wekken voor de echte literatuur. Ik herinner me nog steeds het vreemde verhaal
Kroonprins van Harry Mulisch, het best opwindende losgeslagen meidenverhaal
Tigertits Rosie van Mensje van Keulen en het cynische
De klas in de afgrond van Roland Topor. De enige voorwaarde voor de literaire verhalen om erin te komen: 'dat ze vlot waren verteld.' Kortom, het kan best, Abdelkader Benali, een helder criterium. Fijn dat je zo heb gelachen in de kelders van de KB, maar de prestatie van de samensteller wordt niet afgemeten aan het beste onderdeel, maar aan de kwaliteit van de selectie. En die kan niet veel voorstellen, als je voor een groot deel vertrouwt op bloemlezingen van anderen. Wat je doel ook was, de titel
De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen, 'het beste wat de kinderliteratuur te bieden heeft', waar ik
in eerste instantie best enthousiast over was, dekt niet de lading van wat je gedaan hebt. Het wachten is nu op de verschijning bij Prometheus in 2011 van
De canon van het Nederlandse kinderboek door Midas Dekkers.
Mijn recensie van Abdelkader Benali's in mijn ogen tegenvallende bloemlezing (***) heeft dezelfde strekking als het bovenstaande maar dan uitgebreider en zonder Nooitgedacht en is hier te vinden, maar helaas alleen tegen betaling.